TELEVISIE

Worstelen

Als het kan, dan moet het

Terwijl ’t Spaanse Schaep zich in januari ontworstelde aan een moeizaam begin; terwijl het dieper ging en tegelijk begon te vliegen in mix van hilariteit en ontroering - terwijl dat gebeurde, startten nieuwe dramaproducties die deden beseffen dat een half schaap verre te verkiezen valt boven een leeg Walhalla (BNN) of Levenslied (NCRV). Kenmerk van comedy (moeilijkste dramagenre) is dat het zelden leuk is, maar er zijn gradaties in onleukte en Walhalla is buitencategorie. Dat is wel aan de acteurs geweten (irritatiekoningin Bridget Maasland), maar ik vrees toch ook dat de opdrachten die ze van auteurs (onder wie Frank Houtappels!?) en regie meekrijgen onmogelijk zijn. Vast het oordeel van een elitaire azijnpisser die het na één aflevering opgaf, maar ook de jongerendoelgroep haakt af.
Dus naar het echte leven met lach én traan: Levenslied. De formule is standaard: een groep vogels van diverse pluimage die door werk, hobby of noodlot regelmatig bijeenkomt; men volgt hun lol en lijden, in bijeenkomst en afzonderlijk. Hier vormt een amateurzangkoor de strik om een boeket van Zuidas-tycoon tot toffe kantinebeheerder. Helaas, zo ongeloofwaardig als die combinatie lijkt, zo ongeloofwaardig het geheel. Volop nadrukkelijkheid in bedachte karakters, verhalen, grappen; veel scènes waarbij de kijker niet weet of hij moet huilen of lachen (en bepaald niet omdat hij geraakt wordt door de tragikomische kant van ons aller geworstel); opvallende miscasting. Ook verdienstelijke acteurs worstelen zichtbaar met het materiaal.
Wie niet in slecht drama over een koor maar in zingen geïnteresseerd is moet bij de VPRO zijn, waar Jan Eilander een verrassende reeks brengt over de techniek daarvan. Geen gelul over glamour en zielenroerselen maar over concentratie, het ‘geheugen’ van de stem dat bij de driehonderdste uitvoering beter is dan bij de honderdste; over het verschil tussen emotie en het spelen van emotie en over de kwetsbare stemband. Ik wil best even naar Karin Bloemen luisteren als die mijn pad kruist, maar pas in Zingen raakte ik werkelijk geboeid door en onder de indruk van vakvrouwschap, discipline, talent en reflectie op het beroep.
Ten slotte iets heel anders. Het gaat weer niet lukken, de Elfstedentocht. Maar als troost biedt NCRV’s Dokument Als het kan, dan moet het, film van Leendert Pot, bevlogen natuurijsschaatser van het eerste uur - en dat letterlijk bedoeld. Pot behoort tot het raadselachtig gilde dat het nog maagdelijk ijs op zal en moet. Roekeloze helden die ons met hun sporen een weg wijzen naar een van de grootste zegeningen op onze breedtegraad: de glijtocht over bevroren plas, vaart, kanaal en meer. Al kort na het begin spreekt hij een man aan die glimt bij de verwachting van al dat genot, maar bekent dat hij daarvoor geen enkel risico wil nemen. Daar staat Alleman. En in zijn woorden danken wij Leendert en diens onverantwoordelijke geestverwanten voor hun pioniersgeest en ondernemingszin. Aarzelend volgen wij en ervaren natuur van uitzonderlijke schoonheid, stilte, weidsheid, met een verbluffend rijk kleurpalet van wit tot zwart en alle grijzen daar tussenin. Zelfs een matige schaatser als ik geniet dat moois maar ook van de ideale verhouding tussen inspanning en snelheid, de lichtheid van bewegen, de zuurstof, de kou. De kracht van Pots film is dat hij het allemaal laat zien en voelen (ook de blaren en het wak).

Zingen, Jan Eilander, VPRO, zondag 23.05 uur, Nederland 2. Als het kan, dan moet het, Leendert Pot, NCRV, maandag 31 januari, 23.00 uur, Nederland 2