Plakken voor de tv

Worstelen met de spelen

De tandarts heeft er ook naar gezocht. «Alles is deze keer in orde, nu zal ik nog even wat poetsen, ik heb de indruk dat u iets meer bent gaan roken.» Schuin achterover liggend gorgel ik om zijn vermoeden te bevestigen. «Voor worstelen moet je eigenlijk in een ander land wonen, hier kijk je naar wielrennen, hockey en waterpolo, leef je mee met Bonfire, u weet, het paard van Anky van Grunsven. George Torchinava is de enige die bij het worstelen meedoet… Welaan, het zij zo. Ik zie u over een halfjaar.»

Het is drie uur in de nacht, ik ga de straat op. «Ja», mompel ik, «en George Torchinava doet aan worstelen in de vrije stijl.»

Op mijn brommer rijd ik naar de dichtstbijzijnde groentezaak. «Een bos radijs, alstublieft. En een stuk of wat rijpe peren.» De jongen die me helpt, knikt instemmend. «Een Olympisch pakketje. Ik heb daarnet nog naar boksen zitten kijken, dat werd op Engeland uitgezonden, van die lichtgewichten die zo snel kunnen dansen.» Langs de muur kruipt een spinnetje omhoog. «Jammer dat onze televisiezenders zo weinig belangstelling voor worstelen hebben», gaat de jongen verder, «ik heb een oom die aan worstelen deed, die kan er leuke verhalen over vertellen en hij heeft gelukkig ook een fotoboek.»

Even later ga ik het uitzendbureau binnen. Een mevrouw verwelkomt me melancholiek. «Het blijft lastig dat we niet goed weten wat u nou eigenlijk het liefst wilt gaan doen. Ik bedoel, u hebt aangegeven dat u wilt worstelen, maar daar is geen markt voor. Geen aanbod, alleen uw vraag, of omgekeerd, we komen er niet uit. Waarom geen beachvolleybal?»

«Ik heb me misschien slecht uitgedrukt», zeg ik, «maar de kwestie is dat ik niet zelf hoef te worstelen, nee, ik wil naar worstelen kijken, ik wil ervan genieten.»

«Dan bent u een dromer. Het is veel en veel handiger om iets te willen dat leverbaar is. Tennis kan ook.»

Het is een vrij rustige nacht, de meeste mensen zitten naar zeilen of synchroonzwemmen te kijken, of naar het gala van de turners. Verdwaalde regendruppels tikken op mijn helm, ik passeer een winkel met audiovisuele apparatuur. Ook zonder mijn helm af te zetten zie ik dat op geen enkel scherm geworsteld wordt. «Het is niks gedaan, vriend», zegt een surveillerende politieman, «terwijl worstelen toch zo'n mooie ouderwets aandoende sport is. Er zit dat onbereikbare kantje aan, dat ondenkbare, dat onvoorstelbare… Leontien Zijlaard heeft daarstraks nog goud gewonnen, in de sprint, met een paar lengtes, wist je dat? Het weer is daar anders niet best, het zou me niet verbazen als ze wedstrijden moeten afblazen. Misschien gaat er dan wel een camera naar het worstelen toe. Een fijne nacht verder.»

Heb ik mijn tasje met radijs en peren nu bij de groenteman of bij het uitzendbureau laten liggen? Het kan me weinig schelen, ik passeer een pizzeria, daarnaast restaurant Athene. Allebei gesloten. Ik rijd door, zet de brommer in de schuur, leg de helm neer en loop naar de brug om een praatje met de brugwachter te maken. De Spes Mea vaart in de richting van de verte.

«Goedemorgen», zeg ik, «wist u wel dat zo direct in Sydney de eerste finales zijn? Zo raar dat wij er niet naar kunnen kijken.»

«Ja, Grieks-Romeins, ik weet het», zegt de brugwachter. «Ik zit me al de hele nacht op te vreten, ik zou bijkans een moord doen voor een fijne partij worstelen.»

«Een Koreaan tegen een Cubaan, tanige sterke gasten», zeg ik, «dan wint de Koreaan.»

«Ja, Sim Kwon-ho is te goed voor Lazaro Rivas. Kang Yong-gyun zou wel eens brons kunnen pakken.»

«Dat ben ik met u eens. Allemachtig, wat zou ik graag beelden zien.»

De brugwachter knikt en zegt: «En die schitterende worsteltaal.» Dan sluit hij de deur van zijn cabine.