Worstelen met genocide

18 maart 2015 - Toen we, jaren tachtig, in de opleiding voor sociale beroepen meer moesten weten over de achtergronden van nieuwe Nederlanders stortte ik me op Turkse geschiedenis en bood er een keuzevak over aan.

Medium tv

Ik vond het fascinerend, veel studenten ook. Voor veel Turkstaligen was het vak echter confronterend. Het onderwijs van hun ouders was diepnationalistisch geweest en van relativering, laat staan zelfkritiek, was geen sprake. Turkse Koerden, sommigen vluchteling, juichten een kritische visie op Turks-nationalistisch superioriteitsdenken toe, maar stelden er een mix van marxisme en nationalisme tegenover. Ik verbande politieke discussies naar buiten het lokaal.

De meeste indruk maakte een jonge vrouw die na de les vertelde dat ze, wonend in Istanbul, pas als puber op de hoogte gesteld was van het familiegeheim: ze was Armeense. De enige Armeniër die ik destijds kende was Charles Aznavour(ian). Voor haar was de Nederlandse literatuur over Turkse geschiedenis een bevrijdende en tegelijk confronterende openbaring. Aan haar dacht ik door een nieuw Turkije-project van de Vara, Bloedbroeders.

Eerder al maakte Kees Schaap voor de Vara mooie documentaires met Fidan Ekiz over de migratiegeneratie van haar ouders (betrekkelijk gelukkig in Nederland) en over die van Fidans jongste zusje dat juist remigratie naar Istanbul overweegt. Ditmaal is het onderwerp weerbarstiger omdat Sinan Can, een Turks-Nederlandse journalist, en Ara Halici, een Armeens-Nederlandse musicalacteur, samen op zoek gaan naar hun ‘roots’, en daarmee naar de beladen verhouding tussen Turken en Armeniërs. Het initiatief lijkt uit te gaan van Can en dat alleen al is bijzonder omdat een speurtocht naar die thematiek je in Turkse kring niet geliefd maakt. Familie en vrienden raadden hem het project dan ook af.

Halici, voorheen nauwelijks geïnteresseerd in Armeense geschiedenis en cultuur, wordt door het project als het ware ‘tot Armeniër geslagen’. Hij gaat zich een ander mens voelen. Can, die Halici vooraf waarschuwde voor de psychische zwaarte van de queeste, lijkt zelf het meest te worstelen. En onvermijdelijk worstelen ze soms met elkaar. Waar Halici zich steeds meer bewust wordt van een identiteit die mede door genocide is bepaald, lijkt Can die term maar moeilijk te kunnen accepteren in de eerste twee afleveringen die ik zag. Een gesprek met een Armeense geestelijke brengt hem aan het wankelen en lijkt hem te doordringen van het effect van de intense anti-Armeense propaganda die door staat en onderwijs in Turkije wordt verspreid.

Uiteindelijk accepteert hij dat de Armeniërs ‘iets ergs is aangedaan door Turken’. Dat daar geen begrijpelijke oorzaak voor was, gaat er echter bij hem niet in. ‘Wij zijn geen slechte mensen namelijk.’ Zulke verklaringen zijn er natuurlijk wel: ze kunnen gevonden worden in het opkomend nationalisme in de Osmaanse veelvolkerenstaat, in het succes van Grieken en Bulgaren daarbij en in de steun die Europese mogendheden boden aan christelijke minderheden. Alles heeft immers een voorgeschiedenis en die wordt in de serie ontvouwd door een reeks deskundigen. Wat aan de gruwelen van een eeuw geleden niets afdoet. Soms lijken de voice-overs van de twee wat repetitief en geforceerd, maar het resultaat is zeer de moeite waard.


Kees Schaap, Bloedbroeders, zes delen, Vara, vanaf zondag 22 maart, NPO 2, 20.15 uur


Beeld: Bloedbroeders, Ara Halici (links) en Sinan Can (Benny Jansen / VARA)