Rechtse bloggers hebben het moeilijk

Worstelend ten onder aan het eigen gelijk

Rechtse alternatieve media als GeenStijl, The Post Online en De Dagelijkse Standaard waren aanjager maar werden uiteindelijk slachtoffer van de polariserende werking van online algoritmes. Nu is het zoeken naar inkomsten.

Ze herinnert het zich nog goed en moet zelfs glimlachen als ze denkt aan die begintijd. ‘Ik woonde in Amsterdam, had alleen maar linkse vrienden, ontdekte Twitter en kwam zo terecht in een onlinecafé waar mensen zaten met allemaal verschillende opvattingen’, vertelt Linda Duits, onderzoeker genderstudies aan de Universiteit Utrecht, publicist en in online discussies bekend om haar progressieve columns en tweets. ‘Twitter was voor mij een manier om naar buiten te treden en contact te leggen met mensen van andere gezindten, andere klassen en met heel andere opvattingen. Het haalde mij uit mijn bubbel, al noemden we dat toen nog niet zo.’

Het was 2009 en precies in die tijd, slechts enkele maanden nadat Duits Twitter had ontdekt, kondigde de Vara een nieuw opinieplatform aan, De Joop. Een website waar linkse mensen konden discussiëren over linkse onderwerpen. Het idee ging lijnrecht in tegen het ideaal dat Duits juist net had ontdekt en ze was niet de enige die dat vond. Bert Brussen, redacteur van het toen al roemruchte internetblog GeenStijl, grapte om als tegenhanger ‘De Jaap’ dan maar op te richten en vroeg wie er wilde meedoen. ‘Een platform waar iedereen met iedereen kon discussiëren was het idee’, zegt Duits. ‘Het sloot veel beter aan bij de democratische internetgedachte die er toen was: internet als plek waar mensen elkaar ontmoeten om ideeën uit te wisselen, niet om elkaar te bevestigen. Ik geloofde in dat ideaal en sloot mij meteen aan.’ Het webadres dejaap.nl werd snel geregistreerd, wie daarheen surfte las de plagende tekst: ‘Hier komt De Jaap. Omdat ideologie voor Jopen is.’

Het contrast met het Vara-project was groot. Waar hoofdredacteur Francisco van Jole met omroepgeld op traditionele wijze een platform optuigde, werd De Jaap een project dat werd gerund vanaf zolderkamers. ‘Alles ging via de mail of via een chatprogramma. Iemand begon een website te bouwen, een ander ging met het logo aan de slag en een ander groepje vormde de redactie’, zegt Duits.

In het najaar van 2009 zien veel van die anonieme oprichters elkaar voor het eerst in het Amsterdamse café Kobalt om het glas te heffen op het platform dat ze in zeer korte tijd hebben opgericht. ‘We waren nog sneller online dan De Joop, dat vonden we toch wel belangrijk’, herinnert Duits zich, die snel adjunct-hoofdredacteur zou worden. Initiatiefnemer Bert Brussen werd hoofdredacteur en in de stormachtige tijd die volgde schreven tal van jonge journalisten voor het nieuwe platform die later op andere mediaredacties terecht zouden komen. Het werd een ratjetoe van linkse, rechtse, conservatieve en progressieve stemmen met koppen als ‘Laten we het eens over negers hebben’, maar ook: ‘Zwarte Piet moet worden afgeschaft’. Boven aan de website, die na drie jaar en een aantal fusies werd herdoopt tot The Post Online, zou de slogan ‘Voorbij het eigen gelijk’ verschijnen.

‘Eigenlijk hadden we een hoop gemeen’, zegt Duits. ‘We waren behoorlijk internetgericht en hadden om een of andere reden allemaal een hekel aan Kerstmis. Op kerstavond zaten we niet bij onze families maar in de redactiemail te bitchen. Het gevoel dat we “het debat wilden redden” deelden we met elkaar.’ Nu, tien jaar later, is dat optimisme verdwenen. De toon op het platform is verhard en diep-ideologisch. Duits wordt er inmiddels uitgescholden voor ‘machinist van de totalitaire genderdramtrein’, ‘fopwetenschapper’ en ‘propagandist’.

De trotse slogan die boven de website prijkte is inmiddels verdwenen. ‘Toen ik die wilde weghalen bij een lay-outverandering zei de marketingman die de website had gemaakt dat we dat beter niet konden doen’, vertelt Bert Brussen in een telefoongesprek. “Ik zou die echt houden”, zei hij. “Het is zo’n mooie leus.” Dat ben ik helemaal met hem eens, maar ik kan het niet meer waarmaken.’

Net als voor Twitter geldt dat wat een plek had moeten worden voor onlinedebat is verworden tot een echokamer. Algoritmes beloonden harde uitspraken en dwongen betrokkenen terug in hun eigen gelijk. ‘Vroeger waren we het ook niet eens en dan lachten we daarom’, zegt Brussen. ‘Nu is het online echt oorlog, de kloof is heel diep.’ Die strijd is allesbehalve lucratief gebleken, The Post Online kampte eind vorig jaar met een negatief eigen vermogen van meer dan anderhalf miljoen euro en maakt nu een doorstart. Gelijkaardige blogs kampen met soortgelijke kopzorgen.

Het anarchistische internetproject van het groepje Amsterdammers paste in een bredere beweging van bloggers die in het eerste decennium van deze eeuw aanschopte tegen de traditionele media. GeenStijl werd al in 2003 opgericht door Telegraaf-verslaggever Dominique Weesie. In hetzelfde jaar dat De Jaap werd opgericht begon ook de conservatief-rechtse denker Joshua Livestro een eigen platform, De Dagelijkse Standaard (dds). ‘Ideologisch gezien zijn onze platformen in het vacuüm gestapt dat de Fortuyn-revolte achterliet. Politiek had zich dat al vertaald naar politieke partijen maar in de media was er geen plek voor die ontevreden burger’, vertelt Tim Engelbart in een café in Leiden, vlak voor hij zijn middagdienst begint. De vier redacteuren die voor De Dagelijkse Standaard schrijven werken om de beurt. Engelbart is hoofdredacteur. ‘De mensen die ons lezen zijn slimme Nederlanders die de gewone media wantrouwen.’

De Dagelijkse Standaard is aanvankelijk het meest uitgesproken ideologisch van de drie websites, die elk voor zich nog altijd grofweg een miljoen unieke bezoekers per maand trekken. ‘Wij doen niet aan ironie of humor zoals GeenStijl. Zij doen dat omdat het ze ongrijpbaar maakt maar het is ook lastig. Als je ze ergens op aanspreekt roepen ze dat het ironisch bedoeld was en je het niet serieus moet nemen’, zegt Engelbart, die refereert aan het typische GeenStijl-woord ‘dobberneger’, op het weblog synoniem voor vluchtelingen die verdrinken op de Middellandse Zee. ‘Als mensen ze daarop aanspreken zeggen ze dat het als grapje is bedoeld’, zegt Engelbart. ‘Bij ons heb je die verwarring niet. Wij zijn gewoon rechts.’

Waar De Dagelijkse Standaard recht voor z’n raap is met een volkse toon heeft GeenStijl zich altijd gehuld in een ongrijpbare deken van grappen, grollen en vooral polemiek. ‘Reviaanse ironie’, schreef publicist Bas Heijne al in 2011 in de NRC, al merkte hij toen al op dat die toon zeker niet neutraal was, maar juist een ventiel voor een kabbelende onderstroom van ontevredenen. ‘De taal van de huidige politieke revolte is doordrenkt van reviaanse ironie – het half ironisch, half serieus sarren van die brave progressieve weldenkenden met hun humorloze bedilzucht en morele zelfgenoegzaamheid.’ Merijn Oudenampsen voegde daar enkele jaren later in een essay in De Groene Amsterdammer aan toe dat de stijl waar GeenStijl zich van bedient in feite elitair is en past in de satirische traditie waar ook Theo van Gogh, Theodor Holman en het polemische tijdschrift Propria Cures toe behoren.

Maar wat eerst werd verbloemd met humor en ironie lijkt inmiddels te zijn ontaard in uitgesproken rechtspolitiek activisme. ‘Ze zijn allemaal steeds meer op ons gaan lijken’, zegt Engelbart. ‘Qua toon lijken we tegenwoordig allemaal op elkaar’, zegt ook Brussen. ‘Wij, maar ook GeenStijl en De Dagelijkse Standaard, hebben een veel diepere ideologische lading gekregen. Nu zijn we allemaal rechtspopulistisch.’

Zo had het natuurlijk niet moeten gaan, zegt Yoeri Albrecht. Hij is voorzitter van Vereniging Veronica, de omroep die in 2012 begon met investeren in The Post Online in ruil voor 51 procent van de aandelen. ‘Tot dan toe was het internet juist een bedreiging geweest voor media. Wij wilden zien of we er een verdienmodel bij konden verzinnen waarmee online verslaggeven wél kon.’ Het vehikel van Brussen leek met zijn diverse groep opinieschrijvers ideaal. ‘Die slogan “Voorbij het eigen gelijk” was erg belangrijk voor ons. Dat trok mij over de streep.’

‘Negatief zijn werkt online ontzettend goed. Je ziet dat. Hoe langer je voor die media werkt, hoe radicaler je wordt omdat het simpelweg wordt beloond’

GeenStijl was inmiddels samen met het bijbehorende videoplatform Dumpert al in 2008 volledig overgenomen door de Telegraaf Media Groep (tmg) voor 1,8 miljoen, een investering die zich al snel vertaalde naar winst. ‘Doordat bedrijven als Coca-Cola en Ford er graag op adverteerden, maar vooral omdat Dumpert een miljoenenmachine was’, zei Marianne Zwagerman enkele weken geleden tegen het financieele dagblad, zij was de tmg-directeur die het bedrijf destijds inlijfde. Een opmerkelijke paradox, de rebelse jongensclubs die juist zo hard tegen de gevestigde partijen aanschopten werden stuk voor stuk onderdeel van het Nederlandse medialandschap. Brussen schreef columns voor de Volkskrant-website en de publieke omroep was inmiddels de omroep PowNed rijker, die was voortgekomen uit GeenStijl.

Alleen De Dagelijkse Standaard viel overal buiten en bleek lastig te temmen. Publicist Joost Niemöller schreef er inmiddels stukken over ‘het etnische taboe’, waarin hij oude rassentheorieën oppoetste. Verder werd het een online podium waar pvv-leider Geert Wilders af en toe een exclusief quootje aan gunde, iets wat hij verder zelden doet. Hoewel Livestro zelf al die stemmen had uitgenodigd op het platform sloeg hij in 2015 plots om. ‘Op Eerste Kerstdag 2015 had Joshua het echt gehad met ons’, zegt Engelbart. ‘Hij zette ons het mes op de keel: óf jullie nemen het nu over, óf ik trek de stekker eruit.’

Redacteur Michael van der Galiën, die in een vorig leven werkte voor de vergelijkbare Amerikaanse website Breitbart, nam het eigenaarschap over en besloot een veel duidelijkere, hardere, koers te varen. ‘Wij gaan er hard in, we zijn niet neutraal. We kijken naar alles met een rechtse bril en dat mogen mensen weten ook’, aldus Engelbart.

Drie maanden geleden werden De Dagelijkse Standaard, GeenStijl en The Post Online in één adem genoemd in een alarmerend rapport van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, over rechtsextremisme in West-Europa: ‘Ook in berichten en reacties op rechtse nieuwssites en weblogs als E.J. Bron, De Nieuwe Realist, Geenstijl, PowNed, The Post Online en De Dagelijkse Standaard wordt geregeld xenofobe retoriek gebezigd. De laatste jaren is op deze pagina’s en op sociale media ook steeds meer sympathie voor bepaalde denkbeelden en standpunten van alt-right en Erkenbrand. Op veel van deze pagina’s is tevens ruimte voor complotdenkers, waarbij vaak het gezag van de overheid ter discussie wordt gesteld.’

Als Brussen dit hoort wordt hij eerst fel. ‘Wantrouwen tegen de overheid? Wat is daar mis mee? Is dit geschreven door een linkse opiniemaker of zo?’, om daarna op kalme toon te zeggen: ‘Kijk, dat ze ons – GeenStijl, tpo en zo – noemen in een onderzoek naar extreem-rechts vind ik eigenlijk wel begrijpelijk. Ik ben trouwens niet extreem-rechts maar als je extreem-rechts bent kom je sowieso op onze websites uit.’ Erg vindt hij dat niet. ‘Ik voel me niet verantwoordelijk voor wie dat leuk vindt, voor mijn part zijn het allemaal GroenLinksers maar die klikken niet op onze site. Het maakt mij allemaal niet uit. Ik maak wat ik maak en ben blij met de doelgroep die komt, ik mag hopen dat ze behalve The Post Online ook nog andere dingen lezen.’

Wie in de arena van het onlinedebat stapt speelt constant een rol, zegt Ewout Klei, die jarenlang schreef voor The Post Online, De Dagelijkse Standaard en na vele online omzwervingen nu is beland bij De Kanttekening, dat zich juist profileert als een progressief medium. ‘Het is een spel dat ik best spannend vond. Ik houd van harde discussie en van mij mag het best schuren. Maar na een tijdje merkte ik dat ik grenzen over ging’, vertelt hij in de bar van debatcentrum De Rode Hoed, waar hij een avond bijwoont over fascisme. ‘Negatief zijn werkt online ontzettend goed. Je ziet dat. Hoe langer je voor die media werkt, hoe radicaler je wordt omdat het simpelweg wordt beloond. Net zo lang tot je een soort ideologische zwarte gaten krijgt waar alles naartoe wordt gezogen.’ Het gevoel dat ‘het systeem’ je beloont voor het overschrijden van grenzen die door de mainstream zijn gedefinieerd, herkennen de mannen; het zijn alleen nog maar mannen, die voor de platformen werken.

Over hoe een internetplatform het gedrag van zijn gebruikers beïnvloedt en vice-versa schreef de Amerikaanse hoogleraar James Grimmelmann een jaar geleden het essay The Platform Is the Message, waarin hij online content die flirt met extremisme of gevaar beschrijft als ‘nooit volledig serieus maar ook nooit volledig ironisch’. Eigenlijk, zo schrijft hij, is het fenomeen nog het best te vergelijken met show-worstelen, een sport die eigenlijk geen sport is maar bestaat uit gespeelde gevechten waarbij de winnaar van tevoren al is bepaald. Het gaat niet om echte strijd maar om spektakel. De populariteit daarvan ligt besloten in het concept ‘kayfabe’, schrijft Grimmelmann. Kayfabe is onder fans van het show-worstelen ‘de overtuiging dat een opgevoerde act alsnog waarachtig en authentiek is’.

Zowel de maker als de kijker weet: zelfs als de waarheid er niet toe doet kan dat wat ten tonele wordt gevoerd wel degelijk echte emotie losmaken. De socioloog Nick Rogers, die de vergelijking tussen online populisme en show-worstelen als eerste maakte in The New York Times, gebruikt de term ‘kayfabe’ om het succes van de Amerikaanse online oproerkraaier Alex Jones, die inmiddels van Twitter én Facebook is verbannen, te duiden. ‘Zijn publiek adoreert hem niet ondanks maar juist vanwege het kunstmatige. Ze bewonderen een man die zich identificeert met hun meest banale gevoelens, ze daarin bevestigt en dat kanaliseert, als het ware een choreografie.’ Die choreografie, voor de duidelijkheid, is een keiharde online scheldpartij of tirade tegen de gevestigde orde.

‘Ik zou graag willen geloven dat iemand als Bert, als hij mij uitscheldt, het alleen doet voor de kliks, maar als hij dat doet is hij écht boos’, zegt Duits. ‘Het is niet zomaar een trucje, ze kunnen het zo goed omdat ze er echt in geloven.’ Brussen beaamt dat: ‘Het is nooit echt strategie geweest maar het heeft wel meegespeeld dat je weet wat werkt.’ Uiteindelijk kun je volgens hem ‘internetreaguurders’ samenvatten als anti-EU, anti-islam en eigenlijk anti-alles. ‘Die hebben in het internet een eigen medium gevonden. Het is dan niet gek dat wij allemaal naar die kant zijn opgeschoven.’

Wij houden ons aan de feiten, benadrukt Engelbart, die daar als hoofdredacteur strenger op wil toezien. ‘Maar we proberen wel in te schatten wat de emotie van het publiek is. Dat is helemaal geen vreemde techniek. Dat rabiate uit de EU willen stappen bijvoorbeeld, ik geloof daar niet in voor een handelsland als Nederland, maar ik leef me wel in in mijn doelgroep. Het is een constante battle for the hearts and minds.’ Dat het bedienen van die lezers een intuïtieve bezigheid is weet ook Brussen: ‘Je moet er wel iets bij voelen. Dit is iets wat mij past, wat ik goed doe. Iets wat me ook geld oplevert en waar anderen zich in kunnen vinden. Dit is hoe ik ben. Volgens mij is het veel lucratiever om iets te maken voor succesvolle millennials, maar dat zou ik geen dag volhouden.’

Ze weten wat werkt om publiek te trekken, de mannen van The Post Online, De Dagelijkse Standaard en GeenStijl. Ook Engelbart is centristischer en genuanceerder dan hij zich voordoet online. ‘Zie je hier een keihard iemand zitten?’ vraagt hij vriendelijk. ‘Ik ben saai centrum-rechts, zeker niet extreem.’ Dat hij tijdens zijn werk ook veel rechtsere Nederlanders moet bedienen vindt hij niet gek. Zo weet Engelbart dat de namen Sylvana Simons, Peter R. de Vries en Frans Timmermans het zeer goed doen. ‘Ik weet niet wat het is, maar mensen krijgen echt een rood waas voor hun ogen als je die namen alleen al in de kop zet. Mensen haten ze.’ Dus gebruikt hij ze vaak – soms zelfs tegelijkertijd in dezelfde kop.

In de online onderstroom is als het ware een nieuw clubhuis ontstaan met nieuwe regels en logica, zegt Engelbart. ‘Nog altijd werkt ons verhaal over die linkse dominantie in het debat, bij een term als politieke correctheid denkt iedereen meteen aan links. Terwijl wij als rechts inmiddels onze eigen heilige huisjes hebben. Zoals dat je bijvoorbeeld tégen de EU moet zijn en tegen de islam.’ Een uitspraak die bedoeld of onbedoeld overlapt met hoe de Ierse publicist Angela Nagle de dominantie van ‘alt-right’ beschrijft in haar boek Kill All Normies, waarin ze de online stammenstrijd beschrijft als een strijd waarin nog maar weinig ruimte is voor positieve uitwisseling en waar zelfs binnen de stammen weinig diversiteit wordt getolereerd. Iemand die buiten het eigen gelijk treedt wordt te grazen genomen.

In haar boek trekt Nagle een parallel met ‘male rampage’-films uit de jaren negentig zoals American Psycho en Fight Club, waarin onthechte mannen eropuit trekken om te moorden of samenkomen om elkaar op de bek te slaan. In het genre lopen komedie, tragedie en sadisme gemakkelijk in elkaar over tot de grenzen zijn vervaagd. ‘De hele maatschappij is verrechtst, ik heb bloggers zien meeschuiven’, zegt Engelbart. ‘Sommigen schreven eerst dat islamisering niet bestond, nu waarschuwen ze dat we ons ertegen moeten afzetten.’

‘We geloofden in een verdienmodel en een pluri­forme plek voor debat. Je kunt wel constateren dat die doelen verder uit zicht zijn dan ooit’

Dat de oude vrienden van Linda Duits steeds geharnaster zijn gaan schrijven en hun ironie hebben verruild voor ideologie is volgens haar deels te wijten aan de structuur waarin ze opereren: polemiek en haat worden beloond. ‘Toen ik uit de redactie stapte had ik het gevoel alsof ik een cult verliet’, zegt Duits. ‘Ik was zo gewend geraakt aan de hele dag dat gif toegediend krijgen, dat doet iets met je.’ Zelf veranderde ze ook. ‘Ik schreef toen ook over mensen op een manier waar ik nu niet meer achtersta. Ook ik redeneerde vanuit polemiek en leerde om te schrijven op zo’n manier dat mensen er boos van worden. Dat hoort bij het internet. Je kunt je er dingen permitteren die je nooit zou doen als je een opiniestuk voor de NRC schrijft. Je verzint een tendentieuze kop en zet de dingen wat aan.’ Je moet de lezer naar je toe schrijven, zegt Duits: ‘Opvallen in een Twitter-feed.’

We hebben ons allebei dieper ingegraven in onze meningen, zegt Brussen. ‘Een platform bouwen waarop dat samenkwam was veel lastiger dan ik ooit dacht. Het is een utopie gebleken en dat trek ik me best aan, maar het is ook deel van een dynamiek van reactie, op reactie op reactie. De polarisatie wordt steeds groter, in Amerika zie je dat al uitvergroot.’

Een van de oprichters van Twitter, Evan Williams, moest twee jaar geleden in een interview met The New York Times, tot zijn teleurstelling, toegeven dat het internet ‘stuk was’. ‘Twitter is een bijenkorf van trollen en online mishandeling geworden’, zei hij. Williams vergeleek in dat interview het door hem uitgevonden sociale medium met een auto-ongeluk. Iedereen die erlangs rijdt mindert vaart om even te kijken, niemand hecht echt waarde aan die vluchtige blik, maar er zijn ook maar weinig mensen die kunnen onderdrukken om het te doen. Die korte glimp is een vorm van aandacht die door algoritmes wordt geïnterpreteerd als een vraag die vervuld moet worden.

Het is een omschrijving van de online aandachtseconomie in een notendop. Wie meer auto-ongelukken kan laten zien krijgt aandacht, wie daar advertenties omheen geplaatst krijgt verdient geld.

Inmiddels worstelen de blogs met dat verdienmodel. De offline buitenwereld heeft zich langzaam afgekeerd van de schrijvers die meesurfend op aandachtsgolven steeds extremer werden. ‘Aandacht generen lukt nog altijd’, zegt Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Maar dat levert steeds minder op. Mensen kijken nog altijd naar het auto-ongeluk, alleen vertaalt dat zich niet meer automatisch naar inkomsten.’

Sociale-mediaplatformen trokken zich de kritiek aan en draaiden de afgelopen jaren stapsgewijs de bezoekerskraan dicht voor alle nieuwssites, in een poging extremisme te bestrijden. In de woorden van Facebook krijgt ‘meaningful content’ nu voorrang. Wereldwijd leidde dat tot rake klappen voor websites die afhankelijk zijn van bezoek via sociale media. Uit cijfers die De Groene heeft opgevraagd bij het Londense analysebedrijf SimilarWeb blijkt dat van de drie rechtspopulistische websites vooral De Dagelijkse Standaard daaronder lijdt. Hun bezoek via sociale media liep een jaar geleden met tienduizenden terug. ‘Dat wij minder gedeeld worden klopt, maar kennelijk is de behoefte aan wat wij doen zo groot dat mensen nu rechtstreeks naar de website komen’, zegt Engelbart.

Veel problematischer is dat de advertentiemarkt is ingestort. Een website als tpo verdient nu nog grofweg tweehonderdduizend euro per jaar aan advertenties, maar dat neemt elk jaar af, zegt Brussen. ‘Hoe hard ik ook groei en hoeveel pageviews erbij komen, het zal altijd slechter worden. Over tien jaar is dat een probleem.’ Dat geldt voor de hele markt, waarin kliks steeds minder waard zijn, maar in het bijzonder voor deze blogs. ‘In het verleden nam er nog wel eens een bedrijf contact met ons op met de vraag om een banner te plaatsen’, zegt Engelbart. ‘Nu bellen mensen juist op om te zeggen dat ze niet bij ons op de website willen staan.’

GeenStijl is hetzelfde overkomen. ‘Zou u haar doen?’ vroeg adjunct-hoofdredacteur Bart Nijman twee jaar geleden in een blogpost aan zijn lezers, verwijzend naar Volkskrant-journalist Loes Reijmer. Zij had in een column het weblog beticht van seksisme. Binnen enkele uren stroomden de verkrachtingsfantasieën van lezers binnen en ontaardde de grap in een mediarel die Nijman en zijn vrienden zou blijven achtervolgen. De adverteerders van GeenStijl – waaronder Grolsch, het ministerie van Defensie en het Wereld Natuur Fonds – werden door 143 vrouwen werkzaam in de media aangesproken op hun verantwoordelijkheid en trokken zich massaal terug. ‘Ik twijfelde lang maar ondertekende ook’, zegt Duits. ‘Dit was geen mening meer. Er stond nergens “Loes Reijmer heeft ongelijk”, maar er werd opgeroepen tot straf, tot geweld zelfs.’ Een topman van het Mediahuis, dat net tmg had overgenomen en daarmee eigenaar was van GeenStijl, liet weten het weblog liever kwijt te zijn.

‘Die hakken-in-het-zand-mentaliteit heeft ze groot gemaakt, maar zodra je politiek gekleurd wordt zonder je jezelf wel af’, zegt Deuze. Al gelooft hij ook dat het afstoten van GeenStijl weinig met ideologie te maken had. ‘Het leverde gewoon niets meer op.’ GeenStijl bleek onverkoopbaar en werd drie maanden geleden weggegeven aan de hoofdredactie, volgens journalistenblad Villamedia kregen de nieuwe eigenaars zelfs geld toe voor de opstartfase.

Ook The Post Online staat er weer alleen voor, per 1 januari van dit jaar heeft Vereniging Veronica zich volledig teruggetrokken. ‘Ze waren er wel klaar mee’, lacht Brussen. ‘Ze hebben genoeg aan ons verloren, je gaat niet eeuwig door met bloeden.’ Dat bloeden heeft zich in de afgelopen jaren vertaald naar een opgelopen negatief eigen vermogen van 1,5 miljoen euro, grotendeels bestaand uit kortlopende schulden. Een verlies dat volledig voor rekening komt van Veronica. ‘Dit was niet de bedoeling nee’, zegt Yoeri Albrecht van Vereniging Veronica desgevraagd. ‘We geloofden in een verdienmodel en een pluriforme plek voor debat. Je kunt wel constateren dat die doelen verder uit zicht zijn dan ooit.’

Het ledenmodel lijkt een logische reddingsboei, al is het maar de vraag of dat slaagt, zegt Deuze. ‘Er is duidelijk een markt voor rechtsconservatief nieuws, maar dan moet je wel kwaliteitsjournalistiek bedrijven. Dat doen ze niet, het blijven opinies.’ Zowel GeenStijl als tpo experimenteert met leden. ‘Ik ben natuurlijk niet De Correspondent dus het worden er nooit zestigduizend’, zegt Brussen. ‘Ik vind dat trouwens een verschrikkelijke site, maar ik heb veel respect voor ze. Als mensen het belangrijk vinden wat wij doen, dan moeten ze ook maar betalen.’ Hij heeft inmiddels bijna duizend mensen zo ver gekregen om dat te doen, GeenStijl zit naar eigen zeggen op vijfduizend leden. ‘Voorlopig kan ik bijna drie ton per jaar bij elkaar schrapen, maar ik moet wel mijn doelen bijstellen.’

Ze zijn terug op de zolderkamers waar het ooit begon. GeenStijl heeft nog wel een redactie met acht redacteuren, maar het zijn niet meer de 25 man die het ooit waren. De vier mannen die tikken voor De Dagelijkse Standaard overwegen ook abonnees te gaan werven. The Post Online bestaat nog slechts uit drie mensen. ‘Bas Paternotte, iemand voor de techniek en ik’, vertelt Brussen vanaf Gran Canaria, waar hij inmiddels woont. ‘Je zou denken dat ik goed verdiend heb, maar de waarheid is dat het hier dertig keer goedkoper wonen is dan in Amsterdam’, zegt hij met zijn kenmerkende bulderlach. ‘Ten tweede is het hier een paradijs en was ik Amsterdam en heel Nederland wel zat.’

Uiteindelijk blijven websites als de zijne altijd bestaan, zegt hij. ‘Als het echt moet kan ik het alleen gaan doen en nog minder verdienen. Dit kan ook voor honderd euro per maand, ik kan hier eeuwig mee doorgaan. Maar het liefst doe je het met anderen.’