Worsteling

In het debat over het verbod op onverdoofd ritueel slachten riep een bezoekster van een pvda-bijeenkomst onlangs: ‘Waar blijft de scheiding van kerk en staat? Nu staan we in de keuken, straks ook in de slaapkamer.’ Die twee zinnen schetsen niet alleen het achterliggende dilemma, maar ook de emoties in de discussie over wat het zwaarst moet wegen, de vrijheid van godsdienst of - in dit geval - het dierenwelzijn.

Medium commentaar i 26 kohler

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer, waarvan alleen de christelijke partijen zijn uitgezonderd, vindt dat het laatste de doorslag moet geven. Maar om aan de emoties in de eigen achterbannen, niet alleen van pvda, maar ook van d66 en vvd, tegemoet te komen hebben die partijen een compromis opgesteld. Dat wordt eufemistisch een ‘verbetervoorstel’ genoemd om de indiener van het initiatief-wetsvoorstel, de Partij voor de Dieren die een totaalverbod wil op het onverdoofd ritueel slachten, over de streep te trekken om met de wijziging akkoord te gaan.

Het compromis behelst het behoud van het ritueel slachten, maar dan alleen als kan worden aangetoond dat het dier niet erger lijdt dan wanneer het verdoofd wordt geslacht. Een typisch Nederlands compromis, want onduidelijk is hoe dit in de praktijk moet worden nageleefd, temeer daar wetenschappers het er niet over eens zijn welke wijze van slachten meer pijn veroorzaakt bij het dier. In joodse en moslimkringen zien ze het verbetervoorstel overigens toch als een aantasting van hun godsdienstvrijheid. Zij leggen het uit als een verbod, tenzij.
Het verbieden van de rituele slacht is vanuit het oogpunt van dierenwelzijn symboolpolitiek. Het leven van menig dier is vaak veel minder aangenaam dan zijn slacht. Daarnaast is de juridische vraag interessant of dieren wel dezelfde rechten toekomen als mensen. Dat kan tot vreemde constructies leiden; een mens mag helemaal niet worden gedood, ook verdoofd niet. Moeten die rechten dan bovendien alleen dieren gelden als kippen en schapen, of alle dieren? Gelden ze ook voor de ganzen die de boeren een doorn in het oog zijn omdat ze hun velden kaal eten?

Maar het meest in het oog springend in de discussie rondom de rituele slacht is toch de worsteling met de vrijheid van godsdienst. Waar houdt die op? Die worsteling is steeds vaker te zien. Mag een christelijke school een docent die openlijk homo is ontslaan? Kan een katholieke school eisen dat een moslimmeisje haar hoofddoekje afdoet? Waarom begint een overwegend christelijke gemeenteraad haar vergadering met een hardop uitgesproken gebed? Mogen kerkklokken de zondagsrust verstoren?
De overheid, en dus de politiek, moet zich steeds afvragen hoe ver zij in de keukens en slaapkamers van haar burgers mag komen. Maar andersom moet ze zich ook afvragen of godsdienst mag worden teruggedrongen tot die privé-ruimtes en weggehaald uit de publieke.