Worsteling

De invoering van het boerkaverbod verloopt niet bepaald soepel. Waar draait het in de wet nu eigenlijk om? Om veiligheid of om angst?

De invoering van de nieuwe wet die kortweg boerkaverbod is gaan heten, verloopt de eerste weken op zijn zachtst gezegd niet vlekkeloos. Met als schrijnend voorbeeld een Limburgse buschauffeur die geheel in lijn met de nieuwe wet een vrouw aansprak op haar gezichtsbedekkende kleding. Naderhand wist hij zich daarin echter niet gesteund door zijn werkgever. Het weerspiegelt het ongemak over deze wet.

Officieel ging het debat in de Tweede Kamer vorige week over die problemen bij de invoering. Onzorgvuldigheid daarbij vanuit de overheid zou ervoor hebben gezorgd dat handhavers zich in de steek gelaten voelen, terwijl overtreders juist met rust zouden zijn gelaten. Er waren klachten van Kamerleden over de politie en over burgemeesters die openlijk hadden verkondigd dat handhaving van deze nieuwe wet geen prioriteit krijgt.

Maar net als destijds bij de behandeling van het wetsvoorstel speelden onder die klachten over de invoeringsperikelen wederom diepe politieke meningsverschillen. Past het in augustus ingegane verbod op het dragen van een boerka of nikab nu wel of niet bij de vrijheid van godsdienst in ons land? Beknot je er niet juist de vrijheid van vrouwen mee? Waar gaat het bij die wet nu eigenlijk om?

Formeel gaat de wet niet alleen over de boerka of nikab waarmee een aantal moslimvrouwen in Nederland hun gezicht bedekken. Voluit is het de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding – dit verbod geldt in stadhuis, ziekenhuis, school en openbaar vervoer. Met het woord gezichtsbedekkend wordt ook gedoeld op bivakmutsen en integraalhelmen, ook die zijn op deze publieke plekken verboden. Maar laten we eerlijk zijn, die bivakmutsen en helmen waren er al voordat de nikab hier zijn intrede deed. Dus is deze uit religieuze overwegingen gedragen kleding wel degelijk de aanleiding voor de wet.

Het was pvv-leider Geert Wilders die al geruime tijd geleden over de nikab begon. Het door hem in 2009 in de mond genomen woord kopvoddentaks deed het Binnenhof destijds op zijn grondvesten trillen. Je zou het nu als de opmaat kunnen zien voor het verbod op de nikab, al zullen de voorstanders daar door de link met uitlatingen van de pvv-leider veel moeite mee hebben. Op zich is dat niet geheel onterecht.

Hoe voorkom je dat onze vrijheid van godsdienst gebruikt wordt om die vrijheid te beknotten?

Wilders muntte het woord kopvoddentaks om zijn afkeer van de islam extra aan te zetten. De islam is voor hem geen godsdienst maar een ideologie. Een ideologie die volgens hem de vrijheid bedreigt. Zijn oproep tot het scanderen van ‘minder minder’, waar het gaat om het aantal Marokkanen in het land, maakte duidelijk wat zijn doel is. Daar nemen voorstanders van de nieuwe wet, zoals vvd, pvda, cda en ChristenUnie, afstand van. Hun gaat het naar eigen zeggen vooral om het elkaar kunnen aankijken in de publieke ruimte, iets wat we in Nederland volgens hen gewend zijn, én om de veiligheid. Maar speelt bij hen dan toch niet ook de islam zelf een rol?

De recente discussie over het lesmateriaal op salafistische scholen en de buitenlandse financiering van onderwijsinstellingen en moskeeën laat zien dat het in de politieke discussie niet alleen om de gezichtsbedekking gaat, maar om de bredere invloed van de fundamentalistische islam op onze samenleving. Zorgen het lesmateriaal en de met buitenlands geld gefinancierde salafistische instellingen voor het ondergraven van Nederlandse waarden en normen, zoals de gelijkheid van vrouwen en homoseksuelen? Hoever reikt de invloed vanuit streng islamitische landen als van daaruit onderwijsinstellingen en moskeeën in Nederland worden gefinancierd en van imams worden voorzien?

Deze voorbeelden laten zien waar het grootste deel van de voorstanders van het boerkaverbod, partijen zoals cda en ChristenUnie, die de vrijheid van godsdienst verdedigen en de islam als godsdienst zien, in de kern mee worstelen: hoe voorkom je dat onze vrijheid van godsdienst gebruikt wordt om die vrijheid te beknotten, dat die vrijheid dus eigenlijk misbruikt wordt? Dan gaat het zowel om de vrijheid van vrouwen die vanuit hun godsdienst gedwongen worden om hun gezicht te bedekken, maar ook om de vrijheid op het uitoefenen van elke andere godsdienst, om de vrijheid van godsdienst zelf dus. pvv’er Wilders, ook voorstander van het boerkaverbod, heeft zich van deze worsteling verlost door de islam niet als godsdienst te zien.

De argumentatie van tegenstanders van het boerkaverbod is dat slechts een klein aantal vrouwen in Nederland een nikab draagt en dit veelal uit vrije wil doet. Daar hoor je op het Binnenhof van voorstanders van het verbod twee reacties op. Dat argument van de vrije wil wordt in twijfel getrokken, niet om daarmee te beweren dat de nikab dragende vrouwen liegen, maar om in discussie te gaan over de invloed van sociale druk vanuit de omgeving, over hoe vrij de vrije wil van een mens is. Dat het aantal nikab dragende vrouwen nu klein is, is volgens de voorstanders ook geen reden om niet in te grijpen. Als het aantal onder druk van de fundamentalistische islam zou groeien, ben je als politiek juist te laat: dan heb je de nikab immers al geruime tijd onder het kopje vrijheid van godsdienst toegestaan.

Met behulp van bivakmuts en integraalhelm gaat het boerkaverbod over de Nederlandse waarde van elkaar in de ogen kunnen zien. Het is als het ware een bypass, aangelegd om de vrijheid van godsdienst overeind te houden, maar toch iets te kunnen doen tegen uitingen die worden gezien als radicaliserend en in strijd met de menselijke waardigheid van vrouwen.