De Biënnale van Venetië

Worsteling met de echte wereld

De 51ste Biënnale van Venetië is losgebrand met tentoonstellingen uit meer dan zeventig landen in dertig paviljoens en talloze palazzi. Een productief spektakel is het niet.

Always a Little Further is een van de hoofdtentoonstellingen van de Biënnale van Venetië. De titel is ontleend aan Corto Maltese, een fictief karakter van de Venetiaanse schrijver en striptekenaar Hugo Pratt. Maltese is de verpersoonlijking van de romantische reiziger, de onafhankelijke avonturier op zoek naar zijn lotsbestemming, en met deze fictieve figuur als inspiratiebron heeft de Biënnale gekozen voor de idee dat kunst een imaginair concept is dat ons via de verbeelding naar een beter inzicht van de werkelijkheid moet leiden.

Maar doet kunst dat ook? Volgens de Spaanse curatoren María de Coral en Rosa Martínez bepalen hartstocht en melancholie, vertrouwen en wanhoop, genot en schuld de «barokke» wereld waarin wij leven en hebben we daarom behoefte aan verlichting of utopie. De curatoren presenteren echter geen ambitieus samenhangend thema, maar het geloof in de esthetische ervaring van de kunst als leidraad. Het levert vreemde combinaties op van achterhaald feminisme, documentair theater en escapistische ervaringskunst. En vooral veel video, video, video.

Nederland is vertegenwoordigd met een 16mm-film van Jeroen de Rijke en Willem de Rooij. Voor de gelegenheid maakte dit kunstenaarsduo de film Mandarin Ducks, waarin zes acteurs op een – opzettelijk? – tenenkrommende manier een toneelstukje opvoeren in slecht uitgesproken Engels. Niet het beeld maar de dialoog voert de boventoon. De onderhuidse spanningen en irritaties van een rijk en decadent milieu ontvouwen zich op een al te nadrukkelijke manier voor de kijker. Het leidt tot een «tableau» dat ondanks karikaturale rollen van acteurs als Cas Enklaar en Annemarie Oster maar niet grappig wil worden en waarvan de inhoud ook niet echt tot je doordringt. Gaandeweg de 36 trage minuten bekruipt je het gevoel dat de kunstenaars beter een goede dramaturg in de arm hadden kunnen nemen. Het beeld ziet er gelikt en arty uit en de aanwezigheid van Cas Enklaar maakt veel goed, maar de betekenis van de film verdwijnt voordat zij überhaupt aan de oppervlakte is gekomen, tussen de kiezelstenen van het Biënnaleterrein.

Het narratieve of verhalende karakter waarvan De Rijke en De Rooij gebruikmaken is te zien als een van de tendensen van deze Biënnale. Meer dan ooit zetten beeldend kunstenaars scenario en film, taal en theater in om greep te krijgen op thema’s als cultuur en identiteit. En werkelijk alles wordt vastgelegd. Van een persoonlijk gesprek tussen de Estse kunstenaar Mark Raidpere en zijn moeder, een poëtische performance waarbij de Afghaanse kunstenares Lida Abdul het landschap wit schildert, tot een optimistisch verslag van de Oranjerevolutie in de tentoonstelling van Oekraïne. Documenteren is een must. En hoewel het niet altijd meteen duidelijk is, ligt er meestal een draaiboek aan ten grondslag dat is gebaseerd op formats uit de film- of televisiewereld: de soap, het journaal, de documentaire, de trailer.

Zo toont de Italiaanse kunstenaar Francesco Vezzoli een overdreven kitscherige showreel voor een niet-bestaande kaskraker. Filmsterren als Benicio del Toro en Courtney Love verkopen met smeuïge oneliners en geile blikken een remake van Gore Vidals Caligula. Het is een kritiek op Hollywoods overdramatisering van het leven, gepresenteerd in de pompeuze taal van de filmtrailer en de slechte smaak van Rai Uno-showprogramma’s. De film Mondo Vene ziano: High Noon in the Sinking City van de Luxemburger Antoine Prum maakt op zijn beurt gebruik van Quentin Tarantino-achtig extreem geweld, vermengd met een zorgvuldig uitgedacht, filosofisch getint scenario. Een intellectuele confrontatie tussen een aantal bobo’s uit de kunstwereld verlaat het theoretische gehalte en mondt uit in een bloederige moordpartij tussen de hoofdrolspelers. Resoluut fysiek geweld betreedt de haptonomische ruimte van het kille kunstdiscours, met spookstad Venetië als decor. Bij Prum lopen echt en onecht, feit en fictie door elkaar. De complexe dialoog wordt teruggebracht tot een rollenspel, de moordpartij tot een soort esthetische handeling. Op een pijnlijke manier wordt de grote angstdroom van de kunstwereld duidelijk gemaakt: die van een onoverbrugbare afstand tussen de kunst en de werkelijke we reld.

De keuze voor het verhalende geeft aan dat veel kunstenaars op zoek zijn naar betekenis. Het is vergelijkbaar met de trend van abstractie naar figuratie die de laatste jaren heeft plaatsgevonden. Vorm is niet meer genoeg. Het probleem van de meeste films is echter dat het vakmanschap van scenarist of filmer – de beheersing van de vorm dus – vaak nogal te wensen overlaat. En erger nog, de meeste films op de Biënnale zijn niet meer dan een campy commentaar en hebben zelf niet veel te melden. En dan gaat de vorm tóch weer overheersen. Nietszeggende beeld sequenties worden geprojecteerd op een oosters tapijt. Tentoonstellingszalen worden dramatisch verlicht met beelden op plafond, wanden en objecten. Er worden niet één of twee, maar vijf of zes enorme beeldschermen naast el kaar gezet. Als dieptepunt is er een video-op-een-waterval van Rebecca Belmore in het Canadese paviljoen, waarin de kunstenaar na een ritualistische handeling met water en vuur een emmer bloed te voorschijn tovert die ze over de lens van de camera uitgooit. Maar al te vaak stappen kunstenaars in de valkuil van het effectbejag waar het medium zich zo goed voor leent. En wat is the point?

Natuurlijk zijn er ook goede uitzonderingen. De film Inconsolable Memories van Stan Douglas bijvoorbeeld. Douglas vertelt in een rustig tempo het verhaal van een zwarte man op Cuba op de grens van de socialistische revolutie. Zijn persoonlijke geschiedenis wordt beïnvloed door de politieke context. Zonder nostalgisch te worden filmt Douglas een maatschappij die op het punt staat zichzelf opnieuw uit te vinden, maar waarvan de utopische aspiraties op gespannen voet komen te staan met de banale dagelijkse werkelijkheid. Het is een ingehouden verhaal dat alleen al door het buiten kijf staande vakmanschap van Douglas misschien wel het beste werk is op deze Biënnale.

Ook de dubbelpresentatie Mother/Father van de Zuid-Afrikaanse Candice Breitz overtuigt. Breitz heeft speelfilms verknipt tot beeld- en tekstfragmenten. Aan de hand van herkenbare quotes gaan bekende acteurs als Dustin Hoffman, Steve Martin, Cameron Diaz en Meg Ryan in gesprek met elkaar, volgens een script van de kunstenaar. Het is een be drieglijk eenvoudig concept dat een nieuwe lading geeft aan de oorspronkelijke romantische context van de films waaruit de fragmenten afkomstig zijn. Tegen een zwarte achtergrond lijkt het alsof de acteurs worden geïnterviewd, deelnemen aan een onderzoek naar de invloed van geacteerde emoties. Breitz geeft inzicht in geaccepteerd, voorgeprogrammeerd gedrag, zoals dat via de populaire cultuur op ons afkomt.

Toch is het vreemd dat er bij deze Biënnale zo massaal wordt gekozen voor video en film. Akkoord, video staat meer dan andere media dicht bij de werkelijkheid zoals we die ervaren of voorgeschoteld krijgen via de media. Maar de laatste tijd is juist de schilderkunst weer helemaal actueel, en ook disciplines als tekenen en animatie zijn drastisch ondervertegenwoordigd in Venetië. Ook is het vreemd dat De Coral en Martínez ervoor kiezen om feministische kunst een meer dan prominente plek te geven, in een post-feministisch tijdperk. Misschien komt het doordat voor het eerst in de 110-jarige geschiedenis van de Biënnale de programmering in handen is gegeven van vrouwen en er dus wat valt in te halen. Maar het komt nogal anachronistisch over.

Bij de entree in de Arsenale staat een suppoost bij wijze van performance een sjaal te breien. Achter haar hangt een enorme kroonluchter gemaakt van tampons. De Guerrilla Girls strijden met cynische posters tegen het seksistische sancta sanctorum van de kunsten. Kuma Islam gooit met serviesgoed. Maria Teresa Hincapie de Zuluaga ensceneert een seance met brandende kaarsen, Indiase tierlantijnen, een vogelkooi en zwoele gitaarmuziek. Tja. Je zou bijna heimwee krijgen naar de machokunst van weleer.

De Gouden Leeuw gaat dit keer naar Annette Messager voor haar Pinocchio-installatie in het Franse paviljoen; naar Regina Jose Galindo voor een video waarin ze met blote voeten vol menstruatiebloed door Guatemala-Stad loopt, en naar Barbara Kruger voor haar hele emancipatoire oeuvre.

Een bezoek aan deze Biënnale moet een labyrintische reis zijn langs eigentijdse artistieke trends, langs uitdagende kunst, verschillende opvattingen, emoties en ervaringen. «I want the exhibition to speak of intensity, not of categories», aldus María de Coral. Maar in plaats van inzicht te geven in de ontwikke lingen van deze tijd biedt het uitstapje van de curatoren helaas niet meer dan verstrooiing. Het is een vertrouwd verhaaltje voor het slapen gaan, terwijl je juist wakker geschud had willen worden.

Corto Maltese zegt in een van zijn avonturen: «It would be wonderful to live in a tale.» Waarop hij als antwoord krijgt: «But you steadily live in a tale even if you don’t realize it anymore. And when an adult enters the world of tales, he can no longer leave it. You didn’t know that?»

=

De 51ste Biënnale van Venetië, tot 6 november; www.labiennale.org