Worstelpartij

De zaak-Mauro legt de aberraties van het migratiebeleid bloot, evenals de hypocrisie van politieke partijen.

HEEL NEDERLAND kijkt naar het geworstel van het CDA met Mauro, met verbazing, woede en leedvermaak. Maar vooral alsof het alleen een probleem is van de christen-democraten. Zie ze lijden. Politiek vuurwerk. Spektakel.
Maar in feite kijkt Nederland door de achttienjarige Limburgse Angolees naar zichzelf, naar het eigen geworstel met immigratie, naar de twee zielen in het eigen lichaam. Het immigratiebeleid moet streng zijn, vindt de meerderheid van de bevolking, Nederland mag niet worden overspoeld door buitenlanders, ons migratiebeleid mag vooral geen aanzuigende werking hebben. We willen hier geen gelukzoekers die onze banen en onze huizen inpikken, is hiervoor het argument van een deel van die meerderheid. Het andere deel wil niet dat er te veel kansarmen van buiten binnenkomen, omdat die de samenhang en de solidariteit onder druk zetten.
Maar hoe de argumenten voor het strenge beleid ook zijn verwoord, telkens als een vreemdeling een gezicht krijgt en vooral als dat gezicht op dat van ons lijkt, willen we dat die ene persoon mag blijven. Dan realiseren we ons ineens de concrete gevolgen van ‘onze’ regels en schrikken we daarvoor terug. Dan willen we een humaan beleid. Net zoals de overgrote meerderheid van de CDA-leden, die de eigen partij afgelopen zaterdag daartoe opriep. Met gezichten die minder op de onze lijken tonen we overigens minder medeleven. Terwijl die het misschien juist harder nodig hebben.
Ook een deel van de PVV-kiezers, die toch niet bekendstaan om hun gastvrijheid jegens migranten, wil dat Mauro blijft ook al heeft Wilders anders beslist. Dat de gedoogpartij van het VVD/CDA-minderheidskabinet daar intern niet door in de problemen komt, heeft een even eenvoudige als zorgwekkende reden: de PVV is geen partij met gewone leden, congressen, inhoudelijke discussies en dus soms openlijke ruzies die breed kunnen worden uitgemeten in de media, maar bestaat uit beroepspolitici die met harde hand van bovenaf worden geleid.
Dat de PVV ook in de meest recente opiniepeilingen niet op de Mauro-zaak wordt 'afgerekend’ en het CDA wel, komt doordat alle kiezers - van welke partij ook - een hekel hebben aan interne partijruzies. Maar die zullen er in de PVV dus nooit op diezelfde manier zijn. Dat is ook precies de reden waarom Wilders geen partij met leden wil: interne partijdemocratie is hinderlijk, zeker in een mediacratie waarin rellen het goed doen.
Maar dat de zaak-Mauro geen effect heeft op de waardering voor de PVV heeft ook nog iets wrangs als oorzaak. Wilders trekt vooral kiezers die het gevoel hebben dat Den Haag toch niet naar hen luistert. Het zijn veelal kiezers die niet weten hoe ze, behalve via de stembus, invloed kunnen uitoefenen. De PVV bevestigt hen daar feitelijk in door geen ledenpartij te zijn, maar de achterban doorziet dat niet of zit er niet mee dat Wilders hun gevoel van onmacht wél gebruikt, maar hun werkelijke onmacht niet verkleint. Ook binnen de grootste regeringspartij, de VVD, zijn er leden wier hart uitgaat naar Mauro. Het VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen-Wijbenga was er daar aanvankelijk een van. Ook zij heeft, net als de meeste andere Kamerleden met migratie in hun portefeuille, met Mauro gevoetbald op het Plein en hem de illusie gegeven dat hij een permanente verblijfsvergunning zou krijgen. Zoals ook het CDA en CDA-minister Gerd Leers voor Immigratie en Asiel Mauro die illusie gaven. Maar ook de VVD wil daar niet de consequentie uit trekken dat ze hem door hoop te geven zelf tot schrijnend geval heeft gemaakt, waarvoor dan vervolgens een uitzondering zou kunnen worden gemaakt op de regel.
Door het geworstel binnen coalitiepartij CDA liggen de VVD en Van Nieuwenhuizen echter niet op de pijnbank. Zij komen ermee weg dat ook voor hen Mauro - nu het er écht op aankomt - niet belangrijk genoeg is om de 'goede samenwerking’, zoals premier Mark Rutte nooit nalaat te benadrukken, met gedoogpartner PVV op het spel te zetten. Macht gaat bij de VVD voor mededogen. Dat de liberalen daar geen scrupules over hebben, maakt het niet minder laakbaar.
Van de grootste oppositiepartij, de PVDA, mag Mauro weliswaar blijven, maar ook zij weet verontwaardiging te ontlopen terwijl er alle reden is ook deze partij kritisch te benaderen. Kamerlid Hans Spekman maakt veel misbaar, maar zijn eigen partij stond aan de wieg van strenge regels voor minderjarige vreemdelingen. En zijn eigen partijgenoot Nebahat Albayrak ontzegde deze zelfde Mauro een paar jaar geleden als staatssecretaris eveneens een verblijfsvergunning. Ze deed dat om dezelfde redenen als haar opvolger nu. Maar toen kende niemand Mauro en kon Nederland niet verontwaardigd over de PVDA heen vallen.
Juist PVDA'er Spekman had daardoor nu wat minder hoog van de toren moeten blazen. Door dat toch te doen, laadt hij de verdenking op zich Mauro te gebruiken om regeringspartij CDA bewust in de problemen te brengen en daarmee de stabiliteit van het kabinet te ondergraven. Eigenlijk is het regel in de Tweede Kamer dat niet over persoonlijke gevallen wordt gesproken. Dat dit nu toch is gebeurd, doet al menig wenkbrauw fronsen. Maar het is extra discutabel als over het hoofd van een achttienjarige ook nog een achterliggend politiek spel wordt gespeeld.
Zo legt Mauro meer bloot dan alleen de worsteling van én tweespalt binnen het CDA. Die partij moet bloeden, omdat een deel vorig jaar koste wat het kost wilde regeren, ook al wist het dat door de samenwerking met de PVV een belangrijke waarde onder druk zou komen te staan: compassie met de individuele mens. Maar Mauro legt ook de aberraties van het Nederlandse migratiebeleid bloot, laat de dubbelhartigheid van de meeste Nederlanders zien, de invloed van de media en de hypocrisie bij menige politieke partij.