Commentaar: Wouter Bos

Wouter Bos en het Nieuw Rotterdams Peil

Met een sinds Lazarus nooit meer vertoonde wederopstanding heeft de PvdA zich in Rotter dam hersteld van het traumatische verlies van mei 2002. De sociaal-democraten zijn met 36,2 procent van de stemmen weer met stip de grootste partij van de Maasstad. Wouter Bos, die Rotterdam niet voor niets tot speerpunt van zijn campagne maakte, wist met zijn jongensachtige flair de stad te bevrijden van de knellende ketenen van het Fortuyn-trauma, dat nergens dieper ingreep dan daar, en verdient alleen al op grond daarvan een plaats in de sociaal-democratische eregalerij. Wel kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de wijze waarop Bos de Rotter dammers voor zich won.

Terwijl hij strippenkaarten controleerde in de metro deed Bos het in Rotterdam voorkomen alsof de PvdA met zijn komst dramatisch anders is gaan denken over vraagstukken als veiligheid, vreemdelingenbeleid en aanverwante heilige geloofsartikelen uit de LPF-liturgie. Bos distantieerde zich daarbij nadrukkelijk van Ad Melkert, die deze problemen stelselmatig zou hebben onderschat, en lonkte hevig naar het Nieuw Rotterdams Peil dat de Rotterdamse Leefbaren broederlijk vereend met burgemees ter Opstelten (VVD) hebben uitgezet. Dat was kennelijk een electoraal noodzakelijke manoeuvre, maar het dient wel met het grootst mogelijke wantrouwen te worden bekeken.

Rotterdam heeft onder het gemeentelijk bestuur van Leefbaar Rotterdam een uiterst bedenkelijke trend gezet, met als dieptepunt het op grote schaal preventief fouilleren, waardoor de Rotterdamse binnenstad op gezette tijden de aanblik toont van een Zuid-Amerikaan se bananenrepubliek tijdens een nachtelijke staatsgreep. Vanuit Rotterdam sloeg dit colijneske virus over naar het gehele land. Ook Job Cohen introduceerde elementen van het Nieuw Rotterdams Peil in de hoofdstad, zij het naar eigen zeggen na talloze slapeloze nachten. Ondertussen zag minister Donner van Justitie in Den Haag kans om in recordtempo de Nederlandse rechtsstaat te demonteren. De onzalige trend culmineerde in een aan Victoriaanse tijden appellerend gebod om zelfs twaalfjarigen aan fouilleerplicht te onderwerpen, drie personen in één cel op te sluiten en zelfs mensen te veroordelen zonder dat er een rechter aan te pas komt (de zoge heten doe-het-zelf-rechtspraak van het Openbaar Ministerie).

Het zijn brute maatregelen, een moderne democratie onwaardig, maar vreemd genoeg ageerde alleen GroenLinks bij monde van Femke Halsema tijdens de campagne tegen deze draconische maatregelen. De weerstand tegen dit juridisch-politioneel afglijden beroert en verontrust echter veel meer mensen dan de positie van GroenLinks doet vermoeden. Als de PvdA de LPF alleen maar weet te verslaan door het fortuynisme ideologisch in te kapselen, zou ze ter linkerzijde wel eens net zo veel kiezers van zich kunnen gaan vervreemden als Ad Melkert in 2002 ter rechterzijde deed.