Hoofdcommentaar: Wouter Bos

Wouter Bos: politicus zonder partij

Wouter Bos heeft er na zijn verkiezing tot partijleider «serieus aan gedacht om de Partij van de Arbeid op te heffen». Het zou niemand verbazen als de partij inmiddels inderdaad was opgedoekt, maar de partijleider verzekerde dat het uiteindelijk «om allerlei redenen niet is gebeurd». Toch is het opvallend hoe weinig de op één na grootste partij van het land in het politieke debat teweegbrengt. Als de partij al ergens voor staat, dan slaagt zij er vooralsnog niet in enige boodschap uit te dragen.

Natuurlijk, de Tweede Kamer is met zomerreces en als het kabinet pas op Prinsjesdag met de concrete invulling van het regeerakkoord komt, dan kan de oppositie ook nog wel even wachten. Bovendien was Bos de eerste weken van het tweede kabinet-Balkenende aan handen en voeten gebonden door de akkoorden die hij in februari tijdens de mislukte formatie zelf met het CDA sloot. Ook hij zag de noodzaak van rigoureus bezuinigen. Bos moest zich daardoor in het debat over de regeringsverklaring enigszins op de vlakte houden.

Door in dat debat al het werk over te laten aan SP en GroenLinks, heeft hij wel op voorhand zijn rol als oppositieleider verspeeld. Maar erg vindt hij dat niet, zei hij recent in Arnhem. Want het zwaartepunt van het werk van de PvdA ligt in de ogen van Bos niet in het parlement, maar in het land. In de Tweede Kamer wordt het hoognodige werk gedaan, maar het gaat erom buiten Den Haag «onszelf opnieuw uit te vinden zodat we bij de volgende verkiezingen nog sterker staan».

Maar daar bleef het niet bij. Bos erkende dat de vernieuwing van de PvdA voor een aanzienlijk deel een vormkwestie is. Vormwijzigingen leiden volgens Bos uiteindelijk toch wel tot een andere inhoud. En daarom wordt, onder meer, een schaduwparlement van professionals in het leven geroepen — al mag dat niet zo heten — en worden partijbijeenkomsten voortaan belegd in cafés en niet meer in achterafzaaltjes. Want vooral ook niet-partijleden moeten zich op hun gemak voelen bij «de nieuwe PvdA» en zien dat de partij minder met zichzelf en meer met de buitenwereld in gesprek is. De PvdA is vóór alles, in de ogen van Bos, een «middenpartij» en moet dit blijven. Links is sowieso uit, maar volgens Bos bovendien niet functioneel voor wie, met een knipoog naar Blairs «radicale midden», tot «radicale progressieve keuzes» wil komen. Als middenpartij kun je, volgens Bos, progressieve akkoorden sluiten met écht linkse partijen, zoals de SP. Waarom kiezers dan niet meteen op Jan Marijnissen stemmen, legde Bos niet uit.

Maar ook inhoudelijk mag de partij een beetje vernieuwen. Er moet een nieuw beginselprogramma komen. Bos heeft eerder zijn bewondering uitgesproken voor een ultrakorte verklaring, desnoods niet meer dan het mission statement waar Tony Blair de Britse Labour Party opnieuw mee uitvond. Een half A4’tje mag ook, maar beslist niet meer. Of gaat het nu toch weer over vorm? Bos heeft zich wel degelijk ook inhoudelijk uitgesproken: hij wil de komende tijd «drie ideologische wissels omzetten».

Wissel 1 behelst het «klassieke gelijkheidsideaal». Dat moet op de helling. «Van gelijkheid naar participatie» is de slogan van Wouter Bos. De sociaal-democratie heeft volgens hem te lang gekeken naar «gelijke uitkomsten» in plaats van naar «gelijkwaardigheid». Wat hij hier precies mee bedoelt is een raadsel. Bedoelt hij dat de sociaal-democratie zich niet meer mag opwinden over een tweedeling in de samenleving? Mag er niet meer genivelleerd worden? Mag Wim Kok zich niet meer beklagen over «exhibitionistische zelfverrijking» van topondernemers? Staat gelijkheid in de zin van gelijkwaardigheid trouwens niet al in de grondwet? Daar is de PvdA verder niet voor nodig. Waarom hij gelijkheid tegenover participatie zet, is voorts al helemaal onbegrijpelijk. Is «meedoen», om de CDA-term voor hetzelfde begrip te gebruiken, niet juist gebaat bij gelijkheid? «Het moet er niet meer om gaan of iedereen hetzelfde krijgt, maar of iedereen naar eigen mogelijkheden mee kan draaien in werk, bestuur en buurt», aldus Bos in een voortijdig gestrande poging een en ander te verduidelijken.

Na de algehele verwarring over Bos’ eerste wissel zullen de PvdA-leden in Arnhem de tweede en derde wissel al wel niet meer opgepakt hebben. Wissel 2 is een «onvermijdelijk gevolg» van wissel 1: de PvdA moet «meer ontspannen» omgaan «met kwaliteit en diversiteit». Gaat dat over progressieve discriminatie? Of juist het tegenovergestelde? Bos blijft weer in het vage. Wissel 3, de bedrijfsmatige benadering van de overheid die tot consumentisme heeft geleid vervangen door een nieuw soort burgerschap, dat geënt lijkt op het CDA-denken. Burgers moeten niet langer als klanten van overheidsdiensten worden gezien, maar zelf weer iets te zeggen krijgen over de publieke zaak.

Maar het gaat natuurlijk vooral om het gelijkheidsideaal. Los van alle onduidelijkheden is het meest onbegrijpelijk dat niemand op de uitspraken van Bos gereageerd heeft. Geen prominente partijleden die zich overdonderd door Nova laten interviewen, geen opiniestukken in de kranten. «Het kan betekenen dat de partij al veel verder is dan ik denk», zei Bos hierover. Maar: «Het kan ook apathie zijn.» Bos heeft overwogen de PvdA op te heffen of tenminste zoals het Britse New Labour en de Vlaamse sp-a de partij na de verkiezingsnederlaag van 2002 een andere naam te geven. Al deze hersenspinsels waren vergeefse moeite. De goedverkopende merknaam Wouter Bos heeft niet het persoonlijke politiek gemaakt maar het politieke persoonlijk. Bos is vooralsnog een partijleider zonder partij. Of zijn leden nou klanten of burgers heten.