Wouter Gortzak, 22 april 1931 – 26 september 2014

Toen de vader van Wouter Gortzak tijdens het Jordaanoproer (1934) werd gearresteerd en gefouilleerd, en de dienstdoende agent geen wapens vond, moest de communistische agitator hard lachen. Hoe zat dat dan met zijn vulpen? Had kameraad Stalin niet gezegd dat het beste wapen een scherpe pen was?

Hoewel hij net als vader Henk eind jaren vijftig brak met de communistische partij – onder meer omdat ze inmiddels wisten dat Stalin vooral andere wapens had ingezet – bleef het geschreven woord voor Wouter Gortzak het belangrijkste en beste middel om de wereld te verbeteren. En dat er veel te verbeteren viel, daarvan bleef deze bevlogen journalist, opgegroeid in de armoede van de Jordaan, zijn leven lang overtuigd.

Na zijn studie sociale geografie kwam Gortzak moeilijk aan de bak. Als zoon van de voormalige communistische fractievoorzitter in de Tweede Kamer gold hij in het toenmalige Koude-Oorlogsklimaat als verdacht, terwijl hij in de ogen van zijn vroegere partijgenoten een ‘renegaat’ was. In 1964 werd hij buitenlandredacteur van De Groene Amsterdammer, wat voor hem tegelijk een soort inwijding in de wereld van de cultuur vormde. Net als veel linkse Nederlanders had hij niet veel vertrouwen meer in de Sovjet-Unie, maar keek hij hoopvol naar revolutionaire bewegingen elders in de wereld en was hij uiterst kritisch over hetoptreden van de Verenigde Staten.

Gortzak wilde bij De Groene onafhankelijke linkse journalistiek bedrijven, en kwam hierdoor al spoedig in aanvaring met politiekredacteur Han Lammers, die ‘zijn’ krant dacht te kunnen gebruiken in de partijtwisten binnen de Partij van de Arbeid. Na het overlijden van eigenaar en de facto hoofdredacteur Rients Dijkstra in 1970 kwam Gortzak in conflict met jongere redacteuren als Max Arian en Maarten van Dullemen, die De Groene vooral zagen als doorgeefluik voor het in deze jaren welig tierende ‘actiewezen’.

Doordat Gortzak in feite alle verantwoordelijkheden van een hoofdredacteur had, maar niet de bijbehorende bevoegdheden – officieel was er een collectieve redactie – leidde dit tot een uitzichtloze loopgravenoorlog, waarbij de geringste meningsverschillen over praktische zaken werden opgeblazen tot ideologische conflicten. Toen Gortzak bijvoorbeeld voorstelde de adressering van de oplage te automatiseren, werd dit door de anderen gezien als een ‘technische oplossing voor een politiek probleem’. In plaats van een kapitalistische machine zou het beter zijn als de lezers van het blad bij toerbeurt adresbandjes kwamen tikken! Het weekblad als kloppend hart van de revolutie die zich niet alleen in de jungle van Vietnam of Zuid-Amerika voltrok, maar ook in Amsterdam gevoerd moest worden. Gortzak vond het onzin, en toen maoïstische studenten eisten dat De Groene zich voortaan volstrekt aan de leer van de Grote Roerganger zou houden, werden ze door hem de deur uitgevloekt. Moegestreden vertrok Gortzak in 1974 bij De Groene. Het jaar erop werd hij directeur van het wetenschappelijk bureau van de pvda, de Wiardi Beckman Stichting, waarna hij in 1981 terugkeerde naar de journalistiek. Zeven jaar was hij hoofdredacteur van het noodlijdende Parool, waar hij de neerwaartse richting van de oplagecijfers niet kon ombuigen. In de jaren negentig was hij voorzitter van de pvda-fractie in deelraad Amsterdam-Zuidoost, waar hij het aan de stok kreeg met radicale vertegenwoordigers van de zwarte bevolking, maar niettemin een groot deel van de etnische spanningen wist weg te nemen.

Van 1998 tot 2002 was hij lid van de Tweede Kamer. Daarna trok hij zich min of meer terug uit het openbare leven, waarbij zijn gestaag verslechterende gezondheid een rol speelde.