INTERVIEW MET ACTRICE ARIANE SCHLUTER

‘Wraak kent geen triomf’

Ariane Schluter heeft met haar vertolking van Medea bij het Nationale Toneel, vorige week genomineerd voor de Toneel Publieksprijs, zichzelf overstegen. ‘Die rol raakt aan de allerdiepste menselijke angst.’

ZE IS EEN MOOIE verschijning, gekleed in een gekleurde fluwelen mini-jurk, een Afghaanse jas en het blonde haar opgestoken. Als ze dwars door de zonverlichte zaal van de eersteklas restauratie van het Amsterdamse Centraal Station loopt, herkent niemand haar als Ariane Schluter, een van de grootste Nederlandse actrices van dit moment. Om in de openbare ruimte te worden nagewezen moet je een tv-soapie zijn, niet een klassieke actrice die iedere avond op de bühne van de schouwburg staat.
‘Ik doe iets met toneel’, zegt ze altijd als iemand haar vraagt wat haar werk is. Ze associeert ‘actrice’ met ‘van die fotomodelachtige meisjes en diva’s met glamour. Maar zo bén ik niet. Ik ben heel gewoon, niet opvallend en hang in gezelschap niet de clown uit.’
Ariane Schluter is bescheiden over zichzelf. Na haar afstuderen aan de Toneelschool van Maastricht heeft ze als freelancer al ruim twintig jaar onophoudelijk werk. Ze speelde bij diverse toneelgezelschappen hoofdrollen in uiteenlopende producties – van het klassieke repertoire tot moderne komedies – en diverse rollen in zo’n twintig Nederlandse tv-series en bioscoopfilms. Ze barst van de onderscheidingen en grote prijzen, onder meer een Gouden Kalf en twee keer achter elkaar (in 2003 en 2004) de prestigieuze Theo d’Or toneelprijs. Schluter is de muze van regisseurs als Johan Doesburg van het Nationale Toneel en Alex van Warmerdam van de Mexicaanse Hond. Ook filmmaker Theo van Gogh was lyrisch over ‘de fatale blonde Schluter’. Zelf verklaart ze haar rijke loopbaan als vooral ‘veel mazzel’. Haar professionele handelsmerk is wie ze is: naturel. Bij haar vakgenoten staat ze bekend als aardig en nuchter – een supervakvrouw. Ze zegt: ‘Ik weet het niet, ik doe wat ik kan.’
Op dit moment reist Schluter door het land met het Nationale Toneel als Medea in de gelijknamige tragedie van Euripides uit 431 voor Christus. Medea behoort zonder twijfel tot de meest complexe figuren uit de geschiedenis van de toneelliteratuur. Door haar extreme daad – kindermoord – onderscheidt dit treurspel zich van alle Griekse tragedies en moderne drama’s. ‘Deze rol geldt als moeilijk’, geeft Schluter toe. Maar toen Johan Doesburg haar begin dit jaar benaderde, aarzelde ze niet. Het thema is indrukwekkend: de vrouw die wordt afgewezen door haar grote liefde Jason vanwege zijn liefde voor een jonge vrouw besluit wraak te nemen. Ze vermoordt in koelen bloede hun twee zoons.
Ariane Schluter: ‘Johan en ik hebben eerst lang over Medea gepraat. Het is, net als bij ieder stuk, een zoektocht. Wat wil je neerzetten? Welke interpretatie geven we aan dit personage dat in de geschiedenis al zó vaak op toneel is neergezet en verbeeld in de kunst dat ze overbekend is? Wat wij niet wilden, is een monster van haar maken. Niet een psychopaat en niet een slachtoffer. Dan kun je haar in een hokje duwen en dat is te gemakkelijk en te eendimensionaal. Wat Johan intrigeerde is dat iemand – een vrouw nog wel – bij het volle bewustzijn besluit tot het meest onnatuurlijke: moord op haar kinderen. Het is een wankele lijn. Het was de uitdaging om context te geven aan haar daad, zodat je haar drijfveren kunt begrijpen. Dat is iets totaal anders dan haar moreel goedkeuren – dat is onmogelijk.’ Schluter en Doesburg, die ooit een liefdesrelatie hadden en een blijvende professionele verbintenis aangingen, kwamen er zoekend uit. Tijdens de repetities, ruim twee maanden lang, ging die zoektocht met de hele cast verder.
‘Voor ons raakt het verhaal aan verschillende thema’s. Enerzijds staat Medea voor het ultieme kwaad, anderzijds is zij iemand van vlees en bloed. Ze is een herkenbare vrouw die als verstoten echtgenote en moeder zich diep vernederd voelt. Waar Jason alles te winnen heeft – zijn nieuwe geliefde is de koningsdochter, waarmee hij is verzekerd van de troonopvolging – lijdt Medea alleen maar verlies. Voor hém heeft ze alle schepen achter zich verbrand. Toen ze met hem trouwde, verliet ze haar vaderland Kolchis, vermoordde daartoe overigens haar broer, en kon als banneling niet meer terugkeren. Met dat gegeven refereer je aan het vraagstuk van politieke vluchtelingen, die nooit meer hun familieleden in het vaderland kunnen zien. Dat trekt een onvoorstelbare wissel op iemands persoonlijke leven. Dat willen we hiermee ook laten zien.’

In de kern gaat Medea over eer en contractbreuk. Jaloezie en passie. Onvoorwaardelijke liefde en haat. Het toont de strijd tussen echtgenoten en het machtsverschil tussen man en vrouw. Daarmee is het tevens een eigentijdse huwelijkscrisis waarin mensen elkaar zo diep mogelijk proberen te krenken. Feministen zien Medea als de vrouw die zich verzet tegen de tirannie van de man. Ze is weliswaar een (serie)moordenares – en zelfs dat is een vorm van emancipatie – maar door haar intelligente strijd geldt ze voor hen als een heldin.
Zo ziet Schluter dat niet: ‘Ik vind Medea in wezen een prachtige vrouw, die je graag in andere omstandigheden was tegengekomen. Ze is vrijgevochten, vooruitstrevend en ze is razendsnel van geest. Maar voor mij is het stuk géén feministisch statement tegen de onderdrukkende man. Het is eerder een overdrijving van een echtelijk drama. Wat wij neerzetten is het pragmatisme van Jason – hij kiest voor praktische oplossingen – tegenover het extremisme van Medea. Zij denkt fundamentalistisch over huwelijkse waarden en handelt daar consequent naar. Het doel heiligt de middelen. Dat komt door haar karakter, maar ook doordat ze in een zwakke positie verkeert. Allesoverheersend is de manier waarop ze zich wreekt. De afloop is uniek in de toneelliteratuur. Je leest het wel in de krant, al te vaak zelfs: moeders, maar ook vaders, die hun nageslacht doden. Wat daarachter schuilgaat, lees je niet. Iedereen heeft een individueel verhaal, maar er gaat altijd wanhoop, waanzin aan vooraf. Medea ís geen uitzondering. Het is onvoorstelbaar; de daad raakt aan de allerdiepste angst.’
Schluter zegt dat ze niet dé Medea speelt, maar háár Medea. Die is om te beginnen fysiek en mentaal stoer. Schluter speelt haar zo overtuigend dat je als toeschouwer, inderdaad, begrip krijgt voor haar drijfveren. Met haar prachtige diepe voice en de vileine intonatie die ze geeft aan haar verbale duel met de ongenaakbare Jason, gespeeld door Peter Blok, maakt Schluter van haar een scherpe, intelligente, ja zelfs geestige vrouw. Aanvankelijk ga je met haar grillige, ongerede drift mee. Op argumenten scoort ze keer op keer. Je kunt je goed verplaatsen in het verneukte gevoel van de afgewezen echtgenote en moeder. Hoe vaak zie je niet mannen hun rijpere vrouw, als ze kinderen heeft gebaard en zorg draagt voor de opvoeding, aan de kant zetten voor een jonger exemplaar?
Maar als ze haar plan heeft getrokken, gaat ze angstaanjagend over in een berustende toon. Om Jason in de val te lokken wordt ze coöperatief en betuigt ze onderdanig, vleiend haar spijt. Haar uitgekookte gedrag overschrijdt de pijngrens tussen de ‘normale’ wanhoop van een afgewezen vrouw en de wreedheid van een killer. Die transformatie speelt Schluter weergaloos. ‘Met dank aan Euripides’, zegt ze. ‘Hij heeft werkelijk gezocht naar haar drijfveren, die hij zowel liefdevol als meedogenloos toont. Hij vond woorden die waarachtig zijn. De vorm is ritmisch, klassiek Grieks. Tegelijk is het aardse spreektaal. Je wordt gedwongen anders te oordelen dan je meteen geneigd bent te doen. Dat heeft Euripides fenomenaal gedaan.’
Ze had, als moeder van twee kinderen, wél veel moeite met deze rol. ‘Ik heb ze niet precies verteld waar dit keer het stuk over gaat. Maar ik denk dat ik Medea beter speel mét kinderen dan zonder kinderen. Vijf jaar geleden vroeg Johan Doesburg al of ik haar wilde spelen. Toen waren mijn kinderen nog te klein en kon ik me niet genoeg van ze losmaken.’
De tekst waarin ze hardop mijmert over de liefde voor haar kinderen, voorafgaand aan de moord, vergt iedere keer veel energie. Op het podium declameert ze, half knielend: ‘O, lieve hand, lieve mond, gestalte waarvan ik zo houd, edel kindergezicht, wees gelukkig daar.’ En: ‘O, aanraking, o, zachte huid, verrukkelijke adem van een kind.’ Schluter: ‘Ze moedigt zichzelf aan, praat zichzelf naar de daad toe en krijgt meteen verdriet over wat onvermijdelijk komen gaat. Maar als ze denkt aan hoe haar vijanden om haar lachen, wint de trots het van het leed. In die monoloog ballen zich de liefde en de wraak samen. Ze kan niet terug en zal daarbij ook zichzelf kapotmaken. Ze moordt en ze lijdt – dat is de paradox. In het verdriet komt ze wrang genoeg weer samen met Jason. Beiden zijn verscheurd en nooit meer in staat tot het toelaten van genot en liefde. Het is pathetisch en grotesk. Maar dat zijn álle Griekse tragedies. Ze zijn een uitvergroting van menselijke motieven. Een voor de hand liggende oplossing voor Medea was natuurlijk zelfmoord geweest. Maar dan was ze sympathiek geworden, en zeker niet zo beroemd. Ik denk dat ze zichzelf juist wil straffen door in leven te blijven en de consequenties van haar daad ten volle te beseffen. Dit stuk kent geen triomf. Iedereen staat met lege handen. Wraak levert per definitie verliezers op, nooit winnaars. Je kunt Medea alleen goed spelen door niet te oordelen, maar helemaal in haar te verdwijnen.’
Toneelspelen is voor Schluter verdwijnen: ‘Hoe extremer de rol, hoe prettiger ik het vind om die te spelen. Als de rol niet is gelukt, heb je het karakter van de persoon niet gevonden. Je vergroot altijd iets van jezelf. Je bent je eigen instrument, waarbij de taal je leidraad is. Nooit vaar ik op routine. Het is een chemie tussen jezelf, de spelers en de zaal. Dat vergt opperste concentratie. Als het goed gaat, beland je met z’n allen, inclusief de zaal, in een trechter van spanning. In de ruimte wordt het steeds stiller. Dat focussen is topsport.’
Ziek zijn – Schluter kent het niet. De ‘show’ gaat altijd door, ook al heb je veertig graden koorts: ‘Maar met griep sta je vol paracetamol te spelen. Altijd doorgaan is in dit vak een soort arbeidsethos. Meer dan vroeger moet ik veel sporten om het vol te houden en fit te kunnen optreden.’
Praten over haar vak en zichzelf, ze zucht ervan en kijkt weg. Een mooi vak is het, een zwaar vak, dat lastig is te combineren met een gezinsleven: ‘Heel veel oppassen inzetten – eigenlijk is het níet te combineren. Het zijn twee werelden die niets met elkaar te maken hebben. Rond de première ben ik er niet bij met mijn hoofd. Mijn twee kinderen, een dochter van elf en een zoon van zeven jaar, zitten godzijdank goed in hun vel. En ik heb een man met een flexibele baan.’
Hij is als artdirector ook ‘lid’ van de toneelfamilie. Daardoor begrijpt hij dat zijn vrouw wekenlang alleen onderweg is en tijdens de repetities en uitvoeringen intensief met een gezelschap optrekt: ‘Het is net als een familie. Je kruipt een periode met elkaar op een eiland. Het is in korte tijd heel intens en confronterend. Bij dat gezamenlijke zoekproces moet je je kwetsbaar opstellen. In een ander beroep doe je daar jaren over – of gebeurt het misschien wel nooit. Ik vind dit ritme geweldig. Je werkt naar de piek van de première toe en na een tijd ga je weer uit elkaar. Met het gezelschap voor Medea hebben we het getroffen. Met Peter Blok, Jason, heb ik een enorme klik. Het is heerlijk samenspelen met hem. Voorafgaand aan de uitvoering geeft hij altijd aan de hele groep een half uur yoga. En Peter Bolhuis, Kreon, declameert iedere keer het gedicht van de dag. Een prachtig ritueel.’
Ze vertelt over de ontladende gezelligheid in het busje, dat hen na afloop van een uitvoering in de stille nacht dwars door Nederland naar huis vervoert. ‘Iedereen zit in zijn adrenaline, we lachen wat af. Bij een tragedie ben ik vatbaarder voor de slappe lach dan bij een komedie. Overcompensatie natuurlijk.’
En ze is alweer bezig met een nieuwe productie bij het Nationale Toneel, waar ze sinds een jaar voor het eerst in haar loopbaan een vaste baan heeft. Het wegens groot succes opnieuw uitgebrachte stuk Lange dagreis naar de nacht van Eugene O’Neill start meteen na de laatste uitvoering van Medea. Weer is het een gitzwart familiedrama, dit keer over ouders met een moeizaam huwelijk die hun twee zoons met gevoelens van liefde en verwijten onderdrukken. Centraal staat de vraag wie schuld heeft aan de verstoorde gezinsverhoudingen, want ze houden elkaar met bedrog in de greep. Nare kwesties worden met de mantel der liefde bedekt. Schluter speelt de neurotische aan morfine verslaafde moeder. Maar ze kan over die rol nu niet praten. Haar hoofd zit vol met Medea.
Wel zegt ze – opgegroeid in een harmonieus gezin als jongste van vijf dochters van een huisarts uit Leidschendam – dat families het beste materiaal zijn voor toneel: ‘Aan een familiestructuur kan niemand ontsnappen, waardoor alles op scherp wordt gezet. Het gezin is een mooi maar gesloten systeem en soms een gruwelijk systeem. De loyaliteit van kinderen aan hun ouders is oneindig. Je mag in je handen knijpen als je in een warm nest opgroeit. Liefde en accepteren is de essentie. En iedere ouder maakt per definitie fouten. Maar de schuldvraag is onproductief. Alleen vergeving reinigt je ziel. Wat Medea laat zien is dat wraak een doodlopende weg is. Dat geldt voor iedereen.’