Wrede ontmanteling

AIFRIC CAMPBELL
THE SEMANTICS OF MURDER
Serpent’s tail, 250 blz, € 16,95

Nu zijn de eerste bladzijdes van een boek altijd essentieel, maar als het dan ook nog eens de eerste bladzijdes van je eerste boek zijn – je visitekaartje, het allereerste dat iemand ooit van je leest – dan tellen ze dubbel. De Ierse debutante Aifric Campbell lijkt dat te beseffen, en op haar eerste paar dozijn bladzijdes legt ze in wonderlijk secuur proza de leef- en gedachtewereld vast van haar hoofdpersoon. Jay Hamilton, een Amerikaanse psychoanalyticus in Londen, luistert naar zijn patiënte; hij observeert haar maniertjes, ziet haar nerveuze tics. Hij luistert naar de melodie in haar stem; hoe ze zelfverzekerd begint met spreken, op een vrouwelijke hoge toon, en hoe die vastberadenheid binnen een minuut verdwijnt, ‘so that there was no longer music at all, but a brittle shard of neutered sound on the verge extinction’.
Jay is een personage zoals we dat kennen uit de romans van Ian McEwan: succesvol, rijk, hooghartig. Hij hoort zijn patiënten aan en verwerkt hun verhalen tot fictie, die hij publiceert onder een pseudoniem. Zodra zijn patiënten saai beginnen te worden, en hun narratief droogloopt, geeft Jay ze een emotionele opdonder, om te kijken hoe ze reageren – als ze hem daarna nog steeds vervelen verwijst hij ze door naar een collega.
Het verhaal draait om het bezoek van de schrijfster Dana fiynn, die aan een boek werkt over Jay’s broer Robert. Het verhaal van Robert heeft Campbell gebaseerd op de waargebeurde zaak van Richard Montague, een briljante Amerikaanse linguïst, die in 1971 vermoord werd voordat hij zijn mathematische theorieën over taal definitief had kunnen uitwerken. Hij stierf aan zijn seksdrive, vermoedelijk vermoord door zwarte schandknapen, die hij in slechte wijken oppikte. Dana fiynn heeft al een speculatief boek geschreven over de eveneens briljante mathematicus Alan Turing, en speculeert nu over het leven en de dood van Robert, waardoor Jay gedwongen wordt de feiten over zijn broer te herzien.
Het gesprek tussen Jay en Dana vormt de kern van het boek, waarin thema’s als ambitie, broederschap, psychologie en seksualiteit essayistisch worden bespiegeld. The Semantics of Murder is een debuut zoals je ze maar weinig tegenkomt: scherp, intelligent, wreed. Van de passages over een anorexiapatiënte had Jan Siebelink voor zijn laatste roman wat kunnen leren; het thema van de schrijver als vampier, die zich vastbijt in het leven van een ander en hem leegzuigt om er een roman van te maken, doet aan Philip Roth denken; de meedogenloze ontmanteling van Jay’s ego is van een kwaliteit die je in de betere boeken van Ian McEwan tegenkomt.
Dat meedogenloze is misschien nog het meest opmerkelijke aan dit boek: Campbell geeft de lezer geen enkele strohalm om zich aan vast te houden; empathie voor of identificatie met Jay is uitgesloten. Jay ontvangt zijn patiënten in wat hij de ‘safe room’ noemt, een kamer in zijn huis waar hij kunstmatig de balans tussen werk en privé hooghoudt, een illusie waarbij de patiënten zich op hun gemak moeten voelen. Die kamer is zijn leven, een kunstmatige constructie waarin permanent de schijn wordt opgehouden, waar niets oprecht is. Geen emotie, geen gevoel. Hij is een zeldzaam koud en afstandelijk persoon, zozeer dat het hele boek, ondanks het rijke proza, koud en afstandelijk overkomt.
Campbell maakt het de lezer sowieso niet makkelijk; verhaallijnen worden continu onderbroken door gedachten en herinneringen. De lezer dient bij de les te blijven om het verhaal te volgen. Eigenlijk doet de hele plot over de moord op Robert er niet zo toe, maar Campbell presenteert de lezer toch twee ontknopingen, één uit het verleden en één uit het heden. Die uit het verleden, over de dood van Jay’s broer, is voorspelbaar; de tweede ontknoping komt uit het niets, en slaat het leven van de hoofdpersonen voorgoed uit elkaar.
Wie is Aifric Campbell eigenlijk? De korte biografie in het boek geeft geen geboortejaar of geboorteplaats. Wel wordt vermeld dat ze een katholiek schoolmeisje was wier hazewindhond de Irish Derby won, dat ze semantiek studeerde in Zweden en later als investment banker in Londen werkte. Er zijn vrijwel geen interviews met haar te vinden en haar Wikipedia-pagina is vreemd genoeg verwijderd. In de roman bestudeert Jay de bio op de achterflap van een boek van Dana; het is een soortgelijk verhaal en hij vertrouwt het niet. Te veel oncontroleerbare feiten. Is het een knipoog, zou Campbell een pseudoniem zijn? Van Ian McEwan soms, of van Patricia Duncker? Van die laatste staat in ieder geval een mooie quote op de achterflap en Duncker debuteerde bij dezelfde uitgeverij met Hallucinating Foucault (1996). En hoewel Michel Foucault niet één keer genoemd wordt gaat The Semantics of Murder voor een groot deel over zijn ideeën over seksuele identiteit. Hmm. Enfin, het is maar een ideetje.
Hoe het ook zij, op een of andere manier is The Semantics of Murder de shortlist van de Booker Prize misgelopen; een omissie van de jury, want schrijvers als Campbell maken niet vaak hun entree in de wereld van de literatuur.