John Carter, zoals de film heet hoewel de titel eigenlijk John Carter of Mars is, is visueel beautiful. Ik zei het al: kortsluiting. Een Nederlands woord dekt de lading voor mij niet eens. In de Imax-bioscoop was het alsof ik er wás; alsof ik met kapitein Carter, cowboy uit Virginia, over de oppervlakte van Mars sprong, uitbundig, gracieus, het was alsof ik zélf de vloeistof in kreeg waardoor ik de taal van het groene wezen Tars Tarkas kon begrijpen. En het was alsof ík verliefd werd op prinses Dejah Thoris. Dejah Thoris: de eerste vrouw waarnaar ik ooit hunkerde, Carters liefje in Edgar Rice Burroughs’ romans, maar vooral zijn getekende liefje in de Marvel-comics van Marv Wolfman en Gil Kane.

Maar net zoals Wolfman ouderwets is geworden, zo zijn Barsoom en John Carter en al die anderen niet meer van onze tijd, dát is de oorzaak van de kortsluiting bij mij. Onze tijd is te beschaafd, te nuchter. Er zijn geen wildernissen meer, onontdekte gebieden waar de helden zoals in de romans van Burroughs naakt en gewapend met een sabel een witte aap met blauwkleurig bloed in zijn aderen vermorzelen. Dat kan niet meer. Onze tijd is cultureel antiseptisch geworden, literair verantwoord, wetenschappelijk, bloedeloos, zodat er weinig plaats meer is voor Barsoom. En voor John Carter.

Dat is ook de strekking van een inleiding die Ray Bradbury in 1975 publiceerde in Irwin Porges’ Edgar Rice Burroughs: The Man Who Created Tarzan. Burroughs schreef de Mars-romans rond 1911 nadat hij geïnspireerd werd door de ‘ontdekking’ van de ‘kanalen’ op de rode planeet door de astroloog Percival Lowell. Burroughs creëerde een unieke wereld vol wezens die de menselijkheid van Carter ter discussie stellen. Burroughs’ Barsoom is een wilde wereld, bij uitstek geschikt om de verbeelding te redden, zoals romanschrijver Michael Chabon, tevens een van de scenaristen van de film, impliceert een voorwoord bij John Carter. Warlord of Mars (1977-1979), een recent door Marvel uitgebrachte verzamelbundel. Chabon schrijft net als Bradbury over het falen van het realisme, juist in 1975 op het moment dat Viking I en II de eerste foto’s van Mars naar de aarde terugzonden. Foto’s van stof, van een dode wereld.

Maar Barsoom lééft weer. Stanton heeft een onmogelijke film gemaakt, een visuele droom recht uit mijn haperende hersens. Dan is de film afgelopen. Bijna. Nog één keer: Dejah Thoris. (Dat einde: laat het in hemelsnaam een begin zijn!) Dat gezicht. Op dat eindeloos grote scherm. Dejah Thoris… Kijkt naar mij en fluistert: ‘Barsoom.’ Kortsluiting. Beautiful.

Nu te zien