Opheffer

Wrok

Opeens herinner je je een les van school.

‘Vertalen we dit met “de wraak van Achilles, of de wrok van Achilles, of de woede van Achilles”?’ Wraak, wrok, woede.

Ik heb daar de afgelopen drie jaar vaak aan moeten denken. Zat ik nog maar in de klas bij mevrouw Katwijk-Knapp, vertaalden we nog maar weer eens die eerste regels van de Ilias.

Aan het eind van de les, begreep ik, mochten we alle drie de woorden gebruiken. We hadden thuis een vertaling van ene Kuipers (ik kan het niet nakijken, ik zeg dit uit mijn hoofd). Hij vertaalde het met ‘wrok’. Net als ik. Ik kende het woord wrok niet, maar het leek me domweg een mooier woord dan woede.

Ik kan het niet meer vertalen – mijn dochter wel. Zij vertaalt het met ‘woede’. (Net als Peter Sloterdijk, zag ik laatst.) Als ik haar ‘wrok’ voorhoud, vindt ze wrok beter. Ze heeft geen zin om uit te leggen waarom. Chip of the old block.

Na de moord op Theo van Gogh werd mij vaak gevraagd wat ik voelde. Spontaan zei ik altijd: ‘Woede.’

Maar via de _Ilias-_vertaling van De Roy van Zuydewijn (‘wrok’) ben ik weer gaan twijfelen. Hij spreekt over wrok. ‘De genadeloze wrok.’ Misschien had ik dat woord beter kunnen gebruiken.

Hoewel… Ik voelde me woedend toen ik pas hoorde van de moord. Maar waarover was ik precies woedend? Mijn woede betrof een reeks van gevolgtrekkingen die ik één keer kon maken: ik was woedend dat er een vriendschap verloren was gegaan, woedend dat we geen films meer zouden maken, woedend omdat de discussie die we voerden zo werd beëindigd, met een bitter gelijk van Theo, woedend omdat ik voelde dat de hele Nederlandse maatschappij in z’n achteruit werd gezet. Wat betekende ‘woede’? Dat ik actie wilde ondernemen, dat ik er iets tegen wilde doen. ‘Ik pik het niet meer’, dat klemde zich vast aan woedend.

Als ik nu de Ilias lees, begrijp ik Achilles een stuk beter. Troje en de Trojanen… Natuurlijk lees ik daarin Islam en de Islamieten. Maar ik ben ook niet ongevoelig voor het feit dat Achilles een achilleshiel had.

De wrok, de ongenadige wrok van Achilles, die de Achaeërs (Grieken) zo veel leed bracht, zou zijn eigen ondergang worden.

Wrok is anders dan woede. In wrok zit verbittering. Minder ‘handeling’, meer ingehouden woede. Wrok heeft misschien wel meer allure dan woede. Bij wrok kun je meer hebben dan bij woede. Wrok is een glas dat volloopt; woede is een stormvloed.

Na drie jaar ben ik wrokkig. Mijn achilleshiel is de onmacht. Ik ben niet in staat anderen van mijn gelijk te overtuigen. We zitten nog steeds in de achteruit en geven zelfs gas. Het zit soms in kleine dingen: Koenders van de PvdA die suggereert religieuze discriminatie eigenlijk fascistisch te vinden (hef dan het Humanistisch Verbond maar op!), Hirsch Ballin die het wetsartikel op godslastering wil aanscherpen, de grote hoeveelheden politici van Balkenende tot Van Mierlo die menen dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut kan zijn. Ik word steeds krachtlozer wanneer ik hun ongelijk probeer aan te tonen, steeds cynischer ook – en dat maakt wrokkig. Het glas loopt vol. Moet ik niet lid worden van Wilders’ Partij voor de Vrijheid, louter en alleen om tegengas te bieden aan het zogenaamd weldenkende deel der natie? Collega-columnisten als Bas Heijne en Sjoerd de Jong roepen op tot matigheid in het invloedrijke NRC Handelsblad, waar nota bene niemand zich te buiten gaat.

En dan komt er een punt dat je wrok genadeloos wilt laten zijn.