Wulpse lenigheid in plaatstaal

Beeldhouwer John Chamberlain werkt op de tast, het ritme volgend waarin zijn sculptuur groeit.

Medium chamberlain 1

John Chamberlain, C’ est What, 1991 (hoogte 227 cm), Stedelijk Museum

Aan recente beelden van John Chamberlain is goed te zien hoe gretig en onbekommerd de 82-jarige elke verleidelijke schoonheid uitbuit die nieuwe materialen en technieken te bieden hebben. Venerablefriendship, bijvoorbeeld, bestaat uit twee opwaarts kronkelende brede gebaren van glimmend chroomstaal, grillig gekruld en gevouwen. Tot halverwege zijn ze met elkaar verknoopt – niet direct eigenlijk, maar met behulp van andere stukken verbogen plaatijzer, voor een deel zwart gelakt. Het onderste deel van de sculptuur ziet er meer verwrongen uit en oogt zwaarder en plomper. Uit die verknoping, dat is het effect, maken zich dan die kronkelende en wulpse gebaren los. De sculptuur is een verleidelijke assemblage van impulsieve, abrupte bewegingen, maar omdat die bestaan uit verbuigingen van dun plaatstaal, hebben ze geen massa, ze zijn hol, en daarom lijken ze heel licht. Eigenlijk zijn ze alleen maar oppervlakte, zodanig verbogen en geplooid dat het beeld werkt als een luisterrijke bundeling van onnavolgbare lichteffecten.

Medium 2

John Chamberlain, Venerablefriendschip, 2008 (hoogte 290 cm), More Gallery, Giswil (Zwitserland)

Deze en andere beelden – die deze zomer tentoongesteld worden in een oude fabriekshal in Giswil, nabij Luzern – heeft Chamberlain gemaakt in de werkplaatsen van Ernest Mourmans in Lanaken (B). Omdat daar normaliter gecompliceerde designobjecten worden geproduceerd (van Ettore Sottsass of Ron Arad), kon de eenvoudige beeldhouwer beschikken over geavanceerde machines en goede technici, waardoor bijvoorbeeld dat vouwen en plooien van grote platen chroomstaal gemakkelijk binnen zijn artistieke bereik kwam. Aan een eerdere sculptuur, C’est what, is te zien hoe handmatig Chamberlain gewoonlijk werkt, namelijk tastend en knutselend. In dit oudere beeld, dat er wankeler uitziet dat Venerablefriendship, wordt een ingewikkelde vervlechting van veel veelkleurige elementen samen- en overeind gehouden door enkele verticale staanders: die vormen een soort koker die is opgevuld met grillige flarden metalen kleur. Het helpt altijd om je voor te stellen dat een werk er nog niet was, en wat de kunstenaar heeft gedaan, stap voor stap, om het ding overeind te krijgen. In dit geval: C’est what is van dichtbij gemaakt. Omvang en hoogte (227 cm) zijn zodanig dat Chamberlain er vlot omheen kon bewegen en er goed bij kon. Hij begon dus met de staanders en een eerste verbinding daartussen (binnenin de verknoping) om een stabiel staketsel te hebben, dat hij vervolgens begon op te vullen: onderaan grotere en strakke elementen en dan naar boven toe kleinere stukken en flarden. Op de vloer van het atelier lagen rondom al voorgevormde delen in verschillende kleuren. De beeldhouwer doet een stap terug, ziet in het ritme waarin het beeld groeit een open passage, zoekt een nieuw stuk dat past en monteert het daar. Maar elke nieuwe toevoeging onderbreekt de frêle ordening die ook in het beeld zit. De assemblage is geen willekeurige chaos: er wordt zorgvuldig op maatvoering gelet en op evenwichtige kleurschakering. De hoofdtoon is rozig rood en rondom rood. Het kunstwerk laat fabelachtig zien wat daarvoor nog onvoorstelbaar en onzichtbaar was.

Zo heb ik Chamberlain, zo knutselend, in Lanaken ook aan enkele kleinere sculpturen zien werken. Niets is van tevoren ontworpen. Elke inpassing van een nieuw element is absoluut essentieel. Het gaat dan om een maat, een vorm (gekruld, verwrongen, geknakt), een nieuwe kleur, die – onvoorzien – de ontplooiing van het beeld een andere kant kunnen opsturen. Het maken is een avontuurlijk proces van onderbrekingen en correcties. Overigens, hij was er ook bij toen de grote flamboyante sculpturen, als Venerablefriendship, werden gemonteerd. Dan kijkt en loert hij, altijd lettend op details: een verbinding tussen twee delen, een welving in het oppervlek, een bepaalde glinstering. Ook ziet hij, als het ding vorm krijgt, hoe ver hij kan en wil gaan op de altijd gevaarlijke weg der Schoonheid. Want die wulpsheid zit hem in het artistieke bloed. Hij wordt dan ook van hedonisme en gemakzucht verdacht. En hij krijgt vaak het verwijt steeds hetzelfde procédé te hanteren. Dat is ook zo, zegt de kunstenaar dan, maar ik kan het dus ook steeds beter.

Wie de moeite neemt de lange ontwikkeling van Chamberlain te bekijken, kan juist vaststellen dat de lenigheid van de methode voor een heel rijk oeuvre heeft gezorgd, zoals we al zien aan de twee werken die hier besproken worden. Maar wie al vooroordelen heeft, kijkt nooit goed. Bovendien willen veel mensen hun kunst liefst ernstig en vroom – en als het kan met een beetje verheffing. Maar kunstwerken slepen ons vooral mee, in het ongewisse.

Voor de sculpturen in Giswil, zie: www.moregallery.ch

John Chamberlain, C’ est What, 1991 (hoogte 227 cm), Stedelijk Museum

John Chamberlain, Venerablefriendschip, 2008 (hoogte 290 cm), More Gallery, Giswil (Zwitserland)