Ger Groot

Wuust wezel

De filosoof Paul Wouters verhuisde op zijn 33ste vanuit Vlaanderen naar Nederland. Ik was één jaar jonger toen ik het omgekeerde deed – al vormt mijn woonplaats Brussel binnen Vlaanderen een tweetalige bestuurlijke enclave. Dat maakt ons beiden tot experts in de alledaagse verhouding tussen de twee culturen, maar alleen Wouters heeft er een boekje over geschreven. In België-Nederland: verschil moet er zijn (uitg. Lemniscaat) stelt hij vast dat veel van de wederzijdse clichés door de bank genomen juist zijn, maar laat het aan de lezer over daaruit de verrassende meta-conclusie te trekken dat vooroordelen ten onrechte een slechte naam hebben.

Wouters moet wel een paar slagen om de arm houden. De juistheid van het cliché houdt zich hardnekkig schuil achter een bedrieglijk gevoel van integratie. Pas na een moeizaam verworven vertrouwdheid met de taal en zeden van het nieuwe land steekt ze voorzichtig het kopje weer op. In de cultuur komt het nu eenmaal op de details en nuances aan, niet op de grote lijnen, die in de meeste (en zeker de westerse) landen wel ongeveer parallel lopen. Het zijn die kleine verschillen die het Vlaams maken tot de stut van een levensgevoel dat een Nederlander pas na intieme kennismaking onophoudelijk doet verbazen – en omgekeerd.

Vandaar de ongrijpbaarheid van de Nederlands-Belgische betrekkingen, aldus Wouters. De gedeelde woordenschat suggereert een bedrieglijke nabijheid en maakt daardoor de kans op misverstanden des te groter, zoals de tragikomedie van de politieke verhouding tussen beide landen dagelijks toont. Scherp is de grens tussen noord en zuid, en die loopt volgens Wouters precies langs de grens. Relatief onbelangrijk is daarentegen het taalverschil op het Belgische grondgebied zelf. In houding en gewoonten verschillen Walen en Vlamingen volgens Wouters minder dan vooral die laatsten graag zouden willen. Wat een gemeenschappelijke taal eerder aan verschil verborg, verhult hier een verschillende taal aan taboe geworden nabijheid.

Onverstoord praat Wouters dan ook over België en «de Belgen», al heeft de dagelijkse anti-Waalse riedel van Vlaamse politici tussen hen inmiddels een sluipende balkanisering op gang gebracht. Het zal hem in eigen land niet in dank worden afgenomen, want clichés over het zelfbeeld worden niet straffeloos ontmaskerd. En juist zij verliezen zich het gemakkelijkst in schijnbeelden en misverstand.

De beroemde Nederlandse nuchterheid is er een goed voorbeeld van – vorige week nog welsprekend geïllustreerd door een Alkmaarse burgemeester die na een nacht van gierende voetbalhysterie haar stad zonder ogenblinken deze vaderlandse oerdeugd toeschreef. Wouters weet beter en rept er dan ook niet over. Net als zijn landgenoot Eric de Kuyper moet hem al lang het diepe irrationalisme van de Nederlandse samenleving zijn opgevallen, die door haar inwoners steevast voor ultieme evenwichtigheid wordt versleten.

Zelfkennis is dan ook niet de sterkste trek van Nederlanders en juist dat maakt hen internationaal tot de betweters die alleen zelf menen voor chauvinisme gespaard te zijn gebleven. Opmerkelijk genoeg hebben zij hun zelfverklaarde voortreffelijk heden – althans tot voor kort – met groot succes buitenslands weten te verkopen. De clichés van verdraagzaamheid, progressiviteit en feminisme hebben het wereldwijd goed gedaan, misschien juist omdat Nederlanders er zelf rotsvast in geloofden.

Belgen hebben er het solide minderwaardigheidscomplex aan overgehouden dat ook Wouters parten speelt. «Een A-merk» noemt hij Nederland, waarnaast België hoogstens als B-merk afsteekt. Het beste woont men dan ook in het noorden, zo luidt zijn conclusie – maar misschien nog wel het allerbest als Belg. Het is het enige punt waarop ik het vierkant met hem oneens ben – al zijn onze omgekeerde posities daarin nu juist weer gelijk. Op veilige afstand van beider wortels leven wij misschien in de beste aller werelden, althans binnen de eerdaags opgeheven Benelux. Spiegelend maken wij bij elke grensoverschrijding dezelfde heilzame vervreemding door, om ter hoogte van Wuustwezel af en toe vriendelijk naar elkaar te wuiven.