Www.vietnam

HANOI - De dag begint met een kom noedelsoep aan de waterkant. Achter mij ontwaakt de buurt met veel kindergeschreeuw en geklater van waswater. De westoever van de Rode Rivier is een arbeidersbuurt, waar velen een bijbaan hebben als fietstaxirijder, zwart-geldwisselaar of sigarettenverkoper. In het centrum klampen ze je aan en zeuren net zo lang tot ze je een rit, een aansteker of een pakje waterige ansichten hebben aangesmeerd. Loop je door hun eigen buurt, dan nodigen ze je spontaan aan tafel en willen je gratis de hele stad laten zien.

Om vijf over zeven komt de luidspreker van het buurtcomité tot leven. Krakende kinderstemmen zingen over arbeidslust en ochtendgloren, vermengd met het gestamp van een Russische dieselgenerator. Dit is een hechte gemeenschap. Mannen met legerhelmen en vrouwen met zonwerende zakdoekjes voor hun gezicht fietsen naar de fabriek. Straatverkopers vullen hun manden en zadeltassen, een Honda Dream II wordt torenhoog opgeladen met aardewerk. Zes man op blote voeten staan vertwijfeld rond een taxi die niet wil starten. De bejaarde buurtwachter blaast op zijn fluitje naar alle foutparkeerders totdat een caféhouder hem naar binnen trekt en achter een kop groene thee neerzet. Nu even niet, opa. De noedelsoep van Hanoi dankt zijn faam aan een bijzondere muntsoort uit een van de buitenwijken. ‘You like?’ vraagt de bazin. Terwijl ik mijn mond afveeg, wordt mijn kom bijgevuld. Betalen mag niet, ik ben haar gast. Ik denk aan de Chinese kleermaker die me voor zijn winkeltje opwachtte met een Frans uit langvervlogen tijden, zijn centimetertje in de aanslag: 'Meneer, wat een uitgelezen dag om u een pak te mogen aanmeten. Vous permettez?’ Ik bedankte in mijn beste proustiaans. Met een buiging gingen we uiteen. WAT MOET ER van deze mensen terechtkomen in ons hysterische nieuwe millennium? De meesten weten niet eens waar de drempel ligt, laat staan hoe ze hem moeten oversteken. De 'integratie van Vietnam in de wereldeconomie’ gaat gepaard met massaontslagen, migratie, vervuiling en ontworteling van boerengezinnen. Wereldbank-economen met Ruding-mondjes en gouden brilmonturen stellen eisen waardoor het land eerder desintegreert dan integreert. Als de lonen weer eens worden verlaagd, heet dat 'een bewijs van vertrouwen van de zelfbewuste Vietnamese arbeiders in het management’. Wat krijgt men ervoor terug, behalve goede bedoelingen en veelbelovende statistieken? Is Vietnam bijvoorbeeld klaar voor het digitale tijdperk, zoals van hogerhand wordt beweerd? 'Computers zijn geen vertrouwde apparaten zoals tv of video’, zegt Hoang Minh Hung. 'Het grootste deel van de bevolking heeft nog nooit een desktop gezien.’ De vijfentwintigjarige Hoang kan het weten, want hij is afkomstig van het platteland; een van de weinigen die het in de stad heeft gemaakt. Na een korte opleiding werd hij medewerker van Emotion Cybercafé, een Internet-café aan een van de boulevards. Naast hapjes en drankjes verkoopt hij computertijd op een van zijn tien computers. Maar dan komt de aap uit de mouw. Er zijn slechts honderd vaste klanten, merendeels buitenlanders. De spaarzame Vietnamese klanten komen om te e-mailen met familie in het buitenland. Hanoi heeft twee of drie van zulke cafés. Ho Chi Minh Stad, het industriële hart van de natie, heeft er meer. Maar veel verschil in computer-literacy is er niet tussen Noord en Zuid. Hoang: 'Tachtig procent van de Vietnamezen is boer zoals mijn ouders. U weet hoe arm de mensen op het land zijn. Ik kan mijn familie niet eens uitleggen wat ik doe. Virtuele ober in Hanoi, dat zegt ze niks.’ Zelfs enthousiaste gebruikers hebben hier een enorme achterstand in te halen. De toegang tot Internet werd pas anderhalf jaar geleden door de regering vrijgegeven. Nou ja, de toegang tot het World Wide Web. Van Usenet, Telnet of IRC heeft bijna niemand gehoord. Voordien deden computers dienst als veredelde type- en rekenmachines. De weerstand van de oude garde is nog altijd groot. De kranten spreken schande van het 'buitenlandse vergif’ dat via het net binnenkomt. 'De pornografie verspreidt zich als een bosbrand’, klaagde Thanh Nien ('Tieners’). 'Er is een groot aantal verboden afbeeldingen aangetroffen op lagere en middelbare scholen. Ouders en leraren zijn diep geschokt. De vermenigvuldiging werd mogelijk gemaakt door de informatie-technologie.’ MAAR VIETNAM is klaar voor het digitale tijdperk. Zegt IBM Vietnam. De multinational levert de meeste computers voor de overheid en particuliere bedrijven. Alle 61 provincies en grote steden gebruiken de Lotus Notes-software van IBM. Algemeen directeur Radne Bryant heeft vergevorderde plannen voor schoolcomputers en Vietnamese expertopleidingen. Zelfs de gezaghebbende Far Eastern Economic Review onderschrijft de positieve verwachting omtrent de digitalisering van dit land. Maar waarop is dat gebaseerd? Volgens een schatting van de regering zijn er een half miljoen computers in Vietnam. Een internationale databank van computerproducenten houdt het op honderdduizend minder. Dat is nogal een verschil. Hoe dan ook, op een bevolking van 77 miljoen mensen zijn het er niet veel, zelfs vergeleken bij Thailand of Maleisië. In Singapore heeft de helft van de drie miljoen inwoners al een eigen Internet-aansluiting. Vergeleken bij de Aziatische giganten stelt Vietnam niets voor. Japan heeft zeventig procent van de regionale markt voor informatie-technologie in handen. China en Australië nemen tweederde van de rest voor hun rekening, Vietnam hooguit een procent. En hoe gebruikt men de beschikbare computers? Slechts enkele honderden gebruikers in Vietnam hebben een website, meestal gaat het om buitenlandse bedrijven. Veel overheidsinstellingen en bedrijven hebben een e-mail-account. Ze gebruiken e-mail echter niet als vervanging voor papieren correspondentie, maar als vervanging voor de fax. 'Dat moest van de baas’, zegt een secretaresse. 'E-mail is goedkoper dan telefoneren of faxen, maar serieuze zaken worden nog gewoon op papier afgewikkeld. Om iemand te benaderen moet je eerst een brief of offerte sturen. Pas in een vergevorderd stadium gaat men mailen.’ Ik heb gezien hoe het toegaat in sommige Vietnamese kantoren. Een secretaresse beheert het mailprogramma. Ze print elke ochtend de binnengekomen mailtjes en verdeelt ze over de bureaus. Wie een antwoord wil sturen, gaat naast haar staan en dicteert een antwoordmailtje. Als ze er niet is, valt er niets te mailen. Buiten werktijd ligt de account stil. Een fax of een telefoontje van een minuut wordt vervangen door een e-mail die er een etmaal over doet. Volgens de regering zijn er 22.000 Internet-gebruikers. Maar volgens de Vietnamese PTT, die het monopolie op de providersmarkt heeft, zijn er slechts 17.000 aansluitingen. En het bezit van een aansluiting betekent nog niet dat er optimaal gebruik van wordt gemaakt. Dat vereist om te beginnen kennis. De eerste hackers zijn al gesignaleerd, maar een jonge programmeur met een eigen softwarebedrijfje vertelt me dat er in Vietnam misschien vijfduizend mensen zijn die verstand hebben van programmeren. Als er bij elkaar duizend whizzkids zijn, is dat veel. Bezitters van laptops zijn in elk geval hartstochtelijke gebruikers, al is het maar omdat de apparaatjes ertoe uitnodigen. Nog maar enkele jaren geleden veroorzaakten ze consternatie op de vliegvelden. Het uitchecken stagneerde omdat de douaniers op subministerieel niveau moesten telefoneren over de vraag wat er in die zwarte koffertjes zat en of dat zomaar het land in mocht. Nu maken laptops ongeveer vijf procent uit van het computerbestand. ZE ZIJN HET symbool van de succesvolle zakenman: als je een laptop bij je draagt, gaan alle deuren open. Drie jaar geleden had de mobiele telefoon dat effect, maar die is geen luxe meer. De laptop heeft een bijkomend voordeel: hij neemt geen ruimte in. Dat is van belang in steden als Hanoi en Ho Chi Minh Stad, waar de gemiddelde inwoner maar een paar vierkante meter leefruimte heeft. Een laptop is duurder dan een desktop, maar spaart de aankoop van een tafel, stoel en schemerlamp uit. Dat wil zeggen: als je hem efficiënt gebruikt. En als je hem efficiënt mag gebruiken. Het downloaden duurt in Vietnam berucht lang. Bij wijze van proef probeer ik op de computer van Emotion de website van De Groene Amsterdammer te laden. Het duurt drie volle minuten. 'Capaciteitsproblemen?’ vraag ik. 'Nee, de kabel is overbelast’, zegt Hoang. Capaciteitsproblemen dus, en wel van het elementairste soort. Vietnamese kranten doen suggesties hoe de tijd te doden tijdens het downloaden: je nagels knippen, Dostojevski lezen, een ballonreis om de wereld maken. 'De klanten klagen steen en been’, zegt een Emotion-stamgast, 'maar de baas ligt niet wakker. Omdat het zo lang duurt, zuipen ze zich klem aan zijn Bacardi.’ De capaciteitsproblemen zijn niet het hele verhaal. 'De regering heeft firewalls (een soort elektronische barrières - ab) geïnstalleerd om een aantal buitenlandse sites te blokkeren’, zegt de zeventienjarige Tran, een winkelbediende die in zijn vrije tijd mag experimenteren op de computer van de baas. 'Daarom duurt het zo lang. En het werkt niet. Je kunt er al doorheen komen met een gratis Hotmail-account. Ik doe die moeite niet eens, ik laat de anti-regeringsartikelen van Vietnamese sites in de VS gewoon naar me toe mailen door vrienden. Ik print ze en geef ze aan mijn ouders, die ze lezen als een gewone krant.’ De regering heeft aangekondigd nog zwaardere firewalls te installeren. Bovendien wil de politie in de toekomst alle binnenkomende e-mails controleren, hetgeen tot gigantische opstoppingen leidt. Bacardi kan in zijn handen wrijven. IS VIETNAM wel gewapend tegen de millennium-kever? De gevolgen van een crash in de banksector, de luchtvaart, de elektriciteitsvoorziening of defensie kunnen even dramatisch zijn als in een ontwikkeld land. Mijn gastkrant brengt een geruststellend interview met Chu Hao, onderminister van Wetenschap en hoofd van de stuurgroep die de millennium-bug moet uitroeien. Hij zegt dat de helft van alle Vietnamese computers Y2K-bestendig is. De aanpassing van de andere helft ligt op schema. Dat klinkt goed, maar over hoeveel informatie beschikt hij? Op 15 april jl. moesten alle overheidsinstellingen en bedrijven aan de stuurgroep rapporteren welke Y2K-problemen ze voorzagen en wat ze ertegen ondernamen. Op 16 april ontving de stuurgroep één rapport, dat was alles. Een Vietnamese expert: 'Kijk eens goed wat Hao in dat artikel zegt. De helft van alle computers met bouwjaar 1997 is Y2K-bestendig. Hoeveel zijn dat er? Tien procent van het totale aantal computers, twintig misschien? En hoe zit het met de software? Welkom in Vietnam.’ Hij laat zijn hand op zijn bureau neerfladderen: 'Ik zou op 1 januari 2000 maar geen vlucht bij Vietnam Airlines boeken.’ En dan de hamvraag: gaat het computeronderwijs op school dezelfde kant op als het school-Russisch dat hier decennialang verplicht was? Met mijn mondje Russisch, opgedaan uit de grammatica van mevrouw Achmatova, maak ik meer klaar dan veel Vietnamezen met acht jaar klassikaal onderricht. De gemiddelde Vietnamees komt niet verder dan dosvidanja. 'We hoefden het toch nooit te gebruiken’, is de veelgehoorde uitleg. 'Je praatte de docent na en schreef de woorden over, maar vergat het net zo snel. We were going through the motions.’ Met het school-Engels is het al net zo gesteld, hoewel de jeugd enorm haar best doet en de boekhandels uitpuilen van Engelse woordenboeken en lesmethoden. De privatiseringsgekte heeft ook hier enorme gaten geslagen. Ooit stond het onderwijs voor een ontwikkelingsland op een hoog peil, nu stijgt het analfabetisme. Leraren moeten van bijbanen rondkomen en het hoger onderwijs wordt een elitezaak. Het is hartverscheurend om intelligente, leergierige kinderen als Tran te zien worstelen met hun gebrekkige Engels, hun tekort aan geld, tijd, goede spullen. IS HET VIETNAMESE computeronderwijs meer dan lippendienst aan de vooruitgang, going through the motions? Tenslotte integreert Vietnam niet zomaar in de wereldeconomie, maar in een wereldwijde arbeidsdeling. Worden Vietnamese scholieren opgeleid tot digitale mieren die tegen een laag loon het routinewerk voor westerse investeerders mogen doen? Dat zou ik graag eens uitzoeken in het archief van de Vietnam Investment Review. Helaas, mijn introductie bij hoofdredacteur Nguyen Tri Dung moet nog altijd plaatsvinden. Mijn verzoek zit al weken in de papiermolen. Ik krijg een idee. Als ik ingewijden moet geloven, is Dung een enthousiast computergebruiker. Ik sla drieduizend jaar beschaving over en stuur hem een mailtje. In luttele seconden flitst mijn smeekbede over de wereldbol, van Hanoi naar mijn server in Amsterdam en weer terug. De volgende dag krijg ik een mailtje terug van een secretaresse: de heer Dung is drukbezet en zal te gelegener tijd contact laten opnemen. Let wel: laten opnemen.