Xenofoob geweld teistert Soweto

Kaapstad – Met akelige regelmaat wordt Zuid-Afrika opgeschrikt door ‘xenofoob geweld’, aanvallen op buitenlanders, veelal sloebers uit de rest van Afrika en Azië. In 2008 vielen er bij ongeregeldheden door het hele land 62 doden.

Daarna leek het even rustig, maar de media bleven berichten over kleinschalige incidenten; de rancune woekerde voort. Eind januari ging het weer mis. Het begon in de miljoenentownship Soweto met een jonge drugsverslaafde Zuid-Afrikaan en de Somalische eigenaar van een spaza shop, een mini-kruidenier waar townshipbewoners hun basisproducten kunnen kopen. De Somaliër voelde zich bedreigd, trok een wapen en schoot de jongen dood.

De ongeregeldheden breidden zich snel uit over de regio. In Soweto alleen al werden 140 winkeltjes van buitenlanders leeggeroofd. Tieners in schooluniform plunderden opgetogen mee, terwijl de politie hier en daar de relschoppers een handje hielp en ook meegraaide. Een paar dagen en een paar doden later had de politie de boel weer onder controle en waren buitenlandse uitbaters tijdelijk elders ondergebracht.

Daarna was het tijd voor reflectie. De drie belangrijkste vragen: was dit xenofoob geweld of gewoon criminaliteit? Wat zijn de oorzaken? Hoe kan een herhaling worden voorkomen?

De regering probeerde het accent te verleggen van xenofoob naar crimineel. Dat is begrijpelijk, want het anc kreeg tijdens apartheid veel steun uit de rest van Afrika, en het is niet zo netjes om die broederlijke gastvrijheid nu op zo’n manier terug te betalen. Het argument klonk een beetje als het Feyenoord-bestuur dat beweert dat de Feyenoord-hooligans geen Feyenoord-supporters zijn.

De minister van Small Business Development, Lindiwe Zulu, tapte uit een ander vaatje. Ze zei dat ‘buitenlandse winkeliers in de Zuid-Afrikaanse townships niet kunnen verwachten dat ze vreedzaam met hun lokale concurrenten kunnen leven, tenzij ze bereid zijn hun zakengeheimen te delen’. Het probleem, zo betogen mensen als Zulu, is dat de Zuid-Afrikaanse kleinhandel jaloers is omdat de buitenlanders hun waar goedkoper aan de man brengen, dankzij ‘zakengeheimen’, zoals gezamenlijk bestellen en elkaar leningen verschaffen. Maar is dat genoeg om maar meteen aan het plunderen te slaan? De onrust lijkt veroorzaakt te worden door een combinatie van verveling, wrok, afgunst, machteloosheid, armoede, uitzichtloosheid en losbandigheid. In zo’n situatie zijn ‘buitenlanders’ een gemakkelijk doelwit.

Een oplossing dient zich vooralsnog niet aan, zeker niet met de gemeenteraadsverkiezingen van 2016 in het vooruitzicht, waarbij populisme hoogtij zal vieren.