Xi kleeft aan het pluche

Peking – Sinds Mao heeft China niet zo’n sterke man gehad als Xi Jinping. Net als Mao laat Xi zich een persoonlijkheidscultus welgevallen. En alles wijst erop dat hij levenslang aan de macht wil blijven. Net als Mao en de keizers.

Na Mao’s dood in 1976 besloot Deng Xiaoping dat een partijleider na twee termijnen van vijf jaar moest opstappen en dat hij de hoogste macht moest delen met zijn collega’s van het Vaste Comité van het Politbureau. Die regeling moest de almacht van de partijleider inperken en voorkomen dat er een nieuwe tiran zou opstaan die slechts door de dood te onttronen zou zijn. Bovendien zouden daardoor de diverse machtsgroepen in de partij elkaar aan de top kunnen afwisselen, wat de kans op staatsgrepen of zuiveringen een stuk kleiner zou maken.

Zelf bleef Deng Xiaoping tot zijn dood China’s opperste leider, zij het zonder enige officiële functie. Die had hij vanwege zijn immense prestige ook niet nodig. Maar daarna kwamen de technocraten en apparatsjiks. Jiang Zemin bleef keurig tien jaar aan, en na hem Hu Jintao ook. En toen kwam, in 2012, Xi Jinping. Als een razende begon hij macht te verzamelen. Naast de gebruikelijke trias – leiderschap van de partij, van de staat en van het leger – creëerde hij voor zichzelf de ene topfunctie na de andere op ongeveer alle gebieden.

Of daaruit machtshonger spreekt of angst voor vijanden in de partij die hem de pas zouden willen afsnijden, of allebei, is niet duidelijk. Overduidelijk daarentegen is dat de zes andere leden van het Vaste Comité praktisch tot figuranten zijn gedegradeerd. Dat is vooral pijnlijk voor premier Li Keqiang, op papier de tweede man van de partij. Vroeger was de premier belast met de economie, tegenwoordig mag hij de instructies van de partijleider-president uitvoeren. De onenigheid tussen die twee doet het economisch beleid geen goed.

Xi heeft het collegialiteitsbeginsel aan zijn laars gelapt. Hij is niet meer de primus inter pares, maar kortweg de primus. Maar dat is hem nog niet genoeg. Voor de verwezenlijking van zijn ‘Chinese Droom’ – een welvarend China dat weer ’s werelds machtigste natie is geworden – heeft hij veel meer tijd nodig. Anders dan zijn voorgangers heeft hij nog steeds geen opvolger aangewezen. De meeste experts verwachten dat hij dat ook niet zál doen. Hij is nu 63. Even oud als Poetin.