Een oudere vrouw laat haar haar knippen in Beijing, China, 5 december. Hoewel het aantal dagelijkse coronabesmettingen toeneemt, nemen sommige steden stappen om de testvereisten en quarantaineregels te versoepelen © Wu hao / EPA / ANP

Even leek China te worden overspoeld door een golf van protest. Even leek het of een nieuwe Tiananmen-beweging in de maak was, het langdurigste en krachtigste nee dat ooit tegen de communistische partij is gezegd sinds ze aan de macht kwam. Het Tiananmen-protest van 1989, aanvankelijk gericht tegen corruptie, inflatie en verrijking, liep uit op een roep om democratie. De beweging van eind november 2022 was een kreet tegen het zerocovidbeleid van partijleider Xi Jinping met al zijn sociale en economische ellende. Hier en daar klonken ook ‘vrijheid’, ‘democratie’, ‘weg met Xi’ en ‘weg met de Communistische Partij’.

De vergelijking met de protesten van 1989 is snel gemaakt, maar gaat maar voor een deel op. De betogingen van 2022 in zo’n twintig miljoenensteden en op 79 universiteiten werden snel onderdrukt, die van 1989 speelden zich af in ruim driehonderd steden en duurden vijftig dagen. Dat het destijds zo lang kon duren kwam omdat er een diepe kloof liep tussen behoudende en hervormingsgezinde partijbazen; de Partij van nu is verenigd rond één leider, die afwijkende meningen niet duldt.

In 1989 sympathiseerden veel partijleden, onder wie partijleider Zhao Ziyang, met de demonstranten. Uiteindelijk waren het de partijoudsten, een groep veteranen rond Deng Xiaoping, die besloten het leger op de betogers af te sturen. De Partij concludeerde dat voortaan iedere uitdaging van haar macht in de kiem moest worden gesmoord. Xi Jinping is daarin veel verder gegaan dan zijn voorgangers. Hij heeft de hele maatschappij onder controle van de Partij gebracht en de Partij onder controle van hemzelf. De verscheurde Partij van toen is een monoliet geworden.

De aanstichters van de protesten van nu waren ‘gefrustreerde studenten’. Althans, dat vertrouwde Xi zijn bezoeker Charles Michel toe, voorzitter van de Europese Raad. Volgens de Partij zaten er net als in 1989 ‘vijandige buitenlandse krachten’ achter, lees: de Verenigde Staten. Heeft Joe Biden immers geen forse kritiek geleverd op de coronabeperkingen in China? Kan het toeval zijn dat de plek op de Urumqistraat in Shanghai waar betogers het vertrek van Xi eisten, op slechts vijfhonderd meter van het Amerikaanse consulaat-generaal ligt? Veel demonstrerende studenten zouden ideologisch zijn vergiftigd door pro-Amerikaanse docenten. Kortom, de betogers vormden een vijfde colonne waarmee de cia een democratische ‘kleurenrevolutie’ had willen uitlokken, zoals ze dat gedaan heeft in verschillende landen van de voormalige Sovjet-Unie.

De ‘gefrustreerde studenten’ kwamen op voor de honderden miljoenen die het slachtoffer zijn van Xi’s eindeloze oorlog tegen corona. Jarenlang hebben de Chinezen hun vrijheid ingeleverd in ruil voor economische vooruitgang. Maar nu de Partij slechts crisis en staatsterreur brengt, eisen ze hun vrijheid op, allereerst de vrijheid van beweging. Ze accepteren het niet meer in hun eigen huis of een quarantainekamp te worden opgesloten, constant naar een testlocatie te moeten en digitaal gevolgd en gecontroleerd te worden, alleen maar omdat één man dat zo besloten heeft.

Waar komt Xi’s keiharde corona-aanpak eigenlijk vandaan? Waarom zette hij al zijn kaarten op het onderdrukken van het virus en niet op inentingscampagnes? Waarom heeft hij zich zo obsessief aan die strategie vastgeklampt? We moeten drie jaar terug. Op 1 december 2019 dook in Wuhan de eerste coronapatiënt op. De besmettingen grepen snel om zich heen, maar het volk kreeg te horen dat er geen gevaar dreigde. Klokkenluiders werden tot zwijgen gebracht, alarmerende feiten onder het tapijt geveegd. Totdat Xi overging tot het andere uiterste: op 23 januari 2020 ging Wuhan in totale lockdown. 75 dagen bleven de twaalf miljoen inwoners opgesloten. Die aanpak leek te werken. Het aantal doden was minimaal. Corona leek bedwongen.

Intussen was het virus overgeslagen naar Europa en Amerika, waar men het dacht te bestrijden met zigzaggend knoeiwerk, bagatellisering of ontkenning. Xi riep de Partij en zichzelf uit tot overwinnaar in de ‘volksoorlog’ tegen corona, wat maar weer eens zou bewijzen hoe inferieur de westerse democratie was aan het Chinese communisme. Zendingen naar het buitenland van Chinese mondkapjes en later ook van Chinese vaccins moesten politieke goodwill en dankbaarheid opleveren. Maar ook in China bleek het virus taai. Xi greep corona aan om met draconische maatregelen de bevolking en zijn eigen Partij nog strenger te controleren. In China is corona eerder een politieke dan een medische kwestie.

Het belangrijkste controle-instrument is de alwetende app die verdachte coronacontacten signaleert en voor de politie geen geheimen heeft. Zodra de gezondheidscode op rood springt, moet je onmiddellijk in quarantaine. Ideaal dus om activisten te verlammen. Getrouwe uitvoering van de onbarmhartige coronapolitiek werd voor lokale partijbazen een test van loyaliteit aan Xi. Dat maakte de plaatselijke leiders vaak nog meedogenlozer dan de officiële instructies voorschreven, want ze riskeerden straf als mensen in hun ambtsgebied besmet raakten.

Waarschijnlijk heeft het Chinese censuurapparaat nooit zo hard gedraaid

Om de grote man maar te behagen gaven ze bevel tot overbodige lockdowns, barricadering van huizenblokken, het dichtlassen van huisdeuren, barbaars politieoptreden, willekeurige arrestaties. Vaak konden de getroffenen niet meer aan voedsel komen. De lockdowns hebben geleid tot zelfmoorden, verkeersdoden en het overlijden van niet-coronapatiënten die geen of te laat hulp kregen. Mensen werden hun huis uitgesleept omdat ze misschien, direct of via derden, in contact waren geweest met een positief geteste persoon. Deze doorgeschoten maatregelen hebben veel rampzaliger gevolgen gehad dan corona zelf.

De lockdowns brachten de Chinese economie de ene klap na de andere toe, maar voor Xi was politieke controle belangrijker. De omikron-variant maakte echter korte metten met de pretentie dat corona zich met isolementsmaatregelen laat beteugelen. Terwijl de rest van de wereld langzaam openging, sleepte China zich voort van lockdown naar lockdown. China’s financiële en commerciële hoofdstad Shanghai ging dit voorjaar meer dan twee maanden op slot. Het coronawanbeleid van het stadsbestuur legde de kiem voor de protesten die eind vorige maand tot uitbarsting kwamen.

De eerste reactie van de overheid op de betogingen was vertrouwd: repressie. Daarvoor werd het digitale controle- en opsporingssysteem dat in Xinjiang was uitgetest tegen de Oeigoeren landelijk uitgerold. Ook de in recordtijd gebouwde quarantainekampen voor tienduizenden mensen hebben een bekend model: de concentratiekampen voor Oeigoeren en andere moslimgroepen in Xinjiang. Waarschijnlijk heeft het Chinese censuurapparaat nooit zo hard gedraaid als de afgelopen dagen. Het heeft miljoenen teksten en beelden gewist, maar tegen de stortvloed viel niet op te wissen. Vaak werd de kritiek verpakt in toespelingen, die aan de controle-algoritmen ontsnappen. De censuur (‘content management’, heet dat in de Chinese Newspeak) is zo mogelijk nog verder aangescherpt. Zelfs het liken van een kritische post wordt strafbaar. In buitenlandse sociale media werden de discussieforums over de betogingen overspoeld door uit China afkomstige spam.

Op straat controleert de politie de telefoons van voorbijgangers. Op plaatsen waar betoogd is, is ze op volle sterkte aanwezig. Veel studenten zijn op politiebevel naar huis gestuurd. Met hightech-apparatuur zijn deelnemers aan de betogingen opgespoord, gewaarschuwd, bedreigd of opgepakt. Naar Chinese maatstaven blijft het geweld beperkt, want Xi gunt het verzet geen martelaren. Maar de man die een spreekkoor in Shanghai leidde waarin Xi en de Partij de aanzegging kregen om van het toneel te verdwijnen, is zelf verdwenen. Net als de man die eerder op een viaduct in Beijing demonstratief het vertrek van Xi had geëist.

Naast de stok is er ook de wortel: versoepeling. Plotseling is omikron, gisteren nog voorgesteld als een levensbedreigend virus, niet meer echt gevaarlijk. Long covid, gisteren nog een zeer ernstig risico, wordt vandaag gebagatelliseerd. Er konden dus verruimingsmaatregelen worden genomen, hoewel het aantal infecties voor China extreem hoog is. De maatregelen wisselen van stad tot stad. Hier zijn lockdowns opgeheven, daar testhokjes opgeruimd, elders de restaurants weer opengegaan. In de ene stad mag je na een positieve test of een verdacht contact ook thuis je quarantaine uitzitten in plaats van in een kamp, in een andere is het aantal quarantainedagen verminderd en mag je zonder testbewijs winkelcentra en de metro in. En er begint eindelijk een inentingscampagne onder de hoogbejaarden. Vaak hebben die maar één prik gekregen, of zelfs die niet.

Als dit het begin is van het einde van het zerocovidbeleid is het een zware afgang voor de opperleider, die zich daarmee had geïdentificeerd. Of is het slechts een manoeuvre om de angel uit de protestbeweging te halen? Maar hapsnap-maatregelen vormen geen exit-strategie. De bevolking zou massaal immuniteit moeten opbouwen door vaccinatie of het doormaken van een besmetting. Vervelend dus dat de Chinese vaccins niet deugen voor omikron, en dat maar heel weinig Chinezen corona hebben gehad. In die omstandigheden zou openstelling leiden tot massasterfte. Het zou een herhaling zijn van wat er dit voorjaar in Hongkong gebeurde, maar dan op veel grotere schaal.

Importeer westerse vaccins zoals die van Pfizer en Moderna, heeft Charles Michel de Chinese leider aangeraden. Maar die mRNA-vaccins zijn volgens de Chinese propaganda onveilig. En Xi zou zijn eerdere weigering om ze te gebruiken moeten inslikken. Dat zou zijn faam als fervente nationalist een gevoelige knauw geven. Verschillende Chinese farmaceutische bedrijven proberen een eigen mRNA-technologie te ontwikkelen, maar resultaten blijven uit.

Zolang die vaccins er niet zijn, zit Xi klem in de val die hij met zijn zerocovidstrategie zelf heeft gezet. Hij kan er niet meer uit omdat dat de dood van honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen zou betekenen en een mogelijk onbeheersbare woede-uitbarsting. Om die te voorkomen zal hij moeten doen wat veel westerse landen eerder deden: voortmodderen. Wat betekent: nu eens de teugel laten vieren, dan weer strenge lockdowns instellen, en intussen de protesten de kop indrukken. Successen zullen de zijne zijn, en mislukkingen de schuld van zijn ondergeschikten.

Zal het protest weer oplaaien? Dat kan mede afhangen van een dode: Xi’s voor-voorganger Jiang Zemin, die vorige week overleed. Vergeleken met Xi was Jiang haast een liberaal. De Partij is bang dat hij een mascotte van het verzet zal worden. Iedereen herinnert zich dat de Tiananmen-protestbeweging werd ontketend door de dood van een ontslagen hervormingsgezinde partijleider. Daarom heeft de Partij ‘kameraad Jiang Zemin’ de hemel in geprezen. Zoals ze eerder Li Wenliang, de arts die zijn mond moest houden over de gevaren van corona en daaraan zelf overleed, had ingelijfd en heiligverklaard.

Xi’s directe voorganger Hu Jintao is ook heengegaan, al is hij nog niet dood. Tijdens het partijcongres in oktober liet Xi hem voor ieders ogen afvoeren. De aanhangers van beide oud-leiders zitten gevangen of zijn op een zijspoor gerangeerd. Politiek en economisch is daarmee een tijdperk definitief ten einde. Het ‘nieuwe tijdperk’ van Xi beleeft na tien jaar zijn eerste grote crisis. Een crisis van eigen makelij.