Yahya Hassan (1995-2020)

Nederland, Amsterdam, 10 juni 2014 © ANP / Klaas Fopma

Geklop op de deur van een hotelkamer. Nogmaals, harder. ‘Is hij echt in zijn kamer?’ vraagt ze aan een van de vier beveiligers die op stoelen in de gang zitten.

‘Jawel, hij heeft wat gerookt, misschien een dutje…’ zegt hij, terwijl hij naar zijn telefoon blijft kijken. Twee andere beveiligers lachen naar elkaar.
‘Hij zou met ons mee-eten…’ Ze klopt nogmaals. ‘Yahya? Mister Hassan? Will you still eat with us?’
‘Hij mag nog gewoon aanschuiven, we zitten in het restaurant… Of roomservice bestellen als hij dat prettiger vindt, het is allemaal oké. Ik kom over een uur terug, dan lopen we samen naar de zaal.’

De beveiliger knikt, de vrouw loopt gehaast weg.

Via de spiegel zie ik een zaal vol mensen achter me, ik schrijf een woord op de spiegel. Klaar voor de stormrace. Hier valt niets te halen.

‘Can you please open the door so we know you are okay? The people are waiting.’

Geschuifel hoorbaar in de kamer. Gekreun. Iets onverstaanbaars, onduidelijk welke taal.

‘Please… Yahya… can you…’

De deurhendel beweegt omlaag maar de deur gaat niet open. Het slot draait, dan gaat de hendel weer naar beneden. Een walm van rook uit de donkere kamer, een handpalm waarop ‘ord’ getatoeëerd, een lang figuur in een Adidas-trainingsbroek beweegt naar het bed. Daarop ligt een doorzichtige plastic zak met een stuk of dertig rode pakjes Prince-sigaretten en een paar boeken.

In de volle zaal wordt gefluisterd.

Ik weet niet wat er met 2013 gebeurd is. Iets in mij. Iets in de wereld. Er werd wijn op het tapijt gemorst en de vergaderingen kwamen tot een einde. Ik maakte me zorgen over de manier waarop zijn lichaam langs de muur bewoog. Ik kocht planten en gaf ze geen water.

‘Ik wil mensen waarschuwen dat ze Yahya Hassan niet in hun privéwoning moeten laten. Hij heeft onze auto gestolen, maar het ergste is de angst die hij ons heeft aangejaagd. Hij was niet gewelddadig, maar was verbaal agressief, gebruikte primitieve taal.’ Hieronder staan foto’s van het huis van het echtpaar na het bezoek van Yahya Hassan.

‘We behandelen Yahya als een vrij man. Wij zijn een uitgeverij, geen psychiaters of politie. En hij is een volwassen man die weet wat hij wil.’

‘Hij wil niet terug naar die Hassan-show, hij is heel blij met jullie allemaal.’

‘Ik ben de plaatsvervanger van Yahya Hassan. Ik ben zijn kleine broertje. Geen verrader. Mijn broer is vrijwillig opgenomen. Hij zit niet te huilen. Hij komt er binnenkort weer uit.’ Na deze korte boodschap verliet de jonge man de persconferentie voordat er vragen konden worden gesteld.

Hij begraaft zijn gedichten
Zodat ze niet in verkeerde handen komen

Hij ademde helemaal uit en nam de rook langzaam en diep in
Hij voelde zijn armen worden opgetild
Een glasfractuur
Het woord ‘godslasteraar’ dat hem had gewekt
Zweeg en voelde zijn lichaam grommen toen het weer geen lucht kreeg, gaf hij zichzelf over, ontspande spiraalsgewijs

De lampen zijn op mij gericht. ‘Je bent altijd een buitenstaander geweest’ vraagt de presentatrice. Ik vertel haar dat ik weigerde een bril te dragen en niemand herkende. Hoe maak je het onderscheid tussen een mens en een nepmens?

Anoniem, 5 november 23:59 schrijft: ‘Jongens, het boek van Yahya Hassan is verdomd saai. Nix poëtisch. “Sterk lyrisch vormwerk” mijn reet. Hebben ze het wel gelezen? Een plas pis (of beter: PLAS PIS), belettering, hoe poëtisch. Hoera! En dan met hoofdletters: HOERA! De onderklasse is overschat.’

C. Eriksen (verbannen), 3 mei 13:07 schrijft: ‘YH is een eerlijke jongeman die door de hypocriete rechtervleugel is uitgebuit, zodra hij kritiek had op het beleid van de regering stond de media niet meer aan zijn kant. Let in dit interview (link) op de interviewer die opzettelijk YH in een kwaad daglicht probeert te zetten en hem meerdere keren onderbreekt om een boze reactie uit te lokken.’

Een vrouw loopt het podium op. Een aankondiging. De zaal loopt leeg. De mensen praten geanimeerd met elkaar.

Wie maakt de vraag. Wie vraagt het. Hij houdt ervan ’s nachts alleen langs de rivier te lopen en te roken. Hij houdt van stromend water. Toch?

In de rookwalm verschuift iets. De hotelkamer vult zich met oorverdovend harde Franse hiphop.

STAATSBEZOEK

IK FLANEER DOOR EUROPA
MET EEN DICHTBUNDEL IN MIJN BINNENZAK
LIJFWACHTEN CORRIGEREN MIJ EN LAVEREN MIJ
DIE ARME MANNEN HEBBEN HET BETER IN MIJN LEVEN
DAN IK HET ZELF HEB
ZE WEKKEN MIJ MET EEN POLITIEPENNING
ALS IK TE LANG SLAAP
EN BEGELEIDEN MIJ ALS DE KONINGIN
ZE MOPPEREN ALS IK STICKIES ROOK
EN ALS IK SNELLER TERUGSLA DAN ZIJ
HUN TRAAGHEID EN HUN SLAAFSHEID
HADDEN GEEN VAT OP MIJ
IK DROOMDE VAN HET UITVOEREN VAN HELDENDADEN
MAAR IK WAS VOORBEHOUDEN VOOR HET SMERIGE WERK
IK WAS EEN ONBEDUIDEND DEEL VAN HUN WELSTAND
TERWIJL ZIJ EEN BEDUIDEND DEEL WAREN VAN MIJN VERVAL
IK VERDOOF EEN ZENUW IN MIJN BEWUSTZIJN
TERWIJL ZIJ NIETS GOED IN DE GATEN HOUDEN
EN SNUFFELEND INLICHTINGEN VINDEN
MIJN TIJDSBESEF IS ALS EEN LEGE ZANDLOPER
MIJN ORIËNTATIEVERMOGEN IS ALS EEN AFWIJKEND KOMPAS
MIJN GEVOEL VOOR ORDE BEPERKTE ZICH TOT MIJN BROEKZAKKEN
DE CONSEQUENTIE WAS HET MACHTIGSTE
DAT IK ME KON BEMACHTIGEN
EN IK LAPTE DE LICHTGATEN IN MIJN GEMOED

(uit: Gedichten 2 van Yahya Hassan, verschijnt in september 2020 bij De Bezige Bij, vertaling: Lammie Post-Oostenbrink)