Kan de Amerikaanse homo happy worden?

Yes, at last we can

Afgelopen week ondertekende president Obama de ‘Matthew Shepard Act’, een nieuwe wet die geweld tegen homoseksuelen aanmerkt als hate crime. Het is de bekroning van tien jaar strijd voor Judy Shepard, moeder van een vermoorde gay.

JUDY SHEPARD ziet eruit als een doorsnee huisvrouw uit ‘middle America’: klein, ietsje te zwaar, een warme, vriendelijke glimlach. Zo iemand die ’s ochtends pancakes staat te bakken voordat de kinderen worden opgehaald door de gele schoolbus. Pas als ze begint te praten begrijp je waarom Judy een van de meest invloedrijke homoactivisten van de Verenigde Staten is.
Judy’s zoon Matthew Shepard werd elf jaar geleden vermoord. Twee jonge mannen sloegen de 21-jarige, tengere Matthew met een pistool op het hoofd, bonden hem vast aan een hek op de prairie van Laramie, Wyoming, en lieten hem bewusteloos achter. Vijf dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. Zijn moordenaars hadden hem nog nooit eerder ontmoet, maar ze haatten hem meteen. Omdat hij homo was en daar geen geheim van had gemaakt.
De hate crime tegen Matthew Shepard was een van de vele geweldsdelicten tegen homo’s in de Verenigde Staten. Toch heeft deze zaak de gemoederen meer beziggehouden dan andere. Na de moord werden overal in het land stille optochten en waken gehouden. Bill Clinton belde naar het ziekenhuis om de familie van Matthew steun te betuigen. De familie ontving brieven en kaarten van over de hele wereld waarin hun kracht en moed werd toegewenst. ‘I am so pissed off’, riep de populaire lesbische talkshow-host Ellen de Generes tijdens een van de bijeenkomsten in die dagen.
Er was de wanhoop in de homogemeenschap over wéér een slachtoffer van extreem geweld als gevolg van homohaat. Er was de verontwaardiging over de antihomodemonstraties van de religieuze fanaticus Fred Phelps, waarbij spandoeken te zien waren met teksten als ‘God hates fags’. Maar misschien wel het meest aangrijpend voor het Amerikaanse publiek waren de gebroken ouders, Dennis en Judy, een doodgewone vader en moeder die spraken over hun geliefde zoon Matthew die ‘happened to be gay’. Het was in 1998 nieuw om te zien hoe deze ouders in het midden van cowboyland Wyoming (het land van Brokeback Mountain) de homoseksualiteit van hun zoon op een natuurlijke manier hadden geaccepteerd.
Samen met haar man Dennis richtte Judy de Matthew Shepard Foundation op, die zich vooral richt op hulp aan homoseksuele jongeren. ‘Jongeren zijn het meest kwetsbaar en het lijkt erop dat zij het meest worstelen met hun identiteit en de acceptatie door hun omgeving’, aldus Judy. Ze is al meer dan tien jaar intensief betrokken bij de strijd tegen homohaat en geweld tegen homo’s en heeft een soort celebrity-status verkregen in de homoscene. Op 10 oktober ontvingen Judy en haar man Dennis, in gezelschap van president Obama, de eerste Edward M. Kennedy National Leadership Award, een onderscheiding ter ere van wijlen Ted Kennedy. Judy: ‘Mensen vragen me wel eens of het niet tijd is om Matt te laten gaan. Mijn antwoord daarop is: ik wíl Matt helemaal niet laten gaan. Op deze manier kan ik altijd over Matt blijven praten en niemand zegt me dat ik een verhaal al eens eerder heb verteld.’

NIET ALLEEN Judy vertelt haar verhaal meermalen. Het toneelstuk The Laramie Project Epilogue: Ten Years Later werd op 12 oktober, de sterfdag van Matthew, in meer dan honderd steden in de Verenigde Staten en in acht andere landen simultaan opgevoerd door verschillende theatergroepen. Het stuk was een vervolg op het alom geprezen toneelstuk uit 1999 The Laramie Project van de Tectonic Theatre Group, dat later tevens werd verfilmd voor HBO en door miljoenen mensen is bekeken.
Het oorspronkelijke toneelstuk The Laramie Project werd gebaseerd op de moord op Matthew en laat zien wat de moord teweegbracht in het stadje Laramie, Wyoming. In The Laramie Project Epilogue werd tien jaar later gekeken hoe het de inwoners van Laramie vergaat, en wat de moord op Matthew heeft veranderd. Voor het toneelstuk werden talloze inwoners van Laramie geïnterviewd, waarbij de centrale vraag was hoe de gemeenschap en haar houding ten opzichte van homoseksualiteit zijn veranderd in de tien jaar na de moord.
Ook Aaron Mckinney, een van de moordenaars, werd geïnterviewd in de gevangenis waar hij zijn levenslange celstraf uitzit. Hij heeft nog steeds een hekel aan homo’s en heeft geen spijt van de moord op Matthew. Hij vindt het wel erg voor Matthews ouders, maar zegt ook glashard: ‘Die moeder houdt er maar niet over op. Het is nu al meer dan tien jaar geleden.’
Soms lijkt het of er niets is veranderd in de afgelopen tien jaar. ‘Ik kan er zo boos om worden’, roept de actrice die de rol van Judy Shepard vertolkt, terwijl ze haar tranen terugdringt. ‘De wetgeving tegen hate crimes is er nog steeds niet door. Ik kan het niet verdragen als alles voor niets is geweest.’ Opeens begrijp ik waarom Judy zo invloedrijk is. De oprechte woede van deze moeder maakt dat je persoonlijk actie wilt gaan ondernemen. Voor Matthew. Maar vooral ook voor haar.
De titel van Judy Shepards net verschenen boek The Meaning of Matthew: My Son’s Murder in Laramie and a World Transformed, dat onmiddellijk na verschijning doorstootte naar de bestsellerlijsten, verwijst hoopvol naar een veranderde wereld. Judy’s eigen wereld is uiteraard volledig op z’n kop gezet en haar transformatie van huisvrouw tot beroemde homoactivist is intrigerend. Maar de vraag dringt zich op hoeveel er in de rest van de wereld is veranderd. Onlangs nog werd New York weer opgeschrikt door videobeelden van een homoseksuele man die in Queens door twee jongens bewusteloos werd geslagen. Is de wereld veiliger geworden of kunnen homo’s zich nog steeds alleen maar zonder angst begeven in bepaalde safe pockets, zoals universiteit of homobar?

OP HET eerste gezicht stemmen de cijfers bepaald somber.
Het aantal vermoorde homo’s is in de Verenigde Staten de afgelopen jaren gestegen en is op z’n hoogst sinds 1999, zo wees onderzoek van de National Coalition of Antiviolence Programs uit. Alle antihomogeweldsdelicten bij elkaar zijn weliswaar in de afgelopen tien jaar gedaald met 4,7 procent, maar deze daling houdt geen gelijke tred met de gemiddelde criminaliteit in het hele land, die in tien jaar gedaald is met 9,8 procent. Bovendien wordt in ten minste de helft van de gevallen geen aangifte gedaan van hate crimes, aldus professor Gregory Herek, internationaal erkend autoriteit op het gebied van homofobie en homohaat en verbonden aan de Universiteit van California, Davis. Daarnaast worden in verschillende staten geen aparte statistieken van hate crimes tegen homo’s bijgehouden, waardoor het zicht op de werkelijke aantallen nog verder wordt vertroebeld.
Voor jongeren zijn de cijfers nog grimmiger. Nu zij op steeds jongere leeftijd uitkomen voor hun geaardheid krijgen ze ook steeds eerder te maken met agressie en geweld. Zo bleek uit een nationaal onderzoek uit 2007 dat 81 procent van de homoseksuele middle schoolers (leeftijd ongeveer tussen elf en veertien jaar) regelmatig wordt lastiggevallen. In de gevallen waar studenten hulp van hun leraren inriepen, leidde dit slechts in een derde van de gevallen tot effectieve interventie.
Het geweld is regelmatig extreem van aard. Hate crimes kenmerken zich vaak door overkill, legt professor Herek uit. Ook als het slachtoffer zich al lang niet meer kan verweren, wordt onnodig veel geweld gebruikt in een soort blinde woede tegen het slachtoffer en alles waar het in de ogen van de dader voor staat. Als een individu wordt aangevallen vanwege zijn geaardheid (of zijn ras of religieuze overtuiging), dan wordt in feite de hele gemeenschap geraakt. Dit is de reden dat hate crimes zwaarder worden bestraft, dat meer geld ter beschikking staat voor de vervolging van de plegers en dat deze delicten apart worden gemeten en geregistreerd.
Ondanks alle acties van de homobeweging heeft het federale voorstel voor hate crime-wetgeving tien jaar doelloos heen en weer gependeld tussen het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, en had George W. Bush al aangegeven dat hij zijn vetorecht zou gebruiken als het ooit op zijn bureau zou komen te liggen. Terwijl de hate crime-wetgeving al die jaren stillag, bleven aan de andere kant vreemde juridische verschijnselen gehandhaafd. Zo is er de gay panic defense in het strafproces, een beroep op een schulduitsluitingsgrond waarbij een heteroseksueel stelt dat hij geen schuld heeft aan een geweldsdelict, omdat hij is doorgeslagen uit paniek over vermeende avances van een homoseksueel. Een beroep op dit verweer is zeldzamer geworden, maar nog steeds toegestaan.

TOCH IS ER ook een ander verhaal. Volgens Judy Shepard worden homo’s in de Verenigde Staten steeds meer geaccepteerd. Zo staat de meerderheid van de Amerikanen nog afwijzend tegenover het homohuwelijk (waardoor Obama zich daar ook niet snel expliciet voor zal uitspreken), maar wat betreft don’t ask, don’t tell in het leger heeft een omslag plaatsgevonden in de publieke opinie. Was men hier tien jaar geleden nog tegen, inmiddels is een meerderheid van de Amerikanen vóór afschaffing. De homobeweging heeft kritiek op Obama voor zijn trage aanpak, maar Obama heeft in ieder geval wel verschillende keren aangegeven dát hij er vanaf wil.
In sommige gevallen krijgt de homogemeenschap zelfs steun uit onverwachte hoek. Zo sprak de Republikeinse burgemeester van San Diego zich in een emotionele toespraak uit vóór het homohuwelijk, waarbij hij tevens onthulde dat zijn eigen dochter lesbisch was. De overtuiging dat de overheid zich zo min mogelijk moet bemoeien met privé-aangelegenheden wint het zo nu en dan van de religieuze stromingen binnen de partij.
Ook het beeld van de homoseksuele puber in het nauw blijkt niet altijd juist. Benoit Denizet-Lewis wees er onlangs in The New York Times op dat homoseksuele jongeren steeds eerder uitkomen voor hun geaardheid en dat scholen worstelen met de vraag hoe ze deze jongeren moeten beschermen. Hij beschrijft de weerstand waar ze op stuiten, maar ook de keerzijde van de medaille: blijkbaar voelen velen van hen zich zeker en veilig genoeg om uit de kast te komen. Homoseksuele jongeren komen minder snel in een isolement terecht, onder meer door het internet. Bovendien zien ze om zich heen steeds meer rolmodellen. De GLAAD (Gay and Lesbian Alliance against Defamation) meet bijvoorbeeld al een aantal jaren een toename in het aantal homoseksuele personages op televisie.
Denizet-Lewis beschrijft hoe hij in de jaren dat hij werkte voor XY, een blad voor homoseksuele jongemannen, de inhoud van de binnenkomende brieven zag veranderen: ‘Een nieuw soort homoseksuele adolescent verscheen – trots, veerkrachtig, soms zelfs happy.’ Natuurlijk lijden nog steeds veel homoseksuele tieners onder pesten op school of afwijzing thuis, maar het lijkt er toch op dat ze hier minder onder gebukt gaan dan vroeger. Ook Ritch Savin-Williams, schrijver van het boek The New Gay Teenager (2006) denkt dat het soort leven dat deze generatie homojongeren leidt vrijwel ondenkbaar was voor de oudere generatie.
Helaas heeft Matthew Shepard dit niet meer mogen meemaken. ‘For all the Matt’s out there: Hope is out there and change is coming’, schrijft Judy Shepard in de opdracht van haar boek.

ZELFS OP het moeizame juridische gebied is er nu eindelijk een doorbraak. Na de voorstelling van The Laramie Project Epilogue vertelt Judy Shepard dat het federale hate crime-wetsvoorstel vrijwel zeker binnenkort wordt aangenomen. ‘It’s a done deal!’ De zaal geeft haar een staande ovatie. ‘Ik heb het niet alleen gedaan, hoor’, sputtert ze tegen. Maar iedereen weet dat haar persoonlijke betrokkenheid een verschil heeft gemaakt. Of zoals Elizabeth Birch, voorzitter van Human Rights Campaign, het zegt: ‘Menselijke verhalen zijn de motor voor verandering. Het verhaal van Matthew Shepard is zo’n verhaal.’ En ook president Obama betoonde eer aan haar toen hij vorige week de Matthew Shepard Act tekende. ‘Ik heb Judy Shepard beloofd dat deze dag zou komen’, zei hij plechtig in zijn toespraak.