Tweeënhalf jaar Barack Obama

Yes, we could

Geen regie, geen leiding, geen politieke strijd. Als iemand Obama in het gezicht slaat, krijgt hij geen peer terug. Heeft de president van Amerika gefaald?

HET IS MOEILIJK terug te halen hoe optimistisch en hoopvol we waren toen Barack Obama op 20 januari 2009 werd geïnaugureerd. Verandering kon, leiderschap leek mogelijk, er leek een president te komen die de gepolariseerde sfeer in Washington kon temperen. Amerika zou zichzelf naar klassiek Amerikaans model heruitvinden. Yes, we could! Het is niet geworden wat we ervan verwacht hadden, dat presidentschap van Obama. Verandering is een illusie gebleken, leiderschap heeft ontbroken en de Republikeinse sloop van alweer een Democratische president is onverwacht succesvol gebleken.
Natuurlijk, de Republikeinse Partij is ongekend negatief en heeft een eenvoudige agenda: maak van Obama een één-termijnpresident. Respect voor het ambt van president, voor de wens van de meerderheid, het geven van de goodwill die een leider toekomt, ontbreekt bij de Republikeinen als het om Democraten gaat. Ze laten de sloopbal erop los. Het overkwam Jimmy Carter, Bill Clinton en nu Obama.
In die context moeten we de onappetijtelijke praktijken zien van de Republikeinse Partij zoals het afschilderen van Obama als een socialist, cryptocommunist, Europese sociaal-democraat, of, zoals radioterrorist Glen Beck dat doet, als nazi en protofascist, of soms communist als hij met een ander been uit bed is gestapt. Het is een eenvoudige maar o zo effectieve politiek van name calling, bewijs niet nodig. Het beklijfde omdat Obama in Republikeins Amerika veel weerstand opriep. Weerstand van Republikeinen die zichzelf als enige in staat achten de Amerikaanse republiek te besturen tot racistische politici en dito kiezers, van theeneuroten tot de volgelingen van het lage-IQ-populisme van Sarah Palin. Weerstand om wat Obama was, niet tegen wat hij deed. Iemand die, in hun ongezonde retoriek, on-Amerikaans was.
Paradoxaal genoeg profiteerden de Republikeinen van de grote Democratische overwinning in het Huis en de Senaat in 2008. Dat jaar was een razend succes voor de Democraten en droeg daardoor de zaden van destructie in zich. De Democraten bleken niet alleen moeite te hebben de eenheid te handhaven, ze gedroegen zich ook arrogant en kortzichtig. Speaker Nancy Pelosi, model van de progressieve, linkse Democraat uit San Francisco, werd een gemakkelijk doelwit.
De winst voor de Democraten kwam in 2008 van het verlies van de meer naar het midden neigende Republikeinen, zodat het in 2009 ideologisch gemakkelijker werd om de gelederen te sluiten. Dat deden ze. De minder destructieve senatoren, niet meer dan drie of vier eenzame zielen, stonden onder grote druk van de supersloper, minderheidsleider senator Mitch McConnel. De Republikeinen wonnen in 2010 de tussentijdse verkiezingen met pure obstructie; de nieuwe afgevaardigden waren voor een belangrijk deel anti-overheidzeloten onder de vrijbuitersvlag van de Tea Party.

MAAR WE MOETEN de schuld vooral zoeken bij Barack Obama zelf. De president wist zijn agenda niet goed neer te zetten, niet goed te verkopen en vertoonde zelf gebrek aan leiderschap. Eenmaal gekozen leek Obama zich niet te realiseren dat hij over de hoofden van de Washingtonse beroepspolitici heen een beroep kon doen op de kiezers die hem vertrouwd hadden. In plaats daarvan liet hij de dingen gebeuren en leverde soms zijn onderhandelingspositie al in voordat het gesprek was begonnen.
Het begon al met de enorme rotzooi die hij overnam van president Bush. Obama redde het financiële systeem en de auto-industrie door precies die enorme uitgaven te doen die hem nu in de schoenen worden geschoven. Obama’s falen hier was tweeledig: hij legde niet uit waarom hij deze reddingsacties ondernam. Hij schetste niet het pikzwarte scenario van wat er zou gebeuren als hij het niet deed. Laat staan dat hij de schuld gaf aan zijn voorganger.
De tweede fout is Obama’s falen om zodanige voorwaarden aan de hulp te binden dat er een structurele wijziging in de controle en machtsverhoudingen in de financiële wereld tot stand kwam. Eerst geld geven, later regelen, leek zijn motto. De bankiers hadden ook een motto: zorgen dat we ons hachje redden en dan zo snel mogelijk weer de touwtjes in handen nemen. Zij hebben gewonnen. De Dodd-Frankbank-reguleringswet stelt weinig voor. De banken en financiële instellingen hebben de belastingbetaler uitgekleed en zetten nu hun lobbymacht in om regulering te beperken. Er is niemand gestraft voor de hypothekenoplichterij die vaak de criminele grenzen ruim overschreed.
Obama stond erbij en keek ernaar. Hij hield geen vlammende toespraken, liet zich koeioneren door de Chamber of Commerce en de Wall Street- en businesslobby, alsof het een schande was dat onder de omstandigheden een president nou niet direct pro-business was. Bush de schuld geven? Het paste niet in het bruggenbouwidee van Obama. Politiek hard spelen? Hij leek er te netjes voor.
Een stimuleringsplan voor de economie had begin 2009 ongeveer drieduizend miljard dollar moeten zijn. Daarvoor had Obama zich moeten inzetten. Nu werd het achthonderd miljard, waarvan onder druk van de Senaat een groot deel in de vorm van belastingkredieten voor bedrijven. De meeste onpartijdige deskundigen zijn ervan overtuigd dat zelfs dit minimale plan de werkloosheid beperkt heeft gehouden tot een nog steeds ongezonde 9,5 procent, maar het was te weinig, te ongestructureerd en verkeerd ingevuld. En Obama heeft nagelaten het als een succes te claimen. Hij liet de public relations aan zijn tegenstanders over. Het gevolg is dat de meeste mensen geloven dat de stimulus mislukt is. Obama was AWOL, absent without leave.
Neem vervolgens de gezondheidszorg. Zijn grootste fout was het spiegelbeeld van Hillary Clintons falen in 1994: zij deed alles zelf, Obama gaf alles uit handen aan het Congres. Plannen tuimelden over elkaar heen, maar cruciaal was dat Obama nooit goed uitlegde wat het doel was van de wetgeving en waarom die noodzakelijk was. In plaats daarvan werd de wet het doelwit van een smeercampagne van Republikeinen die claimden dat de wetgeving ‘death panels’ invoerde om bejaarden op tijd uit het kostenplaatje te verwijderen. Lariekoek, maar in een terugkerend patroon weigerde Obama een tegencampagne te voeren, hij voerde niet eens een behoorlijke campagne vóór zijn wetgeving.
Het was een mirakel dat de wet er door kwam. Dat die nu een albatros is geworden om de nek van Obama is geheel en al aan hemzelf te wijten. Zelfs de mensen die van de wet profiteren, zijn ertegen. Ze weten niet waarom, maar het is on-Amerikaans om mensen te verplichten zich te verzekeren, die boodschap hebben ze wel van de Tea Party overgenomen. Het kostte de Democraten de tussentijdse verkiezingen van 2010. Het is moeilijk kiezers over te halen die denken dat ze net zijn opgezadeld met een ideologisch wangedrocht dat de economie in het honderd zal gooien.
De meest recente vernedering van Obama, de nonsenscrisis over het schuldenplafond, past geheel in dit stramien. De echte onderhandelingen over de begroting speelden zich af eind 2010, begin 2011 toen al een overheidssluiting dreigde door hard spel van de Republikeinen. Obama ging door de knieën, ook weer op het laatste moment, door de infame belastingverlagingen van Bush voor de rijken met twee jaar te verlengen. Het kostte hem duizend miljard in overheidsinkomsten, waarvoor hij weinig terugkreeg. Maar hij liet het initiatief aan de Republikeinen, die erin slaagden om het te doen voorkomen dat zij verantwoorde begroters waren en Obama een op hol geslagen overheidstrein. Het is goed om in het achterhoofd te houden dat van de 14.200 miljard schuld van Amerika meer dan drieduizend miljard is veroorzaakt door de belastingverlagingen van Bush.
De inkomsten van de overheid zijn lager dan ooit. Niemand die dat weet. Obama speelde het niet op, speelde het niet uit, hij liet toe dat de Republikeinen hem van alles de schuld gaven. Hij koppelde zijn toegeven niet aan de afspraak om de onvermijdelijke verhoging van het schuldenplafond meteen te regelen, waardoor de Republikeinen hem een half jaar later opnieuw konden chanteren. Onbegrijpelijk dat Obama erop vertrouwde dat ze er geen politiek probleem van zouden maken. Dat was het nooit geweest, de zeventig keer eerder dat het werd verhoogd. Maar in de Republikeinse 'vernietig het Democratische presidentschap’-campagne is niets zeker. Opnieuw: geen regie, geen leiding, geen toespraken, geen politieke strijd. Als iemand Obama in het gezicht slaat, krijgt hij geen peer terug maar de andere wang toegekeerd. Niet één keer, maar steeds maar weer.
Op het gebied van de buitenlandse politiek heeft Obama een fantastisch succes geboekt met het uitschakelen van Osama bin Laden. Obama verdient krediet voor het niet in de weg lopen bij de Arabisch lente. Het is moeilijk te zien hoe Amerika daar zijn kaarten beter had kunnen spelen. Maar voor de rest is het armoe troef. In Irak heeft Obama de troepen teruggetrokken volgens Bush’s plan. Prima, maar het is nog niet afgelopen. In Afghanistan heeft Obama de grootst mogelijke fout gemaakt. Hij heeft een hopeloze oorlog die door Bush als vondeling was achtergelaten de zijne gemaakt en is nu verantwoordelijk voor de desastreuze afloop. In het Israëlisch-Palestijnse conflict heeft Obama zichzelf de gevangene gemaakt van een recalcitrant en zelfzuchtig Israël. Over Guantánamo zullen we het maar niet hebben.

HET IS MAAR een beperkte staalkaart van wat tweeënhalf jaar Obama heeft opgeleverd. Van de hoopgevende doelstellingen die zijn campagne zo interessant maakten, is weinig meer gehoord. Milieubeleid wordt afgebroken door de lobbyisten die beter zijn in het aanjagen van scepsis dan Obama in het uitdragen van verantwoordelijkheid. Infrastructuur, wegen, bruggen, snelle treinen: het hele programma om de belazerde staat van Amerika te repareren is overboord gekieperd. Er zijn in Amerika geen hogesnelheidstreinen, bruggen storten in, de wegen zitten vol gaten, het onderwijs is slecht en het digitale netwerk dat was beloofd, komt er niet. De economie draait slecht terwijl ondernemingen stevige winsten maken en op enorme kapitalen zitten die ze niet willen uitgeven om nieuwe banen te scheppen.
Ernstig vooral is dat Obama het presidentschap schade heeft toegebracht. Hij heeft zich laten piepelen door de rechtse haatzaaiers van het soort Rush Limbaugh en Glen Beck, en zich politiek laten ontmannen door politieke operators als Mitch McConnel, Eric Cantor en Grover Norquist, de superlobbyist die erin slaagt om Republikeinen als trekpoppen te gebruiken. Obama heeft de macht verloren aan het Congres dat bovendien de meeste van zijn benoemingen niet uitvoert, waardoor de regering maar half bemand is. Een onversneden negatief verhaal, helaas. Obama heeft zich een president getoond zonder visie, zonder politieke strijdbaarheid, zonder agenda, zonder moed. Precies waar hij goed in was tijdens de campagne, het tonen van visie, het overtuigen van burgers door oratorische vaardigheden, heeft hij tijdens zijn presidentschap weggestopt. De enige positieve noot is dat Obama in 2012 vast wel zal worden herkozen. Het is bijzonder moeilijk een zittende president te wippen en Obama zal ongetwijfeld een goede verdediging van zijn beleid geven. Hij is beter in campagne voeren dan in president zijn en de Republikeinen zullen met meer kwaliteit moeten komen dan het huidige stelletje kandidaten om hem te verslaan.
Obama zal een radicaal andere tweede termijn moeten voeren om de mislukking van zijn eerste termijn te compenseren. Om Amerika achter te laten als een beter land dan hij het aantrof. Om de sloop van het land door de Republikeinen te stoppen. Om de leiding te geven die node gemist wordt. In 2012 zal niemand meer aankomen met 'Yes, we can’. Op z'n best kan Obama het proberen met 'let’s try again’ of 'gimme a second chance’.