Yitzhak rabin

Heel Israel en een groot deel van de wereld reageerden geschokt op zijn gewelddadige dood. Maar echt geliefd was hij nooit. En zonder fouten evenmin. Toch iets kwaads van deze dode.
YITZHAK RABIN WAS een militaire houwdegen, een botte politicus, een man die als minister van Defensie niets begreep van de intifada, een onderhandelaar die de Palestijnen zo weinig ruimte toestond dat het de veiligheid van Israel niet ten goede kwam. Rabin is een afschuwelijke dood gestorven. Moet ik nu met sympathie over hem schrijven? Ik kan niet anders. Niet omdat zijn dood zo'n schok is geweest, niet omdat hij is gevallen door de hand van een extremistische jonge jood. Maar omdat Rabin, juist door wat hij was en miste, degene was die dat vredesproces kon doorzetten bij een weifelende publieke opinie in Israel.

Er is een oud spreekwoord: ‘Hij is sterker die zichzelf overwint dan die een stad inneemt.’ Rabin was iemand die al vroeg besefte dat Israel zijn oorlogen niet uitsluitend op het slagveld kon winnen. In die zin komt zijn late bekering tot het vredesproces niet zo onverwacht als het lijkt.
RABIN GOLD ALS een gelukskind in de Israelische politiek, maar zijn politieke leven is evenzeer beinvloed door domme pech. Hij ambieerde aanvankelijk helemaal geen militaire loopbaan, de omstandigheden dwongen hem daartoe.
Hij werd in 1922 in Jeruzalem geboren en groeide op onder het Britse mandaat. Zijn vader was als jongen uit Rusland naar de Verenigde Staten geemigreerd en kwam vandaaruit naar Palestina. Zijn moeder, 'Rode Rosa’, was ook in Rusland geboren. Zij was een sterker voorbeeld voor hem; in zijn eigen woorden was zij 'een heel strenge, extreme persoonlijkheid, die zich hield aan wat zij geloofde; van compromissen kon bij haar nooit sprake zijn’. Hij bezocht een school die zij had opgericht, een school die gericht was op de praktische behoeften bij de ontwikkeling van het land.
Vervolgens volgde hij een landbouwopleiding. Daarna wilde hij naar Amerika gaan om waterbouwkunde te studeren, maar het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dwong hem die plannen op te geven. Hij sloot zich aan bij de Hagana, het ondergrondse joodse leger, om te strijden tegen de Duitsers. Na de oorlog ging de strijd door tegen de Engelsen die de joodse immigratie naar Palestina wilden verhinderen. Hij aarzelde zelfs niet toen Ben Goerion hem in 1948 opdracht gaf de Altalena tot zinken te brengen, een schip dat uit Europa kwam met immigranten en wapens voor de Irgoen, de rechtse militaire organisatie die door de nieuw gevormde Israelische regering als een gevaarlijke concurrent werd beschouwd.
TIJDENS DE Onafhankelijksheidsoorlog had hij de opdracht Jeruzalem te behouden. Hier slaagde hij maar gedeeltelijk in. Hij maakte zich ook toen al weinig illusies: 'De ironie was dat het succes van onze politieke strijd ons des te kwetsbaarder maakte voor vernietiging. Vanaf nu moesten we wat we politiek hadden gewonnen, met wapengeweld verdedigen’, schreef hij later in zijn memoires. Vandaar dat hij voorgoed afzag van verdere studie in Amerika en een loopbaan in het leger volgde.
Met enige vertraging, naar men zegt omdat hij in ongenade viel bij Ben Goerion, werd hij in 1964 bevorderd tot opperbevelhebber van het leger. Een echte soldaat, maar een element van twijfel en wanhoop was hem niet vreemd, gegeven zijn geestelijke instorting aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog in 1967. Vierentwintig uur lang was hij niet in staat zijn plichten te vervullen. Volgens hemzelf als gevolg van een combinatie van spanning, uitputting en de enorme hoeveelheden sigarettenrook die hij had binnengekregen, maar vooral door schuldgevoel. De opgelopen spanning met de omringende Arabische landen was mede te wijten aan zijn represaillemaatregelen in reactie op terroristische PLO-aanvallen. Hoe dan ook, uiteindelijk won Israel de Zesdaagse Oorlog, en veroverde de Westelijke Jordaanoever, Gaza en de Sinai. Rabin was een held, al zeiden sommigen dat de overwinning meer aan de luchtmacht dan aan Rabins landmacht te danken was.
Rabin wilde alsnog naar Amerika, het land waar zijn vader krantenverkoper was geweest, en werd in 1968 ambassadeur in Washington. Zijn grote politieke geluk was dat hij daardoor niet medeaansprakelijk was toen Israel in 1973 door de Yom Kippur-oorlog werd overvallen. Rabin had zich in 1971 bij de Arbeiderspartij aangesloten. Hij werd in december 1973 parlementslid en al in 1974 minister-president - de eerste en nog altijd enige Israelische regeringsleider die in het land zelf is geboren.
Hij was als premier verantwoordelijk voor de gedurfde reddingsoperatie van 103 door de PLO gegijzelde vliegtuigpassagiers uit Entebbe, maar ook voor een eerste voorlopig akkoord met aartsvijand Egypte. Dat Rabin anders over geweld en politiek was gaan denken, blijkt uit een interview dat G. Philip Mok met hem had in Elseviers Weekblad van 21 december 1974. Rabin legt daarin uit dat Israel niet in staat is zijn vijanden met geweld zijn wil op te leggen. In die zin zou Israel nooit meer zo'n overwinning kunnen behalen als tijdens de Zesdaagse Oorlog. De - onuitgesproken - conclusie moet dus zijn dat Israel op een andere wijze zijn doeleinden moet bereiken. 'Land voor vrede’ was derhalve voor Rabin niet taboe, maar voorlopig waren de Palestijnen daar niet toe bereid.
Rabins pech was vervolgens dat de tijd van de socialistische hegemonie in de Israelische politiek voorbij bleek te zijn. Rabin moest aftreden wegens een schandaaltje: zijn vrouw bleek een bankrekening in Amerika te hebben waar 18.000 dollar op had gestaan, iets wat voor een Israelische politicus verboden was. Shimon Peres nam de macht en de Arbeiderspartij over, hij verloor de verkiezingen en de rechtse Likoed van Begin kwam aan de macht. Rabin beschuldigde Shimon Peres ervan dat hij zijn val op zijn geweten had en er volgde een lange periode van koude oorlog tussen beide politici, die de Arbeiderspartij geen goed deed.
Uiteindelijk namen beiden in 1984 deel aan de regering van Nationale Eenheid, waarin Likoed en de Arbeiderspartij samenwerkten. Rabin was minister van Defensie toen in december 1987 onverwacht de intifada uitbrak, waarin de Palestijnen na twintig jaar hun afkeer van de Israelische bezetting met grotendeels vreedzame middelen tot uitdrukking brachten. Oorspronkelijk meende Rabin dat hij deze onrust gemakkelijk kon onderdrukken. Nadat al honderden Palestijnen, waaronder veel kinderen, waren doodgeschoten, gaf Rabin het Israelische leger het bevel over te gaan op de tactiek van 'bottenbreken’. Dit maakte Israel te schande in de ogen van de hele wereld.
RABIN HEEFT NOOIT een methode gevonden om op een positievere manier op de eisen van de Palestijnen te reageren, maar trok na tweeeneenhalve maand intifada naar zijn eigen zeggen een belangrijke conclusie, namelijk dat het niet mogelijk was met geweld over anderhalf miljoen Palestijnen te regeren. Zijn oplossing was dat er vanwege de veiligheid van Israel een volstrekte scheiding moest komen tussen Palestijnen en Israeli’s en hij betoogde dat de politiek van de Likoed, die altijd is blijven verlangen naar een Groot Israel, voor het bestaan van Israel als een joodse staat levensgevaarlijk was.
Maar ook al was Rabin voor scheiding van Israel en de Palestijnen, hij is in geen enkele functie opgetreden tegen de groei van de joodse nederzettingen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever. Ook bij de laatste onderhandelingen, die uitmondden in het Oslo 2-akkoord, blijven alle bestaande nederzettingen intact; ze mogen zelfs rustig worden uitgebreid.
Daarmee is een monster geschapen dat uiteindelijk Rabin zelf heeft vernietigd. De extremisten van het Grote Israel menen niet alleen dat zij het recht hebben Palestijnen te vermoorden die in hun weg staan (Baruch Goldstein, die in februari 1994 in Hebron 29 biddende moslims vermoordde, beschouwen zij als een heilige), ook degene die in hun ogen het land verraadt en met de vijand aanpapt, heeft de dood verdiend.
De laatste maanden werd Rabin steeds heviger aangevallen. Zijn auto werd vernield, hij werd bij een demonstratie afgebeeld in SS-uniform. Zijn moordenaar kun je dan ook absoluut niet als een eenzame gek beschouwen. Dat bleek wel uit de instemmende reacties van fanatieke joodse kolonisten in Hebron na de moord op 'dictator Rabin’.
RABIN IS AAN een typisch Israelische zwakte ten onder gegaan. Als hij het over Israels veiligheid had, dacht hij alleen aan de Palestijnen en de Arabische landen. Hij zag het gevaar van de joodse extremisten niet voldoende in. Na de moordpartij in Hebron werden geen maatregelen genomen tegen Goldstein-aanhangers en andere Israelische fascisten. Uit hun midden kwam zijn moordenaar, en Rabins lijfwachten waren op het misdadige af nonchalant toen zij hem in Tel Aviv moesten beschermen. Waren die lijfwachten wel zo enthousiast over een Rabin die een vredeslied zong en zich door vredesdemonstranten liet toejuichen?
Rabin heeft, in de zwakte van z'n kracht en de kracht van z'n zwakte, meer dan een halve eeuw lang het Israelische volk vertegenwoordigd, op het slagveld en aan de onderhandelingstafel. Israel heeft vaak de neiging sterk emotioneel, bijna sentimenteel te reageren op nationale rampen. Bij zo'n afschuwelijke politieke moord is dat helemaal begrijpelijk, maar de Israelische politici zullen zich ook koel moeten afvragen welke fouten er zijn gemaakt. Die fouten heeft Rabin zelf gemaakt in naam van en gesteund door het Israelische volk. Misschien dat het tijd is in te zien dat niet de Palestijnen de vijanden van Israel zijn, maar de fanatici en moordenaars aan beide kanten.