Yousef wordt uitgerookt

De Koppelingswet is een feit. De kans dat de Eerste Kamer er een stokje voor steekt, is klein. Is het nu gedaan met de illegalen in Nederland? Abdullah en Yousef zien het somber in. En ze willen zo graag hard werken. ..LE HET IS 1992. Bij het Amsterdamse bevolkingsregister en de vreemdelingenpolitie vormen zich lange rijen wachtende illegalen. Ze komen af op het gerucht dat illegale bewoners van de Bijlmerflats waarin zich de El Al-Boeing boorde, een verblijfsvergunning krijgen. Het gerucht blijkt onjuist.

Twee jaar later loopt het opnieuw storm bij de Amsterdamse vreemdelingenpolitie. Dit keer is in de Turkse gemeenschap het gerucht verspreid dat illegalen een verblijfsvergunning kunnen kopen voor duizend gulden. Ook dit verhaal blijkt een sprookje.
Beide keren verricht de vreemdelingenpolitie geen arrestaties onder de illegalen die zich spontaan melden. Maar de illegalenangst neemt toe. Op het hoogtepunt van de onrust dist de Rotterdamse burgemeester Peper een praktijkvoorbeeld op. Op ÇÇn adres zouden 1100 illegale Turken staan ingeschreven die allemaal een uitkering hebben. Het blijkt onzin, maar de toon is gezet. Nederland zucht onder de illegalen. Ze maken misbruik van onze collectieve voorzieningen. Niets is hun te gek om een verblijfsvergunning te krijgen. Ze moeten weg.
Ook de politiek raakt in de ban van de illegaal. De legitimatieplicht wordt ingevoerd, de opzet van het Vreemdelingen Administratie Systeem wordt versneld uitgevoerd. De straffen op het in dienst hebben van illegale werknemers worden verhoogd. In 1996 gaat in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt ‘Operatie Zoeklicht’ van start. Ambtenaren van de sociale dienst, de vreemdelingenpolitie, huisvesting en het bevolkingsregister doorkruisen de wijk. Vooraf zijn hun bestanden gekoppeld. Met tien tot vijftien procent van de adressen zou 'iets aan de hand zijn’. Bewoners die de ambtenaren ongenood over de vloer krijgen, kunnen zich niet aan de indruk onttrekken dat men op jacht is naar illegale vreemdelingen.
Tezelfdertijd worden ook in Nijmegen driftig bestanden gekoppeld. Maandenlang verricht de vreemdelingenpolitie aldaar vier tot vijf huiszoekingen per dag. Met hetzelfde doel: het arresteren van illegalen.
NU, NA JARENLANG schaven, staat een wet op het punt te worden ingevoerd die voorziet in het definitieve uitstoten van illegalen uit de Nederlandse samenleving. De Koppelingswet Vreemdelingen koppelt de verblijfstatus aan het recht op collectieve voorzieningen. Wie geen verblijfsvergunning heeft, maakt geen kans meer op uitkeringen, ziekenfondsverzekeringen, onderwijs na zijn achttiende, vergunningen en ontheffingen. Slechts op 'noodzakelijke medische zorg’ (nader in te vullen door de arts) en juridische bijstand kan een illegaal een beroep doen. Tot hun achttiende kunnen illegale kinderen naar school.
Een actief opsporingsbeleid wordt door de koppelingswet overbodig. De illegalen worden uitgerookt. Zoals CDA-lijsttrekker Jaap de Hoop-Scheffer het in De Groene verwoordde: 'Je moet als overheid constateren dat als mensen bewust kiezen voor de illegaliteit, de verantwoordelijkheid van de overheid ophoudt. Ze hÇbben een alternatief, ze k£nnen terug naar het land van herkomst. Als ze dat niet doen, kiezen ze voor een verschrikkelijk bestaan in de marge, kiezen ze voor uitbuiting.’
ABDULLAH CELIK (34, Koerd): 'Ik woon al zeventien jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning. Ik heb geen recht op asiel omdat ik nooit guerrillastrijder ben geweest. Ik werk nu via een uitzendbureau, gewoon wit. Ik heb altijd wit gewerkt. In 1984 heb ik me ingeschreven bij de gemeente en sinds 1985 heb ik een sofinummer. Dat kon toen nog, maar na november 1991 moest je voor een sofinummer een verblijfsvergunning hebben. Ik heb altijd belasting betaald. Zestig procent, de illegalenheffing. Ik heb altijd zwaar werk gedaan. In Nederland ben ik mijn baard en mijn haren verloren. Tot mei 1992 werkte ik in het Westland. Er was alleen ’s zomers werk. Veertien uur lang op mijn knie‰n sla snijden. Ik heb bij elkaar al twee ton belasting betaald.
In 1985 ontmoette ik mijn huidige vrouw in Turkije. Als ik met een Nederlandse vrouw was getrouwd, mocht ik hier blijven. Maar ik werd verliefd op een Turkse. Eerlijk is eerlijk. Ik werk al twaalf jaar wit, veel langer dan GÅmÅs heeft gedaan. Maar mijn aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen, omdat ik een paar jaar lang net niet aan de tweehonderd dagen wit werk kwam. Nu heeft de politie mijn paspoort afgenomen.
Mijn dochtertje heeft een ongeluk gehad. Zodra ze weer kan reizen, moeten we het land uit. Misschien kunnen we hier nog wat langer blijven, want Justitie bekijkt mijn aanvraag nog. Ze moeten beter kijken. Ik heb toch meer dan zes jaar wit gewerkt? Ik voel me een tweederangs mens hier. Ik ben niet crimineel. Ik ben heel rustig en doe altijd alles volgens de regels. Ik heb nooit valse papieren laten maken. Nederland moet zich schamen. Ik heb zo veel bijgedragen aan de economie, zo veel belasting betaald. Ik ken mensen die hier legaal verblijven, al 25 jaar. Die hebben ÇÇn jaar gewerkt en al 24 jaar een uitkering.
Als de Koppelingswet wordt ingevoerd, ben ik alles kwijt. Dan geldt mijn sofinummer niet meer en ben ik niet meer verzekerd. En ik verlies mijn werk. Hoe moet ik dan medicijnen voor mijn dochtertje betalen? Nu al is het heel moeilijk. Omdat ik geen paspoort meer heb, kan ik niet via de gemeente een woning krijgen. Ik betaal nu 850 gulden huur en 200 gulden voor gas en licht. Ik durf bijna niet meer op straat, en autorijden doe ik al helemaal niet meer. Stel je voor dat er controle komt.
We willen hier blijven. Steeds als ik in Den Haag kom, voel ik dat dat mijn stad is. Daar hoor ik thuis. We laten ons niet uitzetten. Desnoods ga ik in hongerstaking.’
DE KOPPELINGSWET formaliseert een beleid dat al jarenlang wordt gevoerd. Illegalen die na november 1991 naar Nederland zijn gekomen en niet meer zonder verblijfsvergunning aan een sofinummer konden komen, zijn al van vrijwel alle voorzieningen uitgesloten. Voor hen verandert er dus niet veel. Maar voor mensen als Abdullah Celik, die jarenlang een 'grijs’ bestaan leidden en voldeden aan de plichten van elke Nederlander, valt de bodem onder hun bestaan weg. In het land van herkomst hebben ze vaak niets meer. Een weg terug is er voor hen niet.
Sjoerd Bosch van het Autonoom Centrum: 'Het doel van de wet is dat de illegalen het hier zo ellendig krijgen dat ze vertrekken. De laatste stap in zo'n proces is deportatie, als je het mij vraagt. Ze mogen hier alleen niet doodgaan. Er is een nationaal fonds ingesteld van elf miljoen, bestemd voor hulp aan onverzekerde illegalen. Dat is lang niet genoeg als je bedenkt dat alleen al in Amsterdam jaarlijks voor meer dan tien miljoen medische hulp aan illegalen wordt verstrekt.
Het had geen zin nog tegen de wet te lobbyen. In Den Haag luistert geen hond naar je. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zijn er wat scherpe kantjes af gehaald. Maar uiteindelijk stemden alleen GroenLinks en de SP tegen. Je zult zien dat illegalen volledig raken aangewezen op hulp van vrijwilligersorganisaties als de onze. We krijgen er een sik van dat we de troep van de overheid mogen opruimen.’
Volgens Marijke Bijl van de Haagse hulporganisatie Okia is de medische situatie onder illegalen al uit de klauw gelopen. Bijl: 'Op ons illegalenspreekuur komen regelmatig mensen die niet naar de dokter durven uit angst opgepakt te worden. In ÇÇn week sprak ik twee vrouwen die er heel slecht aan toe waren. De een was zeven maanden zwanger en moest een keizersnede. De ander had een aandoening aan de baarmoeder en leed veel bloedverlies. We hebben gezorgd dat ze ergens terecht konden.’
MET DE INVOERING van de wet verdwijnt het grijze schemergebied tussen legaal en illegaal. Critici vrezen dat er een oncontroleerbaar zwart circuit ontstaat waarin grof geld wordt verdiend aan de illegalen. Volgens Pieter Immel, hoofd van het Bureau Sociale Integratie van de Amsterdamse politie, bestaat dat circuit allang. Immel: 'In de Bijlmer bestaat een levendige handel gericht op de illegalen. Mensen koken een extra potje en verkopen dat aan illegalen. Je kunt alles krijgen in die flats. Tot en met kappers en prostituees. We krijgen een gigantisch, onbeheersbaar zwart circuit. Dat kan niet anders. We gaan toe naar een tijd dat mensen met zijn vijftienen op een appartement wonen. Dat levert allerlei uitwassen op. Brandgevaar, slechte gezondheidssituaties. Aan de onderkant van de samenleving zullen groepen ontstaan waarover we de controle volledig kwijt zijn.
Er worden Bijlmerflats afgebroken. In die flats wonen veel illegalen. Ze kunnen geen woonruimte meer vinden via legale circuits en illegaal wonen wordt met die afbraak steeds moeilijker in de Bijlmer. Waar moeten die mensen heen? Waarschijnlijk gaan ze zwerven. We verliezen ze volledig uit het oog. Collega’s melden dat er meer criminaliteit ontstaat door het restrictieve beleid. Dan gaat het vooral om zakkenrollen, tasjesroven en geweldsdelicten. Sommige illegalen richten zich noodgedwongen op de drugshandel, anderen houden het bij winkeldiefstal. Wat moeten ze anders?’
Niemand weet hoeveel vreemdelingen illegaal in Nederland verblijven. In de toelichting op de Koppelingswet wordt dat erkend. Nergens staat zelfs maar een raming genoemd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt daar, volgens woordvoerster Ineke Ketelaar, 'nogal cynisch’ van. Ketelaar: 'We hebben geen enkel idee van het misbruik dat ze maken van de collectieve voorzieningen. Noemt u maar een aantal. Het valt niet te checken.’
IN 'INLOOPCAFE’ No Pepers in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt wordt de volumeknop omhooggedraaid als 'Geef mij maar Amsterdam’ uit de speakers klinkt. Hier komen veel illegalen voor een gratis maaltijd, en zo veel koffie en thee als ze willen. Het cafÇ is een initiatief van het Autonoom Centrum. Een perfecte plek voor een razzia. Barman Rick haalt zijn schouders op: 'Onze gasten laten zich niet zomaar wegslepen. Dat zou een enorme rel worden. Ik denk dat de vreemdelingenpolitie dat wel uit zijn hoofd laat.’
Aan de bar zit Yousef (39) uit Egypte. Hij kwam in 1988 illegaal naar Nederland en werkte wit in een shoarmazaak. Yousef: 'In Egypte kon ik niet leven. Daar is geen werk, geen toekomst. Hier spaarde ik geld voor mijn familie. Mijn moeder had kanker. Medicijnen zijn duur in Egypte. Ik had een goed leven hier totdat ik werd opgepakt. Dat was in 1993. Ik woonde in de Bijlmer. Mijn huisgenoot was ook illegaal. Hij werd in de metro gepakt zonder kaartje. De politie kwam bij ons thuis. Ze doorzochten ons huis en vonden mijn paspoort onder mijn matras. Ik gebruikte de verblijfsvergunning van iemand anders. Toen ze mijn paspoort hadden, merkten ze dat het niet klopte. Ik heb twee dagen op bureau Marnixstraat gezeten. Ze hebben mijn vingerafdrukken genomen en me op het vliegtuig naar Egypte gezet.
Toen ik daar kwam, bleek mijn moeder te zijn overleden. Mijn geld was niet genoeg. Ik moest vluchten, want ik had een fout gemaakt met een meisje. Ze was zwanger geworden. Ze had vier broers, die zochten me. Vijf dagen heb ik zonder eten en drinken in een container gezeten aan boord van een schip. Vanuit Itali‰ ben ik zonder geld naar Nederland gereisd. Een paar keer werd ik uit de trein gezet en opgepakt. Maar toen ik zei dat ik Irakees was en op weg naar Nederland, kreeg ik een kaartje tot de Italiaanse grens. In Frankrijk heb ik de reis naar Nederland bij elkaar gebedeld.
Nu kan ik geen werk vinden. Ik slaap in een bootje op de gracht. Ik moet erg voorzichtig zijn. Ik loop heel normaal, ben tegen iedereen aardig. Ik ga niet in de metro of de tram. Veel te gevaarlijk. Ze hebben mijn vingerafdrukken. Weet u hoe lang die blijven staan? Ik wil hier gaag een toekomst opbouwen. Ik hou van hard werken.’
Navraag leert dat Yousefs vingerafdrukken dertig jaar lang voor opsporingsdoeleinden worden opgeslagen. Ook na die tijd kunnen ze nog uit de kast worden gehaald. De politievoorlichter: 'Een illegaal, zei u? Als we zijn vingerafdrukken en zijn identiteit hebben kan-ie het schudden. Dan redt hij het hier nooit. Pech gehad.’