KUNST

Ysren juck

Bataven

In de zeventiende eeuw werd de geschiedenis van de Bataafse opstand, zoals beschreven door Tacitus, opgewaardeerd tot een voorafspiegeling van de opstand tegen Spanje in de zestiende eeuw. Claudius Civilis (‘Burgerhart’) en Brinio werden geïdentificeerd als de nobele aanvoerders van de Bataven (waarmee de bewoners van 'de Betuwe’, ofwel het rivierengebied werden bedoeld) en de 'Kennemerlanders’, de voorlopers van de Hollanders. Zij hadden (aldus Vondel) het 'ysren juck, dat hunnen hals bezwaerde’ afgeworpen en kwamen brutaal tegen het grote Rome in het geweer: 'De leeuwen gaen het wolvenest verstooren/ Van Romulus, en Remus.’
In het stadhuis van Amsterdam werd de verbeelding van die opstand een voorname plaats in het decoratieschema toebedeeld in de acht grote lunetten in de galerij rond de burgerzaal. In 1659 werden daar - ter gelegenheid van het bezoek van Johan Georg van Anhalt-Dessau (net getrouwd met Henriëtte van Nassau, dochter van Frederik Hendrik) - vier inderhaast in waterverf vervaardigde ontwerpen van Govert Flinck opgehangen. Naar verluidt vielen die zozeer in de smaak, dat Flinck op 28 november de opdracht kreeg de hele serie van acht uit te voeren. De biograaf Houbraken schreef 'dat het den Almachtigen beliefde dit voornemen te stuiten’: Flinck overleed op 2 februari 1660. Vervolgens probeerden Jan Lievens, Jürgen Ovens, Rembrandt van Rijn, Ferdinand Bol en Jacob Jordaens de opdracht binnen te slepen.
Het resultaat was uiteindelijk nogal ongelukkig. Er hangen nu vier grote doeken, twee van Jordaens, een van Lievens, een van Ovens. Het schilderij van Ovens vervangt weer een werk van Rembrandt, De samenzwering in het Schakerbos, waarover kennelijk allerlei gedoe was ontstaan, zozeer dat de opdracht werd teruggenomen en het schilderij in kleinere vorm naar Zweden werd verkocht. In 1698 werd een opdracht verstrekt aan de Italiaanse schilder Giovanni Antonio de Groot, die voorstelde de hele serie in fresco uit te voeren, maar hij kwam niet verder dan twee stuks. Twee van de lunetten zijn nog altijd leeg.
De zomertentoonstelling van het Paleis is gewijd aan de totstandkoming van deze serie. Het was geen klein bier, immers, de bouw en de decoratie van het stadhuis van Amsterdam was zonder meer het meest prestigieuze artistieke project in de Gouden Eeuw en bovendien een beladen programma, omdat Amsterdam er zijn republikeinse en anti-orangistische idealen mee uitdrukte. Dat is ook in het Bataven-verhaal te lezen: de schilderijen van Rembrandt/Ovens en Lievens laten zien dat aan de opstand een volksbeweging ten grondslag lag, die het leiderschap van Civilis en Brinio legitimeerde - en niet andersom. Dat werd de Oranjes in het Stadhouderloze tijdperk graag ingepeperd.
Naar de ontstaansgeschiedenis van de serie is nu veel goed onderzoek gedaan. Een fijne eye-opener is de herwaardering van die twee merkwaardige fresco’s, die op zich al zeldzaam zijn (er zijn vrijwel geen fresco’s gemaakt in de Nederlanden), maar die ook opvallen omdat ze zo ongelooflijk lelijk zijn. De goeddeels onbekende Giovanni Antonio de Groot (1664-1712) werd altijd verweten een meester te zijn geweest 'die de naam van kunstenaar nauwelijks verdient’, maar dat blijkt onterecht. In 1756 werd geconstateerd dat 'Weetnieten der Kunst’ de fresco’s 'met water en Brusselssant hadde afgeboent’ waarna de zeer middelmatige timmerman-schilder Jan van Dijk ze vrijwel volledig had overschilderd.
Het blijft overigens curieus te zien hoe die oprechte anti-monarchistische boodschap nu wordt gepresenteerd in een koninklijk paleis.


Opstand als opdracht. Flinck, Ovens, Lievens, Jordaens, De Groot, Bol en Rembrandt in het Paleis. Koninklijk Paleis Amsterdam, t/m 18 september (sommige tekeningen tot 4 september), www.paleisamsterdam.nl