Groen

Zaad of geen zaad

Vorig jaar was er nauwelijks tegenop te blazen: de zaden van de iepen. Nooit eerder zag ik zo veel iependubbeltjes in de straten van de hoofdstad, soms als sneeuw tot duinen gewaaid. Als ik dit schrijf schiet april al een eind op en de iepen komen in blad zonder gebloeid te hebben, zo af en toe stap ik van de fiets om me ervan te overtuigen dat het tere groen dat ik zag toch werkelijk bladeren zijn. Geen iepenzaadduinen, niet eens iepenzaadricheltjes. Tegelijkertijd zijn er overal in het land gigantische hoeveelheden esdoorntjes ontsproten, hier en daar zó rijkelijk dat de grasmaaier eraan te pas moet komen om die tere tweebladige stengeltjes bruut af te scheren. Het zaad dat ze hebben laten vallen is overvloedig en zeer kiemkrachtig. Als ik dat zo opmerk, moet ik toch terugdenken aan Colin Tudge, de Britse schrijver en wetenschapper die net zo makkelijk een vuistdik boek schrijft over bomen (The Secret Life of Trees) als over vogels (Consider the Birds: How They Live and Why They Matter). Uit de titels spreekt al een eigenheid, een originele kijk op de dingen. Eerder heb ik commentaar gehad op het bomenboek van Tudge, ik vond dat hij daarin veel te ver ging, hij zegt bijvoorbeeld dat bomen bewustzijn simuleren om de wereld om hen heen naar hun hand te zetten, of dat ze net als elk ander levend wezen op deze aarde hun plek moeten bevechten en dat ze daarbij soms te werk gaan als militaire strategen.
Nu begin ik toch naar zijn theorieën te neigen, simpelweg door dat opvallende iepen- en esdoornvoorjaar. Het is of ze het inderdaad met elkaar zo afspreken, via voor ons onzichtbare communicatielijnen. Doe jij dit voorjaar bizar bloeien en je voortplanten, dan ben ik volgend jaar aan de beurt, maar dan moet je wel beloven dat je volgend jaar niet gaat bloeien, anders gaat het helemaal mis en krijg je het met mij aan de stok. Een geheim genootschap van bomen. Alsof we in de magische wereld van Tolkien beland zijn, waar goedmoedige Ents de dienst uitmaken.