Apathie en verlangen in Iran

Zacht naar buiten, hard naar binnen

De strijd tussen hervormers en conservatieven is in een pandemonium ontaard, en Iran verkeert in een impasse. Nu de hervormers en het volk thuisblijven, kunnen de pragmatische conservatieven hun slag slaan.

TEHERAN — Hervormers en conservatieven zijn één pot nat. «Daarom zal bijna niemand stemmen bij de komende verkiezingen», voorspelt Zeinab, journaliste bij Iraanse vrouwenbladen. «Met de komst van president Khatami in 1997 hadden we even hoop. Maar hij heeft in de afgelopen zeven jaar niets voor elkaar gekregen.»

25 jaar theocratische democratie in Iran heeft wel degelijk iets opgeleverd. Zoals het einde van het analfabetisme en een hoger opgeleide bevolking, waarbij vrouwen nu zelfs de meerderheid van de studentenpopulatie vormen. Maar als het gaat om nepotisme en corruptie is er niet veel veranderd. Om over politieke en persoonlijke vrijheid maar te zwijgen. Sinds het aantreden van Khatami in 1997 worden de grenzen steeds verder afgetast. Jongeren kleden zich uitdagender, hoofddoeken zakken steeds verder naar achteren, meisjes maken zich overdadig op en pubers vreten stiekem van alles uit. Maar «een hoofddoek die ver naar achteren wordt geschoven, betekent niet dat we vrij zijn», zegt Zeinab. «Je kunt nog steeds worden opgepakt voor het vasthouden van elkaars hand.»

Precies 25 jaar na de islamitische revolutie is het ideologische vat in Iran leger dan ooit. Het straatbeeld in Teheran mag dan nog altijd zijn gekleurd door revolutionaire leuzen en muurschilderingen met haatdragende teksten tegen Amerika en Israël of teksten ter ere van de martelaren, het zijn holle frasen geworden. De crisis waar Iran afgelopen week in is beland, illustreert dat. Aan de vooravond van de parlementsverkiezingen is de strijd tussen hervormers en conservatieven in een pandemonium ontaard. Of deze crisis wordt bezworen, is onduidelijk. Het kan. In Iran kan alles. Maar voorlopig houden de hervormers het voor gezien. Ze hebben besloten de verkiezingen te boycotten. Een nieuwe monsterzege kunnen ze dus vergeten. Ook als ze wél zouden meedoen, was het nog maar de vraag of ze zouden winnen.

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen vorig voorjaar bracht een kleine twintig procent van de bevolking zijn stem uit, voornamelijk op conservatieven. Ook nu zal waarschijnlijk slechts een klein deel van de kiezers de gang naar de stembus maken. De steun voor hervormers is na het uitblijven van successen in de afgelopen vier jaar namelijk drastisch afgenomen.

«De Iraanse bevolking kun je ruwweg in drie groepen verdelen», zegt student Behnam, die met de voeten gekruist op het tapijt zit. «Een deel is goed opgeleid. Zij zullen uit protest hun stem niet uitbrengen. Een ander deel van de Iraniërs is minder goed opgeleid, maar wel politiek geïnformeerd. Ook zij hebben genoeg van deze puinhoop. Zij zullen evenmin gaan stemmen. Deze twee groepen groeien elke dag. En dan is er het traditionele, conservatieve deel van de bevolking dat in meerderheid wel gaat stemmen. Deze groep wordt kleiner.» Zijn vriend Mohammed is het hier niet mee eens: «Het traditionele deel van de bevolking moet je niet onderschatten, ze zijn manipuleerbaar. Als Khamenei dit roept en dan weer dat, geloven ze het.»

Lange tijd leek de hervormingsbeweging het eenzijdige Iraanse politieke landschap een ander aanzien te kunnen geven. Op sociaal en cultureel gebied woei er een nieuwe wind. Er ontstonden nieuwe kranten en tijdschriften en er werden films gemaakt. De Iraniërs benutten elke vierkante centimeter vrijheid. Maar het heeft niet beklijfd. Zeinab: «De zaken die de hervormers in de eerste jaren voor elkaar hebben gekregen, zijn één voor één terug gedraaid. De liberale kranten zijn in 2000 allemaal weer gesloten. Nieuwe media verdwijnen van het toneel zodra ze regime bedreigend kunnen worden. Sinds 2000 is er in feite sprake van een achteruitgang van de vrijheid.»

Waarom? Het wordt wel eens vergeten dat ook deze hervormers actief waren gedurende de revolutie, of dat ze op z’n minst nazaten zijn van belangrijke revolutionairen en/of martelaars. Dat betekent niet dat ze geen serieuze hervormingsplannen hebben ontwikkeld. Het betekent wél dat ze onderdeel zijn van het huidige islamitische systeem, waar door ze niet tot het uiterste zullen gaan. Zeinab: «Khatami en de conservatieve opperste leider Khamenei worden in het Westen vaak als tegenpolen geportretteerd. Maar als ze niet met elkaar door één deur zouden kunnen, was Khatami er niet geweest. Het zou me niet verbazen als de hervormers uiteindelijk toch meedoen aan de verkiezingen.»

Het is deze politieke patstelling tussen hervormers en conservatieven die nu tot lethargie heeft geleid. Waar twee jaar geleden velen hun ongenoegen over het regime wilden delen, vallen nu stiltes als naar een politieke mening wordt gevraagd. «Natuurlijk gaan we niet stemmen; zeg, hoe vind je het eigenlijk om een hoofddoek te dragen? Ben je getrouwd? Heb je kinderen?» Op de vraag: «Wat zou je zelf willen voor Iran?» is «een nieuwe leider» een veelgehoord antwoord. Iraniërs beschouwen zichzelf niet als een factor van betekenis.

De langdurige oorlog met Irak in de jaren tachtig, de dagelijkse economische struggle for life en de overvloed aan drugs laten bovendien weinig ruimte voor politieke strijd. De meeste mensen proberen, voorzover mogelijk, iets van hun persoonlijke leven te maken, of een visum voor bijvoorbeeld Canada te bemachtigen. Wie politiek wel actief is, speelt met vuur. Nadat de oppositie in de jaren tachtig vrij succesvol met de grond gelijk was gemaakt, kwam in de jaren negentig de studentenbeweging op. Daarvan is, in tegenstelling tot de gangbare berichtgeving, niet veel meer over sinds de studentenrellen in 1999 bruut werden neergeslagen. De demonstraties van afgelopen zomer waren klein. Van de vijfhonderd arrestanten in Teheran bleken er uiteindelijk slechts tien student te zijn.

Bij gebrek aan alternatieven vestigen sommigen hun hoop nu maar op het buitenland. «We hopen dat Bush in november wordt herkozen. Hij zal de druk kunnen opvoeren», zegt lerares Zohre, genietend van haar waterpijp. «Als de machthebbers helemaal geïsoleerd waren door het buitenland hadden ze allang het loodje gelegd.» Ze verwoordt de mening van vele Iraniërs.

Heeft Europa het dan verkeerd gedaan met zijn jarenlange «dialoog» met de hervormers? Zo moeten we het niet zien, vinden Wahid en Reza, politicologen in spe. «De Iraanse democratie is een farce. Maar zonder diplomatieke banden zijn we vogelvrij. De Europese aandacht van de afgelopen jaren voor mensenrechten, de stille diplomatie en dat soort zaken, hebben wel degelijk zin gehad. We zijn teleurgesteld in de hervormers, maar zonder hen hadden wij hier nu niet met jou kunnen praten. Dat weten veel Iraniërs ook wel», aldus Reza. Wahid legt uit waarom sommigen hun hoop op Bush vestigen: «Veel mensen hopen, uit frustratie, op harde actie tegen het regime. Iemand van het kaliber van Bush zou dat volgens hen kunnen. Reza en ik geloven dat overigens niet. We moeten het zelf doen, stap voor stap.»

Komende tijd zal het erom spannen of de hervormers zich aan hun verzwakte positie kunnen ontworstelen. Hun speelruimte is beperkt. Juist in conservatieve kringen gaan sinds enige tijd stemmen op om de banden met de VS te herstellen, de deur open te gooien voor de broodnodige buitenlandse investeerders en het beleid ten aanzien van Israël te wijzigen. Door de scherpe kantjes van de belegen revolutionaire retoriek af te halen, kan deze groep haar eigen machts positie veiligstellen en de relatie met de buitenwereld verbeteren. De stroming van de zogeheten «pragmatische conservatieven», onder voormalig president Rafsanjani aan de macht gekomen, kan na de komende verkiezingen dan ook haar comeback maken.

Wat hun mogelijke overwinning in politiek opzicht voor Iran zal betekenen, is vooralsnog speculatie. Maar «zacht naar buiten, hard naar binnen» moet niet worden uitgesloten. Het beetje dynamiek dat dankzij de hervormers in het Iraanse politieke leven is gekomen en dat mensen als Zeinab, Behnam en Zohre in staat stelt hun mening te geven, zou in die constellatie wel eens kunnen bevriezen. Want als de pragmatische conservatieven voldoende handreikingen naar het Westen doen, kan Iran vervolgens met rust worden gelaten door de internationale gemeenschap. Dit scenario moet niet worden onderschat. De pragmatische conservatieven zijn nog altijd een belangrijke politieke en vooral economische machtsfactor in Iran. Het is een groep die zaken met de Amerikaanse regering zou kunnen doen, waardoor de Islamitische Republiek in elk geval voorlopig van haar voortbestaan verzekerd zou zijn. Iran zou er in dat geval, net als China, in economisch opzicht op vooruit kunnen gaan. Dat zo’n groeimodel in de Iraanse klassenmaatschappij niet automatisch vooruitgang voor iedereen zal inhouden, is van later zorg.