Zachte wetten

Uiterst rechts en uiterst links hebben elkaar na de interventie in Libië opnieuw gevonden, nu in hun afkeer tegen het pact voor de euro. PVV en SP zien dit - terecht - als een stap richting verdere eenwording van Europa.

DE PVV en de SP zaten afgelopen week op twee belangrijke onderwerpen op dezelfde lijn. De gedoogpartner van het minderheidskabinet en de in omvang tweede oppositiepartij zijn tegen het pact voor de euro dat de landen van de Europese Unie met elkaar in Brussel afspraken. Beide partijen zijn eveneens tegen een Nederlandse militaire bijdrage aan het handhaven van het wapenembargo voor Libië. Ze zullen eveneens tegen de Nederlandse militaire bijdrage aan het controleren van de no fly-zone stemmen. Uiterst rechts en uiterst links, relatief jonge partijen in de parlementaire geschiedenis, vinden elkaar als het om Europa en militaire missies in het buitenland gaat. Maar de oude vertrouwde partijen daar tussenin bepalen wat er gebeurt. Daar heeft de gedoogconstructie met de PVV geen verandering in gebracht.
Doordat de afspraken rond de euro ingewikkeld zijn en veel aandacht uitgaat naar Libië, zowel naar de Nederlandse militaire bijdrage aan het handhaven van twee VN-resoluties als naar het mislukken van de evacuatie met een marinehelikopter, is het europact welhaast stilletjes gesloten. De wens van de PVV om er een referendum over te houden werd lacherig afgedaan. De angst dat de Nederlanders er wel eens tegen zouden kunnen zijn, speelde daarin een grote rol. Na het ‘nee’ tegen de Europese grondwet durft de politiek een nieuw referendum niet aan. De roep om directe democratie is niet groot; een referendum over kernenergie zoals GroenLinks nu wil, zal het niet halen. Ook dat is weer oud en vertrouwd.
PVV en SP zien het europact als een stap richting verdere eenwording van Europa. Als voortaan de rijksbegroting aan Brussel moet worden voorgelegd zet Nederland volgens hen de deur open naar het afstaan van bevoegdheden aan Europa. Minister-president Rutte ontkent dat daar sprake van is. Niet alleen omdat zijn gedoogpartner PVV er fel op tegen is en hij Wilders en de zijnen te vriend moet houden, maar ook omdat hij het anders zonder de broodnodige steun van de PVDA en de ChristenUnie voor het europact zou hebben moeten stellen. Maar zijn Duitse collega Merkel ziet wat de PVV en de SP zien, met dit verschil dat zij er juist voor is.
Volgens Rutte is in Brussel niet afgesproken dat de EU-landen elkaar voortaan op economische beleidsterreinen de wet kunnen voorschrijven. Wel dat ze 'elkaar de maat kunnen nemen’. Dat laatste klinkt vrijblijvender dan het is. Aan dat elkaar de maat nemen zijn immers consequenties verbonden. Wie ondermaats presteert als het om het overheidstekort gaat, krijgt sancties opgelegd.
En hoe houdt een land zijn overheidstekort binnen de perken? Het is niet voor niets dat in het pact staat dat de Europese landen, om het in Rutte’s termen te zeggen, elkaar de maat gaan nemen op terreinen als concurrentievermogen, werkgelegenheid, overheidsfinanciën en belastingbeleid.
Het pact vermeldt weliswaar steeds dat de nationale overheden bevoegd blijven op die terreinen, maar ze moeten er wel allemaal op letten dat ze als werkgever met hun lonen het goede voorbeeld geven, lees: dat ze de lonen matigen. Ze moeten allemaal de pensioenleeftijd aanpassen aan de groei van de levensverwachting. Ze moeten allemaal de vervroegde uittreding beperken en ouderen prikkelen langer te blijven werken. Ze moeten er allemaal voor zorgen dat het voor tweeverdieners fiscaal aantrekkelijk is om te blijven werken. Ze moeten allemaal de administratieve rompslomp voor het bedrijfsleven aanpakken. Ze moeten uiteindelijk allemaal één heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting krijgen.
Elk jaar zal Brussel per land bekijken of het voldoende 'hervormingen’ doorvoert. Europese Commissie-voorzitter José Manuel Barroso zei vorige week dat het zal gaan om 'stevige beoordelingen’. Het land dat niet goed zijn best doet, kan een aanwijzing krijgen van de commissie. Wie doet alsof het voorleggen aan Brussel van de eigen begroting en de daaronder liggende beleidsplannen vrijblijvend is, strooit zand in de ogen, ook al zal de Brusselse praktijk moeten leren hoe ver die aanwijzingen zullen gaan.
Maar ook zonder sancties of aanwijzingen leidt elkaar de maat nemen er al toe dat beleid van Europese landen steeds meer op elkaar gaat lijken. In het twee weken geleden verschenen boekwerk Democratie doorgelicht wijst Rik de Ruiter, politicoloog aan de Universiteit Twente, erop dat ook niet-bindende afspraken tussen EU-landen een effect hebben op het binnenlands beleid. 'Als een lidstaat niet bereikt wat andere lidstaten wel bereiken qua beleidsprestaties, dan kan dit worden gedefinieerd als een binnenlands probleem dat dient te worden aangepakt door nationale beleidsmakers.’ En die niet-bindende afspraken maakt Europa inmiddels op tal van terreinen, zoals onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, en internetbeleid.
De maatstaven waarmee de EU-lidstaten naar elkaar kijken zijn niet objectief, maar - aldus De Ruiter - geven 'een duidelijke politieke richting aan door de bandbreedtes te definiëren waarbinnen gezocht dient te worden naar oplossingen’. Oftewel, de nationale parlementen hebben ook hier nog wel een eigen beslissingsbevoegdheid, maar wat ze beslissen wordt indirect door Europa bepaald. In het vakjargon heten die niet-bindende beleidsafspraken binnen Europa soft law. Het zijn echter zachte wetten met harde, namelijk concrete, gevolgen.
Wat het pact voor de euro in de toekomst voor concrete gevolgen zal hebben, is nog niet te voorzien; de richting waarin Europa gaat wel. Tegenstanders, zoals PVV en SP, zullen dat volmondig beamen. Voor hen is dat - terugkijkend naar de geschiedenis van de Europese Unie - juist de reden om er tegen te zijn. Een voorstander, zoals Rutte, zal het niet volmondig beamen, om dezelfde reden als de tegenstanders: omdat de geschiedenis van Europa laat zien dat het gevolg meestal meer eenwording is.