…zak… 456

Boodschappen gedaan, gewone kost zoals eieren, een blikje sardines en een kluwentje verse tagliatelle. Een nestje noemen ze dat in die winkel, waarom weet ik ook niet want het is een kluwentje.

Ik hou wel van een beetje exotisch eten. Sardines uit Marokko en pasta uit de Jordaan, dat vind ik lekker. Met voorbijgaan aan het feit dat het kippeeieren zijn, afkomstig van een vogel die oorspronkelijk alleen in India voorkwam, kun je een ei heel goed Hollands noemen. Net zoals de aardappel. Want die eten we hier in Nederland nu al preeies 370 jaar, akhans als je iets onder Goes woonde. In Leeuwarden zijn ze pas in 1761 gearriveerd.
Met de avocado ging dat in ‘65 heel wat sneller. Die kwam in Amsterdam en bleef in Amsterdam. Ze gingen elke dag helemaal op, maar ten slotte bleef er ook niets over van de Bergen op Zoomse ansjovis die aldaar zijn neus boven water stak. Daar hadden ze bovendien zeekraal en ook dat kreeg je zelfs in de PC nog niet te pakken.
Maar die avocado, waarom die wel? Die moest toeh helemaal uit Florida of Israel komen? Jawel. Daar ontdekt door een bohemienne inkoper die dacht dat die Amsterdammers ook wel eens trek in wat lekkers kregen. Hij heeft ervoor gezorgd dat ze hier mondjesmaat aangevoerd werden, eeht iets voor de elitaire fijnproever. Vergeet het maar, de eehte KLM vond dat ze veel te weinig te vervoeren had. Een slimmerik zei: 'Waarom geen avocado’s? Het hoogste soortelijk gewicht van alle vruehten. Weinig plaats innemend en toeh lekker zwaar!’
Toen haden we hier die vette avocado, en bovendien had die naam niets met advocaat te maken maar komt hij van het Azteekse woord acahucatl, dat klootzak betekent. En dat waren wij: de zak. Nu eten sommigen van ons al hun hele leven avocado en nu weten ze ook waarom.