Zakbioscoopjes

In Rotterdam bleek weer eens dat een festival niet alleen films bij elkaar brengt, maar ook mensen. Bezoekers uiteraard, maar ik denk nu even aan filmmakers.

De aanwezigheid van een filmmaker in een bioscoopzaal kan de ontvangst van een film totaal veranderen. De bravoure of juist de onhandighied van de persoonlijke presentatie geeft de film een gezicht. Out of the Present is een fenomenale compilatiefilm over gewichtloosheid in de aardse politiek en tijdens de kosmische claustrofobie van een lange, bemande ruimtevaart, die ook zonder de lijfelijke aanwezigheid van Andrei Ujica de toeschouwer meeneemt op een hallucinerende reis door tijd en ruimte. De als een stripprofessor be- uilebrilde en cryptisch Duits orakelende Roemeense mediageleerde gaf door zijn aandoenlijke presentatie het juiste vleugje emotionele meerwaarde aan de film. De meest soepele en professionele presentatie is niet altijd de meest succesvolle. De juiste dosis onvermogen doet meer harten smelten dan geoefende geliktheid. De Oostenrijkse architect en experimenteel filmmaker Gustav Deutsch bracht een leuk en origineel project naar Rotterdam en hij presenteerde dat met het juiste aandoenlijkheidsgehalte. Deutsch kreeg een aantal jaren geleden van iemand een kleine filmviewer cadeau. Een gekkigheidje dat was gekocht in een sexshop in Hamburg. Een klein apparaatje met een motortje, een spoeltje en een lensje waarin een piepkleine, in een lus gemonteerde 8 mm-film een ‘eeuwige’ copulatie liet zien. Deutsch vond het filmpje wel geestig, maar was vooral dolenthousiast over het ingenieuze machientje. Hij kocht er direct nog drie bij en knutselde er zijn eigen filmpjes in. Hij achterhaalde de Engelse importeur van de Chinese zakbioscoopjes en bestelde er een paar honderd. Binnen het kader van honderd jaar cinema vervaardigde hij met de viewers zijn Taschenkino. In honderd viewers stopte hij honderd verschillende filmpjes. Filmpjes waarvoor hij zich liet inspireren door de allereerste probeersels van anoniem geworden negentiende-eeuwse uitvinders van het bewegende beeld. Het bewegende beeld dat vanaf de gebroeders Lumiere zo effectief commercieel is uitgebaat. Deutsch vertelt in zijn Taschenkino in tien 'hoofdstukken’ met ieder tien 'paragrafen’ de fundamentele principes van beweging en herhaling in leven en film. In een voorstelling met honderd mensen die ieder om beurten in een andere viewer kijken passeert deze leukste aller filmgeschiedenislessen in precies een uur aan het oog. Deutsch vertelde zijn toeschouwers als een goede schoolmeester en met een charmant vleugje verlegenheid hoe de apparaatjes bekeken moesten worden en op welk signaal ze moesten worden doorgegeven. Het publiek vermaakte zich uitstekend.
Onhandig, maar o zo innemend als presentator, is de ook met een gek project naar Rotterdam afgereisde Italiaanse filmmaker Tonino de Bernardi. Hij presenteerde een film in wording met levende muziek. Dit omdat het geluid nog niet af is, maar ook om zijn vrienden, familieleden en medewerkers bij de hand te hebben om tijdens zijn verblijf in Rotterdam opnamen te maken voor zijn nog in de groei zijnde film. De voordracht van De Bernardi zal door iedere presentatietrainer worden beschouwd als een voorbeeld van hoe het niet moet. Totaal chaotisch en wild gesticulerend vertelt hij het publiek wat hem voor ogen staat. Omdat er steeds weer andere beelden aan zijn geestesoog voorbijtrekken, resulteert dat in telkens nieuwe fragmentarische mededelingen. Desalniettemin - of juist daardoor - slaagde hij erin zijn boodschap over te brengen en het publiek voor zich te winnen. En het was niet overbodig dat hij het publiek voor zich won, want de muzikale, visuele en tekstuele collage was hypnotiserend, maar niet middels een bekende logica te volgen. De Bernardi vroeg en kreeg bereidwilligheid waarna het publiek werd beloond met een ongewone ervaring.
Als het in de cyber-toekomst afgelopen is met de cinema, zou het prettig zijn als aardige filmmakers als Deutsch en De Bernardi toch in levenden lijve bleven komen om hun verhalen te vertellen.