Film: ‘Vice’

Zakenbelangen

Christian Bale (links) als vice-president Dick Cheney met Sam Rockwell als president George W. Bush in Vice © Anna purna

Een paar jaar geleden maakte regisseur Adam McKay het excellente The Big Short, over de crisis op de Amerikaanse huizenmarkt. In zijn nieuwe film Vice borduurt hij voort op het thema van machtsmisbruik door in te zoomen op de vraag wat de mannen drijft die achter de schermen aan de touwtjes trekken, specifiek Dick Cheney, politicus, zakenman en van 2001 tot 2009 vice-president van de Verenigde Staten.

Vice, genomineerd voor zes Oscars waarvan alleen die voor beste make-up verzilverd werd, wijkt af van geijkte biopic-vormen. McKay’s benadering is speels, experimenteel zelfs. Zijn zwarte humor werkt als mechanisme om de duistere motivatie van de hoofdrolspelers bloot te leggen. Zo doet hij halverwege de film net alsof het verhaal afgelopen is, compleet met een eindtitelsequentie en zoetsappige muziek. Dat terwijl Cheney en zijn mede-intriganten nog maar net begonnen zijn met hun greep naar de macht in Washington.

Een verteller, een veteraan van de oorlog in Irak waarvan Cheney de architect was, formuleert de kernvraag aan het begin van de film: wat maakt een man, wat drijft hem? Hier komt nooit een antwoord op, maar dat maakt Vice juist zo angstwekkend. Dit beeld zegt alles: Cheney stervend in het ziekenhuis na de zoveelste hartinfarct. Op het nippertje vinden artsen een donorhart voor de vice-president. In de operatiezaal is de camera aanwezig. Een chirurg maakt een Y-vormige incisie. Ze trekken Cheney’s borst open en verwijderen het dode hart. Eindelijk kunnen we ín hem kijken. Van dichtbij. Even later volgt de bevestiging van wat we al wisten: deze man is leeg van binnen. Precies zo speelt Christian Bale, die dit jaar van alle genomineerde acteurs voor beste mannelijke hoofdrol de Oscar het meest had verdiend, deze rol: abstract, stil, emotieloos. Bovendien lijkt hij door make-up zo precies op Cheney dat je het gevoel krijgt naar de echte man te zitten kijken.

Ook de andere acteurs zijn uitstekend: Amy Adams als echtgenote Lynne Cheney, Steve Carell als Cheney’s mede-scharrelaar en minister van Defensie Donald Rumsfeld en Sam Rockwell als een heerlijke president George W. Bush. Vooral Adams is briljant in deze film, waarmee ze haar status als beste vrouwelijke acteur van dit moment bevestigt (zie vooral ook haar performance in de thrillerserie Sharp Objects). In een scène ligt ze samen met Dick in bed. Opeens begint ze in vrije-versstijl met hem te praten over hoe hij in het Witte Huis aan de macht kan komen. Ze zijn nét Macbeth en zijn Lady. Even later vloeit er bloed, dat van Cheney op de operatietafel, maar ook dat van Amerikaanse militairen en vele duizenden onschuldige burgerslachtoffers in Irak.

Zo steekt McKay zijn boodschap niet onder stoelen of banken: de zakenbelangen van de Amerikaanse vice-president waren de stuwende kracht achter de westerse inmenging in Irak die uiteindelijk tot de terreurgroep IS leidde. Maar ook dit zegt niet alles over deze man. Daarvoor moeten we zijn bij die close-up van de leegte. Dát maakt hem. En anderen zoals hij.


Te zien vanaf 28 februari