Zakje zweet

Omzichtig formuleren nu. Niemand de kans geven zich gegriefd, herkend of gebruikt te voelen. Als je een dagboek schrijft en uit laat geven, staat dat vol met namen. Namen en gebeurtenissen. Dat is inherent aan een dagboek. Je kunt ervoor kiezen om van, bijvoorbeeld, Xavier een X. te maken. Maar dan nog zijn er goocheme lezers die wel begrijpen dat het bij X. om Xavier draait. Alleen voornamen gebruiken is, vind ik, suf. Een naam is een naam en de achternaam geeft hem gewicht, en vooral zolang er geen vreselijke dingen over personen worden geschreven is er, lijkt mij, niet veel aan de hand. En zelfs als je wel vreselijke dingen schrijft, is er nog niet veel aan de hand, als je van tevoren hebt ingecalculeerd dat je de personen die je beschrijft nooit meer zult zien of spreken.

Ik kreeg een vriendschapsverzoek via Facebook. Van een persoon uit het verre verleden. Ik accepteerde dat verzoek. Vrijwel onmiddellijk kreeg ik via Messenger van die persoon het verzoek contact op te nemen. Er was een vraag. Dat intrigeerde me, dus ik belde meteen op. Het was zondagmiddag en er was geen schaatsen op tv. De vraag was of ik ervoor kon zorgen dat iets van internet verwijderd werd. Iets waarin de naam van de betreffende persoon voorkwam. Deze persoon ging solliciteren naar een nieuwe baan, ooit. Niet nu, maar ergens in de niet al te verre toekomst. Het bleek om een passage uit Jasper en zijn knecht te gaan, de beschrijving van iets in het – ik schreef het al – verre verleden. Toen de persoon en ik nog kinderen waren. Vrijwel het hele Privédomein-deel staat op Google Books. Dat wij nu aan de telefoon zaten, was de schuld van een kind van deze persoon. Die had gezegd dat de persoon even moest googelen op zijn/haar naam, omdat de eventuele nieuwe werkgever dat zeker ook zou doen. Vandaar het verzoek om ervoor te zorgen dat die betreffende passage voorgoed zou verdwijnen.

Tot zo ver duidelijk? Mooi. Nu is het zo dat de betreffende passage in mijn ogen absoluut niet zal leiden tot een afwijzing van de persoon als het tot een sollicitatiegesprek komt. Onschuldig is hij, de passage, en spelend in de tienertijd. Onschuldige kinderen, allebei, ik en de persoon. Ik zei meteen dat het onmogelijk is voor mij om een internetpagina in het niets te laten verdwijnen, zeker als het iets van Google betreft. ‘Ja, maar, de naam van je uitgeverij staat erbij, het heeft met je uitgeverij te maken!’ ‘Echt niet’, antwoordde ik. Het zat de persoon helemaal niet lekker en ik had helemaal geen zin daar iets aan te doen, omdat ik vond dat de persoon zich niet zo raar aan moest stellen. Ook vroeg ik me af of de persoon enig benul had van internet in het algemeen, als je komt met zo’n verzoek. Wat op internet staat, staat op internet, jammer, vervelend misschien, maar het is niet anders en je kunt er niets aan doen.

We verbraken de verbinding. Ik voerde de naam van de persoon in mijn Google-zoekvenster in. En nog eens, en nóg eens. Geen enkel zoekresultaat. Ik begon iets van nattigheid te voelen. Was dit een complot? Dat uitgerekend ik – de schrijver en rechthebbende van het boek – niet te zien kreeg dat vrijwel het hele boek op Google Books staat? Een uur later was ik op bezoek bij een vriendin. Ik vroeg haar of ik op haar computer iets op mocht zoeken. Raak. ‘Vreemd’, zei ik tegen mijn vriendin. ‘Heel vreemd.’ Vervolgens zocht ik op mijn iPhone en daar verscheen wél een zoekresultaat. Dat ik hem op mijn computer niet kreeg, was dus toeval. Maar toen zat ik hoe dan ook ineens in een heel andere zaak, los van het verzoek van die persoon uit mijn verre verleden. Google Books.

‘Google Books, ook wel Google Book Search of Google Zoeken naar boeken genoemd, is een webdienst van Google om de tekst van gedigitaliseerde boeken te doorzoeken op bepaalde woorden.’ (Wikipedia) Vooral dat woord ‘webdienst’ is kostelijk. Alsof Google de mensheid een enorme dienst bewijst door alles wat ooit op papier is verschenen te (willen) digitaliseren. In de digitale versie van – in dit geval – Jasper en zijn knecht hebben ze ook de colofonpagina afgedrukt en daar staat: ‘Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BV De Arbeiderspers, Amsterdam.’ Rechts onder aan elke digitale pagina staat: ‘Auteursrechtelijk beschermd materiaal’. Klinkt prachtig en goed. Ware het niet dat Google vrijwel het hele boek heeft overgenomen zónder toestemming en zónder dat ik, of de uitgeverij, er ook maar één cent van ziet. En dat mag allemaal. In de Verenigde Staten heeft de auteursbond een rechtszaak aangespannen tegen Google. Die hebben ze verloren. Dit stond er in de krant over te lezen: ‘Na acht jaar besloot de rechter echter dat het beschikbaar maken van delen van de tekst door Google onder “fair use” valt. De misgelopen inkomsten van de schrijvers zouden te klein zijn en de toegevoegde waarde van Google Books voor de maatschappij zou de inbreuk op de auteursrechten rechtvaardigen. Ook in hoger beroep in 2015 werd Google in het gelijk gesteld.’ Ik neem aan, maar ben er niet zeker van, dat dit ook geldt voor Nederland. Overigens staan ook enorme delen van Jasper und sein Knecht op Google Books Duitsland. Die had ik eerder al eens voorbij zien komen, maar me er toen niet verder in verdiept. Stelletje hufters.

Overigens kom je als je iets dieper ergens in duikt altijd heel fijne, grappige of bizarre dingen tegen. Er stond één review van het boek op Google Books. Die luidde als volgt: ‘Ik vond dit een interessant boek, hoe je alles zo mooi kan beschrijven je hebt echt talent. Ik was razend benieuwd om dit boek te lezen na al de goede reviews. Toen ik het boek uit had had ik terug het gevoel dat het leven terug zin had. Daarom geef ik dit boek 5 sterren, negeer al de haat op dit boek je bent mijn superheld (mijn rockster, mijn allerbeste vriend). Ik ben ontzettend benieuwd naar je volgende boek. Ik ben je grootste fan herinner je mij nog ik was die jongen die jou een zakje zweet gaf op de boekenbeurs. Ik heb ook een tattoo laten zetten en mijn kindje Jasper genoemd ik gaf dit boek aan mijn 7-jarige zoon Jasper en hij kwam spontaan klaar, ik ben echt trots op hem en op jou. Vele blije en gelukkige groeten.’

Ik herinner me helemaal geen ‘zakje zweet’ en dat een jochie van zeven klaar kan komen komt me nogal ongeloofwaardig voor, en daar komt nog bij dat dat jochie nog lang geen zeven jaar oud kan zijn aangezien het boek in 2016 uitgekomen is. Ik meldde de persoon – niet die van de bespreking, maar die van het solliciteren – dat het voor mij onmogelijk was er iets aan te doen. Ik schreef er niet bij dat ik er om te beginnen helemaal geen zin in had. Altijd vriendelijk blijven. Dat is het beste. De persoon liet me weten via een formulier een zoekverwijderingsverzoek in te gaan dienen. ‘Succes’, antwoordde ik.