TONEEL Dag Monster

ZAL IK HET MEISJE ZIJN?

In 2008 werden twee jeugdtheaterteksten die een paar decennia jong zijn opnieuw voor kinderen uitgevoerd: De koning en de rest (1989) van Roel Adam en Dag Monster (1986) van Pauline Mol. Het eerste is een poëtische bewerking van het beroemde absurdistische toneelstuk De koning sterft van Eugène Ionesco; Dag Monster is een bewerking van het griezelsprookje La Belle et la Bête. De tekst brak indertijd op een spectaculaire wijze met het (kinder)realisme, het stuk is geschreven in een prachtige symbolentaal. De zoektocht van het Mooie Meisje is haar afscheid van de kindertijd, het paleis van het Monster zelf is de beeldvorming daarover, en alles in het verhaal draait om het eindpunt van de zoektocht, ‘het leukste van haar leven, de liefde’.
De Nederlandse toneelschrijfkunst voor een publiek van kinderen en jongeren is met dit stuk (naast stukken van andere auteurs) ook internationaal doorgebroken. Nederlandse toneelauteurs voor een jong publiek horen tot de meest gespeelde van Europa. En voor regisseur Inez Derksen is Dag Monster een Mont Blanc die ze het liefst van alle kanten beklimt. Ze heeft de beklimming nu op twee manieren voltooid. In 1986 (Inez Derksen studeerde nog aan de regieopleiding) zag ze de oerversie van het stuk, in de regie van Liesbeth Coltof. Negen jaar later durfde ze het zelf aan. Haar voorstelling werd in 1995 een ontwapenende vertelling die veel succes oogstte. In 2008, dertien jaar later, heeft ze het stuk opnieuw aangepakt, bij het gezelschap waar ze artistiek leider is, Het Laagland in Sittard, met (op eentje na) dezelfde actrices als in 1995, in een vormgeving die kaler en eenvoudiger is dan toen. Het meest noodzakelijke wordt op en af gereden, de in felle strepen en vegen geschilderde speelvloer lijkt wel een schilderspalet. En het verhaal staat nog altijd als een huis.
Een vader gaat op reis en plukt een roos op verzoek van zijn jongste dochter. Die witte roos groeit in de tuin van een monster dat de dochter opeist als bruid, anders zal de vader zijn reis niet overleven. De lievelingsdochter offert zich op en springt als het ware in de harige kluwen van een doodeng avontuur waarvan het doorstaan engelengeduld vereist. Vooral die bizarre reis naar wat de kern van liefde zal blijken te zijn, het grote middendeel van het stuk, is zo verschrikkelijk mooi, aaibaar, aards en hartverscheurend geschreven dat iedere actrice die de kans krijgt om dit te spelen zich wel in een soort zevende hemel moet wanen. En de drie vrouwen, Wieky de Boer en Loulou Rhemrev (die er in 1995 al bij waren) en Kim Scheerder, hebben er ongelooflijk zin in. Ze zetten hun tanden in de materie met een aanstekelijke gretigheid die als een spervuur aan vonken op de zaal overslaat.
Wat daarbij helpt is de epische vertelstructuur van het stuk: drie actrices, die zich in de proloog ook als zodanig manifesteren, vertellen het hele verhaal en spelen alle rollen. Want dit enerverende sprookje is al vaak verteld, ‘maar nog nooit door ons’. Met meteen in die proloog de mededeling dat het monster – zo onthult actrice 3 – ‘eigenlijk een betoverde prins is’. Zo, die is eruit, de afloop doet er immers niet toe, het gaat om het verloop. Waarop actrice 3 meteen ongeduldig roept: ‘Zal ik het meisje zijn?’ Doe jij maar, knikken de andere twee. Onze tijd komt nog wel. Voor iedereen vanaf acht jaar. Ouders mogen ook mee. Want waar anders dan in het theater steek je samen zo veel op over de liefde? Ja toch? Nou dan!

Dag Monster, t/m 1 februari.www.stipproducties.nl