Economie

Zalms lach

We schrijven januari 2017. De jongste fractievoorzitter uit de Nederlandse politieke geschiedenis lanceert zijn nieuwe boek, De mythe van het economisme. Daarin vertelt hij wie hij is, waar hij vandaan komt, wat hem beweegt en waar hij voor en tegen strijdt. Ik heb het uiteraard over de fractievoorzitter van GroenLinks, Jesse Klaver.

Zoals de titel al suggereert is een van zijn voornaamste stenen des aanstoots de dominantie van de economische taal in politiek en samenleving. Weg met het economisme, luidt de strekking van Klavers boek, ophouden met die groeifixatie, stoppen met die fetisj van het bruto binnenlands product, en met die totale mobilisatie van alles en iedereen ter meerdere eer en glorie van de BV Nederland.

Het boek verscheen strak na de overvloedige journalistieke aandacht die Klaver voor zijn politiek mee-galopperen met het succes van Thomas Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw had gekregen en was als thema perfect gekozen. Het bood niet alleen een venster op de groeiende onzekerheid van steeds meer Nederlanders op de arbeidsmarkt door de opkomst van wat zo hip de gig-economie heet. Je weet wel: Uber, Foodora, Amazon en zo. Maar ook op de steeds zichtbaarder wordende schade die economische groei klimaat, dier en natuur toebrengt.

Wat minder groei, wat minder economie, en wat meer welzijn, wat meer arbeidsrust, wat meer cultuur en natuur – daar pleitte Klaver voor. En de eerste stap om daar te komen zou het vervangen van de taal van de markt door de taal van bos en medemenselijkheid zijn. Klaver leek de tijdgeest perfect bij de haren te hebben gegrepen.

Wat is Jesse Klavers aanval op economisme waard?

Spoel door naar de hete zomer van 2019 en het lijkt niet meer dan slimme marketing te zijn geweest. Want hoe is Klavers aanval op economisme te rijmen met wat sinds de affaire-Özdil bekend is geworden over het functioneren van de fractie onder Klaver? Door Kamerleden te dwingen zich strak te houden aan de begrotingskaders van VVD’er en oud-CPB baas Gerrit Zalm, die onder andere stellen dat financiering altijd binnen de eigen begroting moet worden gevonden, wat betekent dat elke nieuwe uitgave automatisch lastenverzwaringen en/of bezuinigingen impliceert, zorg je er onherroepelijk voor dat de taal van het geld alsnog leidend wordt.

Je kunt bijvoorbeeld wel om morele redenen tegen het leenstelsel zijn, maar je zult dan toch echt dekking binnen de begroting van OCW voor je morele oprisping moeten vinden. En daarmee hebben niet meer je politiek-filosofische principes het laatste woord, maar de begrotingsruimte die nodig is. Elke maandag hangt daarmee de neoliberale schaduw van Gerrit Zalm over de fractiekamer van GroenLinks. Zalms holle lach mag u er zelf bij denken.

Of wat te denken van het keurslijf van de doorrekening door het CPB van de verkiezingsprogramma’s van GroenLinks? Jarenlang is er in de partij felle discussie geweest over de wenselijkheid daarvan. Ik heb de verslagen ervan nog altijd in mijn boekenkast staan. Daar is met de komst van Kees Vendrik als financieel woordvoerder in 1998 een einde aan gekomen. Vanaf dat moment schiep GroenLinks er eer in het CPB met eigen middelen te verslaan. Technische slimmigheden, opborrelend uit de breinen van de neoklassieke adviseurs van de partij, moesten ervoor zorgen dat GroenLinks beter scoorde dan andere middenpartijen op criteria als banen, koopkracht, groei, begrotingstekorten en staatsschulden. Dat je daarmee ook de onderliggende politieke aannames van het CPB, en bijgevolg van het neoklassieke economische denken, slikte, werd en wordt bij de leiding van GroenLinks onvoldoende onderkend.

En toen was daar half mei het nieuws dat oud-fractievoorzitter Femke Halsema als burgemeester van Amsterdam de meest neoliberale stadsplanner van Nederland opdracht heeft gegeven om een toekomstvisie voor de Amsterdamse binnenstad te ontwerpen. Wie deze planoloog kent, weet dat bij hem de oplossing voor elk stedelijk vraagstuk groot, groter, grootst en hoog, hoger, hoogst is. Zo veel mogelijk mensen zo dicht mogelijk op elkaar proppen haalt het maximale uit stad en mens, zo wil de neoliberale planologie. Het betekent hoogbouw, minder groen, en vooral minder welzijn. Projectontwikkelaars staan te likkebaarden, terwijl mens, dier en milieu het nakijken hebben.

Weet u ook weer wat de GroenLinkse aanval op economisme waard is.