Thijs Wöltgens over het regeerakkoord

Zalms normvervaging

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer over het regeerakkoord. Een parlementair novum, maar de vele kritiekpunten van de oppositie werden door aanstaand premier Balkenende en VVD-fractievoorzitter Zalm geen moment in overweging genomen. Het stuk zit als vanouds stevig dichtgetimmerd. Op uitnodiging van De Groene Amsterdammer onderwierpen Thijs Wöltgens en Arnold Heertje het akkoord aan een nadere beschouwing. Over hoe Zalm zijn eigen beleid verloochende en hoe een eerlijke verdeling tot het verleden zal gaan behoren.

De Tweede Kamer heeft de eerste proeve van vernieuwing al afgelegd. Tegelijkertijd was het debat over het Strategisch Akkoord een bevestiging van de onuitroeibaarheid van het monisme, dat het parlementaire debat zo voorspelbaar en dus tevergeefs maakt. Met gesloten gelederen werd de weg vrijgemaakt voor het kabinet-Balkenende.

De aspirant-premier verdedigde de ombuigingen met een verwijzing naar de verslechterde economische situatie. Dat lijkt op het eerste gezicht plausibel. Toch is deze verwijzing volstrekt in strijd met de filosofie van de Zalm-norm van de paarse kabinetten. Het aantrekkelijke van deze norm was dat conjuncturele tegenvallers niet door bezuinigingen hoefden te worden gecompenseerd. Evenmin mochten meevallers extra uitgaven rechtvaardigen. Onder Paars II domineerden de meevallers. Met kunst en vliegwerk heeft Zalm zich verweerd tegen de PvdA, die de meevallers wilde gebruiken voor allerlei nuttige aanwendingen ten behoeve van zorg, onderwijs en veiligheid. Het gevecht daarover werd uitgesteld tot de verkiezingen.

Stel nu eens dat na de verkiezingen Paars was voortgezet met handhaving van de oude Zalm-norm. De noodzaak om te bezuinigen zou dan beperkt zijn gebleven tot 1 miljard euro, het gat dat Zalm in de meerjarenraming van Paars II heeft achtergelaten. Balkenende bezuinigt echter 6,8 miljard euro (15 miljard gulden), dat is 5,8 miljard euro (13,7 miljard gulden) meer. Natuurlijk zou ook Paars uitgavenverschuivingen hebben bewerkstelligd, maar dan nog bezuinigt Balkenende 3,25 miljard euro (ruim 7 miljard gulden) boven de klassieke Zalm-norm.

De teneur van de meeste commentaren op het Strategisch Akkoord is dat het CDA heeft gewonnen op de (ideologische) leer, maar dat de VVD de (financiële) praktijk heeft binnengehaald. Als dat laatste zo is, dan heeft Zalm gedurende zijn acht paarse jaren een knap staaltje zelfverloochening aan de dag gelegd. Nu pas blijkt dat hij zijn eigen norm benedenmaats vond. Opeens is elk begrotingstekort — ongeacht de conjuncturele situatie — uit den boze. Sterker nog: in 2006 moet er een begrotingsoverschot van één procent volgens de Europese berekening zijn. (De Europese norm laat een tekort van drie procent toe.)

In feite heeft Zalm zijn eigen norm laten vallen. Onder Paars bepleitte hij een groei van de overheidsuitgaven, die in de pas liep met een voorzichtig geraamde trendmatige groei van het nationaal inkomen. Bij de start van het nieuwe kabinet doet de trend er niet meer toe. De gerealiseerde meevallers uit betere conjuncturele dagen mogen niet meer meetellen als compensatie voor mogelijke tegenvallers.

De documenten van het regeerakkoord maken het onzinnige van deze aanpak duidelijk. Het nieuwe kabinet moet twee keer zoveel bezuinigen als noodzakelijk is om structureel het gewenste begrotingsoverschot te bereiken. In een conjuncturele dip leiden bezuinigingen tot zogenoemde uitverdieneffecten. Deze effecten zijn het gevolg van een bewuste keuze om de werkloosheid te vergroten. Dat is immers het gevolg van minder ambtenaren en Melkertbanen aan de ene kant en meer arbeidzoekenden als gevolg van de WAO-ingreep aan de andere kant. De reële loondaling, die het gevolg is van deze extra werkloosheid, levert voor de overheid ook minder belastingen en premies op. Daarmee bijten de bezuinigingen in hun eigen staart. Pas als de economie zich weer herstelt, slaan «uitverdieneffecten» om in «inverdieneffecten». In de huidige situatie is het «zuur» onnodig «dubbelzuur».

Nu zou de nieuwe Zalm kunnen tegenwerpen dat de zuurgraad van het regeerakkoord slechts van tijdelijke aard is. Zijn we eenmaal bij een structureel begrotingsoverschot van een procent beland, dan bouwen we de overheidsschuld af voordat de vergrijzing haar hoogtepunt heeft bereikt. De volgende generatie zal geen schulden, maar alleen maar bezittingen erven. Het is wellicht een wat al te genereuze vorm van intergenerationele gerechtigheid, maar een beetje boetedoening voor de hedonistische babyboomers past wel bij de retoriek van een CDA-geleide regering. Maar buiten deze metafysische rechtvaardiging is er niet zo gemakkelijk een andere argumentatie te vinden. (Nog afgezien van het feit dat die meta fysische rechtvaardiging tamelijk blind is voor de milieuschuld die onze generatie achterlaat.)

Het Strategisch Akkoord zelf ondergraaft de zinnigheid van het voornemen om in ons land via een begrotingsoverschot de nationale schuld tot nul te reduceren. In paragraaf 4.1.5 treffen we de volgende zinnen aan: «Meer aandacht is nodig voor de vraag hoe lidstaten (van de Europese Unie) de financiële last van de vergrijzing op verantwoorde, duurzame wijze opvangen. Daarbij kan voor landen met een pensioen omslagstelsel aan verschillende maatregelen gedacht worden, waaronder een extra-verlaging van de staatsschuld onder de norm van zestig procent uit het Verdrag van Maastricht.»

Deze tekst had wel in meer begrijpelijke bewoordingen mogen worden neergeschreven. Er staat namelijk dat Nederland als een van de weinige EU-landen de pensioenen van de overheidsdienaren via een kapitaaldekkingsstelsel heeft verzekerd. Wij hebben dus al gespaard voor de pensioenen van ambtenaren en dergelijke. Voor de andere lidstaten is de pensioentoezegging aan ambtenaren een toekomstige schuld, die niet in de staatsschuld is opgenomen.

In vergelijking tot de andere EU-lidstaten is de urgentie om in ons land die staatsschuld drastisch te verminderen wel het laagst. Als Italië zijn pensioenverplichtingen in de begroting zou opnemen, dan zou het begrotingstekort 25 procent bedragen. De voorstellen van Zalm betekenen in feite dat we twee keer betalen voor het pensioen. Een keer met ons sparen voor een pensioen en de andere keer met de gedwongen besparing, die de lagere waarde van de euro met zich meebrengt als gevolg van de schulden in de rest van euroland.

Er is op dit moment geen enkele aanwijzing dat de overige lidstaten onder de indruk zijn van de aangehaalde laatste waarschuwing uit het Strategisch Akkoord. Zolang dat niet het geval is, lijkt de nieuwe Zalm verdacht veel op de oude Colijn: ook al devalueert de hele wereld zijn munt, wij houden vast aan de gouden standaard. Evenals de vooroorlogse conservatieve liberalen met Colijn, heeft Zalm in de verlate antirevolutionair Balkenende het ideale vehikel gevonden om het Nederlandse volk te straffen voor paarse permissiviteit.

Het kan niet anders, of Zalm is een bekeerling. Dat is het meest opmerkelijke aan het Strategisch Akkoord. Maar mijn, overigens diepgelovige, moeder zei het al: hoed je voor bekeerlingen. Zij slaan door. Wat Zalm in de onderhandelingen heeft gewonnen, heeft hij aan geloofwaardigheid verloren.