De beste boeken van 2018

Zalvend en vernietigend

Het mooiste Nederlandse proza werd dit jaar geschreven door Sander Kollaard (1961). Hij publiceerde zijn derde boek, de compacte verhalenbundel Levensberichten , bestaande uit zes fictionele levensbeschrijvingen. In de stijl van W.G. Sebald en Jorge Luis Borges zet deze schrijver zijn vertellingen op als biografieën waarin de grote geschiedenis en het kleine alledaagse leven samenkomen. Tegelijkertijd reflecteert Kollaard voortdurend op de gebreken van het geheugen, dat het verleden altijd subjectief inkleurt. Uitmuntend is het verhaal over de verzonnen cultschrijver Weemoed Mausoleum, maar het indrukwekkendst is het deels op memoires gebaseerde De man bijt de grote hond, waarin een oude man zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog ophaalt. In deze speelse, essayistische teksten vermengt Sander Kollaard feit en fictie voortdurend. Dat ieder afzonderlijk verhaal weet te overtuigen, bewijst dat deze personages niet door de mate van waarachtigheid tot leven worden gewekt, maar door de gevoelige stijl en ingetogen lyriek van een uiterst begenadigd schrijver.

De hype rond de internationale herontdekking van de Braziliaanse schrijver Clarice Lispector (1920-1977) lijkt ondertussen wat te zijn bekoeld, maar gelukkig weerhoudt dat De Arbeiderspers er niet van om langzaam maar zeker haar volledige oeuvre in omloop te brengen. Dit jaar zag de eerste vertaling van De passie volgens G.H. het licht. Deze roman, die bekend staat als Lispectors magnum opus, heeft op het eerste gezicht een even rudimentaire als absurde verhaallijn: een alleenstaande vrouw op leeftijd, G.H., doodt bij het schoonmaken van haar appartement een kakkerlak. Deze enkele gebeurtenis ontketent vervolgens een schitterende gedachtenstroom vol overwegingen over leven en dood, mens en dier, liefde en het goddelijke. Lispector vat de overpeinzingen van haar verteller in hoekige, elliptische zinnen, en voert de lezer zo mee in de koortsachtige gedachtegang van G.H.. Het proza wordt steeds wilder en extatischer, en mondt uit in een mystieke epifanie, die door G.H. wordt bestendigd met een verbijsterende transsubstantiatie. Het einde van dit beeldschone, diepreligieuze boek is van een verbrijzelend intense emotionaliteit, en even zalvend als vernietigend. Dit is een boek dat je niet onveranderd kunt uitlezen.