Idfa: ‘The Silence of Others’

Zand eraf

De stilte die in Spanje intrad na de dood van dictator Franco wordt met The Silence of Others verder doorbroken. De slachtoffers laten zich horen.

María Martín bij de weg waaronder haar moeder begraven ligt © IDFA

María Martín, een bejaarde vrouw van begin tachtig, loopt met haar rollator vanuit haar huis naar een strak geasfalteerde autoweg. Hier onder het asfalt, wijst ze, ligt haar moeder begraven samen met honderden anderen. Ze bindt een bosje bloemen vast aan de reling. Dit doet ze elke dag. Toen ze zes jaar oud was, namen ze moeder op een avond mee, de volgende dag lag ze naakt en dood langs de weg, ze mochten haar niet begraven. María Martín probeert al haar hele leven de resten van haar moeder uit het massagraf te krijgen om haar naast haar vader te kunnen begraven – dat was zijn laatste verzoek voor hij stierf. Ze leunt tegen de reling om even uit te rusten, dichter bij haar moeders graf komt ze niet. ‘Hoe onrechtvaardig is het leven’, verzucht ze. ‘Niet het leven’, corrigeert ze zichzelf daarna. ‘Wij mensen, wij zijn onrechtvaardig.’

De openingsscène van de Spaanse documentaire The Silence of Others maakt pijnlijk duidelijk hoe de verzwegen misdaden van het Franco-regime tot op de dag van vandaag in persoonlijke levens voelbaar blijven, en hoe hardnekkig de misdaden van destijds nog steeds worden toegedekt.

Na de dood van de fascistische dictator Francisco Franco in 1975 ging Spanje een overgangsperiode in, de zogenoemde Transición, van dictatuur naar democratie. Bijna iedereen dacht dat alles vergeten de enige manier was om verder te gaan. Zo werd twee jaar later door het parlement de amnestiewet aangenomen. Politieke gevangenen werden vrijgelaten, maar ook de medewerkers van het regime, mensen die hadden gemoord en gemarteld of opdracht daartoe hadden gegeven, werd amnestie verleend. ‘Amnestie voor allen door allen’, zoals de toenmalige premier Adolfo Suárez op archiefbeeld zegt. Het werd het ‘pacto del olvido’ genoemd, het ‘pact van het vergeten’. ‘Het gevolg was dat de generaties na Franco niets wisten’, zegt filmmaakster Almudena Carracedo in de voice-over. ‘We leerden niets op school, we hoorden niets van onze ouders, we konden daardoor ook niets aan onze kinderen vertellen.’

Een nationaal opgelegde amnestie die tot op de dag van vandaag bestaat. Mensen die het tijdens Franco’s bewind voor het zeggen hadden, politici, rechters, veiligheidsdiensten, politie, bleven gewoon in functie – zo woont een slachtoffer om de hoek bij zijn folteraar, Antonio Gonzalez Pacheco, alias Billy el Niño. Straatnamen en pleinen bleven vernoemd naar generaals en andere ‘helden’ uit de Franco-tijd, beelden en monumenten bleven staan, massagraven bleven dicht.

Naar schatting zijn er tijdens de veertig jaar van dictatuur zo’n honderdduizend mensen zonder vorm van proces geëxecuteerd. Overal in Spanje liggen nog ongemarkeerde massagraven, onder wegen, in akkervelden, bij begraafplaatsen – veel massaexecuties vonden plaats tegen de kerkhofmuur. En overlevenden en nabestaanden zwegen. Maar dat is de laatste tien jaar langzaam aan het veranderen.

Het idee voor de film ontstond bij filmmakers Almudena Carracedo en Robert Bahar acht jaar geleden, toen het enorme aantal ‘gestolen baby’s’ in de tijd van de dictatuur van Franco duidelijk werd. Bovendien bleek toen dat die praktijk tot in de jaren tachtig was doorgegaan. Zo vertelt María Mercedes Bueno in de documentaire over hoe zij op kerstavond, 1981, als achttienjarige, ongetrouwde vrouw hoogzwanger in het ziekenhuis van de stad La Línea de la Concepción werd opgenomen. De dokter bracht haar tijdens het baren onder narcose, toen ze wakker werd zeiden ze haar dat haar baby doodgeboren was en dat ze zijn begrafenis zouden regelen. Pas 28 jaar later ontdekt ze de waarheid. Haar dochter blijkt een van de tienduizenden, sommigen zeggen honderdduizenden, ‘gestolen kinderen’ te zijn. De praktijk begon onder Franco, onder leiding van de fascistische gynaecoloog Vallejo-Nájera die een theorie had over ‘rode genen’. Om dat gen te neutraliseren werden baby’s van gevangen linkse vrouwen afgenomen en aan families gegeven die voor het regime waren. Later werden ook baby’s van arme gezinnen en alleenstaande moeders die ‘moreel’ afweken gestolen.

In 2010, rond dezelfde tijd, spande een groep slachtoffers van het Franco-regime een rechtszaak aan bij een Argentijns hof. Dat was revolutionair. Aangezien de amnestiewet het Spaanse rechters nu nog steeds verbiedt onderzoek te doen naar misdaden uit de Franco-tijd proberen slachtoffers gerechtigheid te vinden onder ‘universele jurisdictie’. Dat houdt in dat buitenlandse rechtbanken misdaden tegen de mensenrechten, zoals marteling, mogen onderzoeken als het land waarin de misdaden plaatsvonden dat weigert te doen. ‘Ironisch genoeg was het Spanje dat deze universele jurisdictie begon in de vervolging van de Chileense dictator Pinochet, nu is het een Argentijnse rechter die Spanje’s eigen verleden moet verlichten’, schrijft Carracedo hierover in The Guardian.

Carracedo en Bahar volgden voor deze klassieke journalistieke documentaire zes jaar lang de zogenaamde ‘Argentijnse rechtszaak’. De Argentijnse rechter heeft aan het einde van de film twintig uitleveringsverzoeken ingediend voor ambtenaren die verdacht worden van het schenden van mensenrechten. Tot op heden worden ze door Spanje geblokkeerd. Maar de slachtoffers en nabestaanden behalen ook kleine triomfen. De eerste barsten in het verzwijgen en toedekken van deze misdaden zijn zichtbaar. The Silence of Others laat zien hoe groot de behoefte aan erkenning is. Erkenning van wat er is gebeurd, het is het enige wat slachtoffers en nabestaanden rest.

Voor sommige mensen is het te laat. Zo sterft aan het einde van de film de bejaarde María Martín zonder haar moeders resten te hebben kunnen bijzetten in het graf van haar vader. Haar dochter neemt moeders strijd om grootmoeder onder het asfalt vandaan te halen over.


The Silence of Others draait op de Groene Amsterdammer-dag op IDFA. Bekijk het complete programma en bestel kaarten.