Zandgitaar

De avond voor de bezichtiging van de tentoonstelling. De kunstcriticus staat wild luchtgitaar te spelen op de eerste rij bij het optreden van The Grandmothers, de tijdelijke hereniging van een aantal voormalige Mothers of Invention-leden onder leiding van Jimmy Carl Black, Frank Zappa’s favoriete drummer. De gitaar snerpt, piept, jodelt, kreunt en snijdt zappaeske solo’s door het enthousiast vibrerend publiek, in leeftijd variërend van 13 tot 55 jaar.

De volgende dag, ’s ochtends: pijn in de schouderpartij. De volgende dag, ’s middags: de kunstcriticus staat in de ruimtes van W139, roemrucht kunstenaarsinitiatief in de Amsterdamse Warmoesstraat. Daar heerst rust, daar heerst kunst.
De criticus masseert zijn pijnlijke schouderpartij, kijkt peinzend rond in de hoge, witgepleisterde achterzaal van W139, geniet van de gedempte lichtval en ziet dan… een gitaar! Van zand. Gemaakt door Bob en Roberta Smith, onderdeel van het Sand Casting Visitor Centre (1998). Op een groot bord staat een achtergelaten bericht: ‘Hallo, ik ben Dick Skum van de Engelse Punkband Armitage. Als we niet onderweg zijn, vinden de jongens en ik het leuk om vormpjes met zand te maken.’ Aan de muur hangen nog meer uit cement gegoten en met zand bestoven gitaren, waaronder een hele fraaie hardrock-dubbelloops.
Eerst de levende, trommelvliessplijtende gitaar van de Grandmothers, dan de gitaar als fossiel, als vormpje uit de zandbak: het is een boeiende overgang. Het idee voor Smiths speelse zandgitaar zou door menig jaren-zestig-Fluxuskunstenaar kunnen zijn bedacht, belangrijk is dat echter niet, in de kale ruimte van W139 is het ding op zijn plaats.
Net zoals de dia-geluidinstallatie van de Deense Jane Bendix (1967), The Ecstasy of St. Francis (1998), waarin een heiligenleven wordt uitgebeeld in kleifiguurtjes met grotesk vervormde koppen, staand op de groene grasmat van een voetbalstadion, elkaar fotograferend en de in een monnikspij gehulde St. Francis op de schouders nemend, terwijl gejuich weerklinkt. Bizar. Opvallend.
Daarna: handen wassen. In Martin Waldes (1957, Innsbruck) Jelly soap lab (1998). Walde maakt het de mens met vuile handen niet makkelijk: de hoeveelheid zeep in de verschillend gekleurde, in plastic verpakte gelprototypen is namelijk beperkt tot een absoluut minimum, laat de kunstenaar in een begeleidend schrijven weten. Het publiek wordt uitgenodigd om de zeep te testen en zijn bevindingen op te schrijven. Prototype B/0/0i ontlokte de volgende reacties: 'Verschrikkelijke zeep. Misschien iets voor de derde wereld!’ En: 'I’m sorry to say that the soap doesn’t dissolve, and that, as a consequence, cleanliness doesn’t happen.’
Het publiek weet het altijd beter.
Achter Waldes zeeplaboratorium liggen de kauwgomhoofden van David Burrows afgehakt te wezen in een plasje rood bloed (ook van kauwgom) op een vilten vlag. My Favourite Personalities in the Post-Revolutionary Scene (1998) betitelde Burrows zijn huidloze horrorhoofden. Monnikenwerk van een kunstenaar met waarschijnlijk de sterkste kaakspieren ter wereld. Want al deze hoofden zijn samengesteld uit eigenhandig door Burrows voorgekauwde bubblegum.
Bizar. Opvallend.
Sterk dentaalplastisch werk.
Met een milde glimlach van welbehagen om de mondhoeken verlaat de kunstcriticus het gebouw en loopt hij door de smalle trechter van de Warmoesstraat de horizon van de kunst tegemoet. De schouderpartij nu volkomen bevrijd van de luchtgitaarspierpijn.
Kunst was zijn massage.

  • Kunstenaarsinitiatief 2000 Jaar Onzekerheid gaf vijf kunstenaars opdracht twee werken uit te zoeken en de daarbij horende inspiratiebronnen te onthullen. Een mix van schilderijen, dia-klankbeelden, roterende fotoreportages en reality-recordings van Gerda ten Tije, Rinke Nijburg, Aafke Bennema, Puck Willaarts en Grootendorst & Van den Berg. Tot 29 maart in De Veemvloer, Van Diemenstraat 410 Amsterdam, woensdag t/m zaterdag 13.00-18.00 uur.
  • Het toverwoord 'nieuwe media’ verruilen deze schilders graag voor de ouderwetse geur van olieverf en terpentijn: onverstoorbaar dompelen Kees Goudzwaard, Hans van Haalen, Johan de Haas en Marten Hendriks de kwast in de verf om nieuwe beelden op te roepen. De onverstoorbaarheid van de schilderkunst, t/m 19 april in Museum Commanderie van Sint-Jan, Franse Plaats 3, Nijmegen, maandag t/m zaterdag 10.00-17.00 uur, zondag van 13.00 uur.