Zangkoor tegen flashmob van Russische gelovigen

Sint-Petersburg – Het jaar 2014 moet voor de Hermitage een feestelijke aangelegenheid worden als het wereldberoemde museum zijn 250-jarig bestaan viert. Er komt een nieuwe vleugel voor kunst uit de negentiende tot 21ste eeuw, waarmee de Hermitage het grootste museum ter wereld zal zijn. Een groot evenement belooft ook Manifesta te worden, de pan-Europese biënnale van moderne beeldende kunst die in de zomer gaat plaatsvinden. Of dat allemaal gladjes zal verlopen, is maar de vraag. Zoals te verwachten zijn in Europa stemmen opgegaan om de boel te boycotten.

Anders dan tijdens de Winterspelen in Sotsji lijkt het bovendien ondoenlijk bij een dergelijke kunstmanifestatie thema’s te vermijden die in Rusland strafbaar zijn op grond van de verboden op ‘het propageren van niet-traditionele seksuele relaties onder minderjarigen’ en ‘het kwetsen van de gevoelens van gelovigen’. Onlangs nog werd in Petersburg een museum gesloten omdat op een van de schilderijen Poetin en Medvedev waren afgebeeld in vrouwenlingerie; ook een karikatuur van Milonov, gemeenteraadslid en instigator van de antihomowetgeving, werd als aanstootgevend beschouwd vanwege de regenboog op de achtergrond. Hermitage-directeur Piotrovski verzekert echter dat de kunstenaars zich op Manifesta vrijelijk kunnen uiten.

Met de zeloten kruist Piotrovski regelmatig de degens. Zo weigerde hij diezelfde Milonov toestemming voor een gebedsdienst in de Hermitagekerk om de Romanovs te gedenken. Deze kerk, ooit in gebruik door de tsarenfamilie, wordt nu in zijn geheel door gelovigen opgeëist, ook al waren ‘gewone’ gelovigen er vóór de revolutie van 1917 niet welkom. En dan is er nog de kwestie van de zilveren schrijn van Aleksandr Nevski, een topstuk uit de Russische barok dat in 1922 door de Hermitage werd gered toen de bolsjewieken het wilden omsmelten. De Russische kerk eist de schrijn op, maar Piotrovski denkt er niet over het kunstwerk af te staan. Met als gevolg dat bij de Nevski-schrijn al een paar keer een spontane gebedsdienst is gehouden: een flashmob van gelovigen. De Hermitage bracht hierop het zangkoor Slavjane in stelling, dat op gezette tijden bij de schrijn de flashmobdienst (‘een provocatie’, aldus Piotrovski) verstoorde. Bovendien werd gesuggereerd dat de niet-gesanctioneerde diensten wel eens een afleidingsmanoeuvre zouden kunnen zijn voor mogelijke kunstrovers en zakkenrollers. Maar de gelovigen laten zich niet afschrikken: ‘De Hermitage is van het volk, waarvan het merendeel gelovig is. Wij zullen bidden bij onze heiligdommen, waar ze zich ook bevinden.’