De gelijktijdigheid van geluk en ellende, rijkdom en armoe, recht en onrecht is van alle tijden en plaatsen en als we dat nog niet wisten, heeft de televisie het ons wel ingepeperd: we zappen door hemel, hel en vagevuur en eindigen in een comedy. ‘Wel een vreemde combinatie’, zei de presentator toen hij Maarten Nederhorst complimenteerde met de Bronzen Luis voor zijn Dood op verzoek. ‘Zo'n dramatisch onderwerp en dan een prijs.’ Wat u zegt, buurman, was mijn gedachte, want het leven gaat door en voor een documentaire kun je een prijs krijgen. Waarbij de vraag niet luidt of het thema tragisch is maar of het programma kwaliteit heeft.
Bovendien had hij de opmerking bij heel wat meer documentaires kunnen maken, want jurylid Ageeth Scherphuis mocht zich dan beklagen over de verzamelde treurnis die ze onder ogen kreeg, het NOS-Journaal op de Keukenhof of bij de Tesselse lammetjes (voordat hun kopjes worden afgehakt) is toch van dezelfde oninteressantheid als de ‘Goed-Nieuws-Krant’ waar menig criticaster van ‘de media’ om vraagt. Trouwens, als er al sprake was van pijnlijkheid vanwege nominaties en prijzen voor Alzheimer, ziekenhuizen in de frontlijn, politieke moord en euthanasie dan lag dat toch vooral aan des presentators KRO. Die z'n juryvoorzitter de prijswinnaar laat aankondigen als was hij spreekstalmeester bij Sarasani; die een swingend orkest laat in- en uitluiden; en die - want het is televisie en televisie betekent altijd ook amusement - een aantal als daklozen en randgroepers verklede D-acteurs laat opdraven als de ‘publieksjury’ die komisch bedoelde intermezzi verzorgt waarin de televisie op de hak wordt genomen.
Dood op verzoek verhoudt zich beter tot een prijs dan tot genante lolligdoenerij, zoveel werd wel duidelijk. Toch was dit alles hier niet vermeld als de tekstschrijver van onze humoristen niet het Guiness Book of Records, afdeling schijnheiligheid, had gehaald. Schmierend liet hij een van zijn alcoholistische lijmsnuivers zeggen dat ‘de televisie het ebolavirus niet kan behandelen zonder er een showballetje tegenaan te gooien’. Raak! En dit keer dus geen danseressen maar een ‘publieksjury’ met wezenloze grappen. Voor zoiets is de term ‘schaamteloos’ bedacht.