Spanje en de zwarte legende

Ze houden niet van ons

Wie een kritisch geluid laat horen over de koloniale periode van Spanje wordt beschimpt. Logisch, vindt de Spaanse schrijfster Roca Barea: hispanofobie heerst en ‘is de beschermheilige geworden van de Spaanse patriottische emotie’.

Diego Rivera, De exploitatie van Mexico door de Spaanse Conquistadores, 1929-1935. Muurschildering op het Nationaal Paleis in Mexico-stad © Palacio Nacional

Tot voor kort woonde Daniela Ortiz in Barcelona. Ortiz is een jonge, internationaal bekende beeldend kunstenares uit Peru. Haar werk – schilderijen, tekeningen, collages, video’s – heeft een sterke maatschappelijke betrokkenheid. Ortiz strijdt tegen racisme, patriarchaat, uitbuiting en het voortlevende kolonialisme. De manier waarop ze dat doet oogstte lof van de bazen van musea als het Reina Sofía en Palau de la Virreina en Museu d’Art Contemporani de Barcelona (Macba).

Half juni, te midden van het publieke debat over racistisch politiegeweld na de dood van George Floyd in de VS, beging ze een fout. Ze liet zich interviewen in het veelbekeken tv-programma Espejo Público van de sensatiezender Antena 3. Onderwerp: moeten koloniale monumenten – zoals het standbeeld van Columbus in haar woonplaats Barcelona – verdwijnen?

Nog voordat Ortiz ook maar een woord had gezegd, was voor de kijker thuis de toon al gezet. Op het tv-scherm kreeg ze het tekstbalkje ‘antikoloniale immigrant en radicale antiracist’ opgeplakt. In de wereld van Antena 3, waar Spaanse nationalisten en leiders van de extreem-rechtse partij Vox kind aan huis zijn, zijn dat stuk voor stuk bijna vieze woorden.

Ortiz legde uit dat ze vond dat het standbeeld van Columbus als symbool van witte suprematie beklad en neergehaald moest worden. Op de drie stamgasten in de studio in Madrid werkte die mening als een rode lap op een stier. Keer op keer werd de Peruaanse onderbroken, soms schreeuwend, soms schamperend. ‘En wat doe je dan met Machu Picchu, hè?! Afbreken? En de piramides in Egypte? Ook tegen de vlakte? De geschiedenis staat bol van de plunderingen en wreedheden. De Inca’s en de Azteken hebben er ook lustig op los gemoord!’

Twee weken later vluchtte Daniela Ortiz met haar driejarige zoontje het land uit. Ze was het mikpunt geworden van een intense haatcampagne op het internet. Aan seksistische en racistische beledigingen in de sociale media was ze wel gewend. Maar nu waren er voor het eerst ook fysieke bedreigingen. Die gingen vergezeld van persoonlijke gegevens die volgens haar alleen te verkrijgen waren voor wie toegang heeft tot bepaalde overheidsbestanden.

Ortiz vreesde niet alleen de volkswoede uit rechts-nationalistische hoek. Ze was ook bang aangeklaagd te worden voor terrorisme, of de voogdij over haar zoontje en haar verblijfsvergunning te verliezen. Tekenend was de opstelling van Instagram. Het platform verwijderde een post van Ortiz met de tekst: ‘Weg met koloniale monumenten. Leve het antiracistische verzet.’ De Spaanse leiding van Instagram waarschuwde dat haar account opgeheven zou kunnen worden. Ortiz zou ‘misdadige activiteiten’ in de hand kunnen werken.

Begin juli keerde ze terug naar haar geboorteland. De Peruaanse ambassade in Madrid had een plekje voor haar gevonden op een repatriatievlucht voor Peruanen die door de pandemie vastzaten in Spanje.

Natuurlijk behoren degenen die de kunstenares beschimpen en bedreigen tot een kleine minderheid. Maar het is niet minder waar dat de haatcampagne tegen Ortiz en haar gedwongen vertrek geen noemenswaardig protest hebben opgeleverd. Wie in het openbaar kritiek heeft op Spanje en de zwarte bladzijden uit de Spaanse geschiedenis neemt het risico te worden uitgekotst. En als de kritische geluiden uit het buitenland komen, is de reactie doorgaans hypergevoelig. Dat ondervond ook de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador.

In maart 2019 stuurde López Obrador een brief aan koning Felipe VI. Hij spoorde het Spaanse staatshoofd aan om zijn excuses aan te bieden aan de oorspronkelijke bevolking van Mexico voor de wreedheden uit de tijd van de Spaanse verovering van de Nieuwe Wereld. López Obrador schreef de brief naar aanleiding van de herdenking van de val van de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan, in 2021 vijfhonderd jaar geleden. In het Vaticaan ontving paus Franciscus een soortgelijke brief.

Het Vaticaan gaf geen rechtstreeks commentaar. Maar een woordvoerder herinnerde eraan dat paus Franciscus tijdens een bezoek aan Bolivia in 2015 al zijn excuses had aangeboden namens de katholieke kerk. ‘Er zijn in de naam van God vele en ernstige zonden begaan tegen de oorspronkelijke volkeren van Amerika’, zei Franciscus bij die gelegenheid. De eerste Latijns-Amerikaanse paus bood uitdrukkelijk zijn verontschuldigingen aan voor de ‘misdaden tegen de inheemse bevolking tijdens de zogenoemde Conquista’ (verovering).

In Madrid klonken heel andere geluiden. De sociaal-democratische premier Pedro Sánchez ‘betreurde’ de brief van López Obrador en wees de inhoud ervan ‘met kracht’ af. ‘De komst van de Spanjaarden vijfhonderd jaar geleden naar het huidige Mexico kan niet beoordeeld worden in het licht van hedendaagse opvattingen’, luidde de officiële Spaanse reactie.

Een bescheiden minderheid in het Spaanse parlement – het linkse Podemos en enkele kleine regionale fracties – ontving het Mexicaanse verzoek welwillend. Maar de drie rechtse partijen PP, Vox en Ciudadanos, gesteund door de toonaangevende media, reageerden met nauwelijks ingehouden woede. De Mexicaanse president had zich schuldig gemaakt aan ‘provocatie’ en ‘ontoelaatbare belediging’ van het Spaanse volk. Spanje mag juist vreselijk trots zijn op wat het gedaan heeft in Amerika, klonk het. Dit in tegenstelling tot ‘de Belgen in Congo en de Engelsen in de Verenigde Staten’. Ook werd ‘deze meneer’ (López Obrador) eraan herinnerd dat de Spanjaarden in de Nieuwe Wereld een eind hadden gemaakt aan de macht van ‘stammen die hun buren in blinde razernij afmaakten’. Spanje bracht beschaving, scholen en universiteiten. Niks ziekten, dood en verderf. López Obrador deed aan ‘populisme en geschiedvervalsing’.

De verontwaardiging bleef niet beperkt tot de politiek en de media. Arturo Pérez-Reverte, een populaire schrijver van historische avonturenromans, ventileerde zijn boosheid op Twitter. ‘Laat híj zijn excuses aanbieden, met zijn Spaanse achternaam’, schreef Pérez-Reverte schimpend over de Mexicaanse president. ‘Als dit individu echt gelooft wat hij zegt, is hij een imbeciel. Als hij het niet gelooft, is hij een ploert.’

De verhalen over Spaanse wreed­heden zouden vooral een bedenksel zijn van protestanten uit buurlanden

In alle opwinding was Pérez-Reverte iets ontgaan. Een detail wellicht, maar toch. López Obrador vroeg niet alleen excuses van Spanje en het Vaticaan. Hij kondigde tegelijk aan dat hij zelf óók van plan was om in 2021 – ‘het jaar van de verzoening’ – pardon te vragen voor de misdaden die na de onafhankelijkheid door de Mexicaanse staat zijn gepleegd tegen de inheemse bevolking.

De meeste Spaanse media zagen dit mea culpa van López Obrador over het hoofd. Of ze vonden het niet vermeldenswaardig. Buitenlandse media vonden de Mexicaanse hand in eigen boezem wél relevant. Voor het Spaanse publiek leek het nu of López Obrador alleen maar met zijn beschuldigende vinger naar hun land en het Vaticaan wees.

In 2016 verschijnt Imperiofobia y leyenda negra (Imperiumfobie en zwarte legende) van de Spaanse schrijfster María Elvira Roca Barea. Het boek, een historisch essay over de manier waarop Spanje en andere wereldrijken, maar vooral het Spaanse, door de eeuwen heen zijn zwartgemaakt door de propagandamachine van hun vijanden, wordt met groot enthousiasme onthaald. Roca Barea appelleert aan de nationale trots. De verhalen over Spaanse wreedheden uit het verleden – inquisitie, mishandeling en uitroeiing van de inheemse bevolking van de Nieuwe Wereld, en dichter bij huis: Alva – zijn bijna allemaal leugens. En voor zover het geen leugens zijn, hebben de landen waaruit de critici afkomstig zijn nóg meer bloed aan hun handen. De ‘zwarte legende’ tegen Spanje is bovenal een bedenksel van op macht beluste protestanten uit buurlanden. Ze zijn jaloers op het Spaanse wereldrijk, boegbeeld van het katholicisme.

En denk niet dat de ellende van de zwarte legende voorbij is, waarschuwt Roca Barea. Kijk maar naar de denigrerende manier waarop Spanje is weggezet tijdens de kredietcrisis. Ze houden niet van ons, is de teneur van het boek. Wát wij Spanjaarden ook doen, we zullen altijd het slachtoffer blijven van onbegrip en jaloezie. Het boek schetst een onverbeterlijke boze buitenwereld, vol anti-Spaanse en antikatholieke vooroordelen. Roca Barea vindt dat Spanje in opstand moet komen tegen de negatieve beeldvorming. Het glorieuze verleden moet in ere hersteld worden. De Spaanse wetgeving in de koloniën was een toonbeeld van respect voor de mensenrechten avant la lettre. We hebben er wegen aangelegd, scholen en ziekenhuizen gebouwd. Hoezo excuses aanbieden voor wandaden uit het verleden? We hebben het juist fantastisch gedaan!

Meer dan honderdduizend exemplaren gaan over de toonbank. Roca Barea, een taalkundige die volgens het omslag van het boek op Harvard heeft gedoceerd, oogst ook in de wereld van politiek en cultuur lof. Ex-premiers van rechts (José María Aznar) tot links (Felipe González, voor zover deze nog links genoemd kan worden), spreken vol bewondering over Imperiofobia. Alejo Vidal-Quadras, oprichter van de extreem-rechtse partij Vox, leiders van de conservatieve PP, filosoof Fernando Savater en filmmaker Isabel Coixet behoren ook tot de fans. Minister van Buitenlandse Zaken Josep Borrell beveelt het boek van harte aan.

Hoewel Roca Barea geen historicus is, wordt ze voorgedragen als kandidaat voor de prestigieuze Prinses van Asturiëprijs voor sociale wetenschappen. In 2018 krijgt ze de medaille van Andalusië uit handen van de socialistische regiopresident Susana Díaz. Roca Barea ontvangt tal van onderscheidingen en prijzen. Ze wordt een nationaal fenomeen. Ricardo García Cárcel, hoogleraar geschiedenis in Barcelona, noemt Imperiofobia ‘de bestseller met de grootste impact in Spanje van de laatste decennia’.

Het succes is opvallend voor een boek dat op zijn best betiteld kan worden als een pseudowetenschappelijk werk. Roca Barea, doctor in de klassieke letteren, doorspekt haar relaas met Latijnse spreuken. Dat staat geleerd. Ze geeft een lawine aan details die de indruk van nauwgezetheid wekken. Imperiofobia y leyenda negra telt bijna vijfhonderd bladzijden en ruim zevenhonderd voetnoten. Het suggereert een degelijke onderbouwing, maar het tegendeel is het geval. Het boek staat vol foute, onvolledige, verdraaide en oncontroleerbare citaten en feiten, zoals verschillende historici in detail hebben aangetoond. Ze resulteren in tal van merkwaardige en geschiedkundig aanvechtbare conclusies. En steeds wijzen ze in de richting van hetzelfde zwart-witschema: de Spanjaarden c.q. de katholieken waren goed; en zo niet, dan waren de anderen nóg slechter.

Een paar voorbeelden. Vergeleken met Calvijn was grootinquisiteur Torquemada een schoothondje. De dominicaanse priester Bartolomé de las Casas – hij schreef een ooggetuigenverslag van de Spaanse gruwelen in de Nieuwe Wereld en geldt daarmee voor de aanhangers van de theorie van de zwarte legende als een verrader, of op zijn best als een nuttige idioot voor Spanje’s vijanden – heeft nooit enig respect voor de indianen getoond. De Azteken vermoordden elk jaar tussen de twintig- en dertigduizend mensen van hun naburige stammen tijdens offerfestivals. De inquisitie was een moderne vorm van rechtspraak met alle garanties voor de verdachten. En in Nederland heeft de Spaanse inquisitie nooit bestaan. Allemaal zwarte legende. Overigens geeft de zoekfunctie op de site van Harvard geen enkel resultaat bij de naam María Elvira Roca Barea. Ook zwarte legende?

Francisco Goya, Het tribunaal der Inquisitie, 1812-1819. Olieverf op paneel, 46 x 73 cm © Real Academia de Bellas Artes de San Carlos

De zwarte legende is overal, zelfs in het Nederlandse volkslied. Roca Barea laat het hoofdstuk ‘De Nederlanden: de definitieve triomf van de propaganda’ voorafgaan door een Spaanse vertaling van de laatste strofe van het ‘Wilhelmus’. Daarna voegt ze er nog twee regels aan toe: ‘Mijn geest is gekweld, nobel en trouw volk,/ als ik zie hoe de wrede Spanjaard jou krenkt’. In de vijftien coupletten van het ‘Wilhelmus’ komt de woordgroep ‘wrede Spanjaard’ niet voor. Maar voor Roca Barea eindigt het dus met deze wrede Spanjaard. Dan vervolgt ze: ‘Zo begint het volkslied van Holland (sic) dat de kinderen op school leren.’

De suggestie is duidelijk: tot op de dag van vandaag wordt de haat tegen de Spanjaarden erin geramd op de Nederlandse scholen. Het boek verschijnt op een moment dat Spaanse media en politici precies hetzelfde verwijt maken aan het onderwijs in Catalonië, en met een bewijsvoering van een soortgelijk niveau.

Dat historische rivalen van Spanje negatieve aspecten uit het Spaanse verleden hebben overdreven, is iets wat algemeen door geschiedkundigen geaccepteerd wordt. Maar dat wil niet zeggen dat de kritiek geen enkele feitelijke basis heeft en alleen maar ingegeven is door haat en jaloezie tegenover een superieur wereldrijk, zoals Roca Barea wil doen geloven.

Historici die verdedigen dat Spanje het slachtoffer is geweest van een zwarte legende, beperken deze doorgaans tot de zestiende en zeventiende eeuw. Dat was de periode waarin Spanje het machtigste rijk ter wereld was, en dus veel rivalen had. Maar waarom zou de zwarte legende tot op de dag van vandaag voortleven, nu Spanje al een paar eeuwen geen wereldrijk meer is?

‘Paranoia is een duidelijk symptoom van onzekerheid. Spanje kent een lange traditie van paranoia’

In haar antwoord haalt Roca Barea de genetica erbij: ‘Alle protestantse naties ontleenden hun bestaansrecht aan het verzet tegen de duivels uit het zuiden. (…) Er is dus geen enkele hoop dat de protestantse vooroordelen tegen Spanje ooit zullen verdwijnen, want ze zijn gegrift in het dna van hun collectieve identiteit.’

Wie met zulke vastomlijnde ideeën naar de werkelijkheid kijkt, ziet overal hispanofobie en zwarte legende. Roca Barea ziet het in de stijging van de Spaanse risicopremie tijdens de financiële crisis. Ze ziet het in de term pigs, een aanduiding voor de EU-lidstaten met de ernstigste financiële problemen: Portugal, Italië, Griekenland en Spanje. (Helemaal consequent is dit natuurlijk niet, want de essentie van de zwarte legende was immers dat deze specifiek was voor Spanje.) Roca Barea vond er een passende spotprent bij uit de Tachtigjarige Oorlog. Het is een Nederlandse gravure die de Spanjaarden afbeeldt als varkens. Zie je wel, in vierhonderd jaar niets veranderd!

Wat verklaart het enorme succes van Imperiofobia y leyenda negra? En wat zegt dit over de Spaanse samenleving van dit moment en de manier waarop zij met haar verleden omgaat? Hoogleraar geschiedenis Ricardo García Cárcel, specialist in de zwarte legende, onderscheidt in de krant La Vanguardia drie oorzaken van het succes van het boek van Roca Barea. Ten eerste verschijnt het in een historische conjunctuur van bezorgdheid en beklemming, op een moment waarop het nationale gevoel van eigenwaarde in een crisis verkeert. Het optimisme uit de jaren van de overgang van de Franco-dictatuur naar de democratie heeft een flinke deuk opgelopen. En de Catalaanse roep om onafhankelijkheid stelt de nationale eenheid, een eeuwenoude Spaanse obsessie, voor het eerst in lange tijd serieus ter discussie.

Het boek van Roca Barea is volgens García Cárcel bovenal een klaagzang voor een depressief Spanje dat meent gekleineerd en geminacht te worden. In die zin sluit het boek aan bij ‘De zwarte legende en de historische werkelijkheid’ van Julián Juderías. Dit werk verscheen honderd jaar geleden, eveneens in een periode van collectieve depressie. Enkele jaren eerder, in 1898, was het Spaanse wereldrijk definitief ineengestort met het verlies van Cuba, de Filipijnen en Puerto Rico.

Roca Barea gaat een stap verder dan Juderías, en dat is voor García Cárcel de tweede reden van haar succes. De imperiumfobie, de haat tegen het wereldrijk – iets waar volgens Roca Barea ook de oude Romeinen, de Russen en de Amerikanen last van hebben gehad – is de bron van de zwarte legende; niet de wreedheden die Spanje net als elke andere koloniale macht heeft begaan en die Roca Barea grotendeels ontkent. Juist omdat het Spaanse imperium zo glorieus en succesvol was, bestaat de zwarte legende. Hij is er het onvermijdelijke gevolg van. Zo wil Roca Barea de nationale depressie ombuigen in trots.

Een derde oorzaak is de brutale, antiwetenschappelijke toon van het boek. Roca Barea schrijft met een zekere minachting voor de meest gerenommeerde geschiedkundigen. Zij zijn veronderstelde handlangers van de zwarte legende. Uit lafheid, domheid of behoudendheid.

Dit soort retoriek blijkt aan te slaan. Niet alleen bij het grote publiek, ook onder een flink deel van de Spaanse intellectuelen – met name, maar niet uitsluitend aan de rechterzijde van het ideologische spectrum. ‘Roca Barea is de beschermheilige geworden van de Spaanse patriottische emotie’, concludeert García Cárcel.

Wie kritiek heeft op Roca Barea kan dus rekenen op een lawine van boze en vaak agressieve reacties in de sociale media. Misschien is dat een van de redenen waarom het in de academische hoek opvallend stil is gebleven rond Imperiofobia y leyenda negra. Een van de weinigen die geen blad voor de mond neemt is José Luis Villacañas, politiek en historisch filosoof. Villacañas is hoogleraar aan de Universidad Complutense in Madrid en auteur van Imperiofilia y el populismo nacional-católico (Imperiumfilie en het nationaal-katholieke populisme). De titel verwijst naar het werk van Roca Barea en plaatst dit in het perspectief van het nationaal-katholicisme, de Spaanse variant van het fascisme. Niet toevallig was het juist onder de dictaturen van Primo de Rivera (1923-1930) en Franco (1939-1975) dat het idee van de zwarte legende tegen Spanje sterk gecultiveerd werd.

Volgens Villacañas is ‘Imperiumfobie en zwarte legende’ een gevaarlijk boek. Hij vindt het zelfs een aanslag op de intellectuele gezondheid van de Spanjaarden. Waarom? ‘Het boek geeft zijn zegen aan de meest archaïsche en rampzalige onderbuikgevoelens in het Spaanse publieke debat’, zegt Villacañas over de telefoon. Hij formuleert bedachtzaam en zorgvuldig. Zijn boodschap is er niet minder stellig om. ‘Roca Barea werkt een dogmatische houding in de hand die wars is van elke kritiek. Ze schept een gevoel van zelfgenoegzaamheid in een land vol tekortkomingen. Dat lijkt me erg gevaarlijk, want het verhindert de open houding tegenover de geschiedenis die elk volk nodig heeft.’

Roca Barea’s boek verwijst niet expliciet naar de situatie in Catalonië. Maar voor professor Villacañas is er geen twijfel mogelijk dat het geschreven is met de Catalaanse kwestie in het achterhoofd. ‘Het Catalaanse probleem wordt niet met name genoemd, maar wel de boodschap dat wereldrijken positief, kosmopolitisch, integrerend en moderniserend zijn’, zegt Villacañas over het boek dat aan de vooravond van het omstreden referendum over onafhankelijkheid verscheen. ‘Daartegenover staan kleine volken die oligarchisch zijn, overgeleverd aan provinciale, ouderwetse gewoonten en met corrupte intellectuelen die zich door lokale elites laten betalen om het verzet tegen het imperium aan te zwengelen. Roca Barea zegt dit van Holland, van de Verenigde Provinciën, maar in het huidige debat worden dezelfde dingen gezegd over Catalonië.’ Het is voor Villacañas dan ook vanzelfsprekend dat Roca Barea lof is toegezwaaid door prominente tegenstanders van de Catalaanse afscheidingsbeweging, zoals de pressiegroep Sociedad Civil Catalana, Mario Vargas Llosa en cineaste Isabel Coixet.

Onzekerheid en frustratie over een verloren wereldrijk. Voor filosoof en schrijver Josep Ramoneda is dat de sleutel om de Spaanse omgang met het verleden, en het heden, te begrijpen. ‘Mishandeling in de koloniën is iets wat je veel landen kunt aanrekenen’, zegt Ramoneda. ‘Maar in de meeste landen zijn de eigen misdaden uit het verleden iets wat aanvaard en besproken wordt. Het verleden is min of meer verwerkt. Als ik hier die hardnekkigheid zie om altijd alles te ontkennen, zie ik steeds weer hetzelfde negatieve discours, dat van de zwarte legende: ze hebben een hekel aan ons en daarom construeren ze een valse geschiedenis tegen ons. Paranoia is een duidelijk symptoom van onzekerheid. En Spanje, in het bijzonder rechts Spanje, kent een lange traditie van paranoia.’

Tijd voor verontschuldigingen

Een staat die zijn excuses maakt voor fouten in het verleden. Ooit was het ondenkbaar, inmiddels komt het steeds vaker voor. Maar echt van harte gaat het zelden. En soms laat men het verleden liefst links liggen. De komende weken volgt in de serie over ‘sorry’ van staatswege nog India.

Ondertussen is de verheerlijking van de Spaanse natie en het imperium al lang niet meer het exclusieve domein van rechts. De sociaal-democratische psoe van premier Pedro Sánchez doet er van harte aan mee. In juni 2019, onder het eerste kabinet-Sánchez, organiseerde de Spaanse ambassade in Wenen een podiumdebat. De titel was veelzeggend: ‘Vijfhonderd jaar fake news? Propaganda tegen het Spaanse imperium vroeger en nu.’ Gespreksleider was Hermann Tertsch, zoon van een Oostenrijkse nazi-diplomaat en Spaans Europarlementariër van de extreem-rechtse partij Vox. En natuurlijk mocht María Elvira Roca Barea als steractrice aanschuiven.

Met hun steun aan de ideeën van Roca Barea hebben de sociaal-democraten de Spaanse samenleving een slechte dienst bewezen, vindt hoogleraar Villacañas. ‘Het is een democratische onverantwoordelijkheid’, zegt hij. ‘De boodschap is dat wij Spanjaarden ons moeten verenigen door op één bepaalde manier naar het verleden te kijken, een manier die elke mogelijkheid afsluit om een volk te worden dat de waarheid erkent en dat in staat is om in alle openheid met zijn Europese buren samen te werken.’


De uitgeverij van Roca Barea reageerde niet op herhaalde verzoeken om een interview