Bloedbad Myanmar

‘Ze sneden iemand zijn lippen af’

Het Myanmarese leger schiet jongeren door het hoofd en vuurt lukraak op huizen. De prille democratie is opnieuw een bloeddorstige dictatuur. Het volk biedt angstig weerstand. Als tuimelaars. ‘We komen altijd weer overeind.’

Protest in Yangon, 28 maart. Voor het eerst in de geschiedenis kijkt de wereld live mee naar wat zich afspeelt in Myanmar © The New York Times Syndication / ANP

Naw Ohn Hla, die ik vijftien jaar geleden leerde kennen, is de laatste om een geweer te gebruiken. Toch spookt dat idee soms door haar hoofd na weken van vreedzaam demonstreren tegenover veiligheidstroepen die dood en verderf zaaien, laat ze via een veilige verbinding weten. ‘We moeten de militairen doden voordat ze ons allemaal vermoorden’, briest ze dan tegen haar vader. Hij pareert: ‘Hoeveel kunnen we er doden? Honderd? Het leger wil ons juist uit onze tent lokken om geweld te gebruiken. En dan komt de oorlog naar de steden. We kunnen ons niet eens voorstellen hoe vreselijk dat zal zijn. We moeten geduld hebben en doorgaan met onze acties van burgerlijke ongehoorzaamheid.’

Dankzij haar vader krijgt ze haar hoofd weer op orde, laat ze weten. Bij vele anderen speelt dezelfde discussie nadat de militairen op 1 februari een staatsgreep pleegden. Ze veegden daarmee de monsterzege van tafel die de nld, de partij van Aung San Suu Kyi, in de verkiezingen van afgelopen november boekte. Sommige jongeren zijn al naar de gebieden van opstandige etnische minderheden vertrokken om de wapens op te nemen, zoals generaties voor hen dat na het bloedig neerslaan van protesten ook deden.

Afgelopen zaterdag, de jaarlijkse Dag van de Strijdkrachten, inmiddels omgedoopt in Dag van de Schaamte, werd de bloedigste dag sinds de coup. Terwijl legerleider Min Aung Hlaing in het geïsoleerde militaire hoofdkwartier van Naypyidaw triomfantelijke leuzen over de glorie van de Tatmadaw (het leger) liet schallen en zonder tijdschema eerlijke en vrije verkiezingen beloofde, doodden zijn militairen in een orgie van blinde razernij minstens 114 burgers.

Half wakend, half slapend brengt Naw Ohn Hla de nachten door als internet op slot gaat en Myanmar van de buitenwereld afgesloten raakt. In die omineuze, verlaten uren beginnen de razzia’s. Veiligheidstroepen sleuren burgers uit hun huizen. Letterlijk. De hashtag #nightdragging is regelmatig trending op Twitter. Ook houdt ze de oren gespitst of er types rond schuimen die het regime stuurt om buurtbewoners de stuipen op het lijf te jagen en hen tot geweld te provoceren. ‘Ik neem een mes mee naar bed’, vertelt ze.

Zodra de dag aanbreekt draait het leven van het kleine huishouden van Naw Ohn Hla in het oosten van Myanmar om de protestacties tegen de staatsgreep. ‘Als mijn man en ik demonstreren past mijn moeder op de kinderen. Als we thuis zijn, gaat zij eropuit’, schrijft ze. Ze proberen het geweld zoveel mogelijk bij hun zoontje en dochtertje weg te houden, maar toch krijgen die mee dat er doden en gewonden vallen. ‘Waarom vermoordt het leger mensen?’ vragen ze. Als Naw Ohn Hla en haar man het huis verlaten roepen de kleintjes hen na: ‘Pas op dat ze je niet te pakken krijgen.’

Hun razernij doet vermoeden dat de militairen goedkope amfetamine gebruiken

Een helm vormt hun enige bescherming tegen de kogels. Veel andere demonstranten fabriceren kogelwerende vesten van autobanden of doorgezaagde olievaten nu leger en politie steeds meer geweld gebruiken. Soms beplakken ze die home made schilden met het hoofd van de opperbevelhebber van het leger, Min Aung Hlaing, zodat de troepen het vuur op hun eigen leider moeten openen. Ze verdedigen zich tegen de militaire overmacht met katapulten en stenen en barricaderen hun buurten met wat er maar voor handen is, en gebruiken daar zelfs hun eigen auto’s voor. Een jonge ingenieur in Nederland vertelt hoe ze haar professionele expertise gebruikt om haar landgenoten op Facebook te voorzien van tips voor het maken van beschermende kleding of rookbommen.

Veiligheid bestaat niet meer en met de invoering van nieuwe wetten werden burgerrechten na 1 februari in rap tempo afgeschaft. Inwoners van Myanmar zijn vogelvrij. ‘Anything can happen any time’, laat de een na de ander weten.

Nu de situatie steeds grimmiger wordt, en straten op sommige plaatsen leeg blijven, verzamelen mensen zich voor kleine, korte manifestaties, of ze duiken op als een gonzende zwerm van brommers. Soms marcheren ze al voor de dageraad door de straten, als de militairen nog slapen. Of ze trotseren de avondklok voor wakes met kaarsen om de slachtoffers te herdenken. Creatieve geesten zetten soms honderden tuimelaars op het wegdek, met de boodschap ‘we komen altijd weer overeind, ook al worden we omver geworpen’. Elders verschijnen rijen kartonnen poppen of knuffels met protestleuzen. Met reusachtige formaties van mensen of kaarsen richten demonstranten hun noodkreten naar de hemel: ‘We want democracy’, ‘Save Myanmar’.

Enkele van Naw Ohn Hla’s vrienden en bekenden in Yangon leven al wekenlang als opgejaagd wild. Ze zitten ondergedoken om uit handen van de junta te blijven, vaak zelfs elke nacht op een andere plek. Anderen werden al opgepakt, van sommigen is nog steeds niet duidelijk waar ze worden vastgehouden.

Naw Ohn Hla houdt er rekening mee dat ze haar huis zal moeten verlaten. ‘Dan vluchten we naar het dorp van mijn familie.’ Dat bevindt zich in het gebied van de etnische minderheden, tegen de grens met Thailand. Honderden kwamen daar al aan en nog weer duizenden worden verwacht.

‘Een meisje van zeven en een jongen van veertien werden doodgeschoten, gewoon thuis’

Sluipschutters mikken op charismatische jonge mensen in de menigte. Vaak ook vuren troepen lukraak naar binnen bij huizen. Het zijn vooral de legereenheden die berucht zijn vanwege moordpartijen in de etnische gebieden die nu met zware wapens hun eigen burgers in de steden bestoken alsof die een vijandige militaire macht zijn. Getuigen melden dat de redeloze haat en razernij doen vermoeden dat een aantal van hen ya ba gebruikt, goedkope lokale amfetamine. Zoals dat al jaren gebeurt in de oorlog tegen de etnische minderheden.

De Assistance Association for Political Prisoners (aapp), de organisatie van ex-politieke gevangenen die al jarenlang betrouwbare informatie over arrestaties, detenties en mensenrechtenschendingen verzamelt, meldt op 30 maart 510 doden, 2574 arrestaties en 120 arrestatiebevelen. De werkelijke cijfers liggen waarschijnlijk hoger omdat accurate gegevens verzamelen in deze omstandigheden ingewikkeld en gevaarlijk is.

Het is voor het eerst in de geschiedenis dat de wereld live meekijkt naar wat zich afspeelt. Bij eerdere opstanden tegen het militaire bewind was er geen of nauwelijks internet en kwam nieuws maar mondjesmaat naar buiten. De vorige generaties dragen tot de dag van vandaag die trauma’s van vergetelheid met zich mee. Net als talloze van haar landgenoten post Naw Ohn Hla berichten alsof haar leven ervan af hangt. Om de lawine van getuigenissen te blokkeren is internet op mobiele telefoons geblokkeerd, maar Naw Ohn Hla heeft thuis nog een verbinding. Vaak besluit ze haar berichtjes met die ene zin waarmee zovelen hun getuigenissen besluiten: ‘Deze keer moeten we winnen.’

Maar soms slaat de machteloosheid toe en dan staart ze urenlang naar het scherm, zonder te bevatten wat ze ziet, met haar wangen nat van tranen, gegijzeld door de beelden. De jonge doden in bebloede spijkerbroek en trendy shirts, zomaar midden op straat uit het leven gerukt, de rouwende families die hun door martelingen verminkte dierbaren begraven. ‘Ze sneden iemand zijn lippen af.’ ‘Een meisje van zeven en een jongen van veertien werden doodgeschoten, gewoon thuis.’ Het meisje zocht bescherming op haar vaders schoot toen troepen de deur intrapten voor een huiszoeking en het vuur openden. ‘Het gaat niet vader, het doet te veel pijn’, waren haar laatste woorden, vertelde hij tegen de bbc. Het regime laat zelfs de doden niet met rust. Om te voorkomen dat het lichaam van hun dochtertje zou worden meegenomen, dook de familie onder om haar te kunnen begraven. Ergens anders werden rouwenden tijdens het laatste afscheid van hun dierbare beschoten.

Een maand na de coup schortte de EU de ontwikkelingsgelden op die rechtstreeks naar de regering gingen. Een wapenembargo was tegen de militairen altijd al van kracht. Terwijl het geweld met de dag verergerde, beraadde Brussel zich op verdere sancties. Op 22 maart kwam het besluit om de tegoeden van elf hoge militairen en hun medestanders te bevriezen en hun reizen naar de EU te verbieden. Voor het eerst staan ook opperbevelhebber Min Aung Hlaing en zijn plaatsvervanger Soe Win op de lijst. Er wordt nog nader onderzocht hoe er sancties ingesteld kunnen worden tegen de militaire conglomeraten met ruim 120 bedrijven in onder andere olie en gas, mijnbouw en consumptieartikelen, zonder de bevolking te treffen. Maar er speelt ook mee dat sommige lidstaten grote economische belangen hebben, zoals Frankrijk met Total. De VS en het Verenigd Koninkrijk zetten deze ondernemingen wel op de zwarte lijst. Ondertussen boycotten burgers in Myanmar alvast producten van militaire bedrijven. Foto’s van demonstrerende jongeren die hun voeten wasten met Myanmarees bier dat winkeliers uit de schappen verwijderden, gingen viral.

Er heerst een ongekende saamhorigheid tussen allerlei etnische en religieuze gezindten

Niet alleen het leger terroriseert de bevolking. Ook agenten vermoorden en mishandelen demonstranten. Ze beukten zelfs genadeloos in op hulpverleners, met minstens één dode en een aantal zwaargewonden tot gevolg. Mede op verzoek van Aung San Suu Kyi, toen nog oppositieleidster, startte de EU in 2013 met de financiering van een programma om de lagere regionen van de politiemacht onder meer te trainen in vreedzame methoden van crowdcontrol en respect voor mensenrechten. Mensenrechtenorganisaties leverden kritiek op het project. Het politiekorps staat onder bevel van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat volledig wordt gecontroleerd door het leger. Dat maakt fundamentele veranderingen onmogelijk, waarschuwde Human Rights Watch.

In 2015 greep de politie bij studentenprotesten hardhandig in met waterkanonnen, rubberen kogels en zelfs munitie. Toch werden de trainingen in 2016 voortgezet. De onheilspellende bedenkingen van toen blijken vandaag de dag een juiste profetie. Aan de hand van beelden documenteerde Amnesty International hoe militairen de politiemacht aansturen. Zo laat een video in Yangon van begin maart zien hoe een commandant in legeruniform een agent bevelen geeft om gericht demonstranten neer te schieten. Er is sprake van een geplande coördinatie tussen veiligheidstroepen, aldus Amnesty. De EU schortte het trainingsprogramma met een budget van ruim dertig miljoen euro enkele dagen na de staatsgreep op.

Naw Ohn Hla kent de wreedheid van het leger en de politie maar al te goed. Toen in 2007 monniken massaal de straat op gingen uit protest tegen het regime, zag ze hoe de militairen zelfs niet schroomden de zonen van boeddha neer te schieten en te mishandelen terwijl die hun mantra ‘moge iedereen vrij van letsel zijn’ reciteerden. Ze ontkwam aan arrestatie omdat ze nog een scholiere was. Van haar ouders kreeg ze de verhalen mee over de mensenrechtenschendingen die de Tatmadaw ver buiten het zicht van stadsbewoners al decennia lang tegen etnische minderheden begaat. Haar vader en moeder woonden eerder in het gebied waar deze groepen sinds de onafhankelijkheid van 1948 vechten voor gelijke rechten binnen een federale staat. Ze maakten de zware offensieven mee die het dagelijks leven overhoop haalden. En ze zagen hoe de Tatmadaw in de frontlinie burgers inzette als menselijke lastdieren of als mijnenvegers.

Net als haar eigen familie is de woonplaats van Naw Ohn Hla een mix van etnische groepen. En behalve de stoepa’s van pagodes steken ook de ranke minaretten van moskeeën en de bont gedecoreerde torens van hindoetempels in de lucht. Tijdens de protesten heerst er een ongekende saamhorigheid tussen allerlei etnische en religieuze gezindten die decennialang door verdeel-en-heers en de boodschap van boeddhistisch Birmaans nationalisme tegen elkaar werden opgezet.

Dokter Sasa, een gezant van de interim-regering die werd aangesteld door de gekozen parlementariërs, hield vanuit een geheime locatie videoconferenties met leiders van etnische minderheden over samenwerking bij het oprichten van een federale staat. Aan de zwaar vervolgde, grotendeels stateloze Rohingya-moslimminderheid beloofde hij gerechtigheid. En voor het eerst in de geschiedenis overleggen de verschillende groepen over de oprichting van een federaal leger. Die toenadering is even historisch als broos. Decennia van militaire onderdrukking lieten diepe grieven na en Suu Kyi, die de afgelopen vijf jaar samen met het leger de regering vormde, deed weinig om een brug te slaan naar deze niet-Birmaanse groepen. Het gewapende conflict is de afgelopen dagen geïntensiveerd. Legers van de Karen- en de Kachin-minderheden veroverden enkele Myanmarese bases. De Tatmadaw bombardeert in Karen-gebied.

‘Als de heerschappij voortduurt zal het geen einde zijn! We moeten blijven vechten!’

Maar terwijl het leger geen middel schuwt om het land weer in zijn greep te krijgen, bieden de saamhorigheid en de woorden van erkenning voor de minderheden momenten van broze hoop, ondanks alle verdriet en angst. Zoals bij mijn oude vriendin Aye Aye die regelmatig belt.‘Ik ben zo trots op dokter Sasa. En op de anderen in de interim-regering. Ze doen het juiste. Eindelijk.’ Ze haalt even adem en voegt dan toe: ‘En ik ben zo trots op onze jonge generatie.’

Als meisje was ze getuige van de demonstraties van 1974 en bij de massale protesten van 1988 liep ze vooraan. Beide protesten werden bloedig neergeslagen en de militairen bleven even stevig in het zadel als altijd, sinds ze in 1962 de macht grepen. ‘Deze jongeren weten van geen ophouden’, zegt een van Aye Aye’s familieleden door de telefoon. ‘Maar ze moeten een goede strategie ontwikkelen om het vol te houden.’

De campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid die in de media veel minder zichtbaar is dan de openlijke demonstraties, legt een groot deel van het land met stakingen plat. Op lokaal niveau verklaren autoriteiten zich loyaal aan het comité van gekozen parlementariërs en de interim-regering die ze formeerden nadat de junta hen buitenspel zette. Ook ambtenaren doen massaal mee, al straft het regime dat af door hen uit hun staatsonderkomen te zetten. Afgelopen vrijdag nomineerde een groep Noorse professoren het burgerverzet voor de Nobelprijs voor de Vrede. ‘Zo trots op onze vreedzame beweging’, meldt Naw Ohn Hla meteen nadat het nieuws bekend wordt.

Aye Aye, normaal gesproken werkzaam in de gezondheidszorg, is ondanks de stakingen drukker dan ooit. Ze helpt net als tienduizenden anderen mee om te zorgen dat mensen die zonder inkomen zitten doordat ze meedoen aan de stakingen en demonstraties steun ontvangen. In het holst van de nacht staat ze op om met vrienden honderden maaltijden klaar te maken voor de allerarmsten in de buitenwijken van Yangon, waar honger dreigt. De inwoners van deze buurten worden nog harder aangepakt wegens hun deelname aan de opstand dan hun stadsgenoten in het centrum.

De staat van beleg is ingesteld en er vielen op één dag al tientallen doden en volgens onbevestigde berichten nog veel meer. Sommige ziekenhuizen zijn bezet door het leger en troepen controleren toegangswegen. In de weinige medische voorzieningen die wel bereikbaar zijn, is het niet veilig. Het leger heeft een traditie van aanvallen op ziekenhuizen en medisch personeel en gewonde patiënten werden in het verleden van hun ziekenhuisbed afgevoerd naar de gevangenis. Ook dit weekend werd het vuur geopend op een hospitaal in Yangon. ‘Velen zullen thuis sterven omdat ze niet naar een ziekenhuis kunnen of durven’, zegt een arts die in de wijk werkt. Duizenden zijn vanuit de belaagde stadsdelen op de vlucht geslagen, terug naar de dorpen in de rivierdelta waar de armoede hen vandaan dreef.

Terwijl anderen de maaltijden inpakken, stort Aye Aye haar hart uit. ‘Ik heb het gevoel dat ik in de ergste nachtmerrie zit, terwijl we met afgrijzen en kapot van verdriet blijven toekijken – dit wrede onrecht dat zoveel onschuldige burgers wordt aangedaan, jonge mensen die willekeurig worden neergeschoten, meisjes en jongens die opzettelijk worden geraakt in hun hoofd, nld-aanhangers die worden doodgeslagen, de wreedheden tegen sommigen die tijdens hun hechtenis zijn omgekomen, en de lijst gaat maar door. Wanneer zal dit eindigen? Hoe zal dit aflopen?’ Maar ondanks alle ontsteltenis, pijn en boosheid eindigt ze zoals gewoonlijk weer strijdvaardig. ‘Als de militaire heerschappij voortduurt – God verhoede – zal het geen einde zijn! We moeten blijven vechten!’

Ook Naw Ohn Hla volgt de activiteiten van dokter Sasa en zijn collega’s met interesse. De strafmaatregelen die de EU instelde zullen volgens haar te weinig effect hebben op de militairen. Ze wil dat de EU het comité van gekozen parlementariërs en de interim-regering die zij hebben gevormd erkent en steunt. ‘Zij vertegenwoordigen het volk van Myanmar.’

Haar leven wordt nog ongewisser dan het al was. Haar vader heeft laten weten dat hij onderduikt, omdat hij een huiszoeking verwacht. ‘Hij waarschuwde dat dat ons ook kan gebeuren, dus we moeten voorzichtig zijn.’

Terwijl Naw Ohn Hla voor het scherm zit, slaat haar echtgenoot in het donker op de pannen, het traditionele middel om kwade geesten te verjagen, zoals het gezin dat nu al wekenlang elke avond doet. Zodra de zon opkomt, verschijnen de eerste demonstranten alweer op straat. Opnieuw vallen er doden. De huiszoekingen en arrestaties gaan door. Ondanks de boodschap van haar vader laat ze zich niet tegenhouden in haar protest en haar besluit om vast te leggen wat er gebeurt. ‘Als ik word opgepakt, dan is dat maar zo’, schrijft ze. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan.’


De laatste cijfers van de Assistance Association for Political Prisoners (aapp) zijn in dit artikel verwerkt