De landelijke vreemdelingenvoorziening werkt niet

‘Ze willen dat ik mijn dochter in de steek laat’

Miljoenen euro’s geeft het kabinet uit aan opvang van ongedocumenteerden. De inzet is terugkeer naar het land van herkomst. Maar na het eerste jaar van de pilot blijken veel deelnemers te zijn teruggevallen in de illegaliteit.

Landelijke vreemdelingen-voorziening (LVV) in Amsterdam. Hier worden rond de veertig mensen opgevangen die illegaal in Nederland verblijven

Terug naar ‘huis’. John maakt de aanhalingstekens met zijn vingers in de lucht. Hij vraagt zich af wat hij na dertig jaar zal aantreffen in zijn geboorteland Nigeria. Ze denken dat je een zak geld meebrengt als je terugkomt uit Europa, zegt hij. ‘Je wordt een target.’ Hij is even stil en zucht: ‘So yeah… dat bemoedigt me niet om terug te gaan, maar ik denk niet dat er nog gronden zijn waarop ik een kans maak om hier te kunnen blijven.’

John is zonder dat hij het echt beseft deelnemer aan een overheidsexperiment. Samen met honderden andere ongedocumenteerden uit alle delen van de wereld, van Cuba tot Cambodja, wordt hij opgevangen en begeleid in de terugkeer naar het land van herkomst. In uitzonderingssituaties worden deelnemers nog geholpen bij het alsnog verkrijgen van een verblijfsvergunning. Ze moeten meewerken aan het geschetste perspectief, anders verliezen ze hun plek in de opvang. Deze landelijke vreemdelingenvoorziening (lvv) is een pilot in vijf steden die in drie jaar tijd ruim vijftig miljoen euro kost. Volgende maand stuurt vvd-staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van Asiel en Migratie een procesevaluatie naar de Tweede Kamer.

Voor De Groene Amsterdammer onderzochten wij de start van dit programma in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven: steden met een geheel eigen invulling (de twee andere deelnemende steden zijn Utrecht en Groningen). Uit onze reconstructie blijkt dat de pilot gedoemd is te mislukken wanneer er niet afgeweken mag worden van het restrictieve asielbeleid en er uitgegaan wordt van een sluitend terugkeerbeleid. Dat is politiek wensdenken. In Rotterdam is maar liefst veertig procent van alle deelnemers gestopt met de pilot, in Amsterdam is dat 27 procent. Er is namelijk altijd een categorie asielzoekers die geen recht heeft op asiel, maar ook niet kan of wil vertrekken. De vraag is of je die mensen eeuwig blijft opjagen en daar tientallen miljoenen euro’s belastinggeld aan spendeert, of dat je hun illegale bestaan in Nederland opheft en hun de mogelijkheid geeft om te werken.

De start van de LVV-pilot verloopt rommelig. Rotterdam is op 1 maart 2019 de eerste gemeente die begint, Eindhoven en Amsterdam volgen vier maanden later. In Amsterdam zijn op dat moment twee grote opvanglocaties in gebruik als bed, bad en brood-(bbb-)locatie. Voor de pilot zijn ze ongeschikt omdat de gemeente kleinschalige 24-uursopvang wil bieden. Maar wat aan de tekentafel is bedacht, valt in de praktijk niet mee. Meerdere panden vinden voor alle 360 deelnemers binnen de lvv is in een oververhitte woningmarkt een enorme opgave. Daarnaast biedt de gemeente, op eigen kosten, ook opvang aan 140 ‘Dubliners’: migranten wier vingerafdrukken in een ander EU-land staan geregistreerd en die volgens het Verdrag van Dublin zouden moeten worden teruggestuurd naar het betreffende land. Amsterdam is de enige stad binnen de pilot waar deze migranten welkom zijn. Zij mogen maximaal een half jaar gebruikmaken van de opvang, de anderen anderhalf jaar.

Op het moment dat we John, een jeugdig ogende man van 53 met een grijze hoodie en een zwarte pet, in september 2019 voor het eerst spreken, verblijft hij in de oude bbb-locatie in de Amsterdamse wijk Buitenveldert. Deze voormalige psychiatrische kliniek heeft haar beste tijd heeft gehad. Op de vloer ligt versleten zeil. Verf bladdert van de muren. Het gebouw is niet helemaal brandveilig, dus hamert het personeel van zorgorganisatie HVO-Querido er steeds weer op: niet binnen roken, geen deuren blokkeren, niet overal matjes en kleedjes neerleggen.

John klaagt niet, hij waardeert de kleine dingen die voor hem gedaan worden. Dat hij niet alleen een bed en eten krijgt, maar ook zeep. Dat hij een fiets mag gebruiken als hij ergens heen moet. Dat hij een beetje leefgeld krijgt omdat ongedocumenteerden niet mogen werken. Deelname aan het lvv-programma is vrijwillig, al vervangt het de bestaande opvang en is het daardoor voor deelnemers in Amsterdam de enige overgebleven optie. Wie zich aanmeldt gaat ermee akkoord dat alle betrokken partijen zijn of haar gegevens delen en verklaart mee te werken aan het voorgestelde ‘toekomstperspectief’.

Vanuit de rijksoverheid maken de Immigratie- en Naturalisatiedienst (ind), de Dienst Terugkeer & Vertrek (dt&v) en de vreemdelingenpolitie deel uit van de pilot. Zij hebben convenanten gesloten met alle vijf deelnemende steden die op hun beurt ngo’s inschakelen voor opvanglocaties, juridische expertise en begeleiding en voorbereiding bij terugkeer. Alle deelnemers aan de pilot worden gekoppeld aan een casemanager. ‘We vragen of alles verteld is aan de ind en of er nieuwe informatie is. Ook doen we een analyse van het vluchtverhaal om te kijken of er nog mogelijkheden zijn voor een reguliere of herhaalde asielaanvraag’, zegt Hans van Stee, manager juridische begeleiding bij Vluchtelingenwerk. De ngo weet dat de term ‘uitgeprocedeerd’ niet betekent dat er geen juridische mogelijkheden meer zijn. Ze stuiten op fouten van ind-medewerkers, asieladvocaten die slecht werk afleveren en asielzoekers die bewust of onbewust niet het hele asielrelaas vertellen. Via de pilot proberen de ngo’s dit beleid te repareren.

Het dossier van John zorgt niet voor veel vuurwerk. Vluchtelingenwerk maakt al snel duidelijk dat er geen juridisch perspectief voor hem is. De komende tijd moet hij toewerken naar zijn vertrek. Na ruim dertig jaar komt er een einde aan zijn verblijf in Europa. Hij reageert in eerste instantie begripvol, toch knaagt het wel aan hem. Vooral omdat hij dan gescheiden zal zijn van zijn volwassen dochter. ‘Het voelt niet goed om haar achter te laten. Dat is voor ons allebei niet goed.’

Zoals duizenden andere Nigerianen verliet John zijn geboortegrond op zoek naar een beter leven in Europa. Hij woonde even in Nederland en vervolgens een hele tijd in Italië, waar hij zwart werkte. De dochter die hij kreeg met een Nederlandse vrouw groeide gescheiden van hem op, maar begon hem vanaf haar zestiende geregeld op te zoeken. Het contact tussen vader en dochter werd steeds beter, en uiteindelijk vroeg zij hem om van Italië naar Nederland te komen. Samen dienden ze een verzoek in voor een verblijfsvergunning, maar de procedure duurde zo lang dat ze inmiddels achttien was geworden. John, met een cynische ondertoon: ‘Toen werd het afgewezen omdat ze niet meer minderjarig was en mij niet meer nodig had.’

Voor hem en talloze anderen eindigt het juridisch traject en volgt het onderdeel toekomstoriëntatie: voorbereiding op terugkeer naar het land van herkomst door beroepscursussen te volgen. John hoopt dat hij nog even de tijd krijgt om met zijn dochter door te brengen. ‘Een half jaar, een jaar… ik heb haar niet zien opgroeien, we zijn nu pas close geworden. Ik ben er nog niet klaar voor om nu weg te gaan.’

Sommigen willen wel terugkeren, doen daar ook veel moeite voor, maar toch lukt het niet. Dat is het geval bij de 35-jarige Moussa uit Niger. We ontmoeten hem in oktober 2019 in de Rotterdamse Pauluskerk. Aan niets is te zien dat hij al ruim acht jaar ongedocumenteerd is. Hij heeft een strak geschoren zwart ringbaardje en bakkebaarden en draagt schone, nette kleren, twee kettingen en twee zegelringen. Een geur van aftershave hangt om hem heen. Hij noemt zijn leven een free prison life. Zoals zo vele anderen is Moussa al jarenlang bekend bij overheidsinstanties en ngo’s die zich inspannen voor ongedocumenteerden. ‘Ik wil hier niet zijn, maar ik zit vast’, zegt hij. ‘Twee keer heb ik kort een vriendinnetje gehad, maar het was niet vol te houden. Ik kon niet eens vertellen waar ik woon, dan zou het meteen afgelopen zijn. Ik wil heel graag iets nuttigs doen, maar ik heb de kans niet. Ik wil graag iets bijdragen aan de samenleving, maar voel me een profiteur. Elke dag is hetzelfde en ik weet niet hoelang het nog duurt.’

De pilot in Rotterdam kent de strengste voorwaarden. Deelnemers krijgen slechts een half jaar opvang en juridische begeleiding. Alleen in uitzonderingsgevallen mag dat verlengd worden tot anderhalf jaar. De Pauluskerk en het Rotterdams Ongedocumenteerden Standpunt (ros) gaan met tegenzin akkoord. Zeven maanden na de start overheerst scepsis. ‘Binnen de lvv heb je maar twee opties: een verblijfsvergunning of terugkeer. Iedereen die drie asielzoekers spreekt weet dat het niet zo werkt’, zegt Connie van den Broek van ros. Sjany Middelkoop, die al ruim dertig jaar werkt voor de Pauluskerk, noemt de pilot oude wijn in nieuwe zakken. ‘Ik hoor de projectleider van het ministerie nog zeggen: de pilotgemeenten krijgen de ruimte om creatieve en duurzame oplossingen te zoeken. Maar de enige duurzame oplossing tot nu toe is de straat.’

Jaarlijks verdwijnt ongeveer zestig procent van de groep uitgeprocedeerde asielzoekers met een vertrekplicht van de radar. In absolute zin gaat het om een steeds groter aantal. Dat is gestegen van 4730 mensen in 2013 naar 9660 in 2019. Het is de groep die op papier bekend staat als ‘met onbekende bestemming’ (mob) vertrokken of zoals de Dienst Terugkeer & Vertrek het categoriseert: zelfstandig vertrek zonder toezicht. In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzocht topambtenaar Van Zwol waarom uitgeprocedeerde asielzoekers ondanks een vertrekplicht vaak langdurig in Nederland blijven. Een van zijn belangrijkste conclusies was zeer ontnuchterend: ‘Het is van belang te erkennen dat we in Nederland te maken hebben met een ten dele onoplosbaar probleem als het gaat om langdurig verblijf van vreemdelingen.’

Moussa: ‘Ik wil hier niet zijn en kan niet terug. In mijn land zouden ze zeggen dat ik een blinde hyena ben. Die is overal in gevaar’

Een deel van de mensen is moeilijk uitzetbaar omdat de landen van herkomst niet meewerken aan de afgifte van tijdelijke reisdocumenten. Als de identiteit niet vaststaat moet de ongedocumenteerde extra documenten uit het thuisland opvragen zodat de uitzetting kan plaatsvinden. Dat verstaat de dt&v onder meewerken aan eigen terugkeer. De ervaring van dt&v-medewerkers is echter dat ‘als er voldoende inspanningen door de vreemdelingen worden gedaan het krijgen van deze documenten wel lukt’.

Dat die inspanningen eindeloos kunnen duren, blijkt uit het relaas van Moussa. In 2010 vlucht hij uit Niger en vraagt asiel aan in Nederland. Een identiteitsbewijs heeft hij nooit gehad. Zijn rijbewijs, het document dat hij in Niger gebruikte om zich te identificeren, heeft hij afgestaan aan zijn smokkelaar. De Immigratie- en Naturalisatiedienst noemt het ongeloofwaardig. Binnen vier weken na de afwijzing moet hij Nederland verlaten. Uit angst voor politieke vervolging keert hij niet terug, Moussa wordt opgepakt en zes maanden vastgezet in het detentiecentrum in Rotterdam. De dt&v probeert hem uit te zetten, maar dat lukt niet. Eind 2011 staat hij zonder reisdocumenten en zonder verblijfsvergunning op straat.

Uit pure wanhoop klopt hij aan bij de Pauluskerk. ’s Nachts mag hij slapen tussen de kerkbanken, overdag brengt hij door op straat. Van de stress begint Moussa, ‘net als iedereen in de Pauluskerk’, te roken. Hij is dan 26 jaar, het vooruitzicht dat dit zijn verdere leven is boezemt hem angst in. Wanneer hij hoort dat de politieke situatie in Niger langzaam verbetert, vraag hij Middelkoop om hulp. Zij kan zich hun ontmoeting nog goed herinneren. ‘Veel mensen moeten wennen aan het idee om terug te keren, maar Moussa was al snel duidelijk: hij wilde terug.’

Ze neemt contact op met de dt&v om de terugkeerprocedure in gang te zetten. Bij de dienst overheerst scepsis, ‘dat wordt een moeizame geschiedenis’, zegt een medewerker. Niger staat erom bekend zeer sporadisch reisdocumenten af te geven. Moussa moet een brief schrijven naar de ambassade met het verzoek om een laissez-passer (tijdelijk reisdocument). Geen reactie. In 2012 besluit hij langs te gaan bij de Nigerese ambassade in Brussel. ‘Ze vertelden dat het alleen kon als ik mijn geboortecertificaat heb. Ook al zagen ze heus wel dat ik echt uit Niger kom’, aldus Moussa. Zijn ouders leven niet meer, hij heeft nog wel een oom en nog wat andere familieleden in Niger. Moussa belt tientallen keren naar de Nigerese hoofdstad Niamey, schakelt het Rode Kruis in om zijn oom op te sporen en belt met de politie, maar het leidt tot niets.

In 2015 doet hij een tweede poging om terug te keren. Hij volgt een cursus lassen, wellicht wil het straatarme Niger hem wel terugnemen met een diploma. De ambassade in Brussel is niet onder de indruk. Op het Albeda College in Rotterdam haalt hij zijn lasdiploma niveau 2. Opnieuw gaat Moussa naar de ambassade. Weer zonder succes. De hoop op een goede afloop heeft hij verloren. ‘Ik wil hier niet zijn en kan niet terug. In mijn land zouden ze zeggen dat ik een blinde hyena ben. Die is overal in gevaar. Zijn soortgenoten zouden hem doden, en dorpelingen ook. Ik kan nergens heen, behalve naar de Pauluskerk. Maar ik zit hier nu al acht jaar.’

Hulp aan uitgeprocedeerde asielzoekers is van oudsher nauw verbonden met kerkelijke instellingen. De christelijke naastenliefde houdt voor velen niet op bij het oordeel van de ind. Het was de Protestantse Kerk Nederland die in januari 2013 bij de Raad van Europa een klacht indiende tegen de Nederlandse staat vanwege het onthouden van onderdak, kleding en voedsel. Gedwongen door dit oordeel komt het vvd-pvda-kabinet in april 2015 na zeer moeizame onderhandelingen tot een onuitgewerkt bed, bad en brood-akkoord. De coalitie spreekt af om opvang te financieren voor mensen die willen meewerken aan hun eigen terugkeer. Het is een papieren oplossing, blijkt al snel. Het rijk wil consequenties verbinden aan de opvang, terwijl gemeenten niet willen dat uitgeprocedeerde asielzoekers op straat leven. Bij de ondertekening van de lvv-pilot in november 2018 wordt een compromis gevonden: ‘vreemdelingen moeten meewerken aan een bestendige oplossing voor hun situatie, wat in veel gevallen neerkomt op terugkeer’.

In deze tekst kunnen veel deelnemende ngo’s zich helemaal niet vinden. Vluchtelingen in de Knel (VidK), begin jaren tachtig opgericht door vier ‘zusters van Liefde’, weet uit ervaring dat veel asielzoekers door het restrictieve asielbeleid in de problemen komen. De Eindhovense ngo zet in op juridische hulp bij het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Alleen wanneer deelnemers daadwerkelijk willen terugkeren is VidK bereid om hen daarbij te begeleiden. Daarnaast wordt in Eindhoven besloten dat de bbbb (bed, bad, brood en begeleiding) blijft bestaan. Daarmee is Eindhoven de enige stad binnen de pilot waar deelname aan de landelijke vreemdelingenvoorziening een geheel vrijwillige keuze is, er is namelijk ook nog een alternatieve opvangplek. Het zorgt ervoor dat de instroom in Eindhoven een stuk lager is dan in andere steden. In oktober 2019 zijn slechts dertig van de 130 plekken bezet. We spreken tien van hen (afkomstig uit Soedan, Ethiopië, Jemen, Algerije, Irak, Guinee, Congo en India/Sri Lanka). Eén van hen wil graag terug, maar zijn herkomstland accepteert hem niet, een ander twijfelt over mogelijke terugkeer. Voor de rest voelt de lvv als de laatste reddingsboei voor een verblijfsvergunning.

Tijdens onze eerste ontmoeting oogt de 49-jarige Azeez terneergeslagen. De schouders van de eens zo sterke beveiliger hangen naar voren, zijn ogen staan droevig. Het contrast met vijf jaar geleden is groot. Azeez woonde met zijn vrouw, drie kinderen en zijn moeder in een groot huis in Bagdad. Hij had een goedbetaalde maar gevaarlijke baan als beveiliger en tolk voor de Britse ambassade. Eens reed hij met een konvooi van de luchthaven naar de sterk beveiligde Green Zone in de Iraakse hoofdstad. Op het moment dat ze een viaduct passeerden werd er geschoten. Azeez herinnert zich nog de harde tikken tegen de gepantserde wagens, ‘het was een spervuur van kogels’.

Zijn problemen ontstonden in september 2015. Er werd een envelop bezorgd bij de poort van zijn huis. ‘Ik weet het nog goed, het was een mooie zomerse ochtend en toen ik de brief las werd alles donker. Er stond in dat ik werkte met slechte mensen.’ Azeez vluchtte halsoverkop, hij durfde geen afscheid te nemen van zijn kinderen. Als politiek vluchteling dacht hij snel kans te maken op asiel in Nederland, die hoop is intussen geslonken tot ‘minder dan een procent’. De ind geloofde dat Azeez tot januari 2012 werkzaamheden verrichtte voor de Britse ambassade, maar voor de periode daarna tot zijn bedreiging in september 2015 had de Iraakse asielzoeker geen bewijs. En daardoor werd het ook ‘niet geloofwaardig geacht dat betrokkene wegens deze werkzaamheden is bedreigd’, schrijft de ind in de afwijzing van zijn verblijfsvergunning.

‘Het lastige was dat hij werkte voor een beveiligingsbedrijf dat later overging in een ander bedrijf. Administratief was het een zooitje’, zegt Anoeshka Gehring, als leidinggevende bij VidK verantwoordelijk voor de juridische begeleiding. Ze leerde Azeez anderhalf jaar geleden kennen en werkt sindsdien samen met een collega aan zijn zaak. Dat Azeez sinds juli 2019 deelnemer is aan de pilot verandert weinig aan haar werkwijze. Ze is wel bezorgd over mogelijk strengere voorwaarden binnen de lvv. In Eindhoven is er (nog) geen maximale termijn voor deelname aan de pilot en dat kan volgens Gehring ook niet. Het opsporen van de juiste documenten kan zeer tijdrovend zijn. Zo duurde het meer dan een jaar voordat GardaWorld bevestigde dat Azeez daar had gewerkt. Het Britse beveiligingsbedrijf reageerde niet op de talloze mails en telefoontjes. Ze kwamen pas in actie toen VidK een klacht indiende bij de Britse autoriteit persoonsgegevens. En dit is nog maar de eerste stap. ‘Met de officiële brief van GardaWorld kan de ind eindelijk inhoudelijk naar de zaak kijken’, zegt Gehring. ‘Dat hebben ze daarvoor nooit gedaan. De volgende lastige fase wordt bewijzen dat hij werd bedreigd door een militie. Dat ze het specifiek op hem hadden voorzien.’

Vol goede moed begint John in oktober 2019 aan een computercursus bij Boost, een activiteitencentrum voor vluchtelingen in Amsterdam-Oost. ‘Het gaat over Word, Excel, Powerpoint en webdesign. Ik ga er serieus mee aan de slag. Ik weet niks van computers en die zijn echt cruciaal in de samenleving. Ik wil mijn tijd niet verspillen. Als ongedocumenteerde ben je inactief, praktisch dood. Dat wil ik niet. Ik heb twee doelen: mijn dochter beter leren kennen en de computer goed onder de knie krijgen. Daarna kan ik weg.’ Een paar weken later begint hij te twijfelen aan het nut van de cursus. Helpt het hem wel bij het vinden van een baan in Nigeria? Ook kan hij op de Amsterdamse opvanglocatie Walborg niet oefenen, waardoor hij de lesstof niet kan bijhouden. Misschien wil hij overstappen naar een cursus smartphone repair.

Als we hem in november weer ontmoeten klaagt hij over de kou buiten. Hij krijgt er pijn van aan zijn vingertoppen. Kloofjes in zijn huid. Hij kan niet fietsen met zijn lange winterjas. En blijft dus voornamelijk binnen. ‘Maar dan ga ik niet slapen of zo, hè? Ik maak steeds een rondje door mijn kamer. Dan ga ik YouTube-filmpjes kijken over smartphone repair. En als ik geen zin meer heb ga ik even gitaar spelen. En daarna weer iets anders. Ik probeer altijd bezig te blijven.’

Inmiddels heeft hij zijn dochter en haar halfzus verteld dat de overheid hem vraagt het land te verlaten. Ze zijn ervan geschrokken. ‘“Nee, nee, dat kan niet!”, zeiden ze.’ Nadat hij is uitgesproken weet hij het zelf ook niet meer zeker. Moet hij hen hier wel achtergelaten? ‘Ze hebben nog zoveel nodig, ze moeten nog zoveel leren over het leven. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat ze nog ouders nodig hebben.’

De landelijke vreemdelingenvoorziening heeft helemaal niets veranderd aan zijn situatie, zegt Moussa. ‘Het systeem blijft hetzelfde, ik wacht nog steeds en ik weet nog steeds niks.’ Hij leest veel en kijkt YouTube om zijn situatie te vergeten, ‘anders hou je dit niet vol’, en hij zit sinds kort op zwemles. Soms fantaseert hij over terugkeer naar Niger. ‘Ik denk dat er heel veel veranderd is. Ik zal wel moeten integreren. Misschien begrijp ik veel dingen niet meer. Maar ik ben er geboren en getogen en ik ben volwassen. Ik red me wel, ook al heb ik daar bijna geen familie meer. Hier red ik me ook alleen. Ik denk eigenlijk dat het hier nu moeilijker voor me is. De mensen zijn daar ook anders. Ze zullen me verwelkomen, ik zal bij mensen in huis mogen slapen en eten.’

John: ‘Ik wil mijn tijd niet verspillen. Als ongedocumenteerde ben je inactief, praktisch dood. Dat wil ik niet’

Wanneer we Moussa eind oktober spreken merkt hij dat er steeds meer mensen uit de opvang in de Pauluskerk worden gezet. Zij komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning en willen niet meewerken aan vrijwillige terugkeer. Ruim twintig deelnemers vertrekken met onbekende bestemming. Intussen stokt in Amsterdam en Eindhoven het lokale samenwerkingsoverleg tussen de ngo’s en de dt&v en ind. Tot grote frustratie van hulpverleners mogen ambtenaren alleen de werkwijze uitleggen en geen oplossingen aandragen voor vastgelopen asieldossiers.

Voor de ngo’s wordt het eens te meer duidelijk dat de inzet van de pilot is gericht op terugkeer. Ze zijn geen directe partner van het rijk en dat wreekt zich. De convenanten zijn getekend tussen de overheidsinstanties en de gemeenten. Daarnaast hebben de deelnemende steden afspraken gemaakt met de ngo’s. De mooie beloftes van het ministerie van Justitie en Veiligheid over het creatief meedenken bij het zoeken naar bestendige oplossingen staan niet op papier; het zijn loze woorden. Dit verbaast Rian Ederveen niets. Als coördinator van de stichting Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (los) brengt zij ngo’s samen die juridische begeleiding bieden aan de doelgroep. ‘Voor ngo’s is het doel van de lvv repareren wat de ind nalaat, de fouten die ze maken of de procedures die niet werken en waar mensen het slachtoffer van zijn. Dat dit niet erkend wordt, verbaast mij niet. Ik loop al lang rond in deze sector. Het is geharnast beleid, de ind en het rijk denken niet in oplossingen. Maar het is wel teleurstellend. Je hoopt toch dat zo’n pilot dingen in verandering kan zetten.’ Zelfs verruiming van de regels over zinvolle dagbesteding is niet mogelijk, zegt Ederveen. Ze heeft namens de ngo’s hier meermaals op aangedrongen. ‘Het rijk heeft ons laten weten dat niets mag. Geen stages, geen vrijwilligerswerk, geen traineeships en geen volwassenenonderwijs.’

Azeez’ laatste hoop ligt in handen van Frank van Haren. De Amsterdamse vreemdelingenadvocaat is een oude rot in het vak. Sinds hij in 2016 zijn pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt doet hij alleen nog ‘ingewikkelde zaken die andere advocaten laten liggen’, zegt hij wanneer we Azeez in november 2019 vergezellen naar zijn afspraak. Op tafel ligt het dossier van de Iraakse asielzoeker. Het zijn twee stapels papieren van zo’n halve meter.

‘Laten we kijken naar de dreigbrieven’, begint Van Haren. ‘Die heeft de ind terzijde geschoven omdat ze niet kunnen vaststellen dat ze authentiek zijn. Staan er stempels op of is het een kopie?’

‘Ik heb het origineel aan mijn vorige advocaat gegeven’, antwoordt Azeez.

‘Dat moet dan in het dossier zitten’, zegt Van Haren. ‘Kun jij hiernaar kijken? Wat zien we hier? Het zijn twee bedreigingen, begrijp ik. Eerst een alleen op jou gericht, en toen je in Nederland was kreeg jouw familie er ook nog een. Dat was van je stam toch?’

Azeez: ‘Ja, dat is een verklaring van de stam waartoe ik behoor. Ze hebben mij verstoten omdat ik werkte voor de Britse ambassade.’ Zijn die bedreigingen ingebracht bij de herhaalde asielaanvraag? ‘Ik weet het niet’, zegt Azeez.

Het is een chaos, concludeert Van Haren. ‘Ik ga alles rubriceren en op volgorde brengen. Nu is het niet duidelijk wat wanneer is ingebracht. Kijk hier even naar. Is dit een bedreiging?’

De vertaler, ook aanwezig in de krappe gespreksruimte op het advocatenkantoor Hamerslag & Van Haren, werpt een blik op de documenten. ‘Nee, dit is een verklaring van zijn werkgever over zijn zorgverzekering’, zegt hij. De advocaat zucht. ‘Dit is door de vorige advocaat ingediend als bedreiging. Logisch dat de ind dit niet meeneemt. Niet fijn. En wat staat er precies op deze bedreiging?’ Van Haren grist een ander papier uit de stapel en legt het voor aan de vertaler en zijn cliënt. Azeez knikt, ‘dat is ’m’. De vertaler: ‘Dat is het islamitisch verzet, een sjiitische groepering in Irak. Voluit: Islamiyya al-Haq. Zij hebben hem bedreigd.’

Van Haren: ‘Het origineel hiervan moet bij de ind liggen, begrijp ik. In de eerste procedure is vastgelegd dat je bedreigd bent door die groepering. Dat is een heel belangrijk gegeven, daar kunnen we wat mee. Je hebt dat niet pas later gezegd. Dat is een houvast.’ Van Haren zegt tegen Azeez dat hij gelooft in deze zaak. Maar hij waarschuwt hem ook: ‘U moet veel geduld hebben. Weet dat de tegenstand van de ind erg groot is. Als ze eenmaal negatief hebben geoordeeld en een herhaalde asielprocedure is afgewezen, is het heel moeilijk om van ze te winnen.’

In december en januari horen we niks meer van John. Als we hem begin februari vragen of we hem kunnen bezoeken in de Amsterdamse opvanglocatie, appt hij terug: ‘I left Walborg early last month.’ De anders zo opgewekte man klinkt nu zuur. ‘Ik begrijp niet waar dat programma om draait. Organisaties kunnen niks voor je doen, ze moedigen je alleen maar aan om je enige dochter achter te laten en terug te keren naar een plek waar je al meer dan dertig jaar weg bent. Daarom ben ik eruit gestapt.’

In februari schrijft Moussa weer een brief naar de ambassade met het verzoek om een laissez-passer. Er is volgens de Dienst Terugkeer & Vertrek een nieuwe consul aangesteld en wellicht werkt hij beter mee. Middelkoop ontploft. ‘Ik heb een heel pissig mailtje geschreven naar de hogere bazen van de dt&v, van “jongens, hoelang gaan we dit nog herhalen?” Niemand die zegt: die man heeft nu wel bewezen dat hij niet terug kan, zullen we eindelijk eens stoppen met dit circus en hem een verblijfsvergunning geven?’

De enige manier waarop dat zou kunnen is via de buitenschuldprocedure. Deze speciale verblijfsvergunning wordt afgegeven wanneer de dt&v verklaart dat de migrant er alles aan heeft gedaan om terug te keren, maar dat dit buiten zijn of haar schuld niet lukt. De Immigratie- en Naturalisatiedienst moet dit advies dan wel overnemen. Tot grote frustratie van asieladvocaten en hulpverleners worden verzoeken om aanspraak te maken op deze procedure nauwelijks ingewilligd. In de afgelopen acht jaar zijn er bijna zevenhonderd aanvragen gedaan en ongeveer 150 asielzoekers hebben op deze grond een verblijfsvergunning gekregen. Het roept de vraag op of de ind en dt&v wel geloven in duurzame oplossingen voor asielzoekers die klem komen te zitten tussen de overheidsdiensten.

Toch is dit nog niet het grootste probleem binnen de pilot. Het gros van de deelnemers komt helemaal niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning, maar wil ook niet vrijwillig terugkeren. Dat blijkt uit de hoge uitstroomcijfers die naar de gemeenteraden worden gestuurd. Alleen Eindhoven stuurt niemand terug de illegaliteit in, waardoor de ongedocumenteerden onderdeel blijven van de pilot of teruggaan naar de bbb. Voor deze categorie uitgeprocedeerde asielzoekers is een andere oplossing nodig.

Een manier zou zijn om steden meer bevoegdheden te geven in het asielbeleid. Dick Couvée, predikant van de Pauluskerk, pleit voor een ‘Rotterdamse verblijfsvergunning’ voor mensen die al twintig, dertig jaar wachten. De Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink wil de discretionaire bevoegdheid, die eerst bij de staatssecretaris lag maar sinds de uitruil voor het kinderpardon onder de ind valt, verplaatsen naar gemeenten. ‘De directie van de ind moet besluiten nemen over de eigen dienst en werknemers. Dat werkt niet. Ik zou graag willen dat die bevoegdheid bij de burgemeesters en gemeenten komt te liggen. Je weet al hoe het rijk gaat reageren, dan gaat Amsterdam zeker een pardon regelen? Maar deze discussie moeten we voeren, want nu gebeurt er niks.’


De geportretteerden komen niet voor in het verhaal