Benny Morris over de falende vredesonderhandelingen in Israël

‘Ze willen de Palestijnse vlag boven Jeruzalem zien wapperen’

President Obama probeert het Israëlisch-Palestijns vredesproces uit het slop te halen. Tevergeefs, vindt de Israëlische historicus en journalist Benny Morris. Volgens hem hebben de Palestijnen ieder compromis afgewezen. ‘Hamas wil Israël politiek, religieus en cultureel vernietigen.‘

JERUZALEM – Toen de jonge Israëlische historicus en journalist van The Jerusalem Post Benny Morris begin jaren tachtig toegang kreeg tot nog ongepubliceerde geheime Palmach-documenten kwam hij tot de ontdekking dat de vlucht van honderdduizenden Palestijnen in 1948 niet uitsluitend het gevolg was van de oproepen van Arabische leiders. Hij stelde een serie gruwelijkheden – massamoorden, vernietigingen en verkrachtingen – vast die Israël had begaan. Samen met andere historici, zoals Ilan Pappe en Avi Shlaim, herschreef hij Israëls ontstaansgeschiedenis en werd de grondlegger van de groep ‘New Historians’.
Morris werd in 1989 wereldberoemd met zijn eerste boek The Birth of the Palestinian Refugee Problem, 1947-1949, waarin hij in koele, messcherpe stijl aan de hand van getuigenverslagen en militaire data de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog en het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenprobleem beschrijft. Volgens Morris hadden de zionisten in de jaren twintig al plannen om zo veel mogelijk joden naar Palestina te brengen, en dat kon alleen als ze de Palestijnse Arabieren die er woonden al dan niet vrijwillig en met een financiële vergoeding het land uitzetten. Toen de zionistische beweging in 1947 concreet aan de opname van 800.000 joden – de meesten oorlogsslachtoffers – binnen vier jaar in Palestina werkte, woonden er zo’n 1,25 miljoen Arabieren, die hun land niet wilden opgeven. ‘Het was alsof men met geweld een vierkante knijper in een ronde opening duwde’, zegt Morris. ‘Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog kregen joodse brigades een soort carte blanche om Arabieren te verwijderen. Arabieren vluchtten, joodse troepen zuiverden gebieden omdat ze geen enclaves van vijandige Arabieren achter hun frontlinies wilden, en sommige Arabische leiders riepen op tot een tijdelijke vlucht.’ In die periode werden tussen de 280.000 en 400.000 Arabieren verdreven.
Deze conclusies maakten Morris de lieveling van de Israëlische linkse beweging en pro-Palestijnse intellectuelen en zetten kwaad bloed bij een deel van de Israëlische historici, die hem ‘Israëlhater’ noemden. Zijns ondanks, want Morris is uitdrukkelijk voorstander van de joodse zionistische staat. Hij groeide op in een kibboets als zoon van Britse zionistische immigranten. Hij was een paratroeper in het Israëlische leger en raakte gewond tijdens de Israëlisch-Egyptische oorlog. Hij werd actief lid van de socialistische beweging en belandde in 1988 in de gevangenis, omdat hij weigerde als militair dienst te doen in de bezette Westelijke Jordaanoever. Nu is hij professor in de geschiedenis van de Midden-Oostenstudies aan de Ben Goerion Universiteit, heeft hij een omvangrijk onderzoek naar het Palestijnse vluchtelingenprobleem verricht (gepubliceerd in een aantal lijvige boeken), en schrijft hij de ene beschouwing na de andere. Een expert, die door andere wordt geannoteerd, en een veel gevraagd internationaal commentator over het Arabisch-Israëlisch conflict .
Maar sinds de mislukte Camp David-onderhandelingen, het uitbreken van de Tweede Intifada en de opkomst van Hamas laat Morris (61) een heel ander geluid horen. Hij komt vooral in het nieuws door zijn boude beweringen en azijnzure uitvallen naar de Palestijnen, zoals: ‘Als de transfer in 1948 volledig was uitgevoerd en de joden ten westen van de Jordaanoever en de Palestijnse Arabieren aan de oostzijde waren geëindigd, dan hadden beide volken een gelukkiger toekomst gehad. Zoals het nu is, met vermenging van de joodse en Arabische bevolking in Israël en Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden, is het probleem veel minder oplosbaar en heeft het bijgedragen aan het leed van beide volken.’ En dat laatste komt volgens de historicus vooral omdat Israël geen Palestijnse partij heeft om mee te praten. Israël vergelijkt hij met een villa in de Arabische jungle. Israël respecteert de democratie, is creatief en productief en dus een soort luxe villa. De Arabische wereld heeft volgens Morris sinds de Middeleeuwen geen noemenswaardige culturele bijdragen meer geleverd aan de wereldbeschaving en is een culturele woestijn. Hij maakt zich geen illusies over de uitkomst van de vredesonderhandelingen. Die zijn volgen hem gedoemd tot falen. Toch blijft hij empirisch historisch onderzoek doen en zionistische taboes aanboren. Hij publiceerde een verbeterde versie van The Birth of the Palestinian Refugee Problem, die de mythe van the few against the many onderuithaalt. Feiten moeten volgens Morris worden beschreven zonder emoties of politieke betrokkenheid.
Of dat nog het geval is in zijn dit jaar verschenen studie One State, Two States: Resolving the Israel/Palestine conflict is de vraag. Morris concentreert zich in deze perfect getimede publicatie op de weer actuele vraag of een tweestatenoplossing levensvatbaar is. Als hij aan de hand van voorbeelden in zeer generaliserende termen uitlegt dat de Arabieren de bron van het kwaad vormen – ze doen dat weliswaar niet opzettelijk, maar het zit gewoon in hun cultuur, mentaliteit en gedachtegoed – lijkt de ideologie toch zijn werk binnen te sluipen. Reden om deze spraakmakende historicus, die net in Israël is teruggekeerd van een driemaandelijks bezoek aan de Verenigde Staten, aan de tand te voelen.

ZIJN DIE GENERALISATIES, de associatie van bepaalde karakteristieken met een volk, een religie en een ras niet ontzettend gevaarlijk, vraag ik Morris tijdens ons telefoongesprek. Hij heeft het te druk om mij persoonlijk te ontvangen. ‘Er is niets mis met generalisaties zolang ze correct en waar zijn’, zegt hij. ‘We trekken allemaal conclusies uit bijzondere situaties. Jammer genoeg is er in het Westen en met name bij de westerse pers het verlangen om politiek correct te zijn en mensen niet te beledigen. Maar er zijn verschillen tussen samenlevingen, tussen volken. Ik ben na jarenlang historisch onderzoek en analyse van de huidige politiek tot de conclusie gekomen dat de culturele en politieke normen van de Palestijnen anders zijn dan van de joodse Israëliërs. Arabieren hebben geen respect voor menselijk leven, niet alleen van joden maar ook van zichzelf. Bij de overname van Gaza door Hamas gooiden ze hun Fatah-medeburgers van hoge gebouwen, en in 2007 vermoordden ze collaborateurs met Israël op wrede wijze. Arabieren laten hun vliegtuigen met voorbedachten rade te pletter vallen op wolkenkrabbers om duizenden burgers te doden. De generale noemer is een gebrek aan respect voor de mens in de Arabische wereld, en dat druist in tegen de westerse normen. Hetzelfde geldt voor het respect voor de wetgeving. De meeste Arabieren geloven in God, dit in tegenstelling tot westerlingen die minder religieus zijn of tenminste niet het soort Arabisch fundamentalisme aanhangen waarin de mens zich volledig laat leiden door Gods woord en de seculiere wetgeving terzijde wordt geschoven. Dit geldt in het bijzonder voor de moslimgemeenschappen in het Midden-Oosten.’
Maar het zijn toch de omstandigheden van deze moslimgemeenschappen – ze zijn arm, van hun land en huis verdreven, geboren en getogen onder bezetting – die hen tot religie en extremisme drijven? Worden hier oorzaak en gevolg verwisseld?
‘Dit argument wordt vaak gebruikt. De stelling bijvoorbeeld dat Arabieren arm zijn en om die reden meer diefstallen plegen dan andere mensen, zoals joden, is op zich juist. Daarom heb ik in One State, Two States alleen naar geweldsmisdrijven en niet naar misdrijven tegen het eigendom gekeken. Israëlische politieregisters – die in hun algemeenheid betrouwbaar zijn en niet discrimineren – tonen aan dat Arabieren, die slechts twintig procent van de Israëlische bevolking uitmaken, verantwoordelijk zijn voor meer verkeersongelukken met dodelijke afloop dan joden. Arabieren plegen ook twee keer zoveel moorden, blijkt uit statistieken die gebaseerd zijn op aantallen arrestaties, procedures en veroordelingen.’
Hebben de Israëliërs deze situatie niet grotendeels over zichzelf uitgeroepen door Arabieren te segregeren, te behandelen als tweederangsburger en gelovige moslims de toegang tot de Tempelberg te ontzeggen? En in een breder perspectief: worden door bijvoorbeeld de eenzijdige terugtrekking uit Gaza en Operatie Gegoten Lood de extremistische bewegingen niet versterkt ten koste van de gematigde Palestijnse meerderheid?
‘Verschillende beperkingen en maatregelen tegen Abu Mazen en de Palestijnse Autoriteiten hebben sommige Arabieren mogelijk aangezet tot extremisme, maar dat neemt niet weg dat het extremisme en de radicalisering van de Palestijnen in zijn algemeenheid weinig te maken heeft met Israël en haar politiek. De groei van Hamas in Gaza en van de Hezbollah in Libanon zijn de lokale uitdrukking van de algemenere religieuze radicalisering van het Arabische Midden-Oosten. Het is simpelweg de trend.’
En hoe vertaalt zich die trend in de Palestijnse gebieden?
‘Allereerst is er de vrijheidsstrijd van de Palestijnen, de opstand tegen de bezetting. Dit is de dimensie waarop de westerse pers doorgaans de aandacht vestigt. Maar er zijn nog andere dimensies. Er wordt, zo blijkt uit uitspraken van Fatah, de Islamitische Jihad en Hamas, gestreden voor herstel van Palestijnse rechten op het grondgebied van Palestina en vernietiging van de zionistische staat. De Palestijnen willen zich wreken voor hun huidige ellende, maar ook voor zestig jaar ballingschap. Vergelding speelt een centrale rol in de Arabische cultuur. De derde dimensie is de mondiale strijd van de islam tegen het verdorven Westen. In deze optiek is Israël een niet te tolereren westerse outpost in het islamitische gebied van het Midden-Oosten. Voor de fundamentalisten, die willen terugkeren naar de tijd dat het zwaard van de islam een groot gedeelte van de wereld regeerde, vertegenwoordigt Israël alle waarden die zij verafschuwen: vrijheid, democratie, feminisme, liberalisme, innovatie, seksuele vrijheid. Het conflict is een intelligence war met offensieve acties. Het uiteindelijke doel is om de Palestijnse vlag boven Jeruzalem te zien wapperen, oftewel om de staat Israël te vernietigen.
Deze drie dimensies overlappen elkaar. Het is niet altijd duidelijk waardoor de Palestijnse acties worden gemotiveerd. Hamas wil Israël politiek vernietigen, maar ook religieus en cultureel. Haar handvest uit 1988 is nog nooit door leden gereviseerd, geamendeerd of zelfs maar ter discussie gesteld. Het verkondigt dat Hamas Israël zal vernietigen, zoals de koninkrijken van de kruisvaarders in de twaalfde en dertiende eeuw door de islam zijn vernietigd. Jammer genoeg steunden de meeste Palestijnen deze afkeer van democratische normen en stemden ze in de verkiezingen van 2006 voor Hamas.’
Die verkiezingen werden door EU-waarnemers beschreven als de meest liberale en democratische in het Arabische Midden-Oosten.
‘Zoals iedere fascistische organisatie gebruikt en misbruikt Hamas de democratie voor haar eigen doeleinden. Nadat zij in 2006 de verkiezingen had gewonnen, nam ze in 2007 met geweld de Gazastrook over. Ze vermoordde simpelweg haar tegenstanders of gooide ze zonder vorm van proces in gevangenissen. In de Gazastrook is nu geen hoop meer op enige vorm van democratie. Dat komt omdat Hamas geen democratische structuur en doeleinden heeft. Zij gelooft in de absoluutheid van Gods waarheid en haar eigen interpretatie van Gods woord.’
Is er in uw perceptie verschil tussen een Hamas-bewind en een Fatah-bewind?
‘Er is een verschil in accenten. Fatah is een seculiere beweging, al gebruikte zij ook zelfmoordterroristen die naar de hemel met de 72 maagden wilden en dus religieus gemotiveerd waren. Maar terwijl Hamas onderweg geen tactische concessies wil doen, is Fatah bereid wat toe te geven.’

OBAMA ONDERNEEMT verwoede pogingen om het vredesproces uit het slop te halen en maande de Israëlische regering meermaals de nederzettingenbouw te bevriezen. Netanyahoe biedt nu gedeeltelijke bevriezing aan gedurende tien maanden, maar Oost-Jeruzalem en de bouw van drieduizend wooneenheden in de Westoever vallen hier niet onder. Zou een volledige bevriezing de spanning in het gebied kunnen verminderen?
‘Persoonlijk heb ik geen probleem met die bevriezing, al ontgaat me de logica. Indien de tweestatenoplossing wordt overeengekomen, zal waarschijnlijk een klein gebied van de Westelijke Jordaanoever, ik schat vijf procent, door de Palestijnen aan Israël worden afgestaan. Het gaat hierbij om de grote joodse nederzettingen. Ergo, de Palestijnen hebben geen logische reden om tegen de uitbreiding van deze nederzettingen te protesteren, omdat ze uiteindelijk toch tot het Israëlisch grondgebied zullen behoren. De nederzettingen op de overige 95 procent van het grondgebied zullen onder Palestijnse controle komen. Zij zullen de gebouwen in deze nederzettingen krijgen, wat voor hen weer een oplossing is voor de huisvesting van hun vluchtelingen.
Anderzijds is er een psychologische kant aan het probleem. De Palestijnen zien de joodse nederzettingen als diefstal van Palestijns land en een obstakel om ooit tot de tweestatenoplossing te komen. In die zin zou een bevriezing van de nederzettingen waarschijnlijk zinvol zijn. Maar de Palestijnen zullen ook een gebaar moeten maken door iedere vorm van terrorisme te staken. Iedere dag is er een raketaanval vanuit Gaza op Israëlische steden. Zolang er geen slachtoffers vallen, meldt de westerse pers dit niet.’
In One State, Two States heeft u de geschiedenis van de eenstaat- en tweestatenideologiëen en -strategieën gedetailleerd beschreven. Zijn er volgens u uiteindelijk twee geschiedenissen: aan de ene kant de pragmatische aanvaarding door de joden van de verdeling van het land van Palestina en Israël, en aan de andere kant de constante afwijzing door de Palestijnen van enige vorm van coëxistentie?
‘Gedurende de geschiedenis van het Israëlisch-Palestijns conflict, vanaf het eerste binationalisme via de diplomatie van de Oslo-akkoorden tot de verschillende vredesvoorstellen, staan twee tegenstrijdige plannen centraal. Allereerst is er de tweestatenoplossing, het officiële beleid van zowel de Israëlische regering en de internationale gemeenschap als de Palestijnse Autoriteiten. Vervolgens is er een alternatief plan, dat recentelijk meer aanhang heeft gekregen en het concept van een geïntegreerde Israëlisch-Palestijnse binationale staat propageert. De geschiedenis is weinig hoopgevend voor een binationale staat. In het verleden waren er bepaalde Israëlische organisaties die deze oplossing nastreefden, maar er was nooit een partner aan Palestijnse zijde. Volgens de Unscop (United Nations Special Committee on Palestine) verzetten alle verantwoordelijke Arabische organisaties zich tegen deze oplossing, omdat die in strijd is met het recht van een meerderheid om onder een regering van haar eigen keuze te leven. Een dergelijke binationale staat is dus onbestaanbaar tenzij er ondanks nationale verschillen een intens besef van gemeenschappelijke interessen en loyaliteit aanwezig is, dat de politieke acties van beide groepen in tijden van crises bepaalt.’
Als de binationale oplossing in de huidige situatie ondenkbaar is, wat zijn dan de verwachtingen van de tweestatenoplossing?
‘Ik ben altijd voorstander geweest van deze oplossing, die het gebied van Palestina verdeelt in een Israëlische en een Palestijns-Arabische staat. Maar ik denk dat de kansen erop de laatste jaren geleidelijk zijn afgenomen, voornamelijk door de Arabische standpunten en acties. De belangrijkste reden dat er geen vrede komt, is dat de Palestijnen de tweestatenoplossing afwijzen omdat ze het hele grondgebied van Palestina willen zonder een buurstaat Israël. Dit geldt voor Hamas en Fatah. Uiteraard vormt dit een reëel obstakel voor vredesonderhandelingen, want hoe kan Israël zo tot overeenstemming komen?’
Maar Fatah en Abu Mazen zeggen uitdrukkelijk dat ze de tweestatenoplossing nastreven.
‘Hamas wijst de oplossing openlijk af. Fatah is voorzichtiger. Als je naar Abu Mazen luistert, begrijp je dat hij een tweestatenoplossing wil, maar geen twee staten voor twee volken, zoals door president Clinton is gepropageerd. Abu Mazen streeft naar een Palestijns-Arabische onafhankelijke staat naast Israël, dat niet noodzakelijk joods is, maar een staat voor alle burgers. Tegelijkertijd eist hij het recht op terugkeer van alle Palestijnse vluchtelingen naar Israël. Hij streeft kortom een situatie na van een Palestijnse staat naast een Israëlische staat met een Palestijnse meerderheid.’
Waarom zijn beide Palestijnse bewegingen volgens u tegen de tweestatenoplossing?
‘Het probleem is gecompliceerd, maar ook heel praktisch. De tweestatenoplossing, zoals die door Ehud Barak in 2000 is geconcipieerd, definieert het Palestijns grondgebied – bestaande uit de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook – min of meer binnen de grenzen van 1948. Dit gebied is ongeveer 3200 vierkante kilometer. Dat is te klein om de huidige vier miljoen inwoners met de miljoenen terugkerende Palestijnse vluchtelingen te kunnen huisvesten. Er zou een overbevolkte, te kleine staat ontstaan die bijna automatisch “Lebensraum” zou zoeken. En wat ligt meer voor de hand dan zich uit te breiden op Israëlisch grondgebied, dat historisch grotendeels Arabisch bezit was?
Zelfs als een vredesverdrag zou worden gesloten op basis van twee staten zou de levensduur ervan beperkt zijn. Een nieuw conflict ligt dan in het vooruitzicht. Ik heb in mijn boek een andere oplossing voorgesteld, waarbij de Palestijnen een grotere staat krijgen die wordt geïncorporeerd in het koninkrijk Jordanië. Als de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook worden toegevoegd ontstaat er een grote staat met omvangrijk grondgebied dat vele miljoenen mensen zal kunnen huisvesten. De problemen van een natuurlijke demografische expansie zijn onmiddellijk gereduceerd.’
Dit idee is in het verleden uitdrukkelijk verworpen door de Palestijnen en de Jordaniërs. Waarom zou het nu acceptabel zijn?
‘De kansen zijn gering, want het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, met zijn militaire en administratieve elite die uit bedoeïenen bestaat, wil geen machtsverdeling in zijn gebied. Bovendien kijken ze neer op Palestijnen. De Palestijnen zullen niet akkoord gaan met een Jordaanse koning als hun staatshoofd. Daarom stel ik voor dat beide staten hun soevereiniteit behouden, maar bepaalde aangelegenheden centraal regelen via een overkoepelende regering, waarin Jordaniërs en Palestijnen zitting hebben. Een soort confederatie. Zo’n staat heeft uiteindelijk vanuit historisch perspectief een veel betere kans van slagen dan een Palestijns ministaatje. Ook cultureel, religieus en juridisch zijn er meer overeenkomsten tussen Palestijnen en Jordaniërs dan tussen Palestijnen en Israëliërs.’
Is het mogelijk dat er momenteel geen oplossing is?
‘Dat is de voor de hand liggende conclusie.’
Is het dan onmogelijk om de Palestijnse mentaliteit en cultuur, die volgens u de reden van het falen van de onderhandelingen zijn, te beïnvloeden of veranderen?
‘Een van de lessen die we de afgelopen vijftig jaar hebben geleerd, is dat Arabische moslimgemeenschappen extreem resistent zijn tegen elke vorm van verandering. Ze worden nauwelijks beïnvloed door westerse normen en waarden. Als je de ontwikkelingen in Japan of Zuid-Korea vergelijkt met die in Arabische gemeenschappen begrijp je dat de Arabische wereld stilstaat. Dit komt vooral door de invloed en centrale plaats van de islam in deze samenlevingen. De laatste twintig jaar is onder invloed van godsdienst, demografie en de aanwezigheid van olie in Arabische landen de afkeer van het Westen versterkt en radicaler geworden. Kijk naar de uitspraken van Mahmoud Ahmadinejad, die op de VN-conferentie tegen racisme zei dat zionisme moet worden uitgeroeid. Zolang deze mentaliteit niet verandert, is er weinig hoop.’
Hoe urgent is de Iraanse kwestie?
‘Iran heeft de strategie van de diplomatie aangenomen zodat het onderhandelingen met het Westen eindeloos kan traineren en de hoop op het einde van zijn nucleaire activiteiten in leven kan houden. Maar parallel wordt infrastructuur aangelegd, worden grondstoffen en materiaal aangeschaft die noodzakelijk zijn voor de productie van atoombommen, en kerncentrales gebouwd. Iran heeft de hoeveelheid verrijkt uranium verhoogd en heeft nu de faciliteiten om de bom te produceren. Israël begrijpt dat.’

HOE GROOT is de kans dat Iran nucleaire wapens zal gebruiken?
‘Het Iraanse regime is radicaal, anti-westers, antisemitisch en op verschillende punten niet realistisch en onlogisch. De Iraanse president zegt dat de holocaust niet heeft bestaan en dat er geen homoseksuelen in Iran zijn. Hij is geen rationele leider. Als je met irrationele mensen te maken hebt kun je niet vooronderstellen dat zij hun wapens op een verstandige manier zullen gebruiken. In de Koude Oorlog was er een soort status-quo omdat de Russen en Amerikanen begrepen dat als zij hun atoombommen zouden inzetten zij zelf zouden worden vernietigd. Maar Iran gelooft in Allah en Allah beschermt zijn inwoners.’
Wat zal er volgens u gebeuren als Iran de kerncentrales niet ontmantelt?
‘Sancties werken niet en zullen ook geen effect hebben, omdat de Russen, Chinezen en verschillende Europeanen ze niet zullen implementeren. Diplomatie werkt ook niet, dus moet je kiezen tussen twee kwaden: óf je gaat akkoord met het feit dat Iran een atoombom heeft en je vertrouwt erop dat het die niet zal gebruiken – ik denk dat deze keuze onverantwoord is – óf je kunt de kerncentrales vernietigen voordat ze bommen kunnen produceren. Dit laatste is een reële mogelijkheid en het ziet ernaar uit dat het in 2010 zal plaatshebben. Maar de Amerikanen zijn te verwikkeld in de conflicten in Afghanistan en Irak om oorlog te kunnen voeren tegen Iran. Bovendien wil het Amerikaanse publiek geen derde oorlog. Dit betekent dat Israël de aanval zal moeten leiden. Niemand weet of Israël de capaciteit en de mogelijkheden heeft om alle kernreactors, die verspreid over het land liggen en gedeeltelijk ondergronds zijn, te vernietigen en of dit tot een nieuwe oorlog zal leiden.’
Uw voorspellingen over het Midden-Oosten zijn uitermate somber en bijna apocalyptisch. Geheel anders dan de positieve uitlatingen van Benny Morris van twintig of zelfs tien jaar geleden. Wie of wat is er veranderd? Benny Morris of de situatie van het Midden-Oosten?
‘Ik weet niet of ik veranderd ben. In de jaren tachtig heb ik twee boeken geschreven over het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Als historicus observeerde en registreerde ik dit proces nauwkeurig. In de jaren negentig besteedde ik bijna tien jaar aan onderzoek naar de ontwikkeling van het Israëlisch-Palestijns conflict van 1932 tot 1999. Terwijl ik de geschiedenis bestudeerde en beschreef, kwam ik tot de conclusie dat er een grote mate van consistentie was in de Palestijns-Arabische stellingname. Zij hebben een compromis met de joden altijd afgewezen: het voorstel van de Britten in 1937 om een grote Arabische staat naast een joods ministaatje te stichten, het tweestatenvoorstel van de VN in 1947, het voorstel van Sadat en Begin in de Camp David-onderhandelingen van 1978, en het door Clinton en Barak geconcipieerde vredesvoorstel in 2000. Het ontdekken van deze consistentie veranderde mijn denkbeelden. Niet zozeer over het gewenste doel, dat volgens mij nog steeds de tweestatenoplossing is, maar over de haalbaarheid van dat doel. Het veranderde mijn verwachtingen van wat Arabieren werkelijk bereid zijn te accepteren. Ik benadruk dat Palestijnen volgens mij een legitiem recht hebben op een eigen staat in Palestina, net zo goed als de joden recht hebben op hun eigen staat. In dat opzicht blijf ik een overtuigd aanhanger van politiek links.’

Benny Morris, One State, Two States. Resolving The Israel/Palestine Conflict. € 22,90

Benny Morris, Making Israel. € 28,05

Benny Morris, 1948. A History of the First Arab-Israeli War. € 20,20