De nieuwe stem van Turkse Nederlanders

‘Ze willen ons Turken niet’

De arrestatie van Ebru Umar en het tumult rondom het ‘beledigen’ van Erdogan versterken het gevoel van Turkse Nederlanders dat zij hun herkomstland moeten verdedigen. ‘We willen een tegengeluid laten horen.’

Medium hh 47226297

‘De berichtgeving in Nederland over Turkije is eenzijdig en onvolledig’, zegt Mehmet Akkoç. ‘Dat leidt tot spanningen in Turks-Nederlandse kringen.’ Daarom startte hij half maart samen met Ahmet Erdogan een petitie tegen de npo, de publieke omroep. In korte tijd haalde de Turks-Nederlandse opiniemaker die ook actief is bij Türkevi, een nationalistisch-conservatief onderzoeks- en kennisinstituut dat zich bezighoudt met de problemen die Turken in Nederland en Europa ondervinden, duizenden handtekeningen op. ‘Er wordt bijvoorbeeld gedaan alsof er een burgeroorlog in Turkije aan de gang is. Koerden versus Turken. En de nos weigert de Koerdische pkk een terreurorganisatie te noemen, zoals veel Europese landen wel doen. Ze zeggen vaak: pkk-militanten of pkk-opstandelingen. De npo is een publieke omroep die met publieke middelen wordt gefinancierd, ook die van de Turks-Nederlandse belastingbetaler.’

Akkoç en Erdogan verwoorden de gevoelens van een groeiende groep tweede generatie Turkse Nederlanders die ruimte voor hun blik op de wereld eisen. Ze zijn middelbaar tot hoog opgeleid, politiek en maatschappelijk actief, welbespraakt en zien het niet als een probleem dat ze zowel op Nederland als op Turkije zijn gericht. Beide samenlevingen gaan hun aan het hart. Ze zijn trots op hun Turkse identiteit, maar in Nederland geboren en getogen. Een student die actief is bij de nationale assemblee van Turkse studentenverenigingen in Nederland zegt het zo: ‘Ik probeer mezelf niet als anders te zien of anders te zijn. Maar ik wil wel dat ik word geaccepteerd als Turkse Nederlander. Ik ga mezelf niet verloochenen.’

De wortels van hun ouders verklaren hun natuurlijke betrokkenheid bij Turkije; kritiek daarop zien ze als hypocriet, als een teken dat Nederland niet om kan gaan met de realiteit dat de samenleving door migratie is verkleurd. Ze presenteren zich als verontruste biculturele Nederlanders die een plaats opeisen voor hún idealen en opvattingen.

Meer en meer claimen ze ook het ‘eigen verhaal’ van wat er in hun herkomstland gebeurt: op tv – Akkoç schuift bijvoorbeeld regelmatig aan bij Pauw –, de radio en in toenemende mate op de sociale media, die bijkans ontploffen als zich zaken in Turkije afspelen die hen raken. Ze onderstrepen dat er in Turkije een grotere culturele, religieuze en politieke verscheidenheid is dan de zwart-witbeelden in de Nederlandse berichtgeving doen vermoeden. Dat er bijvoorbeeld op meerdere manieren naar de arrestatie van de columniste Ebru Umar kan worden gekeken dan haar als een vrijheidsstrijdster neer te zetten die in haar herkomstland achter slot en grendel werd gezet. Het beledigen van een staatshoofd is immers ook in Nederland strafbaar. En dat er kanttekeningen zijn te plaatsen bij de speculatieve aanname dat haar arrestatie verband zou houden met de brief van het Turkse consulaat waarin Turkse Nederlanders werden opgeroepen om beledigingen aan het adres van president Recep Tayyip Erdogan te melden.

Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar integratie en migratie aan de Erasmus Universiteit en onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, herkent die zelfbewuste houding, maar signaleert ook een breed en diepgeworteld gevoel onder Turks-Nederlandse jongeren er niet bij te horen. Hij waarschuwt dat het moeilijk is om van die twee schijnbaar tegengestelde bewegingen een eenduidige, causale verklaring te geven. ‘In een heel grote groep, veel groter dan ik verwacht had, bestaat een diepgeworteld gevoel van uitsluiting.’ Tegelijk constateert hij dat er een sterke binding en betrokkenheid is met de eigen groep. ‘Hun vrienden komen uit de Turks-Nederlandse hoek, evenals hun huwelijkspartner.’ Hij ziet dat de afstand met de Nederlandse samenleving in de laatste jaren sterk is gegroeid en dat jongeren dat ook zo ervaren. Het resultaat is volgens hem ‘dat men zich op sociaal-cultureel gebied steeds meer afsluit van de rest van de Nederlandse samenleving’.

Wat Dagevos in het recente scp-rapport Werelden van verschil desondanks verraste, waren de kenmerken en grootte van de groep (53 procent) die wordt aangeduid met ‘gematigd gesegregeerd’. ‘Ze zijn hier geboren en opgegroeid, ze zijn anders dan hun ouders in de zin dat ze een meer hybride identiteit hebben en sociaal gezien meer verbonden zijn met de Nederlandse samenleving.’ Toch ervaart de meerderheid van de tweede generatie Turkse Nederlanders discriminatie en voelt zich weinig verbonden met de Nederlandse samenleving. ‘Wat opvalt’, zegt Dagevos, ‘is dat ze zich buitengesloten voelen dankzij en niet ondanks hun contacten met en kennis van de Nederlandse samenleving. Juist door die contacten krijgen ze mee hoe Nederland over hen en hun herkomstland denkt, en dat is meestal weinig positief.’

Deze ogenschijnlijke tegenspraak wordt in academisch jargon aangeduid als de ‘integratieparadox’. Juist door te integreren en te participeren ervaren migranten dat ze er nooit helemaal bij zullen horen. Erdogan, die actief is binnen diverse Turkse maatschappelijke organisaties, zegt: ‘Onderzoek na onderzoek wijst uit dat als je een Turkse achternaam hebt de kans klein is dat je wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. En politiek Den Haag maar roepen dat je moet integreren [minister Asscher], je moet invechten [premier Rutte].’ Tegelijkertijd lijken deze jongeren op hun ouders, niet alleen wat hun gerichtheid op de eigen etnische groep betreft, ook zíj hebben een conservatieve inborst. ‘Het geloof speelt een heel belangrijke rol en ze hebben het gevoel dat niet-moslims hen niet goed begrijpen’, zegt Dagevos. ‘Ze hebben moeite met de losse seksuele moraal die onder niet-moslims zou gelden. Het drinken van alcohol is een ander gevoelig thema.’

De centrale plaats die religie inneemt in hun leven weerspiegelde zich ook in het kiesgedrag bij de Turkse verkiezingen: 69 procent van de Nederlandse Turken gaf, opgeroepen door een persoonlijke bedelbrief van de Turkse premier Ahmet Davutoglu, vorig jaar oktober zijn stem aan de religieus-conservatieve en nationalistische AK-partij van president Erdogan. Dat is zelfs aanzienlijk hoger dan in Turkije zelf, waar 49,5 procent van de kiezers de partij aan een nieuwe meerderheid (316 van de in totaal 550 zetels) in het Turkse parlement hielp.

‘Ze hebben moeite met de losse seksuele moraal die onder niet-moslims zou gelden’

De ratio achter die Turkse politieke stem wordt gezien als een opstelsom van hun wortels. ‘Je verleden als gastarbeider of als kind van een gastarbeider is bepalend’, aldus Mehmet Akkoç. De seculiere sociaal-democratische chp in Turkije noemt hij de partij van de stedelijke elite door wie de islam decennialang als de oorzaak van de achterlijkheid van het land werd gezien. ‘Migranten zijn mensen uit het binnenland van Turkije. Die achterlijken, dat waren zij.’ Daarnaast is de chp als oppositiepartij ‘vet hard aan het falen’, stelt hij. Dat verklaart volgens hem mede waarom bijna zeventig procent van de Turkse Nederlanders vorig jaar stemde op de AK-partij.

Ook Orkun Baytemir, pvda-raadslid in Tilburg en werkzaam voor de Raad voor de Kinderbescherming, was niet verrast door de hoge score voor de AK-partij. ‘Ik praat met veel Turkse Nederlanders. Zij zien hoe Turkije zich ontwikkelt. Als ze het vergelijken met het Turkije waaruit hun ouders zijn vertrokken, overheerst het gevoel: wow, wat gebeurt er veel in dat land sinds de AK-partij aan de macht is.’ Ook hij kon, met zijn sociaal-democratische idealen, niet op de chp stemmen. ‘Het is nog steeds een te elitaire partij.’

Medium anp 34661806

Yasar Aydin, een onderzoeker van Turkse transnationale bewegingen uit Hamburg, trekt een parallel met Duitsland, een ander West-Europees land met een opvallend hoge uitslag voor de AK-partij (bijna zestig procent) onder Turks-Duitse migranten. ‘Deze kiezers zijn conservatief. Ze staan ideologisch en religieus dicht bij de beginselen van de AK-partij’, zegt hij aan de telefoon. Aydin omschrijft de overgrote meerderheid als ‘regulier conservatieve moslims, maar niet per se op een puriteinse manier’. Net als hun ouders, benadrukt hij, geven ze de voorkeur aan een politieke partij die hun religieuze belangen behartigt.

Het is een beeld dat Sinan Can, een documentairemaker van Turkse afkomst, in zijn omgeving herkent. Hij merkt dat het niet meer not done is om religieus en conservatief te zijn. ‘De ideeën van tweede en volgende generatie Turkse Nederlanders vertonen ideologisch gezien steeds meer overeenkomsten met die van de regerende AK-partij van president Erdogan.’

Maurice Crul, hoogleraar diversiteit en onderwijs aan de Vrije Universiteit, zegt dat religie ook in het leven van studenten in het hoger en academisch onderwijs een belangrijke plaats inneemt. We zitten in de hal van de universiteit aan de Boelelaan en Crul spreidt zijn armen: ‘Kijk maar om je heen. Er lopen hier veel studentes met een hoofddoek. Ze kiezen het emancipatiepad: ze volgen onderwijs, willen de arbeidsmarkt op, én ze dragen uit dat religie belangrijk voor hen is, ook in het publieke domein.’

Niet dat alle Turks-Nederlandse jongeren automatisch hun steun aan de AK-partij geven. Vier van de vijf studenten van de nationale assemblee van Turkse studentenverenigingen in Nederland (natds) die we interviewen, zeggen niet gestemd te hebben bij de Turkse parlementsverkiezingen. ‘Ik heb niet het gevoel door de bestaande partijen in Turkije te worden vertegenwoordigd’, vertelt een student. ‘Ik ben daar alleen in de zomer. Waarom zou ik dan invloed willen uitoefenen op zaken waar ik onvoldoende van afweet: openbaar vervoer, onderwijs.’ Een andere student legt uit: ‘Ik heb een zekere binding met Turkije, ik heb daar familie, anderen hebben er een huis. Desondanks heb ik niet gestemd. Ik vond het moeilijk om een keuze te maken. Alles in Turkije is politiek, het is voor mij te gepolitiseerd.’

Toch voelen ook die niet-stemmers een grote verbondenheid met Turkije. Een natds-student: ‘Je haalt kracht uit de verbeterende positie van Turkije, de snelle ontwikkeling die het land onder het AK-bewind heeft doorgemaakt. Daarom kun je je als hoogopgeleide Turkse Nederlander nu beter met dat land verbinden dan met het armlastige land dat onze ouders of grootouders zijn ontvlucht.’ Menigeen ziet het ook als een alternatief voor de kwetsbare positie waar ze zich in Nederland in bevinden. Alsof iets van de nieuwe waardigheid van het zich snel ontwikkelende herkomstland en de grootse Ottomaanse geschiedenis ook op hen afstraalt.

‘Als je elke tegenslag in het leven ondergaat alsof je enkel slachtoffer bent, dan wordt het leven wel erg troosteloos’

‘Turkije doet er nu toe op het wereldtoneel. Daar wordt ook hier met ontzag en respect naar gekeken’, legt pvda-raadslid Baytemir uit. ‘Vergeet niet dat we opgroeien met het idee: je bent een migrant, wees voorzichtig. Je weet wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd met de joden.’ Hij snapt dat er politieke en maatschappelijke druk op Turkse Nederlanders wordt uitgeoefend om de band met Turkije te laten vieren, maar, zegt hij, ‘is het wel eerlijk dat nu al aan ons te vragen? Tweederde van mijn familie woont in Turkije. De band blijft ook om die reden sterk.’

Het idee dat steun voor de AK-partij ook een tegenstem is, een vorm van protest tegen de achterblijvende positie van veel Turken in Europa, wordt niet door iedereen gedeeld. Hier en daar stuit deze gedachte zelfs op fel verzet. Het is een ‘paternalistische’ en ‘simplistische’ visie, vindt opiniemaker Erdogan. Hij vindt het een raar idee dat buitenstaanders ‘onze’ manier van stemmen in Turkije bekritiseren. ‘Ze zien zichzelf als voorvechters van de democratie, maar trekken tegelijkertijd de vrije keuze van ons als kiezers in twijfel.’

De Turkse casus is niettemin ook voor wetenschappers opvallend. Roger Waldinger, een Amerikaanse socioloog aan de Universiteit van California die al decennialang onderzoek doet naar transnationale bewegingen, zei eind maart tijdens en bezoek aan Nederland: ‘Politieke activiteiten ten aanzien van het land van herkomst vind je eigenlijk nauwelijks terug onder tweede generatie migranten in de VS.’ Volgens Waldinger verliezen migranten bij een ‘normaal’ integratieproces hun contacten met het land van herkomst voor een groot deel al in de tweede generatie. Dat de tweede generatie Turkse Nederlanders zo geïnteresseerd zijn in de Turkse politiek verbaast hem. ‘Wat hebben zij daarmee te winnen? Ze hebben toch helemaal geen politieke belangen in Turkije?’ Ook hij kan het alleen verklaren door het te koppelen aan hun positie in Nederland.

Voor Waldinger is echter niet de verbondenheid met het land van herkomst het grootste probleem, maar de ‘onbegrijpelijke manier waarop de seculiere meerderheid in Nederland haar progressieve denkbeelden aan migranten opdringt, waardoor ze het idee krijgen niet geaccepteerd te worden’. Hierdoor gaan ze buiten Nederland op zoek naar anderen die hen dat gevoel wel geven. Een van de geïnterviewden sluit zich bij die analyse aan. Ze ziet om zich heen dat de polarisatie die Turkije sinds de opkomst van de AK-partij in zijn greep houdt ook in Nederland sterker is geworden. ‘Koppel dat aan het chagrijn over hun positie in Nederland en je snapt de verongelijktheid: ze willen ons Turken niet, net zo min als de islam.’ Ze vervolgt: ‘Ook de nieuwe, beter opgeleide generatie put zelfvertrouwen uit haar Turks-zijn. Een zelfvertrouwen dat ze in de Nederlandse context niet kunnen vinden. Ze adopteren het zelfvertrouwen uit het land van herkomst.’

De katalysator voor het luidkeelse protest van Turks-Nederlandse jongeren tegen de manier waarop zij en hun land van herkomst in het publieke debat worden neergezet, vormde het onderzoek Nederlandse jongeren en de Arabische Herfst van Motivaction, eind 2014. Daarin werd gesteld dat negentig procent van de Turks-Nederlandse jongeren sympathiseert met Islamitische Staat (IS) en positief staat tegenover deelname van Nederlandse moslims aan de gewapende strijd in Syrië en Irak. Onderzoeksresultaten die in nieuwe studies door onder meer het scp scherp onderuit zijn gehaald.

Jaco Dagevos van het scp vertelt dat hij merkte dat Turks-Nederlandse jongeren ‘heel erg boos’ waren dat ze onterecht werden aangemerkt als IS-sympathisanten. ‘De woede daarover is niet uit de hand gelopen’, verklaart een student die betrokken is bij de natds, ‘doordat wij als Turkse gemeenschap samen hebben gewerkt en met elkaar een tegengeluid hebben laten horen. Het heeft het idee versterkt dat samenwerking loont.’ Dat is ook de achterliggende gedachte waarmee Turkse studenten zich in 2013 landelijk aaneensloten in de natds. ‘Als groep willen we een stap vooruit zetten door meer en meer te participeren in alle geledingen van de Nederlandse samenleving.’

Net als wetenschappers worstelt ook het departement Sociale Zaken van minister Lodewijk Asscher (met integratie in zijn portefeuille) met het dilemma dat integratie geen lineair proces blijkt te zijn waarbij na twee of drie generaties de grote verschillen tussen Nederlanders met en zonder migratieachtergrond zouden zijn opgelost. Integendeel. De verschillen lijken in sommige gevallen alleen maar te groeien. Ook voor een scp-onderzoeker als Dagevos laat zich dat maar moeilijk ontrafelen. Hij ziet onder Turks-Nederlandse jongeren bewegingen van zowel afstoten en aantrekken, maar hij benadrukt dat ook het maatschappelijke klimaat, dat almaar vijandiger tegenover niet-westerse allochtonen staat, een grote rol speelt. ‘Tweede en derde generatie migranten voelen zich steeds vaker buitengesloten. Het onderlinge contact loopt veel soepeler. Men hoeft niks uit te leggen aan elkaar.’

Hoogleraar Crul zegt dat Turkse Nederlanders bovendien zo goed en breed georganiseerd zijn dat er altijd wel iets leuks te doen is. Hij ziet de toenemende segregatie onder migranten in het algemeen en Turkse Nederlanders in het bijzonder als een metafoor van het bredere verhaal van Nederland. ‘Net als onder autochtone Nederlanders valt ook de tweede generatie migranten in twee groepen uiteen: een deel dat het heel goed doet, sociaal mobiliseert, uit migrantenwijken trekt. En een onderklasse van migranten die niet de aansluiting met de gecompliceerde en pluriforme wereld om zich heen weet te vinden. Deze laatste groep blijft in de migrantenwijken wonen.’ In die succesvolle ‘bovenklasse’ blijft men, zo laat veel recent onderzoek zien, sterk verbonden met de eigen etnische groep.

‘Er is nauwelijks nog een partij die geen probleem heeft met ons geloof, vrijwel iedereen is tegen moslims’

Documentairemaker Sinan Can hekelt het zelfgekozen isolement. ‘Hierdoor worden meer en meer Turkse Nederlanders, en zeker ook de hoogopgeleiden, onzichtbaar in het grotere Nederlandse plaatje. Er is racisme in Nederland, er wordt gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, maar als je elke tegenslag in het leven ondergaat alsof je enkel slachtoffer bent, dan wordt het leven wel erg negatief en troosteloos.’ Die houding is er volgens hem mede de oorzaak van dat de Turkse gemeenschap op dit moment de slechtst geïntegreerde grote minderheidsgroep is in Nederland. ‘Ze zijn sterk gericht op elkaar, op het thuisland, worden opgevoed met Turkse waarden en normen, in Turkse tradities, en het aantal gemengde huwelijken is nog steeds laag.’

De vraag dringt zich op: hoe verhoudt de Turkse stem van deze jongeren zich tot de politieke werkelijkheid in Nederland? Wat zeggen de tegengestelde bewegingen die zich onder hen afspelen, dat zij enerzijds met hun eigen idealen en opvattingen hun plaats opeisen in het verkleurende Nederland, en anderzijds hun gerichtheid op Turkije koesteren? En waarom vertaalt zich dat in de grote steun voor de AK-partij? Hun Turkse politieke stem staat immers haaks op hun kiezersgedrag hier – althans tot voor kort. Door de generaties heen stemmen Turkse Nederlanders vooral op de pvda, gevolgd door andere linkse partijen, en in toenemende mate nu ook op d66. Partijen met een links-liberale agenda die allerminst aansluit bij de preutse burgerlijkheid, het steeds autoritairder wordende bewind, en de hang naar religie van de AK-partij in Turkije. Vangen we uit deze stembusuitslag ook een eerste glimp op van de politieke toekomst van Nederland?

Het ziet er inderdaad tegenstrijdig uit, beaamt gesprekspartner na gesprekspartner, maar het is gerelateerd aan de verschillende rollen die de Turkse Nederlanders hebben. Hier zijn ze onderdeel van een minderheid, daar zijn ze Turk, onderdeel van de groep die het voor het zeggen heeft. VU-hoogleraar Crul benadrukt dat de contradictie door de tweede generatie Turken zelf niet als zodanig wordt ervaren. Maar haar conservatief-religieuze Turkse stem sijpelt wel degelijk steeds meer door naar de politieke werkelijkheid in Nederland. Meer en meer tweede generatie Turkse Nederlanders zeggen hier eigenlijk niet meer op een reguliere politieke partij te kunnen stemmen.

Ahmet Erdogan, opiniemaker, is een van hen. ‘Er is nauwelijks nog een partij die geen probleem heeft met ons geloof, vrijwel iedereen is tegen moslims’, zegt hij. Hij verklaart alleen te kunnen stemmen op een partij die uitdraagt dat moslims in alle vrijheid hun geloof moeten kunnen belijden en overdragen. Waarom is het cda dan geen optie? ‘Het cda heeft minder met de islam en probeert mensen bepaalde gedachten op te dringen’, legt Erdogan uit. ‘Bijvoorbeeld dat de Armeense genocide heeft plaatsgevonden. Kandidaten van Turkse afkomst die dat niet wilden onderschrijven werden van de lijst geweerd. Net als door de pvda.’

Hoogleraar Crul meent dat het feit dat cda en vvd met Geert Wilders van de rechts-populistische pvv in zee zijn gegaan in Rutte I die weerzin verder heeft aangewakkerd. ‘Dankzij deze partijen kreeg de pvv veel macht, waardoor ze de moslimkiezer effectief van zich hebben weggedreven.’ Het sluit aan bij wat de laatste gemeenteraadsverkiezingen al blootlegden: migranten voelen zich in toenemende mate politiek dakloos. Met name in Randstad-steden met ingrijpende demografische ontwikkelingen ontstonden nieuwe splinterpartijen (bijvoorbeeld nida in Rotterdam, Multicultureel Plus Partij in Amsterdam en landelijk nu de beweging DENK van de afgesplitste pvda-fractieleden Tunahan Kuzu en Selçuk Oztürk), die zich richten op kiezers met een migrantenachtergrond. Het gaat veelal om moslimmigranten, een nieuwe generatie van sociale stijgers die zich niet vertegenwoordigd voelen door de reguliere partijen en nu hun eigen politieke koers gaan varen.

De arrestatie van Ebru Umar en het tumult omtrent de actieve houding van de Turkse president Erdogan om mensen die hem ‘beledigen’ – ook buiten Turkije – voor het gerecht te dagen hebben het gevoel van veel Turkse Nederlanders versterkt dat ze Turkije en haar leiders moeten verdedigen tegen aanvallen van buitenaf. Door hun hybride identiteit is de scheiding vervaagd tussen binnen- en buitenlandse politiek. Turkije is hun binnenwereld. Sinan Can merkte dat bijvoorbeeld na de vertoning vorig jaar van zijn zesdelige documentaire Bloedbroeders over de Armeense genocide. Nogal wat mensen uit de Turks-Nederlandse gemeenschap waren niet te spreken over de manier waarop hij dit gevoelige thema aansneed. ‘Turkse Nederlanders dwingen elkaar om in Nederland het thuisland te verdedigen.’ Met een felheid die hem verontrust.

Toen hij vorig jaar in Deventer in de rij wachtte tot hij zijn Turkse stem kon uitbrengen, werd hij uitgejouwd door een groep jonge kiezers die hem herkenden van de televisie. ‘Het achterliggende idee is: ook al zou Turkije honderd jaar geleden verkeerd hebben gezeten, in het buitenland verdedig je altijd je land’, zegt Can. ‘Doordat ze zich verantwoordelijk voelen voor het imago van Turkije passen ze feitelijk een vorm van zelfcensuur toe.’ Een natds-student legt uit dat je dat als migrant onbewust doet. ‘Voor Turks-Nederlandse studenten is het heel belangrijk dat Turkije in hun ogen niet door anderen wordt aangevallen of bekritiseerd. Dan wordt hun gevoel van trots gekrenkt.’

Het Tilburgse pvda-raadslid Baytemir onderstreept het belang van gurur (eer). ‘Onze eer is snel gekrenkt. We vatten kritiek of een negatief woord al snel op als een aanval. Soms zeg ik grappend dat Turkije een borderline-samenleving is. Alles is zwart of wit. We kunnen alleen maar in hokjes denken en dat maakt dat we ons vaak ontheemd voelen in Nederland. Hier word je geacht uit die hokjes te komen, de werkelijkheid is meer fluïde. Tegelijk worden ook wij hier in een hokje geduwd, en eerlijk is eerlijk: daar voelen we ons ook best veilig bij.’

De wortels van hun ouders verklaren hun natuurlijke betrokkenheid met Turkije, zo stellen veel jongeren. Tegelijk zit er wel degelijk een rem op hun betrokkenheid bij het herkomstland. Zo interesseren de politieke bijeenkomsten in Nederland waar politici uit Turkije acte de présence geven – en die bij een deel van de eerste generatie razend populair zijn – de jongere generatie niet. ‘Dat is het grijze-mannencircuit. Het leeft totaal niet onder jongeren’, aldus Akkoç.

Can is er weinig gerust op en geeft een aanvullende verklaring: ‘Assimilatie is het toverwoord dat Ankara gebruikt om Turkse migranten aan zich te blijven binden, hen aan te sporen Turk te blijven. Retoriek die telkens door de AK-partij wordt herhaald: pas op voor assimilatie. Integreer, maar ga niet op het in grote geheel.’ Ook de academicus Aydin vindt dat ‘problematische uitspraken’, zeker de uitspraak van president Erdogan dat assimilatie van Turken in West-Europa een misdaad tegen de menselijkheid zou zijn. ‘Daarmee overtreedt hij in mijn ogen een grens. De overheid, of dat nu de Turkse, Nederlandse of Duitse is, mag zich niet op die manier bemoeien met het leven van individuen.’

Aydin, die vanuit Hamburg onderzoek doet, ziet dat er ook barstjes ontstaan in de grote steun voor de AK-partij, tenminste in Duitsland. ‘Ze zijn nog niet bereid dat openlijk, laat staan collectief te laten blijken, maar ik ontmoet steeds meer jonge, hoogopgeleide AK-partij-sympathisanten die kritisch naar de ontwikkelingen in Turkije kijken. Ze zijn er steeds minder van overtuigd dat het nationalistische, conservatieve beleid van Erdogan goed is voor het land.’


Beeld: (1) 30 mei 2015, Rijswijk. Turkse Nederlanders mogen stemmen voor het Turkse parlement. Op de foto zijn kiezers op weg naar het voor hun geselecteerde stembureau (Marcel van den Bergh / HH); (2) Rotterdam, 21 oktober 2015. Turkse Nederlanders brengen na een mislukte formatie opnieuw hun stem uit voor de parlementsverkiezingen in Turkije op 1 november (Robin van Lonkhuijsen / ANP)