Ze wordt vrouw

De eerste roman van Maria Barnas heeft alles van wat je oneerbiedig het ‘meisjesdebuut’ zou kunnen noemen. Dat klinkt onvriendelijker dan het bedoeld is; het slaat op het soort boek dat is geschreven door een jonge vrouw, en handelt over een jonge vrouw en de wereld, de gedachten en herinneringen van diezelfde jonge vrouw.
Maria Barnas, Engelen van ijs, uitg. De Arbeiderspers, 151 blz., 329,90
Engelen van ijs is een redelijk geslaagd meisjesdebuut. Barnas vertelt het verhaal van Marike, een 22-jarige vrouw, die tracht haar leven onder controle te krijgen - en dan met name haar innerlijk leven, want aan de buitenkant is er weinig dat niet deugt. Ze is aardig, intelligent, welopgevoed en recht van lijf en leden. Ze leeft samen met Sandor, die zeer van haar houdt.

Sandor is echter een geestelijk wrak met een pillenverslaving. Hij lijdt aan onvoorspelbare woedeaanvallen en heeft soms zo veel last van zichzelf dat Marike wel uit het raam kan springen van ellende. Maar dat doet ze niet. Marike is in een periode in haar leven dat ze ‘de dingen op een rijtje’ wil krijgen. Aanleiding daartoe is een verhaal dat ze Sandor vertelt over haar vader: vlak na de oorlog fietste die op zijn nieuwe fiets trots achter zijn vader aan, die bij de politie was. Of hij zijn rijwiel wel goed verzorgde? werd hem gevraagd. Als zijn vader ter controle aan de fiets rammelt, rinkelt er iets. De jongen krijgt een dreun. En dan: 'Na het vertellen van dit verhaal heb ik Sandor niet meer zien slapen, hij lijkt altijd wakker te zijn. We liggen niet meer bij elkaar in bed. Hij komt niet meer bij me zitten wanneer ik in bad lig. Sandor verstarde toen ik hem het verhaal van de fiets had verteld. Maar het was niet de wreedheid van mijn grootvader tegen zijn zoon waarvan mijn vriend was geschrokken. Wat hem interesseerde was: “Hoe kwam jouw vader aan het eind van de oorlog aan een goede fiets? (…) Wat deed jouw grootvader precies bij de politie? Heeft hij zijn baan gedurende de hele oorlog behouden?”’
Sinds dat gesprek is het mis tussen Marike en Sandor. Hij wil dat zij de zaak gaat uitzoeken en begrijpt niet hoe zij zo licht kan denken over haar familiegeschiedenis. En Marike gaat graven in haar verleden. Ze bladert door haar herinneringen, ze denkt terug aan haar familieleden, aan de mensen die haar dingen hebben geleerd of afgeleerd, mensen aan wie ze iets te danken heeft of die ze juist iets kan verwijten.
Engelen van ijs wordt daarmee een roman over de herinnering en het proces van het zich herinneren. Marike is grootgebracht in Engeland, maar ze slaagt er nauwelijks in de herinneringen aan die tijd op een vloeiende manier aan elkaar te verbinden. Er lijkt een obstakel in haar hoofd te zitten. In een van haar dagboeken noteert ze: 'Of het noodzakelijk is aan voorbije jaren terug te kunnen denken zonder gevoelens van vervreemding, en een gedachtenwereld te hebben waarin gebeurtenissen elkaar zonder schokken opvolgen, weet ik niet. Waarom wil ik dat alles soepel verloopt? Er moet een schoonheid bestaan in schokken en stroefheid. Maar ik kan het me niet veroorloven een chaotische gedachtenwereld te hebben.’
Orde brengen in de chaos, dat is de taak die het meisje zichzelf stelt. En dat proces beschrijft Barnas in haar eerste roman. Dat doet ze zeer verdienstelijk. Haar stijl is gevoelig (soms iets tè) en haar verhalen zijn subtiel (soms iets tè). Soms is ze een volwassen vrouw, een echte schrijfster, en soms nog een meisje, dat later schrijfster zal zijn. Aangezien Maria Barnas de komende jaren steeds meer vrouw en steeds minder meisje zal worden, komt het ongetwijfeld goed met haar.