Een trawler voor de kust van Senegal in de buurt van Dakar, 2019 © Tommy Trenchard / Panos Pictures / ANP

Ze staan er wat onwennig, bijna verlegen bij in het voorportaal van de rechtbank in de Namibische havenstad Walvisbaai. Strak gekapt, spijkerbroek, sportschoenen, mondkapje: drie Hollandse jongens, uit hun kajuit geplukt en in een ver land in het verdachtenbankje gezet. Het zijn de kapitein, eerste stuurman en chef visserij van de Cornelis Vrolijk, een 113 meter lange Nederlandse freezer-trawler varend onder Namibische vlag. De aanklacht: illegaal dumpen van vis.

‘Het was 26 juni 2020. We zitten op volle zee en ik sta naast de kapitein op de brug van de Cornelis Vrolijk’, begint Rauna Mhata haar verhaal onder ede. Mhata is visserijwaarnemer. Zij moet namens de Namibische autoriteiten controleren of vissers zich aan de regels houden. ‘Op het achterdek haalt de bemanning het sleepnet binnen. Dat zit bomvol. Maar er gaat iets mis. Het binnenhalen stopt. De bemanning opent het net en schuift het terug de zee in. Ik vraag de kapitein wat er aan de hand is. “Geen tijd”, snauwt hij. Een paar momenten later zie ik tweeduizend kilo horsmakreel drijven’, zegt Mhata. ‘Ze dreven omdat ze dood waren’, voegt ze er voor de zekerheid aan toe. ‘Het is verboden dode vis terug de zee in te gooien. Die moet worden verwerkt en verpakt. Ik ben een observer. Het is mijn taak om dit soort misstanden te melden en dat is wat ik heb gedaan.’

In de rechtszaal in Walvisbaai begint de verdediging een kruisverhoor. ‘Er waren twee waarnemers op het schip. Weet u nog waar uw collega uithing?’ bitst een van de advocaten. ‘Hij zat binnen in het schip’, antwoordt Mhata. ‘U was dus de enige getuige’, concludeert de advocaat. ‘Het vermeende voorval vond plaats om 19.00 uur, dan wordt het al donker, klopt dat?’ ‘Dat is correct, maar de lichten van het schip stonden aan en ik kon duidelijk zien hoe de dode vis op het water dreef.’ ‘Dat zou kunnen, maar het was dus donker’, besluit de advocaat.

Vanaf de zijkant van de rechtszaal, op stapelstoeltjes onder een tralievenster, kijken de drie Nederlandse verdachten al wat meer ontspannen toe. Aanvankelijk werden ze ook beschuldigd van het bedreigen van de visserijwaarneemster, maar het Openbaar Ministerie trok die aanklacht om onduidelijke redenen in. Ze staan nu alleen nog terecht voor illegale visserij.

Teruggooien van (dode) vis valt onder het kopje IUU fishing: Illegal, Unreported, Unregulated, een brede waaier van visserijpraktijken die soms, maar niet altijd illegaal zijn. De onwenselijke gemene deler is dat deze vis niet terugkomt in de vangststatistieken. Die cijfers dienen als basis voor wetenschappers om te berekenen hoeveel vis ergens jaarlijks maximaal mag worden gevangen zonder dat de visstand daaronder lijdt. Reders als het IJmuidense Cornelis Vrolijk kunnen vervolgens een bepaald gedeelte van die maximale vangst als quotum toebedeeld krijgen. Vangen ze meer dan hun is toegewezen, bijvoorbeeld door dode vis terug te gooien in plaats van te verpakken, dan leidt dat tot overbevissing.

‘Om dat te voorkomen zetten overheden waarnemers op grote industriële schepen’, zegt Stefan Askew. Als onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam bestudeerde Askew in 2011 de beroepsgroep van waarnemers in Sierra Leone. Zijn conclusie: het systeem werkt niet. ‘Dat de Namibische waarnemer naar justitie stapte, is dapper. Dat gebeurt zelden. De wetgeving op zee zit vol mazen en de financiële belangen zijn groot; een giftige cocktail die corruptie in de hand werkt. Waarnemers op de industriële schepen worden vaak omgekocht of bedreigd als ze zaken aan het licht willen brengen. Op zee is een ongeluk zo gebeurd. Je kunt bij een storm uitglijden en zomaar overboord slaan. Niemand die ooit nog iets van je hoort. Die dingen gebeuren.’

Elk jaar verdwijnt er ergens op de wereld wel een waarnemer onder verdachte omstandigheden, schreef The Guardian. Vorig jaar nog werd een veertigjarige waarnemer uit Kiribati dood aangetroffen op een Taiwanees vissersschip. Niemand weet wat er gebeurd is.

Volgens de fao, de voedselorganisatie van de Verenigde Naties, is tot zo’n dertig procent van de visserij illegaal. En dat cijfer groeit. Het is een zichzelf versterkend effect: de visbestanden krimpen waardoor vissers steeds harder moeten werken om hun netten te vullen. Door de grote financiële belangen voelen ze de druk om over het randje te gaan, de regels te negeren en meer te vissen dan toegestaan. Gevolg: de visbestanden krimpen verder.

Het zijn niet alleen schimmige spookschepen uit landen als China of Noord-Korea die zich hieraan schuldig maken. Uit onderzoek van onderzoekscollectief Spit blijkt dat ook Nederlands grootste visserijbedrijven zich bezighouden met illegale visserij en Nederlandse havens gebruiken om deze vis witgewassen op de Europese markt te krijgen.

‘Tot eind negentiende eeuw dachten we dat de zee nooit leeg kon raken’, zegt Kees Camphuysen, marien ecoloog aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (nioz). ‘Inmiddels weten we beter.’ In de eeuw die volgde industrialiseerde de visserij in hoog tempo. Hout maakte plaats voor staal, zeilen voor motoren, katoenen vistuig voor netten van nylon. Dankzij nieuwe koeltechnieken konden drijvende visfabrieken – supertrawlers – maandenlang op zee blijven. ‘Fordism in Fisheries’ wordt het proces genoemd.

Aanvankelijk leverde dat grotere vangsten en dikke winsten op voor de reders, maar dat veranderde de afgelopen decennia. Onderzoek laat zien dat het brandstofverbruik per kilo gevangen vis sterk is opgelopen. Volgens Camphuysen een belangrijk signaal dat het misgaat. ‘Als je je visserij uitbreidt van je eigen territoriale wateren naar de rest van de wereld, zit er in je eigen zee te weinig vis. Vroeger had je dagvisserij die verse vis verkocht. Die vis stonk niet. Nu eten we oude vis, ingevroren in kartonnen dozen. De internationaal opererende ondernemingen kunnen dankzij die vriescapaciteit overal in de wereld hun vis vandaan halen. Is het ene gebied leeggevist, dan gaan ze naar het volgende.’ Of ze daarvoor een visvergunning hebben, lijkt niet altijd van belang.

13 maart 2017, voor de kust van Liberia. De garnalenkotter Star Shrimper XXV wordt aangehouden door de Liberiaanse kustwacht. De aanklacht: vissen op tropische garnalen zonder vergunning. Het schip vaart onder Nigeriaanse vlag en maakt deel uit van een vloot van zeventig schepen van Atlantic Shrimpers Ltd. Dit grootste visbedrijf van Nigeria is onderdeel van het IJmuidense visserijconcern Cornelis Vrolijk. Het bedrijf krijgt een boete, het schip gaat voor drie maanden aan de ketting. Cornelis Vrolijk wast zijn handen in onschuld en ontslaat de Ghanese kapitein.

Zonder de actie van de Liberiaanse autoriteiten zou de illegale vangst op de Amerikaanse en Europese markten zijn verkocht als ‘duurzaam gecertificeerd’. Dat predicaat verdient Atlantic Shrimpers vanwege het gebruik van een Turtle Excluder Device (ted), een apparaat dat schildpadlevens redt als de dieren in de netten verstrikt raken. Maar toen de Star Shrimper tegen de lamp liep, stond de ted uit.

Ontwikkelingslanden hebben de middelen niet om te controleren of vissers zich aan de regels houden. De Star Shrimper werd gepakt dankzij Sea Shepherd. Deze activistische natuurorganisatie patrouilleerde met een schip in de regio na tips van lokale, ambachtelijke vissers die dagelijks buitenlandse industriële vissersschepen in hun wateren zagen opdoemen.

Grotere schepen, zoals de Nederlandse vries-trawlers, moeten in de meeste landen verplicht een ais-tracker hebben, een zender waarmee autoriteiten de schepen op afstand kunnen volgen. Maar het blijkt doodeenvoudig om die wettelijke verplichting te ontlopen. Via de website van Global Fishing Watch ontdekken we dat verschillende schepen lange periodes hun ais hebben uitstaan.

Vissers op het strand van Porto Ingles, Maio. Kaapverdische Eilanden, 2018 © Andia / Universal Images Group / Getty Images
‘Waarnemers op de ­industriële schepen worden vaak omgekocht of bedreigd als ze zaken aan het licht willen brengen. Op zee is een ongeluk zo gebeurd. Je kunt bij een storm uitglijden en zomaar overboord slaan’

Het meest in het oog springt de Arosa Doce. Deze roestige trawler, via een Spaans dochterbedrijf voorheen in eigendom van de Katwijkse rederij Parlevliet & Van der Plas, voer in 2013 van het Noord-Spaanse Vigo naar Angola. Daar hees het de Angolese vlag en verdween prompt vier jaar van de radar. Parlevliet & Van der Plas zegt in een reactie dat het schip niet meer van hen is. Al staat het nog wel op de website van het bedrijf. Ook volgens het internationale scheepsregister is Parlevliet & Van der Plas mede-eigenaar van de Arosa Doce.

‘Ik krijg af en toe eeltige handen op mijn schouder van mensen uit de industrie. Die fluisteren dan: “Kees, het is nog veel erger dan jij denkt”’, zegt onderzoeker Camphuysen. Zelf vaart hij veelvuldig mee op kustwachtschepen om onderzoek te doen naar het leven op zee. ‘Op zo’n vaardag voor de kust van Afrika zie ik minstens drie à vier illegale operaties. In Mauretanië fotografeerde ik een schip dat zijn nummer had afgeplakt met een zwart doek. Helemaal niet nodig, want Mauretanië heeft vijf radarinstallaties gekregen. Maar die zijn allemaal kapot. Iedere visser weet: daar kun je doen en laten wat je wil. De kapitein van het patrouilleschip waarop ik meevoer had geen zin om het te rapporteren, die had de moed al opgegeven. Je kunt het melden, maar het komt op de grote stapel waar niets mee wordt gedaan.’

Wie kijkt naar de cijfers van de fao, de VN-voedselorganisatie, zou kunnen denken dat het wel meevalt met de overbevissing. ‘Maar die fao-cijfers zijn completely rubbish’, zegt visserijwetenschapper Daniel Pauly via een videoverbinding vanuit zijn huis in Vancouver. Pauly, grijs kroeshaar, zijn bril bungelend aan een koordje, werkt op de Universiteit van British Columbia en is grondlegger van het project Sea Around Us. De fao berekent de visstand op basis van geregistreerde vangsten. Pauly ontwikkelde een methode waarbij ook de illegaal gevangen en niet gerapporteerde visserij wordt meegenomen. De conclusies zijn ontluisterend. ‘Er wordt jaarlijks niet tachtig miljoen ton vis gevangen, zoals de fao meldt, maar minstens 120 miljoen ton.’

Zorgwekkender noemt Pauly de trend die uit zijn onderzoek naar voren komt. Volgens de fao halen de vissers sinds de jaren negentig elk jaar ongeveer evenveel vis uit de zee, een teken dat de bestanden gezond zijn. Volgens Pauly neemt de visvangst juist duidelijk af. Hoe is dat verschil te verklaren? ‘De fao werkt alleen met aanlandstatistieken. Als een bepaalde vissoort niet onder een quotum valt, of als landen niet goed registreren hoeveel er gevangen wordt, dan zie je die vangst ook niet terug in de fao-cijfers. Valt dezelfde vis later wel onder een quotum, of leveren landen completere cijfers aan, dan lijkt het of er meer gevangen wordt.’

Pauly en zijn team corrigeerden die effecten met hun data en kwamen tot een andere conclusie. ‘Sinds de jaren negentig wordt er elk jaar minder vis gevangen. Simpelweg omdat er minder vis is.’

Aan de gevel van zijn nieuwbouwhuis in het Zeeuwse Burgh-Haamstede hangt een oranje reddingsboei met de naam van het schip ‘Cyclone’. Scheepje is een betere benaming. Ger de Ruiter, een bebaarde zestiger met stevige armen, is een van de laatste kleine vissers in Nederland die kan leven van wat hij vangt. Vanuit de haven van het Vlaamse Nieuwpoort – in België kunnen kleine vissers makkelijker aan quota komen dan in Nederland – vaart hij de Noordzee op om met hengels op zeebaars te vissen. Hij is net terug van een veertiendaagse visreis. De vangst: 650 kilo. ‘Normaal vingen we dat in anderhalve dag.’

De Ruiter ervaart in de praktijk waar wetenschappers als Pauly voor waarschuwen. De visbestanden worden almaar kleiner. ‘Vroeger vingen we zo drie-, vierhonderd kilo kabeljauw op een dag. Nu nog geen dertig kilo in een jaar. Dus hoezo gezonde visbestanden?’ De verklaring is volgens De Ruiter de intensivering. ‘Vroeger kon je gewoon een wrak uitzoeken, waar meestal veel vis zit, naar hartenlust vissen en een boterham verdienen. Nu zitten alle grote jongens op dezelfde plek, waar de vis samenschoolt om te overwinteren of te paaien. Zij vangen nog steeds veel vis. Niet omdat de bestanden zo gezond zijn, maar door de verbeterde apparatuur. Sonar, opsporing, track and trace. Sommigen sjoemelen met hun netten, door er “binnenzakken” met kleinere mazen in te boeten. Zo vang je ook alle kleine, ondermaatse vis, plus andere soorten als bijvangst.’

Al vier jaar krijg De Ruiter op zee regelmatig bezoek van een dolfijn. Joris, noemt hij hem. ‘Die komt ons dan springend tegemoet zwemmen. Hij speelt met het ankertouw, of we gooien een bal achter de boot en dan gaat-ie daarmee spelen. Als je dan ziet dat er honderden dolfijnen dood aanspoelen in Engeland en Frankrijk. Je moet er niet aan denken dat Joris vermoord wordt in een net. Die grote jongens slepen een paar uur achter elkaar. Als zo’n dolfijn in het net zit, verdrinkt hij. Echt, ze zijn hard op weg de zee leeg te plunderen.’

Ook op de Noordzee ziet De Ruiter geregeld industriële trawlers illegaal vis overboord zetten – discards in jargon. ‘Als het ruim vol is, maar ze komen een school vissen tegen met een beter vetpercentage, dan gooien ze de eerder gevangen vis dood overboord.’ De Ruiter pakt er een paar foto’s bij. Een trawler met erachter duizenden stipjes: meeuwen en jan-van-genten. ‘Die zitten er niet voor de gezelligheid. De vogels zitten soms kotsend op het water omdat ze zoveel hebben gevreten.’

De publieke omroep op de Faeröer Eilanden publiceerde een filmpje dat gemaakt is op de Naeraberg, een schip van Parlevliet & Van der Plas uit Katwijk. Een man in gele overall en groene laarzen plukt in de buik van het schip achteloos vissen van een lopende band en gooit ze op de grond. Op de treden van het trapje waarop de man staat liggen tientallen dode vissen gekruld. De rest komt in een waterstroom terecht en vindt zijn weg, via een luikje in het schip, terug de zee in. Volgens Parlevliet & Van der Plas is deze werknemer inmiddels ontslagen vanwege dronkenschap, en is het filmpje gelekt om Parlevliet & Van der Plas in diskrediet te brengen.

Maar een oud-bemanningslid van een trawler van Parlevliet & Van der Plas bevestigt, op voorwaarde dat hij anoniem blijft, dat dit veel vaker gebeurt. ‘Soms vissen we op blauwe wijting en zit er al tweehonderd ton in de tanks. Als we dan op makreel stuiten, dan gaat al die blauwe wijting weer overboord. Want makreel is veel meer waard. Dat gebeurt, een paar keer per jaar.’ Het zijn dit soort discards waar de vogels op afkomen.

In 2013 zagen de officieren van het Ierse marineschip LÉ Róisín op honderd zeemijl van het Noord-Ierse Tory Island zo’n wolk meeuwen hangen boven een andere Nederlandse vriestrawler, de Annelies Ilena. Het schip werd geënterd op verdenking van highgrading, het overboord gooien van verkoopbare vis om plaats te maken voor grotere, vettere of andersoortige exemplaren die meer opbrengen. Een praktijk die een supertrawler al snel honderdduizenden euro’s per trip oplevert. Volgens de Ierse openbaar aanklager was sprake van een systematische praktijk. De rechter zag daarvoor onvoldoende bewijs en verwierp de aanklacht. Wel kreeg de Nederlandse kapitein een boete van 105.000 euro voor het teruggooien van onverkoopbare vis zonder dat te registreren.

In 2015 werd de Frank Bonefaas, een schip van rederij Vrolijk, betrapt omdat het 632.000 kilo makreel had gevangen in beschermd gebied. Ook hier was de sanctie weinig afschrikwekkend. De boete bedroeg 140.000 euro. De illegale vangst, ter waarde van een half miljoen, mocht het bedrijf houden en verkopen.

Om het overboord gooien van vis tegen te gaan, voerde de EU tussen 2015 en 2018 de aanlandplicht in. Voorheen mocht onverkoopbare vis terug de zee in, mits netjes geregistreerd, zodat wetenschappers er rekening mee konden houden bij het bepalen van maximale vangsten. Maar met de aanlandplicht moet álle vangst aan wal worden gebracht. Dat zou vissers een belang geven om selectiever te werk te gaan: minder bijvangst en duurzamer visserij, zo promootte Brussel de maatregel.

‘Het is als met intensieve veehouderij: te veel vissen op een kleine oppervlakte, zonder rekening te houden met ziekteprocessen. Een fout die we keer op keer maken. Zelfs nu met corona gaan we ermee door’

In de praktijk pakt deze aanlandplicht desastreus uit, zegt wetenschapper Lisa Borges. ‘Dit legt een bom onder het hele Europese visserijbeleid.’ Want wat gebeurt er? De maximale vangsten die de EU vaststelt, zijn gebaseerd op wetenschappelijk advies. In die adviezen hielden biologen altijd rekening met de registraties van overboord gezette vangst: ongeveer een derde van alle vis. Maar sinds de aanlandplicht moet de wetenschap er wel van uitgaan dat geen enkele vis meer overboord gaat, dat is immers verboden. Controle is er evenwel niet. En dus gaat het overboord gooien van te kleine vis – om opslagruimte te besparen – onverminderd door, zegt Borges. ‘Er is geen enkele handhaving. Het gevolg: vissers mogen nu tot veertig procent meer vangen dan voor de aanlandplicht.’

Vangstcijfers vertekenen ook doordat vissers sjoemelen met hun visrechten. Die zijn gekoppeld aan een vangstgebied. Maar regelmatig halen trawlers hun vangst op een andere plek boven water. Een bron uit de opsporingswereld die anoniem wil blijven, vertelt hoe Nederlandse freezer-trawlers te werk gaan. ‘Ze visten hun ruim vol met horsmakreel ten westen van Ierland. Vervolgens voeren ze via het Kanaal naar de haven van IJmuiden, waar ze op de papieren invulden dat twintig procent van de vangst uit de Noordzee kwam. Zo konden ze hun quota voor het vangstgebied ten westen van Ierland vrij houden. Dit komt heel veel voor. Op een gegeven moment zijn we met patrouilleschepen gaan controleren in het Kanaal. “Dat ruim zit vol, dank u wel.” Dan konden ze die truc niet meer uithalen.’

Kratten met bevroren vis in een vistrawler. Den Helder, 2017 © Jasper Juinen / Bloomberg / Getty Images

Francisco Blaha ziet eruit als een echte zeebonk: een vrolijke, potige vijftiger compleet met ruige baard en armen als boomstammen. Blaha, geboren in Argentinië, werkte daar als visser, waarnemer en, na het behalen van een graad in de biologie, als visserij-onderzoeker. In de jaren negentig verliet hij Argentinië en keerde terug naar zee om de kost te verdienen in de visserij. Weer tien jaar later rondde hij zijn tweede universitaire studie af. Sindsdien werkt hij als onafhankelijk adviseur gespecialiseerd in illegale visserij.

Tijdens een onderzoek in 2011 stuit hij bij toeval op een Nederlands schip: de Franziska, het toenmalige vlaggenschip van de Scheveningse visgigant W. van der Zwan & Zonen. ‘Het was vooral de naam die mij opviel’, zegt Francisco aan de telefoon. ‘Ik werkte aan de invoering van nieuwe EU-regels met vangstcertificaten. Sinds 2010 moet alle lading van buiten de EU zo’n certificaat hebben, afgegeven door het land waarvan het schip de vlag voert.’

De Franziska had in 2009 zijn Nederlandse vlag verruild voor een Peruaanse en kreeg daar een vergunning om in de Stille Oceaan op makreel en horsmakreel te vissen. Francisco Blaha ontdekte dat het schip helemaal niet actief was in Peruaanse wateren, maar in de buurt van Mauretanië, West-Afrika. Daarvandaan tufte het met de buik vol pakken bevroren vis naar Las Palmas. Deze haven op de Canarische Eilanden is onderdeel van de EU, en dus moest er een EU-vangstcertificaat worden overlegd. Het bedrijf vroeg er een aan in Peru. De autoriteiten in Las Palmas weigerden dit aanvankelijk, omdat de vis en de herkomst van de vis niet strookten met de Peruaanse vislicentie. De vangst kwam uit Mauritaanse wateren en betrof vijf soorten vis waar het, ook in Peru, geen vergunning voor had. Illegale vis dus, die uiteindelijk toch in Las Palmas werd overgeladen op een transportschip dat met de lading vertrok naar IJmuiden.

In het onderzoek kwam een e-mail naar boven, waaruit een tweede illegale activiteit bleek. In deze mail vraagt de toenmalige manager van Van der Zwan zijn contact in Peru om een document dat de legale herkomst van vis uit de noordoostelijke Atlantische Oceaan moet aantonen. Peru ligt in een heel ander deel van de wereld en kan die toestemming helemaal niet geven. Met dat papier kan de vis op de Faeröer Eilanden worden aangeland. Niet veel later wordt het schip aan de Nederlandse kust gesignaleerd.

Mogelijk was het de bedoeling om de lading naar Scheveningen te verschepen, een bekende potentiële sluiproute om illegale vis witgewassen in Europa te krijgen. ‘Scheveningen heeft namelijk geen Europese inspectiepost, maar schepen met Faeröerse vlag mogen daar toch ingevroren vis aanlanden’, zegt Blaha. Van der Zwan ontkent de beschuldigingen. ‘Het klopt dat de Franziska onder Peruaanse vlag gevist heeft in zowel de Zuidelijke Pacific, in Mauritaanse wateren als ook in Faeröerse wateren. In alle gevallen was dit volkomen legaal, en uiteraard uitsluitend op basis van de benodigde vergunningen.’

De creativiteit is groot bij visfraudeurs, blijkt uit een aantal internationale zaken die aan het licht kwamen. Een vismagnaat aan de oostkust van de Verenigde Staten, bijgenaamd de Codfather, werd ingerekend omdat hij structureel makreel, waarvoor hij geen quota had, verkocht als schelvis. In het Schotse Peterhead vloog illegaal gevangen makreel via een geheime ondergrondse pijpleiding zo de visfabriek in. In het Schotse Black Fish Scandal werden weegschalen gemanipuleerd zodat er meer vis kon worden aangeland dan toegestaan volgens het quotum.

Het Nederlandse Parlevliet & Van der Plas maakt zich schuldig aan een soortgelijke truc, zegt Johannes Stefansson, voormalig manager van het IJslandse visserijconcern Samherji die als klokkenluider een grote corruptie-affaire in Namibië aan het licht bracht. ‘Ze stoppen 22 kilo in dozen waar 20 kilogram op staat. Hun klanten weten dat en betalen voor 22 kilo. De quotahouders weten dat niet en boeken 20 kilo van het quotum af. Zo steel je tien procent van de visbestanden.’

In een reactie laat Parlevliet & Van der Plas weten dat de beschuldigingen nergens op slaan. Maar een oud-bemanningslid bevestigt deze werkwijze. Ook Pavel Klinckhamers, die voor Greenpeace jarenlang onderzoek deed naar Parlevliet & Van der Plas, kent de truc. Een anonieme bron uit de opsporingswereld zegt: ‘De situatie dat er meer in zit dan aangegeven staat is een modus operandi die vaak voorkomt. Weegploegen werken daaraan mee.’

In oktober 2020 stuurde de Europese Commissie een officiële waarschuwing naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit omdat Nederland te weinig doet om de Europese visserijregels te handhaven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (nvwa), die hiervoor verantwoordelijk is, zou geen zicht hebben op het gesjoemel met gewichten. De nvwa wil niet reageren ‘omdat het een juridische procedure betreft’.

‘De laatste vis wordt gevangen in 2048’, meldden meerdere media in 2006 naar aanleiding van een publicatie in Science. Is het zo erg? Nee, zegt Daniel Pauly. Die schreeuwende krantenkoppen miskennen de complexiteit van het sluipende probleem van overbevissing. Pauly spreekt van een shifting baseline. ‘Elke generatie zal nog steeds het idee hebben dat er veel vis in de zee is. Maar die vissen worden steeds kleiner, en steeds schaarser. Voordat hij echt uitsterft, ben je drie generaties verder. Zo kan de mensheid alle natuurlijke hulpbronnen kwijtraken, zonder het zelf door te hebben.’

Dat het twee voor twaalf is bleek wel uit een recent onderzoek van Pauly’s project Sea Around Us, dat aantoont dat visvangsten in West-Afrika in de afgelopen dertig jaar met een kwart zijn afgenomen. ‘Er is beter toezicht nodig zodat de visbestanden zich kunnen herstellen. Gebeurt dat niet, dan zal deze cruciale voedselbron voor Afrika verdwijnen’, aldus de onderzoekers.

Er zijn meer signalen. In Namibië spoelden afgelopen oktober zevenduizend dode zeehonden aan. Het onderzoek is nog gaande, maar voedseltekort wordt als meest waarschijnlijke doodsoorzaak genoemd.

Niet alleen in Afrika zijn de gevolgen van overbevissing al merkbaar. ‘Als je kijkt welke vis bij Albert Heijn het meest verkocht wordt, dan krijg je een lijst vol roze-kleurige plaatjes: 25 varianten kweekzalm, surimi, regenboogforel. Allemaal kweekvis’, zegt marien ecoloog Kees Camphuysen. ‘We denken de overbevissing op te lossen met aquacultuur. In Noorwegen moet het, als de olie op is, zelfs de belangrijkste economische sector worden. Maar zelf eten ze geen kweekzalm vanwege alle antibiotica, bestrijdingsmiddelen en andere rommel die erin zit. Het is als met intensieve veehouderij: te veel vissen op een kleine oppervlakte, zonder rekening te houden met ziekteprocessen. Een fout die we keer op keer maken. Zelfs nu met corona gaan we ermee door.’

Visserijwetenschapper Daniel Pauly ziet de industriële freezer-trawlers als het grootste probleem. Ze brachten Wall Street in de visserij. ‘In plaats van tien procent willen ze vijftig procent rendement per jaar. En het hoeft niet duurzaam, want als het ene gebied leeg is, gaan ze naar het volgende. Dat is waarom de ambachtelijke, kleinschalige vissers per definitie betere vissers zijn. Zij zijn locatiegebonden en moeten dus wel rekening houden met de visbestanden in hun gebied.’

En de vissers van Vrolijk die in Namibië in het beklaagdenbankje zaten? Die konden opgelucht ademhalen. De rechter sprak hen vrij van illegaal vis overboord gooien. Het was het woord van de vissers tegen het woord van de waarnemer.


Dit artikel van onderzoekscollectief Spit werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Met dank aan Ester Mbathera van The Namibian voor verslaggeving in Namibië