Souvenirwinkels zijn kwetsbaar voor duistere praktijken

‘Ze zijn hier zo lekker aan het witwassen’

In de doodstille Amsterdamse binnenstad zonder toeristen sloeg één ondernemer zijn slag. Nu staan er zestien souvenirwinkels op naam van Q&Q. Ondanks de overvloed aan anti-witwasprojecten slaat niemand alarm.

Midden in de lockdown, op een stille ochtend in maart, zit een winkelier in de lentezon op een kruk voor zijn souvenirwinkel. Vanuit zijn richting klinkt een zacht geluid: tkgrrrtkgrrr… Een rek vol Amsterdam-mutsen staat naast hem op de stoep. In de vitrine staan rijen Delfts blauwe molentjes, stroopwafels en sokken met wietplantmotiefje; alles bedekt met een dun laagje stof. Even later zit hij te kaarten met twee vrienden. Met zijn sigaret tussen zijn tanden duwt hij zijn bril hoger op zijn neus; draait zich om en slaat zijdelings iets aan op de kassa op de stoel ernaast: tkgrrr… Er komt een bonnetje uit. Hij draait zich terug en legt de volgende kaart.

De Nieuwendijk is verder gesloten, op de andere souvenirzaak na. Daar wordt geklust. In het felle licht en dreunende geluid van reggaeton-muziek wordt een twee meter hoge, pershouten toonbank gemonteerd. Souvenirs worden gerangschikt in nieuwe schappen, wachtend op toeristen die niet komen. Enkele weken later begint de gemeente Amsterdam een campagne op sociale media: ‘Snel geld is zelden een duurzame oplossing. Zelfs als je financiële problemen hebt als gevolg van de coronacrisis. Je kunt maar één keer nee zeggen! #stopondermijning’, zo luidt de waarschuwing. Het wordt herhaald in een brief aan de gemeenteraad door burgemeester Halsema: kijk uit voor ‘foute helpers’.

Die waarschuwingen hebben niet voorkomen dat een groot aantal toeristenwinkels in het hart van de coronacrisis op een opmerkelijke manier van eigenaar is gewisseld. Toeristen waren dit voorjaar ver te zoeken, maar één ondernemer rolde in korte tijd voor een onbekend bedrag een netwerk van winkels uit, blijkt uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer. Opsporingsdiensten en bestuurders misten de signalen of traden niet op. Zo legt de coronacrisis bloot hoe belangrijke witwas-signalen niet worden opgepikt, terwijl veel bonafide ondernemers het voor hun neus zien gebeuren en zich er grote zorgen over maken.

Eind maart beginnen de verhalen rond te zingen. Een man zou zijn ronde doen door de uitgestorven straten van de binnenstad. Hij zou een net pak en leren schoenen dragen en een volle plastic tas meezeulen. Volgens de een komt hij alleen, volgens de ander met een zakenpartner of makelaar. Af en toe stapt hij een souvenirwinkel binnen en vraagt: ‘Hoe gaan de zaken?’ Een retorische vraag. De zaken gaan beroerd. Dan doet hij een voorstel: zijn eigen souvenirwinkel gaat het voor de wind, hij wil deze zaak wel overnemen. Een bod volgt dat al dan niet direct beklonken en betaald kan worden: de plastic tas zou gevuld zijn met cash. De details variëren, de kern van het verhaal is overal hetzelfde. ‘Sinds corona krijgen we drie keer per week een bod’, zegt een ondernemer.

De souvenirbranche is gevoelig voor witwaspraktijken. De marges daarin zijn groot en tachtig procent van de omzet is cash. Wie cash crimineel geld wil ‘witten’, moet een ondernemer bereid vinden zijn omzet op papier flink te laten stijgen en dat te verdoezelen met valse bonnetjes, waarna de winst wordt verdeeld. Of nog beter: de zaak zelf overnemen. Voor sommige ondernemers is overname te aantrekkelijk om te weigeren, temeer omdat het aanbod evengoed bonafide kan zijn. Het resultaat is voor iedereen zichtbaar. ‘Wéér hetzelfde interieur wordt voor onze ogen de zoveelste winkel in geschoven. Wij begrijpen niet hoe het kan’, zegt de eigenaar van een souvenirwinkel, wijzend naar een pas verbouwde winkel verderop in de straat. Boven de deur verrijst een rood, lichtgevend uithangbord: Q&Q Souvenirs.

Terwijl de hele toeristensector door corona op apegapen lag, nam Davoud Quadri, eigenaar van Q&Q-souvenirs en tabak, een aantal winkels over op het Rokin, de Dam, Damstraat, Damrak en Nieuwendijk, blijkt uit informatie van de Kamer van Koophandel. In maart richtte hij ook nog een nieuwe holding op, waar volgens het handelsregister in totaal elf nieuwe vestigingen onder vallen, waarvan zeker zeven locaties niet eerder onder zijn naam vielen. Samen met zijn reeds bestaande winkels maakt dat zestien actieve souvenirwinkels die de naam Q&Q dragen, gelegen onder andere op het Singel, de Oude Hoogstraat en de Kolksteeg, alles in het oude hart van de stad. Huren op deze A-locaties kost tussen de twintig- en vijftigduizend euro in de maand. We schatten Quadri’s huur op jaarbasis op een kleine drie miljoen euro. Bij een overname wordt bovendien vaak ‘sleutelgeld’ betaald, een informele variant op goodwill. Enkele tonnen is niet ongebruikelijk.

Wie loopt er daadwerkelijk rond in een door corona plotsklaps doodstille toeristenbuurt?

Naast souvenirwinkels heeft Quadri, samen met een compagnon, ook een exportbedrijf, genaamd Q&Q World, en het import-exportbedrijf Q&M met een zakenpartner in Rusland. Op een op internet gevonden bonnetje vinden we details van een zo’n transport: bloemen van Amsterdam naar Moskou, vervoerd met een Moldavisch transportbedrijf. In Rusland vinden wij van zijn zakenpartner verschillende – inmiddels geliquideerde – bedrijven terug in Kazan, Moskou en Omsk, met handel die varieerde van bloemen tot levende dieren, graafmachines, leer, vis- en vleeswaren, conserveermiddelen en bovenkleding.

Jaarverslagen met een verantwoording van de geldstromen door het zakennetwerk zijn nooit ingeleverd bij de Kamer van Koophandel. Wel vinden we een oprichtingsakte voor de souvenirwinkels die hij tijdens de lockdown overkocht. Die akte is gepasseerd bij een notaris uit Almere: Maarten Prinsze. Afgelopen februari werd Prinsze door de Kamer voor het Notariaat uit zijn ambt gezet. In 2015 moest hij zich al eens voor de tuchtrechter verantwoorden wegens een valse bankverklaring. Tijdens een doorzoeking van Prinsze’s woonhuis werd door het OM een groot bedrag contant geld aangetroffen.

Zijn ontzetting uit het ambt is echter gebaseerd op een verdenking van betrokkenheid bij oplichting en het witwassen van crimineel geld in 2016. In een brief – waarop zijn handtekening te zien is – bevestigde hij dat een bedrijf over anderhalf miljard Venezolaanse bolivars in contanten zou beschikken die Prinsze ‘op pallets’ zou hebben zien liggen, hoewel die stapel geld later spoorloos bleek te zijn. In afwachting van het hoger beroep mag de notaris zijn praktijk echter voortzetten, en kan zo nog ten minste elf bv’s voor Quadri oprichten in maart, juli en augustus.

Vanaf zijn vakantieadres in Frankrijk zegt Prinsze geen commentaar te kunnen geven op individuele zaken. Inmiddels is de verificatieprocedure wel ‘veel scherper’, zegt hij. Is hem iets opgevallen aan de bedragen bij de oprichting van Quadri’s bv’s? ‘Ik kijk hier naar een notenboom en er staat een glas wijn op tafel. Het is me in dit geval niet bijgebleven.’

‘Ze zijn hier zo lekker aan het witwassen’, zegt een ondernemer die al veertig jaar boert in het centrum, maar niet met zijn naam in de krant durft. Ook andere winkeliers en betrokkenen willen dat uit veiligheidsoverwegingen niet. De ondernemer ziet de ene na de andere souvenirwinkel openen: ‘De ene dag is Jantje de directeur en de volgende dag weer Pietje, het straatbeeld verloedert: overal dezelfde souvenirwinkels met hetzelfde interieur.’ Die winkels blijven leeg. ‘Hoe blijf je in godsnaam overeind van vier verkochte sjaaltjes per dag?’ zegt een andere ondernemer tijdens een rondgang door de binnenstad.

Hij stapt een souvenirwinkel binnen en vraagt: ‘Hoe gaan de zaken?’ Die gaan beroerd

Volgens weer een andere ondernemer is het niet voor het eerst dat er zo driftig wordt uitgebreid in de buurt, en is Q&Q ook niet de enige: ‘Een vriend heeft een paar jaar geleden zijn zaak verkocht. Hij belde of ik even kon komen “oppassen”. De overname was met Albert Heijn-tassen vol cash betaald, hij vreesde dat gewelddadige handlangers van de koper die een paar uur later weer op kwamen halen.’ De doorgewinterde winkelier weet wel beter dan tegen dit soort ondernemers in te gaan. ‘Als ik me ergens mee bemoei heb ik zo een steen door mijn ruit, of erger.’

Is dat geen jaloezie? Kan Davoud Quadri, de eigenaar van Q&Q, niet gewoon een slimme zakenman zijn? Die hypothese zeggen andere verkopers met een snelle rekensom te kunnen weerleggen: ‘Om een souvenirzaak in het centrum met zo’n huur rendabel te maken is een constante golf toerisme noodzakelijk’, zegt een voorraadmanager die al ruim twee decennia in het gebied werkt. ‘Voor de lockdown hadden wij een drukbezochte souvenirwinkel met elke dag drie- tot vierhonderd klanten en een gemiddelde omzet van 2500 euro per dag.’ Dat zijn dagelijks zo’n 250 magneten, honderd sleutelhangers, twintig T-shirts, twintig paar sloffen, tien sweaters, manden vol Delfts blauwe molens, vijftien grinders, handenvol clipper aanstekers, tien blikken cannabiscookies, twintig blikken stroopwafels en twintig ‘I <3 Amsterdam’-petten. ‘Je snapt dat toen het toerisme wegviel, de winkel al na twee weken op omvallen stond, zeker met een huur rond de twintigduizend per maand’.

Dat er een luchtje zit aan een groot aantal ondernemingen in de binnenstad is niets nieuws, zegt ook wijkagent Chris Merks. Op politiebureau Burgwallen verwoordt hij zijn gelaten verbazing. ‘Sinds mijn eerste dag hier vind ik vooral veel dingen raar. Toen ik hier elf jaar geleden begon, waren er nog veel internetcafés. Ik vroeg me toen al af: hoe kunnen die de toen nog zevenduizend euro huur betalen van de verkoop van drie simkaarten en een euro voor een half uur internetten?’

Inmiddels hebben die telecomwinkels plaatsgemaakt voor souvenirwinkels, hoewel er natuurlijk ook bonafide souvenirwinkels zijn en de wijkagent ook ‘grote twijfels’ heeft over sommige ondernemers die níet in die sector zitten. De grootschalige uitbreiding in de souvenirsector is hem niet ontgaan. ‘Dat er iets niet in de haak is, is evident, maar we draaien om de hete brij heen.’ Al tien jaar lang maakt hij melding van dit soort zaken. ‘Dat doe ik bij de Belastingdienst. Vaak krijg ik terug dat het geen prioriteit heeft, of dat ze niets verdachts kunnen vinden. In coronatijd zie je extra helder welke zaken het volhouden en welke niet. Dan moet toch ergens een lichtje gaan branden?’

Maar wacht, we hebben in Nederland toch ‘de Bibob’? Een superstrenge toets die ondernemers beoordeelt op antecedenten, verdachte transacties en foute contacten – hoe kunnen malafide winkeliers deze test doorstaan? Het antwoord blijkt simpel: de Wet Bibob geldt niet voor de detailhandel. Omdat je daar geen vergunning voor nodig hebt.

Veel hoop is gericht op de Financial Intelligence Unit (fiu) van de overheid die ‘meldingen’ krijgt van zogenaamde ‘poortwachters’ zoals banken en notarissen. Stort iemand onverklaarbaar veel contanten? Melden! Zoekt iemand zonder aantoonbare reden een notaris op buiten zijn woon- en werkgebied? Melden! Sinds juli is de meldplicht voor makelaars ook uitgebreid tot verdachte huurtransacties boven de tienduizend euro per maand.

Bij duidelijke rode vlaggen, zoals een match in de politiedatabase of een boekhoudkundig fraudesignaal, worden transacties in één dossier gebundeld en meegenomen naar het zogenoemde ‘Signalenoverleg’ of de ‘Weegploeg Witwassen’. Daarin komen politie, OM, fiod en Belastingdienst samen om te bepalen of signalen kans maken een strafzaak te worden. De selectie moet extra streng zijn sinds het speciale Ondermijningsteam van de Amsterdamse politie zichzelf door personeelstekorten vorig jaar moest opheffen.

Het Wallengebied en de straten rondom Amsterdam Centraal Station, ook wel ‘postcodegebied 1012’, ligt al zeker sinds 1997 onder de loep van de gemeente, in 2008 werd zelfs ‘Project 1012’ opgezet, dat criminele activiteit in onder meer coffeeshops en bordelen aan banden moest leggen. Na tien jaar stopte het. In een evaluatie was de Amsterdamse Rekenkamer vernietigend: de rekenmeesters constateren een ‘gebrek aan zichtbare resultaten’. Langzaam maar zeker zou de focus van de gemeente zijn verschoven van criminaliteitsbestrijding naar het economisch opwaarderen van de wijk. De Bibob heeft ‘aan scherpte ingeboet’ omdat ‘er steeds meer gebruik wordt gemaakt van stromannen en ondoorzichtige (buitenlandse) constructies’.

Aan speciale loketten en initiatieven echter geen gebrek. Paradepaardje was ‘project Emergo’, een samenwerkingsverband tussen gemeente, politie, justitie en de Belastingdienst, gericht op het centrum. Na een jaar werd het opgedoekt. Vervolgens nam het team Amsterdamse Aanpak Ondermijning (aao) de leiding, onder andere door ondernemers via voorlichting ‘weerbaar’ tegen ondermijning te maken.

Voor wie anoniem wil melden werd het loket geopend van ‘Project niet pluis’, en ook de ‘gebiedsmakelaar‘ en ’wijkregisseur’ werden geacht hun ogen wijd open te houden. Als extra hulpmiddel verscheen het project IJgeld, waarbij de bewijslast bij dubieuze transacties in de horeca, betaald met hoge contante leningen, zou worden omgedraaid. En dan is er de ‘keerklepregeling’; het plan om ongewenste winkels, waaronder souvenirzaken, via het bestemmingsplan te laten afvloeien. Voor wie het zicht kwijt is, bestaat het overkoepelende Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (riec) van Amsterdam-Amstelland, de opvolger van Emergo. Contact maken met die dienst blijkt een klus: wordt de telefoon eindelijk eens opgenomen, dan is dat door steeds een andere, nieuwe werknemer. Er staan nog flink wat vacatures uit bij het riec. Ondertussen slaan politie en gemeente de handen ineen voor al weer een nieuw team: de Ondermijningsbrigade, ditmaal gericht op ‘effectief signalen oppakken’.

Maar wie loopt er, behalve wijkagent Chris Merks, daadwerkelijk rond in een door corona plotsklaps doodstille toeristenbuurt, waar de ene zaak na de andere wordt overgenomen en naar verteld wordt tassen vol cashgeld worden uitgewisseld?

‘Je kunt niet achter elk gerucht aan gaan’, zegt een rechercheur van het financiële opsporingsteam van de Politie Amsterdam. ‘We hebben wel iets meer nodig voordat we genoeg grond hebben voor een onderzoek.’ Het gesprek vindt plaats in een spreekkamer op het hoofdbureau. Samen met een collega van het team Financieel Economische Criminaliteit (FinEC) werkt de rechercheur onder meer aan witwasverdenkingen. We zijn welkom met onze bevindingen, maar het team is sceptisch over de verhalen. Ze kennen de wereld waarin geruchten ontstaan; vaak niet feitelijk genoeg en uit de tweede hand. Maar bij meldingen, aangiftes of ‘clustervorming’ in een gebied (kortom, als er echt iets aan de hand is), maken zij er werk van, verzekert de rechercheur van het FinEC-team.

‘Ik ben een ondernemer’, zegt Quadri, ‘ik neem risico’s. Dit is een heel groot risico’

Dan vertellen we over de recente reeks overnames in het 1012-gebied. ‘Is dit grootschalig?’ vraagt de rechercheur. We noemen het aantal volgens het handelsregister. Een stilte volgt. ‘Wat is de naam van dat bedrijf?’ De rechercheur vouwt zijn handen in elkaar en kijkt naar het plafond. ‘… Q&Q. Nee… dat doet geen belletje rinkelen.’

Vijf minuten later pent hij driftig mee. ‘Ja, dit is wel een zeer sterk signaal. Kunnen jullie eventueel een half jaar wachten met publiceren?’ vragen ze ons. Hoe kan het dat een zaak als deze ondanks meerdere meldingen onbekend is? Een mompelend antwoord over keuzes maken en capaciteitsgebrek. ‘Er blijft altijd wat liggen.’

Davoud Quadri neemt zijn 06-nummer niet op of drukt het gesprek weg. Dus bezorgen we een brief op zijn hoofdvestiging aan het Rokin met het verzoek om een gesprek. Het hoekpand naast het hoofdkwartier is de jongste aanwinst van Q&Q en wordt vertimmerd en opnieuw ingericht. Quadri is niet aanwezig, zegt een Engelssprekende medewerkster, maar de brief zal worden overhandigd. Vanuit een café er tegenover zien we daarna vrijwel meteen aan de zijkant van het pand een deur open gaan. Quadri komt naar buiten, neemt de brief aan en begint te bellen. Binnen enkele minuten staan er vijf mannen om hem heen. Na veel handgebaren en discussie gaat de telefoon op de redactie over. Quadri’s woordvoerder ‘Mo’ wil een afspraak maken.

De volgende dag zitten Davoud Quadri en Mo aan tafel met een tablet en een stapel papieren. De ondernemer nipt van zijn thee. Een gouden Rolex schittert aan zijn pols. Quadri vertelt een levensverhaal waarin hij in 1999 naar Nederland kwam als politiek vluchteling uit Afghanistan met tien dollar op zak en het Centraal Station als slaapplaats. Naar eigen zeggen werkte hij drie jaar lang dag en nacht bij McDonald’s om van dat geld een Primera-winkel over te nemen en te veranderen in een tabakszaak. Daar kwam op een goede dag een bankmedewerker van ABN Amro sigaretten halen. Die vertelde hoe makkelijk het was om een flexibele lening aan te vragen, waarmee hij kon uitbreiden. Zodoende dus. Zo bouwde hij langzaam zijn imperium op. ‘Ik leef niet luxe, ik rij geen dure auto, ik investeer bijna alles in mijn bedrijf.’

Hoe financier je dure overnames midden in coronatijd? Vóór de crisis bezat hij zeven souvenirwinkels, zegt hij. ‘Ik maak genoeg winst om elk kwartaal uit te breiden. Wanneer de kans zich voordoet, dan grijp ik die.’ Nieuwe winkels zegt hij te kopen voor ongeveer een ton waarin alles is meegerekend: inventaris, sleutelgeld en overnamekosten. Hoe verklaart hij de zeker elf nieuwe vestigingen die volgens het handels-register sinds maart op zijn naam staan? Een technische kwestie, legt hij uit. Het waren eerst eenmanszaken, maar die heeft hij omgezet naar een bv omdat dat fiscaal aantrekkelijk is. Dat laatste klopt: belastingtechnisch kan een dergelijke constructie ongeveer een kwart voordeliger zijn, wat behoorlijk oploopt met een vermeende jaarwinst van een ton bij elk van zijn bedrijven. Toch is hij daar pas na twintig jaar ondernemen achter gekomen. ‘Ik wist het niet’, zegt Davoud Quadri. ‘Ik ben geen accountant, en die heb ik ook niet.’

Maar wel een notaris, eentje die gespecialiseerd was in witwaszaken en andere dubieuze affaires en daarom uit zijn ambt is ontzet. Daar weet hij allemaal niets van, zegt Quadri. Heeft hij de naam Prinsze weleens gegoogeld? Mo geeft antwoord. ‘Nee, hoezo? Is er iets mis met hem?’ Quadri: ‘Hij heeft een goede persoonlijkheid. Wat hij verder in zijn privéleven doet, daar heb ik niks mee te maken.’ Mo vult aan: ‘We zien er niet het belang van in om te checken welke notaris onze bv’s inschrijft. Maar we groeien en leren.’

‘Ik ben een ondernemer’, zegt Quadri, ‘ik neem risico’s. Dit is een heel groot risico. Als ik goed gok, wordt Trump herkozen en is er binnenkort een vaccin, en dan win ik. Zo niet, dan houd ik het een jaar uit en dan is mijn bankrekening leeg.’ De bedragen die hij noemt voor huur, overname en winst zijn opmerkelijk laag in vergelijking met wat andere ondernemers vertellen. Op basis van de bedragen die zij noemen komen we bijvoorbeeld aan maandelijkse huur op minstens het dubbele uit van wat Quadri zegt te betalen.

‘Ik vind het een heel interessant idee dat het een normale bedrijfsvoering zou zijn om geen jaarverslagen openbaar te maken’, zegt Oliver Bullough, Brits onderzoeksjournalist en auteur van een boek over witwasconstructies, Moneyland, over het systeem van Q&Q. ‘Er bestaat uiteraard de kans dat we met een briljante zakenman te maken hebben, maar dit zou een rode vlag moeten zijn voor iedereen die ernaar kijkt’. Zo ziet Peter van Leusden van integriteits-adviesbureau Partner In Compliance en met tientallen jaren ervaring bij de fiod de casus ook. ‘De combinatie van het storten van contanten bij de bank, een uit zijn ambt ontzette notaris en de connectie met Rusland had zeker op moeten vallen.’ Maar de betrokken instanties ‘werken door ons systeem heel solistisch’ en kunnen moeilijk informatie delen, zegt hij. Over het gesignaleerde bloementransport naar Rusland is Van Leusden bezorgder dan Bullough. Hoewel het op zich niets bewijst, ‘zie je deze combinatie van signalen ook wel terug in de drugscriminaliteit’.

Het onderzoek

Wij spraken met negen ondernemers in de binnenstad en hadden tientallen gesprekken met controlerende instanties, toezichthouders, ambtenaren en andere betrokkenen. De namen van alle geïnterviewde winkeliers zijn bekend bij de redactie. Dit artikel is geschreven door de Masterclass 2020/2021 van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico, begeleid door Thomas Muntz en Jeroen Trommelen. Medegefinancierd vanuit de Beurs Expertisebevordering van het Fonds BJP.

Een opgeschoonde Amsterdamse binnenstad vergt ‘een lange adem van misschien wel dertig jaar’ concludeerde de Rekenkamer twee jaar geleden. Daarmee werd geen dertig jaar vol proeven, projecten en pilots bedoeld, maar een aanpak die ‘hardnekkig en koersvast’ is. Die is nog ver te zoeken. Na jaren van bezuinigingen op traditionele opsporingsdiensten, politie en Belastingdienst is vooral een reeks tussenoplossingen ontstaan die politiek goed liggen: betaalbaar, zichtbaar en voorspelbaar. Het is een wildgroei van ondermijningsteams, anti-witwasprojecten en meldloketten die soms ‘veel-belovend’ worden genoemd, maar toch elke paar jaar opnieuw dezelfde problemen beginnen op te lossen.

Het meldstelsel is bovendien grotendeels afhankelijk van eerlijke, onzelfzuchtige getuigen. Waarom zou een pandeigenaar de astronomische sommen die hij elke maand krijgt bijgeschreven melden als ‘verdacht’? Waarom zou een winkelier aan de bel trekken vanwege dubieuze praktijken in de straat, als hij vervolgens een steen door de ruit of erger kan verwachten? En waarom zou je vertrouwen op een gemeente die wel waarschuwt maar zelf machteloos lijkt te staan?

Twee jaar geleden zinspeelde burgemeester Halsema al op nieuwe bevoegdheden om ‘louche winkels’ aan te kunnen pakken, waaronder de souvenirhandel. Ergens in de toekomst ligt volgens ambtenaren een specifieke retailvergunning in het verschiet. Zodra de autoverhuur- en hotelbranches aan de beurt zijn geweest. Dan is er vrij baan om souvenirwinkels aan te pakken. Misschien zelfs al in 2024.